Het grote genoegJe staat in een weiland vol wilde bloemen. Denk je: wat méér wilde bloemen zouden niet misstaan? Nee, want de natuur is prachtig en efficiënt – gewoon zoals het is. Een tijdje geleden ben ik op een avond een eind gaan wandelen in een weiland vlak bij mijn huis. Aan de rand van het weiland begint een pad dat het bos in leidt. Ik volgde dit pad ongeveer honderd meter, tot ik uitkwam bij de oever van een klein beekje. Daar ben ik op een steen gaan zitten kijken hoe het water stroomde. Daarna ben ik teruggelopen. Er is niets bijzonders gebeurd. Geen grote dieren die van tussen de bomen te voorschijn sprongen om hun grandeur te tonen. De flora was prachtig, maar niet opzienbarend: boterbloemen, wilde wortel, madeliefjes en lupines. De lucht barstte niet open voor een zomerse onweersbui, de zonsondergang zag er gewoon uit als paarse strepen met een rozige gloed op de onderzijde van de wolken. Enkele muggen lieten weten dat ze er waren. Het was gewoon een heerlijke avond. En gewoon het soort omgeving waarin we al honderdduizenden jaren aan het evolueren zijn, een omgeving die ons heeft gemaakt tot wat we zijn. Een omgeving die we nodig hebben voor onze geestelijke gezondheid – ja, misschien wel om écht mens te kunnen zijn. Het soort omgeving waar we nu steeds verder van verwijderd raken, zodat we langzaam gek aan het worden zijn. De hamvraag van tegenwoordig is: hoeveel is genoeg? In de consumptiemaatschappij die we hebben gecreëerd, is ‘meer’ het enige mogelijke antwoord op die vraag. In ons streven naar meer zijn we steeds dikker geworden, hebben we de temperatuur van onze planeet al een graad verhoogd (met een verwachte stijging van nog eens vijf graden), hebben we toegestaan dat de kloof tussen arm en rijk steeds groter werd – ga zo maar door. En wat zijn we al doende geworden? Gelukkiger? Stel nu dat je in een weiland staat, omringd door wilde bloemen. Denk je dan: wat meer wilde bloemen zouden hier niet misstaan? Kijk je naar de bergen aan de horizon en denk je: zou het mooier zijn als hier wat meer bergen zouden staan? Ga je op de stenen bij het stroompje liggen en denk je: dit stroompje heeft meer stenen nodig? Baalt het roodborstje in die boom daar, omdat ze haar nest niet drie keer zo groot heeft gemaakt? Ik denk het niet. De natuur leert ons wat toereikendheid is. De pracht en efficiëntie ervan laten keer op keer zien wat ‘het grote genoeg’ is. Tijd is een cirkelbeweging in de natuurlijke wereld: volgend voorjaar zijn er weer wilde bloemen. Niet méér wilde bloemen; de omzet voor het tweede kwartaal maakt geen jaarlijkse stijging door. Groei vervangt alleen. De planeet kan niet meer fotosynthese uitvoeren dan ze al doet. Dit leert ons de wijze les van gelijktijdige overvloed en eindigheid. En wederzijdse afhankelijkheid. Het nieuwe wetenschapsterrein van de ecologie laat zich gemakkelijk samenvatten: alles staat met elkaar in verband. Veldbiologen hebben met gevoelige detectoren ontdekt dat de naalden van bomen die in de buurt van rivieren in Alaska staan, hun stikstof halen uit de karkassen van zalmen die aan de oevers sterven – dezelfde zalmen die als voedsel dienen voor de beren, die met hun poten de grond beluchten die... We weten nu dat dit waar is, maar onderlinge verbanden staan gelijk aan vloeken in de kerk van het consumentendom. In dit wereldbeeld is iedereen misschien wel van nut, maar draait alles toch in de eerste plaats om onszelf. Wij geloven dat je geluk kunt halen uit groot zijn, reusachtig en onsterfelijk. De fanatiekelingen denken al aan genetische manipulatie van mensen om nog meer grootsheid te creëren. De rest van de schepping laat ons echter zien dat het best mooi is om ‘slechts’ onderdeel te zijn van een groter geheel. Daarom biedt de natuurlijke wereld ons een manier om na te denken over doodgaan, de grootste angst voor de enige diersoort die zijn eigen ondergang kan voorzien. Als je een klein onderdeeltje van iets groots bent, en dat ‘iets’ is eeuwig en prachtig en betekenisvol, dan lijkt doodgaan minder erg. En dat ondergraaft ongeveer de helft van de redenen waarom je een brave consument zou moeten zijn die het ouder worden voor zich uit probeert te schuiven. Over een half jaar, in de kortste nacht, ligt dit weiland onder een halve meter sneeuw. De meeste dingen die ik nu kan zien, zullen dood zijn of in winterslaap. En nog eens een half jaar later zal het hier weer hetzelfde zijn als vanavond. Reclame, hyperconsumentisme, ultra-individualisme: het is allemaal bedacht om ons gek te maken. Net als een hechte menselijke samenleving is de natuur er om ons mentaal gezond te houden. En je hoeft echt niet naar het oerwoud af te reizen om natuur te ervaren: het park, een kweekbak op terras of balkon, een huisdier, een nachtelijke hemel, of een regenbui zijn ook natuur. Helemaal gratis. Bill McKibben is een Amerikaanse natuurliefhebber, journalist en schrijver van diverse boeken over milieu en consumentisme. Met toestemming bewerkt en overgenomen van Resurgence (maart/april 2005, het sublieme Britse tijdschrift dat spiritualiteit en ecologie weet samen te brengen. Informatie over abonnementen: Resurgence, Jeanette Gill, Rocksea Farmhouse, St. Mabyn, Bodmin, Cornwall, PL30 3BR, United Kingdom, subscribe@resurgence.org, http://www.resurgence.org
|
|
A Single Man
5 tips voor leven in het nu
Het innovatieplatform moet de natuur in
De ontmoeting van wetenschap en spiritualiteit
Duurzame producten op eBay
Magische Bomen die light, warmte en wind energie omzetten in Groene Stroom
Tien boeken, één boom
Haal meer uit jezelf
Mischa, The Netherlands
Fran1951, Nederland
jack70, netherlands
Arend Hulshof,


