Bono:
Bono redt de wereld, heet het soms cynisch. Maar de zanger van U2 weet heel goed waarmee hij bezig is. Hier praat hij met zijn vriend Michka Assayas over Afrika, terrorisme en God – en over zijn belangrijkste politieke les.
Michka Assayas
| 81 november 2005 issue
Je bent nu begonnen met een deeltijdbaantje als ambassadeur voor de organisatie Data (Debt, Aids, Trade, Africa, maar ook Democracy, Accountability and Transparency for Africa) die je mede hebt opgericht. Komt het nooit bij je op dat de wereld verdorven is en dat er niets aan te doen valt?
Bono: ‘Soms raak ik gedeprimeerd, zie ik het somber in vanwege het moeilijke karakter van een dergelijke onderneming. Maar waar we het in Data over hebben, stamt af van een geweldige traditie: de lange reis naar gelijkheid. Gelijkheid is een idee dat voor het eerst werd uitgediept door de joden, toen God hun vertelde dat iedereen in zijn ogen gelijk was. Een belachelijk idee toen. Je ziet het voor je: boeren met schapenstront aan hun schoenen, staand voor de farao. En dan zegt de farao: ‘Júllie zijn míjn gelijke?’ En ze zouden in het boek kijken en ze zouden zeggen: ‘Tja, dat is wat hier staat.’ Na een tijdje werd dat geaccepteerd, maar dat was bepaald niet eenvoudig. Rijke en arme mensen werden zo uiteindelijk gelijk in de ogen van God. Maar zwarten niet! Zwarte mensen kunnen toch niet gelijk zijn aan blanken? Oh, en vrouwen ook niet! Inmiddels accepteren de meeste mensen dat vrouwen, zwarten, Ieren en joden allemaal gelijk zijn, maar alleen binnen die grenzen. Ik ben er niet zeker van dat we accepteren dat Afrikanen onze gelijke zijn.’
Ik begrijp niet goed wat je bedoelt.
‘Op dit moment voltrekt zich met aids de grootste volksziekte in de hele geschiedenis van de beschaving. Het is erger dan de zwarte pest, die eenderde van de bevolking van Europa dodelijk trof in de Middeleeuwen. Elke dag sterven 6500 Afrikanen aan een ziekte die kan worden voorkomen en behandeld. Voor het Westen is dat geen prioriteit. Waarom niet? Omdat we niet dezelfde waarde hechten aan een Afrikaan als aan een Europeaan of Amerikaan. God zal ons hiermee niet weg laten komen. De geschiedenis zal onze smoesjes niet accepteren. We zeggen dat we die antiretrovirale medicijnen niet tot in de verste uithoeken van Afrika kunnen verspreiden, maar we kunnen ze wel onze frisdrankjes bezorgen. Zelfs in het kleinste dorp vind je Coca-Cola. Kijk, als we werkelijk zouden vinden dat een Afrikaan gelijk is aan een Engelsman, een Fransman of een Ier, dan lieten we niet elk jaar tweeënhalf miljoen Afrikanen sterven met de belachelijkste reden die er is: geld. Dat zouden we gewoon niet doen. Een staatshoofd zei tegen mij: ‘Als die mensen geen Afrikanen waren geweest, konden we het niet laten gebeuren.’ We geloven eigenlijk niet in hun gelijkheid.’
Wie zei dat?
‘Dat mag ik niet zeggen, maar het was een staatshoofd dat echt beschaamd was. We hebben de Afrikanen afgeschreven. Dus de volgende stap op de lange reis naar gelijkheid is te zorgen voor een situatie waarin we accepteren dat je je buren niet kunt uitkiezen. In de ‘mondiale dorp’ bepaalt afstand niet langer wie je buren zijn. ‘Heb uw naaste lief’ is geen advies, maar een bevel.’
Beschavingen ontwikkelen zich niet even snel, leert de geschiedenis. Wij leven in een postmoderne wereld, terwijl Afrika nog ergens in de Middeleeuwen zit – of in de tijd daarvoor. Hoe hoe goed onze bedoelingen ook zijn, er blijft een kloof die je niet kunt overbruggen.
‘Maar waaróm zit Afrika in de Middeleeuwen? Dat heeft een historische verklaring. Laat me een voorbeeld geven. (Bono staat abrupt op en roept zijn dochter.) Jojo! ... Jordan! (Hij gaat de kamer uit en rent de trap op. Meer dan een minuut later komt hij terug met een schoolboek. Hij gaat zitten en begint het boek door te bladeren.) Dit is een aardrijkskundeboek van een 15-jarige. Ik keek het eerder vandaag in en het vertelt het je precies. (Hij vindt uiteindelijk de passage en begint voor te lezen.) ‘Inkomenskloof. Tweehonderd jaar geleden leek er weinig verschil in de levensstandaard te zijn tussen het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond. Tegenwoordig is er een zeer grote inkomenskloof: het noorden is vele malen rijker dan het zuiden. Hoe is deze kloof ontstaan? Het antwoord lijkt besloten te liggen in het kolonialisme, in handel en in schulden.’ Zie je? Ze leggen aan een 15-jarig kind uit dat de reden dat Afrika nog steeds in de Middeleeuwen zit vooral te maken heeft met oneerlijke handelsovereenkomsten en oude schulden, met de uitbuiting door het Franse en Britse kolonialisme – ofwel: met óns.’
Edelmoedige ideeën leveren vaak bloederige resultaten op. Goed en kwaad zijn vaak met elkaar verstrengeld...
‘Klopt. Kwaad dringt zich in kleine stapjes op aan elk goed idee. En kwaad kan de meeste goede ideeën omzeep helpen, maar uiteindelijk is er licht in de wereld. Ik accepteer dat God ervoor kiest te werken met behoorlijk matig materiaal. Maar ik verbaas mij veel meer over de dingen waartoe mensen in staat zijn dan over de dingen waartoe ze níet in staat zijn.’
Ik denk dat je het kwaad onderschat.
‘De jungle is nooit ver onder de oppervlakte van onze huid. Ik ben nooit verrast door het kwaad, maar ik ben veel meer geïnteresseerd in waartoe mensen in staat zijn. En we praten hier over de lange reis naar gelijkheid, nietwaar? Nou, die duurt nog voort. Er is een enorme vooruitgang geboekt, maar ik accepteer dat er ook een verschrikkelijke regressie heeft plaatsgevonden. Maar alsjeblieft, beschouw mij niet als een blinde, naïeve idealist die alleen het goede in de mens ziet. Misschien scheel, maar niet blind. Dat ik vaak een weg weet te vinden om de duisternis heen, betekent nog niet dat ik niet weet dat ze er is.’
Hoe vind je je weg in de duisternis? Ik neem aan dat je net als iedereen zo af en toe struikelt.
‘Ik probeer het licht helderder te maken.’
Geef eens een voorbeeld.
‘Harry Belafonte (ex-zanger en acteur, red.) is één van mijn grote helden. Hij vertelde mij een verhaal dat mijn leven echt veranderde en dat mij de politieke richting wees die ik nu volg. Harry herinnerde zich een ontmoeting met Martin Luther King toen de burgerrechtenbeweging in de vroege jaren zestig was vastgelopen: (doet de krakende stem van Belafonte na) ‘Ik kan je zeggen dat het een deprimerend moment was toen Robert F. “Bobby” Kennedy tot procureur-generaal werd benoemd. Dat was een slechte dag voor de burgerrechtenbeweging.’ En ik zei: Waarom dan? Hij zei: ‘O, zie je, je bent het vergeten. Bobby Kennedy was Iers. Die Ieren waren echte racisten, zij haatten zwarten. Ze zaten op de sociale ladder maar één treetje boven de zwarten. Bobby was in die tijd berucht omdat hij niet geïnteresseerd was in de burgerrechtenbeweging. We waren wanhopig. We waren aan het praten met Martin, aan het klagen eigenlijk, en toen sloeg hij zijn hand op tafel en beval ons te stoppen met zeuren. “Genoeg nu!” zei hij. “Is er dan niemand die iets goeds heeft te zeggen over Bobby Kennedy?” En wij zeiden: “Martin, dat proberen we je net te vertellen: er valt niets goeds over hem te zeggen. De man is Iers, katholiek, conservatief en boosaardig.” Waarop Martin zei: “Laten we deze vergadering dan besluiten.We komen weer bijeen wanneer iemand iets goeds over Bobby Kennedy te zeggen heeft, want dat, mijn vrienden, is de poort waardoor onze beweging moet.”’ Hij besloot de vergadering en stuurde iedereen naar huis! Martin Luther King wilde niets negatiefs meer horen over Bobby Kennedy. Hij wíst dat er iets positiefs moest zijn. En áls het er was, kon iemand het ook vinden.’
En hebben ze uiteindelijk een positieve eigenschap van Bobby Kennedy ontdekt?
‘Het bleek dat Bobby het heel goed kon vinden met zijn bisschop, dus ze werden vrienden met de enige man die kon doordringen tot Bobby’s ziel. Ze veranderden de bisschop in een paard van Troje en zorgden ervoor dat de bisschop met Bobby ging praten. Harry werd emotioneel aan het einde van zijn verhaal. Toen Bobby Kennedy dood op een stoep in Los Angeles lag, zei hij, was er geen grotere vriend van de burgerrechtenbeweging. Aan niemand hadden we meer van onze vorderingen te danken dan aan die man. En of hij nu overdreef of niet, het was een belangrijke les voor me, want wat Martin Luther King wilde zeggen, was: zoek het licht in anderen, omdat je daarmee je eigen doelen helpt. Ik heb me daar altijd aan gehouden. Denk dus niet dat ik het niet begrijp. Ik weet heel goed wat ik moet overwinnen... Soms líjkt het alleen alsof ik het niet begrijp.’
Jij loopt het gevaar dat je door politici als Tony Blair en George Bush wordt gebruikt. Zij zullen uiteindelijk doen wat ze zelf willen, wat soms niet erg veel is.
‘Wacht even, ik bén er om gebruikt te worden. Dat is juist de opzet. Ik weet heel goed dat ik word gebruikt. Ik ga uit met iedereen, maar ik ben geen cheap date. De vraag is voor welke prijs.’
En wat is de prijs?
‘Nou, in het najaar van 2002 hebben we een extra 5 miljard dollar van de Verenigde Staten gekregen voor de armsten onder de armen, en een belofte van nog eens 20 miljard dollar voor de komende paar jaar. Van een conservatieve regering was dat ondenkbaar.’
Ons volgende gesprek had plaats op 11 maart 2004, een week nadat de bomaanslagen in Madrid het leven hadden gekost aan 191 forensen en meer dan 1800 gewonden hadden gemaakt. Ik wilde graag weten hoe Bono reageerde op zulk nieuws – niet als een woordvoerder of ambassadeur voor Data, maar als mens. Ik bedoel: hoeveel blijft er over van je idealisme en goede wil?
Terroristen hebben grote ideeën. Eigenlijk zijn er geen grotere idealisten dan terroristen. De meesten van hen vereren God en heilige gerechtigheid. Ik veronderstel dat dat heel erg verontrustend moet zijn voor iemand als jij, die diep christelijk, religieus en idealistisch is.
‘Ik ben ook nog een hoop andere dingen... Maar weet je, mensen die spiritueel openstaan, zijn veel gemakkelijker te manipuleren. Ze zijn erg kwetsbaar. Naar mijn mening is het religieuze instinct een heel puur instinct. Tenzij het met strakke hand wordt beteugeld, is het heel moeilijk te beheersen.’
Dat is waar, maar we hebben nog nooit een scepticus of atheïst zichzelf zien opblazen om zoveel mogelijk mensen te doden. Ze hebben concentratiekampen gebouwd en plannen voor collectieve uithongering gemaakt, jawel, maar het soort terreur waarmee we nu te maken hebben, heeft een spirituele inslag. Daarvoor kun je de ogen niet sluiten.
‘De meeste terroristen willen de materiële wereld veranderen. Nou, voeg daar de eeuwigheid aan toe en mensen kunnen in het nastreven van hun doelen nog veel en veel verder gaan. Eeuwigheid, dat is een grote prijs, of niet soms? Het is niet zomaar een presidentschap van twee ambtsperioden! (lacht) Uiteraard is er altijd sprake van een corrumpering van een heilige these, of het nu om de koran of de bijbel gaat. Mijn begrip van de Heilige Schrift is eenvoudig gemaakt door de persoon Christus. Christus leert dat God liefde is. Dat betekent vor mij een studie van het leven van Christus. Liefde beschrijft zichzelf als een kind dat in stro, in armoede, wordt geboren, de kwetsbaarste situatie van allemaal, eerloos. Ik zorg ervoor dat mijn religieuze wereld niet te gecompliceerd wordt. Ik meen te weten wat God is. God is liefde en het is mijn godsdienst om mezelf te laten transformeren door die liefde en die liefde in de praktijk te brengen. Wanneer dingen te gecompliceerd worden voor mij, probeer ik vanuit deze liefde te leven. En dat is niet zo gemakkelijk.’
We hebben ook eens gesproken over jezuïtische priesters die in Zuid- en Midden-Amerika arriveerden met het evangelie in de ene hand en een geweer in de andere.
‘Dat weet ik, dat weet ik. Religie kan de vijand van God zijn. Dat gebeurt vaak wanneer God, zoals Elvis, has left the building. Een lijst met instructies komt in de plaats van overtuiging. Dogma in de plaats van gewoon doen. Een congregatie geleid door een mens in plaats van een congregatie geleid door de Heilige Geest. Discipline komt in de plaats van discipelschap. Maar wat mij op mijn knieën houdt, is het verschil tussen genade en karma.’
Daarover heb ik je nog nooit gehoord.
‘Ik geloof dat we het rijk van karma achter ons hebben gelaten en het rijk van genade hebben bereikt.’
Dat maakt het er voor mij niet duidelijker op.
‘In de kern van alle godsdiensten rust het idee van karma. Je weet wel: wat je doet, krijg je terug, of in de natuurwetten: op elke actie volgt een gelijke of tegengestelde reactie. Voor mij staat het vast dat karma de kern van het universum uitmaakt. Daarvan ben ik absoluut zeker. En niettemin komt er dit idee langs – het idee dat genade heet – en dat zet het hele ‘wat je zaait, zul je oogsten’-gedoe op z’n kop! Genade tart de rede en logica. Of zo je wilt: liefde doorkruist de gevolgen van je daden, maakt ze ongedaan – wat in mijn geval beslist goed nieuws is, omdat ik een hoop stomme dingen heb gedaan.’
Daar zou ik graag meer over horen.
‘Dat is iets tussen mij en God. Maar ik zou diep in de nesten zitten als karma mijn laatste rechter was. Dan kan ik het wel schudden. Daarmee praat ik mijn fouten niet goed, maar ik heb mijn hoop daarom maar gevestigd op genade. Ik vestig mijn hoop op het idee dat Jezus mijn zonden op zich nam aan het kruis, omdat ik weet wie ik ben en hoop dat ik niet afhankelijk ben van mijn eigen religiositeit.’
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Michka Assayas: Bono over Bono (VIP, 2005), de weergave van vele gesprekken waarin Bono praatte over muziek, U2, familie, Afrika, geloof en meer. Michka Assayas is een Franse muziekjournalist die als eerste niet-Britse journalist de muziek van U2 had opgepikt.
|

|