|
|
Ren, spring, rol!
Parkour maakt van de stad één grote speelplaats. Het is een sport die draait om de herovering van de openbare ruimte. Op reportage.
Een jongeman genaamd Ferret sprint naar een trapleuning op het speelterrein achter een winkelcentrum in Toronto. Hij springt over de leuning naar een platform, tweeënhalve meter lager, en komt neer, zo licht als een kat. Dan buigt hij zich over de volgende leuning en draait eroverheen naar het beton, opnieuw tweeënhalve meter lager. Zonder uitrusten rent hij weg. Alsof dolle honden hem op de hielen zitten. Ferret is een magere Canadees van 23 jaar, een computernetwerkbeheerder die eigenlijk Ben Wastle heet en een fanatieke parkourbeoefenaar is. Voor de liefhebbers van de sport, de zogeheten ‘traceurs’, is de stad één grote hindernisbaan. Het is de bedoeling om langs gebouwen, leuningen, muren, bruggen, verkeersborden en andere ‘obstakels’ te rennen in een vloeiende, ononderbroken reeks acrobatische bewegingen. Deze vorm van stadsatletiek en het neefje ervan, free runnen (een flexibeler stijl met minder nadruk op voorwaartse beweging), beginnen de straten en stegen van steeds meer steden ter wereld te veroveren: van Canada tot Japan, van Nederland tot Zuid-Afrika. Parkour is een soort superinspannende workout. Het is ook een praktische, stoere manier om het stedelijke landschap te zien, zoals de meeste mensen het nooit te zien krijgen. Welke traceur je het ook vraagt, hij (de meesten zijn jongens van rond de twintig) zal altijd zeggen dat zijn relatie met de stad waarin hij woont door parkour is veranderd. Dan ‘Danno’ Iaboni, 23 jaar, één van Ferrets parkourvrienden, heeft een voorliefde gekregen voor de scherpe randjes van de stad. ‘Dankzij parkour zijn veel mensen de ogen geopend voor de enorme hoeveelheid creatieve architectuur en gebouwen die we in Toronto hebben. We kunnen deze stad met recht ons thuis noemen, want we kennen alle hoeken en gaten.’ Parkour is bovenal een uiting van vrijheid: het vermogen je vrij te bewegen in een omgeving die voortdurend barricades opwerpt. Danno grijnst als een kind op pakjesavond. ‘Ik kan overal komen.’ Parkour mag dan gevaarlijk zijn, het is niet roekeloos. Iedere situatie wordt zorgvuldig ingeschat. Iedere beweging uitgevoerd met precisie en inzicht in de wetten van de natuurkunde. Het gaat niet om spectaculaire stunts. Het gaat om nieuwsgierigheid en mogelijkheden zien – een lantaarnpaal of een bushokje zien als een verlengstuk van het trottoir. Als je die jongens hoort, lijkt het of iedereen parkour zou kunnen. ‘Het maakt niet uit of je geen conditie hebt of niet sportief bent, want de basis van parkour is heel simpel’, legt Danno uit. ‘Rennen, springen, rollen, evenwicht. In het begin beperk je je gewoon tot kleine obstakels. Als je maar in beweging blijft, daar gaat het om.’ Ik heb een afspraak met Ferret, Danno en zes anderen van pkTO, Toronto’s parkournetwerk met zo’n 75 actieve leden, bij de campus van de universiteit in het centrum. Ik probeer ze bij te houden, terwijl ze zwaartekracht en gezond verstand tarten als ze over afvalcontainers springen, tegen muren op rennen zoals in The Matrix, plastieken beklimmen en met Olympische gratie over balustrades vliegen. Bepaalde bewegingen herhalen ze keer op keer om hun techniek te perfectioneren, waarbij ze iedere actie zo strak en zuiver mogelijk maken. Terwijl ik toekijk, moet ik denken aan de woorden van vechtfilmlegende Bruce Lee: ‘Wees als water dat tussen spleten doorloopt. Wees niet assertief, maar pas je aan aan het voorwerp en je vindt er een weg om of doorheen. Als je niets onbuigzaams hebt, zullen uitwendige voorwerpen zich openbaren.’ Net als vechtsporten wordt parkour een discipline genoemd – een manier om jezelf te ontdekken en te verbeteren. Esthetiek is net zo belangrijk als lenigheid. Het is niet genoeg om een beweging uit te voeren: traceurs proberen zo’n beweging op een gracieuze, originele manier te maken, stijlvol. ‘Het belangrijkste is zelfvertrouwen en het overwinnen van je angst’, vertelt Alex ‘Wolfbeta’ Tsiboulski, 19 jaar. (Internet heeft een belangrijke rol gespeeld in de verspreiding van parkour en traceurs gebruiken, met dank aan het net, hun webnamen ook op straat.) Parkour roept dezelfde soort toewijding op als bepaalde vechtsporten. Wie van parkour houdt, is er helemaal weg van. Veel traceurs beschouwen parkour als een lifestyle, een manier van denken. Als ze niet over muren klimmen of kloven springen, houden ze levendige discussies op parkourwebsites, ruilen ze amateursvideo’s en netwerken ze met groepen in andere steden. Drie weken na onze afspraak gaat Danno, beschouwd als één van de leiders van pkTO, naar New York voor een congres over parkour. Naarmate de populariteit van de sport groeit, komen er bedrijven op af die munt willen slaan uit de aantrekkingskracht ervan op de jeugd. Volgens veel traceurs is dat onvermijdelijk. ‘Ik ben het niet eens met de commercialisering van parkour, maar het is al te laat’, vindt Jonathan ‘Drunkm0nk’ Rooney, 26 jaar en leider van pk514, een groot team in Montreal. Sommigen menen dat ze maar het beste kunnen profiteren van het reclamepotentieel van de sport, omdat anderen het anders zullen doen. Anderen verwelkomen de sponsors, omdat parkour daardoor de erkenning krijgt die het volgens hen verdient. Adidas was één van de eerste merken die zich aandiende: het is de sponsor van Urban FreeFlow, een groep traceurs in Londen en New York. In januari heeft het bedrijf een parkourschoen in Europa gelanceerd, de Adidas Hyperride. De schoen heeft ‘de eerste over de gehele lengte gestructureerde middenzool ter wereld’ en moet ‘half landingsbaan, half afzetbaan’ zijn om traceurs te helpen ‘sneller te bewegen, vlugger af te zetten en soepeler neer te komen’. Danno, een fanatieke traceur die dagelijks traint en er drie of vier paar hardloopschoenen per jaar doorheen jaagt, heeft geen hoge dunk van de nieuw schoen van 140 euro. Hij heeft twijfels over de bovenkant (‘die scheurt na een tijd open’) en over het materiaal waarvan de zool is gemaakt (‘het soort rubber dat heel snel slijt’). Zijn oordeel: ‘Ik ben niet van plan om zoveel uit te geven aan schoenen die binnen de kortste keren kapot zijn.’ Toch is de Hyperride waarschijnlijk de voorbode van een stroom parkourproducten, die allemaal overbodig zijn, gezien het karakter van de sport: behalve schoenen heb je alleen gemakkelijke kleren en een avontuurlijk karakter nodig. Maar net als skateboarden heeft parkour een goed verkoopbaar imago. Het is al gebruikt voor de promotie van Toyota, Siemens’ mobiele telefoons en Merrellschoenen in Europa. In de media wordt parkour vaak beschreven als ‘skateboarden zonder skateboard’, een vergelijking die onvermijdelijk is, maar waaraan veel traceurs zich ergeren. Ze distantiëren zich van de sensationele wendingen en stops die de essentie zijn van skateboarden. Die zouden niet thuishoren in een sport met de nadruk op vloeiende en voorwaartse bewegingen. Traceurs zijn ook bang dat het hele idee van parkour wordt bedorven als het op dezelfde manier wordt ingepakt en verkocht als met skateboarden is gebeurd – denk maar aan Airwalk hoodies, de X Games en Tony Hawk videospelletjes. (Er ís trouwens al een videospel gebaseerd op parkour, Free Running, voor Playstation Portable. De spelers kunnen hun hoofdfiguren kleding van Adidas aantrekken, met onder meer... de Hyperride-schoen.) De skateboardcultuur staat ook, al dan niet terecht, bekend om haar graffiti en vernielzucht, die tot dusverre niet bij parkour horen – het gaat bij deze sport om de herovering van openbare stedelijke ruimte, niet om de aantasting ervan. Veel traceurs waren vroeger skateboarders die deze subcultuur onnodig negatief vonden. Wolfbeta vertelt dat ‘één nieuwe jongen een keer vroeg of de mensen net zo erg waren als bij skateboarden’. Bij parkour hoort een diep gewortelde gemeenschapszin, waardoor het zich van andere sporten onderscheidt. ‘Er is helemaal geen concurrentie, niemand lacht je uit als je iets niet kunt’, vertelt Ferret. Danno vult hem aan: ‘Iedereen wil iedereen beter zien worden en beter zien presteren.’ Onder traceurs heerst een oprecht gevoel van allen-voor-één: beginners worden verwelkomd en ze stimuleren elkaar tot steeds hogere niveaus (lichamelijk en anderszins), maar ze weerhouden elkaar er ook van om domme risico’s te nemen. Natuurlijk gebeuren er ongelukken. Een jongen in Montreal heeft zijn voortanden verloren toen hij over een picknicktafel draaide. Wolfbeta moest na een mislukte apensprong (die zo heet vanwege de beweging waardoor je eruitziet als een aap) twee maanden lang een duimspalk dragen. Veteranen zoals Danno hebben tendinitis in hun knieën. Drunkm0nk kwam een keer in het ziekenhuis bij met zes hechtingen, toen hij van bijna vijf meter van een dak was gevallen en met zijn hoofd op een steen terecht was gekomen, een ongeluk dat ‘over de hele wereld werd gehoord’. En zijn twee gevallen bekend van jongens die zijn omgekomen toen ze stunts nadeden die ze in een film hadden gezien. Er bestaat een lijst van basisbewegingen op de grond, zoals rollen, apensprongen en precisiesprongen, maar de aandacht van de media gaat vooral uit naar de grote, spectaculaire bewegingen, zoals daksprongen. ‘Je hebt nu veel mensen die alleen maar van dingen af willen springen’, zegt Wolfbeta. ‘Het eerste wat we anderen leren, is hoe ze moeten vallen en rollen. Als je de basis niet beheerst, gaat het elke keer mis.’ Terwijl ik daaraan denk, kijk ik bezorgd toe terwijl de jongens onder leiding van Danno over de richel gaan langs de zijkant van een universiteitsgebouw. De richel is ruim viereneenhalve meter boven de grond. Terwijl de traceurs zich naar de achterkant begeven en de scherpe randen van het gebouw vermijden, klopt er iemand in het gebouw op een raam. Ferret schreeuwt: ‘Beveiliging komt eraan!’ Parkour is niet illegaal, tenzij de traceurs op verboden terrein komen of eigendommen beschadigen. Volgens pkTO-leden worden ze door politie en bewakingspersoneel meestal met rust gelaten. Hoe dan ook, ze blijven zelden lang genoeg op één plaats om de aandacht te trekken. In Montreal gaat Drunkm0nk zelfs op agenten af om uit te leggen wat hij van plan is. ‘Ik probeer de politie op te voeden voor de volgende generatie traceurs, zodat ze ons niet als insluipers beschouwen.’ Veel traceurs doen hun best om ervoor te zorgen dat het imago van parkour niet alleen onbezoedeld blijft, maar ook in overeenstemming met zijn oorsprong. Danno en andere prominente traceurs hebben onlangs de Canadese Parkour Association opgericht als vertegenwoordiging van de sport in hun eigen land. ‘De intentie is de verspreiding van de boodschap van parkour en het handhaven van de ware bedoeling, definitie en filosofie van parkour’, verklaart Danno. ‘Daar kunnen ze naartoe als ze twijfelen, daar gaat het om de diepere betekenis.’ Net als andere parkourpuristen overal ter wereld is Danno bang dat de sport nu al wordt bedorven – zowel door berichten in de media die geobsedeerd worden door de roekeloze aspecten ervan, als door verkeerd ingelichte traceurs die ondanks hun goede bedoelingen de sport verkeerd afschilderen of ervan proberen te profiteren. Na drie uur worden de jongens moe. Voordat ze naar Chinatown gaan om een hapje te eten, houden ze nog één keer halt om Ferret de gelegenheid te geven nog een laatste horde te nemen. Acht weken geleden heeft hij zijn voet gebroken bij een apensprong over een verbindingsgang achter de universiteitsbibliotheek, waarbij hij van bijna twee meter naar beneden viel en een harde landing maakte op een stoeprand. Hij moet dezelfde sprong een keer goed afmaken voordat hij mentaal verder kan. Zijn maten staan om hem heen om hem aan te moedigen en een beetje te plagen. Ferret heeft een paar minuten nodig om zich voor te bereiden. Als hij zover is, moet hij nog een paar keer wachten op mensen die gebruikmaken van de verbindingsgang om gewoon te lopen – die mensen zijn er ook nog. Eindelijk kan hij zich afzetten. Zijn handen gaan naar de bovenkant van de muur en hij trekt zijn knieën op tot zijn borst. Zijn donkere silhouet vliegt over de muur en landt met een zachte plof op het trottoir. Hij staat op en schreeuwt ‘Trut!’ tegen de hinderlijke stoeprand, terwijl zijn vrienden applaudisseren en ik de lucht uitadem die ik al een hele tijd inhield. ‘Nog eens’, roept Danno. Ferret protesteert niet. Hij doet het nog eens, ditmaal sneller. Het doel is, met dank aan Bruce Lee: ‘Spelen, maar serieus spelen.’ Met toestemming bewerkt en overgenomen van This Magazine (mei/juni 2005) Canada’s belangrijkste bron voor alternatieve visies op sociale en culturele zaken volgens het motto: ‘Omdat alles politiek is.’ Informatie over abonnementen: This Magazine, 401 Richmond St. W. #396, Toronto, ON, M5V 3A8, info@thismagazine.ca, http://www.thismagazine.ca/.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.