Email   Print

Geld moet voor ons werken, niet andersom

Wat is geld? Hebben we méér geld nodig om de problemen in de wereld op te lossen? Of is geld juist de oorzaak ervan? Bernard Lietaer, ex-bankier, meent het laatste. En hij heeft de oplossing: ander geld.

Jurriaan Kamp | 79 september 2005 issue

U heeft geen idee wat geld is. Bernard Lietaer is een te vriendelijke en bescheiden man om het zo te zeggen, maar het is wel de kortst mogelijke samenvatting van zijn boodschap. Als u wel zou weten wat geld is, zoudt u, zouden wij, ervoor zorgen dat we een ander geldsysteem zouden hebben. Alles draait om geld. Dat is meer dan een cliché: het is de dagelijkse ervaring van ongeveer elke wereldburger die niet deel uitmaakt van een inheemse stam in het Amazonegebied. En die dagelijkse ervaring betreft vooral een voortdurend tekort aan geld. Er is te weinig geld om de kinderen naar school te sturen. Te weinig geld voor ziekenhuizen, voor de zorg voor steeds meer ouderen die steeds ouder worden. Te weinig geld om de natuur schoon te maken en te houden. Er is heel veel werk dat moet worden gedaan, maar er is geen geld om het te betalen. Wie kent niet het gevoel dat zij graag iets zou willen bijdragen, maar dat er ‘geen geld’ is om die waardevolle bijdrage te betalen? De treurige samenvatting luidt: Als er maar meer geld was, dan zou de wereld en ons leven mooier zijn. Of we zouden ons, zoals Bernard Lietaer, kunnen verdiepen in de betekenis van geld. Hij gaat op het puntje van zijn stoel zitten en vraagt indringend: ‘Heb je wel eens beschouwd hoeveel tijd je besteedt aan geld verdienen of aan het beheren of uitgeven van geld dat je hebt verdiend? En hoe vaak heb je nagedacht over wat geld eigenlijk is? Wij besteden enorm veel energie – en frustratie – aan iets waarvan we verrassend weinig verstand hebben.’ Wat maakt het uit, zou je kunnen zeggen? Maakt het uit dat een vis niet weet dat hij in water zwemt? Is geld niet als het weer: een gegeven? Je verandert er niets aan. De voormalige centraal bankier uit België schudt zijn hoofd, als we elkaar treffen op een eiland voor de kust van Vancouver waar hij een conferentie bijwoont. ‘Dat is precies het verschil. Aan het weer kun je inderdaad niets veranderen. Maar geld is niet door God gemaakt, we zijn vergeten dat het een systeem is dat door mensen is ontworpen. En ik beweer dat dat ontwerp, dat dateert van eeuwen geleden, aan de basis ligt van de meeste problemen in onze samenleving. En het goede nieuws is dat we met een kleine verandering van het geldsysteem een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van tal van die problemen.’ Lietaer stelt voor op grote schaal – naast de gangbare nationale munten – complementaire geldsystemen in te voeren. Dat zijn systemen die zijn gebaseerd op ruilhandel en die transacties mogelijk maken en behoeften kunnen vervullen waarvoor geen ‘gewoon’ geld beschikbaar is. Het voorstel is minder revolutionair dan het lijkt. In de geschiedenis en ook in de moderne praktijk zijn vele succesvolle voorbeelden van dergelijke systemen te vinden: van de bouw van de Europese kathedralen in de Middeleeuwen en tegenwoordig nog steeds tempels in Bali tot de huidige bejaardenzorg in Japan en de frequent flyer-programma’s van de luchtvaartmaatschappijen. De systemen hebben met elkaar gemeen dat zij niet concurrentie, maar juist samenwerking bevorderen; dat zij de gemeenschap ondersteunen, in plaats van ondermijnen; en dat zij belangrijk en waardevol werk mogelijk maken. Lietaer: ‘Complementaire geldsystemen stellen ons in staat om onszelf te zijn, om – letterlijk – onze talenten te verzilveren. Oók als daarvoor geen officiële financiële markt bestaat.’ Volgens hem zijn de mogelijkheden van dergelijke systemen vrijwel onbegrensd. ‘Ik zeg niet dat hervorming van het monetaire systeem alle problemen oplost. Maar ik weet dat geld één van de sleutelfuncties is. Er is eigenlijk niets dat níet met geld te maken heeft. Het is een uiterst noodzakelijk element. Ik ben ervan overtuigd dat we binnen één generatie grote positieve veranderingen kunnen bewerkstelligen.’ Bernard Lietaer ontdekte de verwoestende uitwerking van het heersende monetaire systeem toen hij in de jaren zeventig in Latijns-Amerika werkte. ‘Er werden enorme leningen verstrekt aan onzinnige projecten. De banken smeten met geld. Ik vroeg me af of ik dingen zag die anderen niet zagen.’ Als hoogleraar internationale financiën aan de universiteit van Leuven in België schreef hij een boek over zijn ervaringen in Latijns-Amerika en daarin voorspelde hij een grote schuldencrisis. Het boek kwam in 1979 uit. In 1981 barstte de crisis in Zuid-Amerika los. Zijn drang om bij te dragen aan een hervorming van het monetaire systeem bracht hem naar de centrale bank van België waar hij een aantal jaren betrokken was bij de totstandkoming van de ‘ecu’, de Europese rekeneenheid en voorloper van de euro. Vervolgens werd Lietaer general manager van een valutafonds. In die hoedanigheid vestigde hij de aandacht op zich door opmerkelijke successen. Het Amerikaanse zakenblad Business Week riep hem uit tot ’s werelds beste valutahandelaar. Maar meer nog dan dat was Lietaer intussen een echte ‘geldkenner’ geworden, ingewijd in de diepste geheimen van de monetaire wereld. Dat vroeg om nieuwe boeken. Terwijl hij tussen 1995 en 2000 doceerde aan de universiteiten van Berkeley en Sonoma in Californië werkte hij aan The Future of Money (Random House, 2001, in het Nederlands verschenen als Het geld van de toekomst) en The Mystery of Money (Rieman Verlag, 2002). In die boeken ontrafelt Lietaer het gangbare concept van geld en laat hij zien hoe andere benaderingen andere maatschappelijke gevolgen hebben, zoals duurzaamheid en sociale zorg. Volgens de economieboekjes is geld waardenvrij. Het is niet meer dan een ruilmiddel en het wordt geacht geen effect te hebben op de transacties. Lietaer betwist die visie: ‘Geld is helemaal niet waardenvrij’, stelt hij. ‘Het monetaire systeem is – ook al is dat onbewust gebeurd – geprogrammeerd om een bepaald gedrag te veroorzaken. Het werkt concurrentie en kortetermijndenken in de hand, het dwingt tot economische groei en het onderwaardeert zorg, onderwijs en taken die cruciaal zijn om een samenleving in stand te houden. De economische theorie leert dat mensen concurreren om markten en grondstoffen; ík denk dat mensen in werkelijkheid concurreren om geld.’ Die concurrentie is een direct gevolg van de wijze waarop geld wordt gecreërd. Banken brengen geld in omloop door middel van leningen. Zodra iemand bijvoorbeeld een hypotheek van 100 duizend euro afsluit, ontstaat er geld dat in de economie gaat circuleren. Maar dan komt het: de bank verwacht dat de ontvanger van de lening in de daaropvolgende twintig jaar in totaal 200 duizend euro terugbetaalt aan aflossing en rente. Maar die tweede 100 duizend euro creëert de bank niet. Dat geld – de rente – moet de ontvanger van de lening op de één of andere manier zien te bemachtigen en dat dwingt hem tot concurrentie met anderen. Heel simpel is het zo: er moeten mensen failliet gaan om anderen in staat te stellen hun leningen te kunnen aflossen. Tegelijkertijd heeft rente concentratie van rijkdom tot gevolg: zij die geld hebben, worden ‘automatisch’ rijker. Bovendien dwingt het systeem de maatschappij tot voortdurende economische groei: er móet steeds nieuw geld in omloop worden gebracht om leningen te kunnen aflossen. Lietaer: ‘Mijn conclusie is dat hebzucht en competitiedrang geen inherente menselijke eigenschappen zijn. Die eigenschappen worden voortdurend gestimuleerd door het soort geld dat we gebruiken. Er is meer dan genoeg voedsel en werk voor iedereen. Er is alleen schaarste aan geld.’ Het rentedragende geld staat ook een duurzame economie in de weg. ‘Het milieu is een tijdsprobleem’, zegt Lietaer. ‘Een bedrijf als Shell heeft ongetwijfeld een betere kijk op de energiebehoeften van de volgende eeuw dan welke regering ook. Maar binnen het huidige monetaire systeem kunnen wij Shell de toekomst niet toevertrouwen. Shell moet vandaag winst maken. Een regering draagt de verantwoordelijkheid voor de toekomst van de samenleving.’ Bedrijfsinvesteringen worden afgewogen tegen de rente. Dat leidt voortdurend tot kortetermijnpolitiek. Lietaer: ‘Het is financieel aantrekkelijk om bomen om te hakken, te verkopen en het geld op de bank te zetten. Door de rente groeit het geld op de bank sneller dan de bomen. Zonnepanelen vergen ook investeringen die pas over langere perioden worden terugverdiend. Maar door die lange terugverdientijd leggen die investeringen het af tegen groei van geld dat vandaag met rente op de bank wordt gezet.’ ‘Binnen het huidige monetaire systeem zou je tegenwoordig ook geen kathedralen meer kunnen bouwen (zie kader). Dat waren investeringen van decennia. Overigens: uiteindelijk met – extreem – langetermijnrendement: na achthonderd jaar komen er nog steeds dagelijks mensen naar Chartres om het labyrint in de kathedraal te bekijken – en die mensen zorgen nog steeds elke dag voor de voornaamste klandizie voor de middenstand van de stad.’ Bedrijven proberen steeds meer om het dure, concurrentiebevorderende geld te vermijden. Barter – ruilhandel – neemt nu al bijna 15 procent van de wereldhandel voor zijn rekening en groeit bovendien elk jaar met 15 procent, terwijl de met geld afgerekende handel met 5 procent per jaar groeit. Ruilhandel vormt ook de basis van de complementaire geldsystemen die Lietaer aanprijst als oplossing voor de sociale en ecologische ontwrichting die het gangbare geld veroorzaakt. De opkomst van complementaire geldsystemen begon twintig jaar geleden in Canada met Lets, Local Exchange Trading Systems. In gemeenschappen werden lokale valuta uitgegeven waarmee onderlinge diensten werden verrekend. U repareert de auto van uw buurman en met de opbrengst aan lokale valuta betaalt u mij om uw huis te verven. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan vijfduizend van zulke systemen actief in gemeenschappen met tussen vijfhonderd en vijfduizend mensen. (Voor Lets-systemen in Nederland: kijk op www.letsland.nl en www.strohalm.nl.) Daarmee lijkt een hervorming van internationale monetaire systeem nog ver weg. Bernard Lietaer ziet dat anders. ‘Complementaire geldsystemen zijn geen marginale oplossingen meer. Ze hebben weliswaar geen macro-economische impact, maar ze hebben bewezen dat ze werken en dat ze het gedrag van mensen kunnen veranderen. Het is net als met de gebroeders Wright, die bewezen dat een vliegtuig kan vliegen. Dat ging letterlijk met vallen en opstaan en hun constructies waren gammel. Maar het werkte en daarmee maakten zij de weg vrij voor serieuze kwaliteitsvliegtuigen. Dat is ook de pionierswaarde van de Lets-systemen.’ De volgende stap van de complementaire geldsystemen betreft de deelname van het bedrijfsleven. ‘Wat zijn frequent flyer miles anders dan een valuta die wordt uitgegeven door een luchtvaartmaatschappij?’, vraagt Lietaer. ‘Aanvankelijk ging het er vooral om om klanten aan een maatschappij te binden, maar intussen kun je met airmiles ook boodschappen afrekenen in supermarkten, hotelkamers boeken of telefoonrekeningen betalen. En je kan ook ook miles verdienen zónder te vliegen.’ Die betrokkenheid van het bedrijfsleven is, volgens Lietaer, cruciaal voor een verdere doorbraak van de complementaire geldsystemen. In de Verenigde Staten wordt gewerkt aan een systeem waarbij ziektekostenverzekeraars klanten gaan betalen voor gezond gedrag – voor bijvoorbeeld een uur in de fitnessclub. Met dat geld kunnen die mensen vervolgens weer bepaalde dingen kopen: een fiets, biologische voeding, een preventieve acupunctuurbehandeling. Lietaer: ‘Dat is géén gerommel in de marge. Iedereen weet dat de gezondheidszorg in de Verenigde Staten – en in andere Westerse landen – een groot probleem is dat miljoenen raakt. De zorg verslindt geld. Het is een merkwaardig systeem dat er belang bij heeft dat mensen ziek zijn. Immers, anders wordt er geen geld verdiend. Gezonde mensen zijn niet interessant voor de gezondheidszorg, of beter: de medische zorg. Een complementair systeem kan een omgekeerde prikkel geven, zoals in China nog maar een eeuw geleden de arts werd betaald door zijn patiënten als zij niet ziek waren. En hij betaalde hen, zorgde voor hen, als zij ziek werden.’ In Japan zijn complementaire systemen ontwikkeld voor de zorg voor ouderen. Mensen kunnen credits verdienen door boodschappen te doen voor bejaarden of door te helpen met hun huishouden. Met die credits kunnen zij, als zij ziek worden, zelf extra hulp kopen. Of zij kunnen hun credits sturen naar hun zieke moeder. Lietaer: ‘Dit is een voorbeeld hoe een complementair systeem wordt gebruikt om een sociaal probleem op te lossen. Bijna twintig procent van de bevolking van Japan is ouder dan 65 jaar. En dat percentage stijgt verder. Het is ondenkbaar dat de zorg voor die groeiende bevolking van ouderen nog kan worden betaald door het gangbare sociale zekerheidsstelsel. Japan lost dat op met een nieuwe complementaire valuta, die ook nog eens de sociale structuren in het land ondersteunt.’ In Duitsland werken overheden in samenwerking met banken aan een complementair geldsysteem voor een miljoen deelnemers. In Brazilië bestaat een plan om onderwijs voor arme gezinnen te financieren met een complementaire valuta. Bernard Lietaer blijft enthousiast nieuwe voorbeelden beschrijven. ‘Geld is niet méér dan een afspraak om iets te gebruiken als een ruilmiddel. Geld is geen ding. Het is een afspraak, zoals een huwelijk of een zakelijke overeenkomst. En daarom kun je altijd een nieuwe, andere afspraak maken.’ Lietaer weet dat geld de wereld kan veranderen: ‘Ik kies ervoor om optimistisch te blijven. Ik kan zien hoe een dollarcrisis de wereldeconomie kan doen instorten. Vergeet niet dat in de afgelopen 25 jaar bijna negentig landen een ernstige valutacrisis hebben meegemaakt. Maar ik weet ook dat we met elkaar over alle kennis en middelen beschikken om een vreedzame evolutie mogelijk te maken. Ik wil helpen om die creativiteit vrij te maken. Om geld te ontwerpen dat voor óns werkt, in plaats van wíj voor geld.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments (1)

Het boek “Het geld van de toekomst” van Bernard Lietaer is in zijn geheel beschikbaar als wikiboek op

aardnoot.nl/Het_geld_van_de_toekomst

Succes en plezier,

Martien van Steenbergen 06 53 54 59 60 aardbron.nl/cat/geld

posted by Martien on 3/18/2009 10:50 am

Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.