Email   Print

Hoe Philips verdween uit Hasselt

De Philips-fabriek was de trots van het Belgische Hasselt, maar werd in 2002 gedwongen de poort te sluiten. Het werk verhuisde naar Oost-Europa, Taiwan en China, want hier zijn werknemers goedkoper. Deze ‘outsourcing’ staat symbool voor een verschuiving van het zwaartepunt van de wereldeconomie naar Azië, waar nieuwe mogelijkheden ontstaan voor werk en ontwikkeling. Ode reisde Philips achterna voor een reconstructie over de worstelingen van een multinational die wil overleven in een harde concurrentiestrijd.

Marco Visscher | 78 juli 2005 issue

Het terrein is een mengsel van een nog in te lossen belofte en vergane glorie. Terwijl op een uitgestrekt parkeerplaats een nieuw kantoorcomplex wordt gebouwd, telt het ‘Business Park’ aan de Kempische Steenweg in het Belgische Hasselt, nabij Maastricht, vele lege gebouwen – wachtend op een eigenaar die er werk kan bieden aan honderden mensen. Maar in Hasselt weten ze dat het zo’n vaart niet zal lopen. Het is moeilijk voor te stellen, dat nog maar enkele jaren geleden deze plek aan de top van de kenniseconomie stond dankzij één enkel bedrijf: Philips, Europa’s grootste producent van elektronica. De cassetterecorder, de cd-speler met de allereerste cd’s, de dvd-speler: hier werden ze uitgevonden en ontwikkeld. ‘Made in Belgium’ stond dan op het etiket aan de onderzijde van die apparatuur. En Hasselt was er trots op. Sinds de opening van de fabriek in 1954 – waar destijds platenspelers werden gemaakt – is de lokale economie verstevigd; in 1970 werkten er meer dan vijfduizend mensen, zoveel als eenachtste van de inwoners van Hasselt. In de jaren negentig werd het onrustig in de Hasseltse fabriekshallen. Saneringen, reorganisaties en herstructureringen werden dagelijkse begrippen op de werkvloer. Overplaatsingen van de massaproductielijnen naar nieuwe fabrieken in Polen en Hongarije deden het ergste vrezen. Maar Philips zegde toe dat de vestiging in Hasselt zich zou concentreren op de ontwikkeling van nieuwe toepassingen voor cd en dvd. Er zou een kleine productielijn overblijven voor de fabricage van de eerste exemplaren. Het zelfvertrouwen werd in 2001 verder opgepoetst toen de dvd-recorder die in Hasselt was ontwikkeld en geproduceerd, een prestigieuze Europese prijs won. Philips verklaarde dat de volledige productie voorlopig nog in Hasselt zou blijven. De nabije toekomst leek veiliggesteld. Maar een jaar later, op 3 december 2002, kregen de 1415 werknemers te horen wat ze al langer vreesden: hun vestiging zou sluiten. De staking, enkele weken daarvoor, had niets uitgehaald. Royal Philips Electronics NV had besloten de ontwikkeling van dvd-recorders over te plaatsen naar thuisbasis Eindhoven en de productie naar Taiwan. Een paar maanden later sloten de deuren van het ‘kenniscentrum’ Hasselt. ‘Vroeger was West-Europa het Mekka van de elektronica-industrie, maar door de toegenomen communicatiemogelijkheden is de wereld zo klein geworden dat je over de hele aardbol dezelfde activiteiten kunt laten doen.’ ‘Dat is nu globalisering. Door die kleinere wereld is er een moordende concurrentie ontstaan.’ Dit gesprek is niet het gesprek tussen twee economen of geleerden die hun visie op de wereldeconomie ventileren. Dit is het gesprek tussen Johnny Nijs en Albert Mouchaers, die beiden werkten in de Hasseltse fabriek van Philips toen deze sloot. Nijs heeft er dertig jaar gewerkt, Mouchaers zestien jaar. Zij hebben ondervonden wat het is als mensen die vele landsgrenzen verderop zitten, beginnen mee te draaien in de mondiale economie – en goedkoper blijken. Over die mondiale economie is de website van Philips België duidelijk: ‘De strijd op de wereldmarkt wordt gestreden op het scherp van de snede’, staat er te lezen. Inderdaad, Philips, Sony, Samsung, Toshiba en Panasonic en al die andere producenten van luxe elektronische apparaten strijden voortdurend om de gunst van consumenten en investeerders. De noodzaak om goedkoper en beter te zijn dan de concurrentie is overduidelijk, nieuwe uitvindingen en snufjes volgen elkaar in een razend tempo op. ‘Als je in deze race een klein beetje achterloopt, zit je in de rode cijfers voor je het weet. Die achterstand is dan nauwelijks in te halen.’ De analyse komt van Frits Schuitema, de toenmalige directievoorzitter van Philips België. Van achter zijn bureau nabij het Brusselse Zuidstation maakt hij duidelijk dat de afdeling Optical Storage (gegevensopslag voor cd- en dvd-toepassingen), waartoe ook de fabriek in Hasselt behoorde, maandelijks een verlies van tenminste 11 miljoen euro noteerde, grotendeels gemaakt in Hasselt. Een onhoudbare situatie. ‘Als je de cijfers kent over een langere periode’, zegt Schuitema, ‘weet je dat er geen keuze was.’ De afdeling waarin Hasselt zo’n zwakke schakel was, moest winstgevend worden. En snel ook, besloot de directie van Philips. Het concern had een rampjaar achter de rug: in 2001 leed het bedrijf een historisch verlies van 2,6 miljard euro. De economische tegenwind zat vooral in de afdeling die ‘consumentenelektronica’ wordt genoemd. Gerard Kleisterlee, de zojuist aangetreden voorzitter van de raad van bestuur van Philips, kondigde een jaarlijkse besparing van 1 miljard euro aan, bijna 700 miljoen euro meer dan eerder was aangekondigd. Ofwel: Hasselt was gewaarschuwd toen het licht in de fabriek werd uitgedraaid. ‘Philips stond voor goede lonen, voor goede sociale voorwaarden en voor werkzekerheid tot je pensioen – dat is wel even veranderd.’ (Jean Bos, werkzaam bij Philips Hasselt van 1970 tot 2002) In de jaren negentig – toen Philips bijna failliet was gegaan – was de ene radicale reorganisatie nog niet afgerond of de volgende begon al. Rondes van wereldwijde bezuinigingen en tienduizenden ontslagen volgden elkaar snel. Philips kreeg te lijden van de teruglopende vraag naar elektronische producten op de belangrijkste westerse markten en ook van een beurs die maar niet omhoog wilde klimmen uit een dal. En dan waren er natuurlijk de geflopte innovaties. De cd-i, bijvoorbeeld, werd compleet weggeblazen door concurrent Sony, dat met PlayStation een veel spannender variant had. De ontwikkeling van mobiele telefoon handsets verliep dramatisch en werd stopgezet. De flatscreen-televisies verkochten aanvankelijk niet – al helemaal niet in de Verenigde Staten, omdat Philips daar een goedkope reputatie heeft, terwijl er een prijskaartje van 15 duizend dollar aanhing. Toen er interesse van consumenten kwam, kwamen concurrenten snel met hun eigen variant en prijsden Philips volledig uit die markt. Het is de treurzang van een innovatieve onderneming (meer dan honderdduizend patenten) die veel van haar vondsten grote successen zag worden – met name voor de concurrenten. De schuldige volgens velen: een slecht functionerende marketingafdeling die het werk van de knappe koppen niet wist te verkopen. Toch waren de cijfers in de jaarverslagen overtuigend. In 1996 was er nog een nettoverlies van 268 miljoen euro. Een jaar later was er een winst van 2,6 miljard euro, daarna zelfs 6 miljard euro. In 1999 zakte dat naar 1,8 miljard euro en toen kwam het historische hoogtepunt: 9,6 miljard euro. Juist, toen een jaar later het recordverlies werd genoteerd, moesten er koppen rollen... Want de aandeelhouder blijkt grillig. Om de nodige kosten te besparen en om iedere tegenslag voor te zijn, zou Philips nog meer van het eenvoudige handwerk uitbesteden aan regio’s of bedrijven die het voor minder konden doen. Dat was niet nieuw. Al vele jaren wordt kleding, schoenen, speelgoed en goedkope elektronica geproduceerd in landen als Mexico en India, waar de lonen laag liggen en gunstige regels bestaan voor bedrijven om zich er te vestigen. Philips zou zich erin gaan specialiseren. ‘Ik weet dat ik mijn werk kwijt ben, de Hongaren weten dat nog niet.’ (Carine Put, werkzaam bij Philips Hasselt van 1985 tot 2002) Een deel van het werk van Hasselt werd vanaf 1997 steeds vaker verplaatst naar de Hongaarse zusterfabriek in Györ, ten westen van Budapest. Het is niet moeilijk te raden waarom het lokale industrieterrein – nabij de grenzen met Oostenrijk en Slowakije – een aantrekkelijke keuze is voor buitenlandse investeerders: er geldt een belastingvrijstelling en het faillissement van de Hongaarse industrie heeft de infrastructuur niet vernietigd en zelfs gezorgd voor een groot aanbod van potentiële werknemers. Zij zijn goed opgeleid, gedisciplineerd en nauwelijks geneigd zich aan te sluiten bij een vakbond, terwijl zij genoegen nemen met lage lonen. Afhankelijk van de drukte werken in deze fabriek van Philips tussen de twee- en drieduizend mensen, voornamelijk vrouwen. In de fabriek – 65 duizend vierkante meter groot – staan de rijen dichter op elkaar geplaatst; kennelijk zijn de regels voor werkomstandigheden hier soepeler dan in België. ‘Echt erbarmelijk’, noemt Julika Kovacs de omstandigheden in de fabriek toen ze hier op de cd- en dvd-afdeling kwam werken, acht jaar geleden. Maar in de voorbije jaren heeft ze ook verbeteringen geconstateerd: er zijn nu betere stoelen, er is air conditioning gekomen, een cafetaria, een rookruimte, een douche en kleedruimte. Verder is het basisloon verdubbeld, terwijl nu ook overuren worden uitbetaald. Toch kan Kovacs met moeite haar rekeningen betalen. Ze verdient 445 euro bruto in de maand, 320 euro netto. De onrust die enkele jaren geleden door de fabriek van Hasselt spookte, is nu voelbaar in de fabriek van Györ. ‘De cd-productie is al verhuisd naar de Oekraïne’, weet Kovacs die beseft dat de lonen daar lager liggen. ‘En we hebben gehoord dat Philips onze productie naar China wil verhuizen.’ Dat betekent dat er ontslagen zullen vallen. Het is duidelijk waarom ze vrezen voor hun baan. Een voorproefje van de toekomst van Philips Györ – en de mensen die er werken – is te zien in het uitgestrekte industriepark van de Hongaarse stad. Een korte rit leert dat veel fabrieken leeg staan of slechts op halve toeren draaien; bij Hongarijes grootste autofabrikant Rába is het aantal werknemers teruggelopen van 21 duizend naar 2500. Van de 2800 werknemers zal Philips Györ er aan het einde van dit jaar nog 1500 overhouden, bevestigt het Hongaarse management. Veel werknemers hebben een tijdelijk contract dat niet zal worden verlengd. Van de mensen met een vast contract, zijn er slechts enkelen aangesloten bij een vakbond; Kovacs schat dat zo’n zeventig werknemers lid zijn. Die kleine achterban zal zich vermoedelijk niet sterk genoeg kunnen maken om af te dwingen dat er goede regelingen komen voor de mensen die hun baan verliezen – een wezenlijk verschil met de werknemers in Hasselt, voor wie een heel traject is uitgestippeld om ze te begeleiden naar een nieuwe baan. Wie zorgt er voor de ontslagen werknemers in Hongarije? ‘Met onze sociale zekerheid moeten wij concurreren met tegen mensen die geen sociale zekerheid hebben. Dat maakt ons duur. Dat is oneerlijke concurrentie.’ (Marc Deckers, werkzaam bij Philips Hasselt van 1985 tot 2002) Terwijl Oost-Europa dus te duur wordt, staan andere landen te dringen om het werk. Azië is een aantrekkelijk gebied voor goedkope arbeid. En China spant de kroon. Sinds 1985 is Philips actief in China, het land dat de wereld verbaast met zijn onstuimige economische groei. Met 20 duizend werknemers in 35 bedrijven (met name voor de productie van televisies, dvd’s, geluidsappartatuur en lampen) is China dé fabriek van Philips geworden – zoals van zoveel andere westerse concerns. Ongeveer een kwart van alle producten van Philips wordt in China gemaakt, goed voor een omzet tussen de 8 en 10 miljard euro. Dat is niet alléén vanwege de lage lonen en goed geschoolde werknemers, China wordt ook een steeds belangrijker afzetmarkt. In 2003 bijvoorbeeld steeg de verkoop in China met 34 procent. China is bezig de Verenigde Staten te verdringen als grootste afzetmarkt voor Philips. De oostwaartse bewegingen van Philips staan symbool voor de verschuiving van het economische zwaartepunt richting Azië, waar met name China en India – met samen ruim twee miljard inwoners – razendsnel opklimmen in de pikorde van de wereldeconomie. Gerard Kleisterlee, die topman van Philips China was voor hij de allerhoogste functie binnen het bedrijf zou bekleden, heeft zich al eens – in een staaltje oorlogstaal – laten ontvallen dat er in China en India ‘nog grote markten zijn die niet zijn ontgonnen, zoals het platteland’. Hij wees op een radio die Philips verkoopt in India voor anderhalve dollar – met zulke prijzen worden arme mensen als consumenten benaderd. Daarmee lijkt Philips de jacht te hebben geopend op een nieuwe en nog grotere afzetmarkt. De fabriek waar het werk uit Hasselt naartoe is gegaan, bevindt zich nu niet meer in Taiwan, maar in Shanghai. Als je in deze megastad eerst de uitdijende zee van torengebouwen van het ‘oude’ centrum achterlaat, vervolgens het nieuwe centrum Pudong doorkruist en na enige tijd de toegangspoort van vrijhandelszone Wai Gao Qiao in het vizier krijgt, ben je er. Tussen de vele, vele fabrieken op dit immense terrein staat ook die van Philips, sinds 1996 dag en nacht geopend, zeven dagen per week. In drukke perioden werken er bijna vierduizend mensen, vrijwel uitsluitend vrouwen uit de dorpen op het Chinese binnenland. Zij verdienen per maand 70 euro netto, voor een werkweek die officieel op 48 uur is gezet. Overnachten doen ze op enorme slaapzalen. Maar met hun werk bij Philips treffen ze het. Bovenop het salaris betaalt Philips voor de huisvesting en er wordt geld opzij gezet voor medische voorzieningen en een pensioen- en werkloosheidsuitkering – in het Westen geen onbekende arbeidsvoorwaarden, maar in China proberen veel ondernemingen aan de regels te ontsnappen. In Shanghai is Danny Ceunen ‘kwaliteitsmanager’ in de Philips-fabriek. Ceunen staat langs een lijn waar een dvd-toepassing in elkaar wordt gezet en wijst op een minuscuul onderdeel waarin de laser en de lens zitten die het hart vormt van alle elektronische apparatuur: ‘Deze lijn is in 1998 ontwikkeld in Hasselt en heeft er gedraaid tot 2001. Daarna is deze lijn naar Shanghai verhuisd. Dit is eigenlijk het enige dat nog is overgebleven uit Hasselt.’ ‘Ik denk dat de volgende trend is dat er niet meer in Shanghai wordt geproduceerd, maar verder landinwaarts in China en in andere lageloonlanden in Azië. Er zijn er nog veel: Vietnam, Cambodja.’ (Heinz Esser, werkzaam bij Philips Shanghai) Terwijl de fabriekshallen in Hasselt al enkele jaren zijn gesloten en een andere fabriek in Lommel (met 600 werknemers) onalngs is doorverkocht, telt België nog Philips-fabrieken in Turnhout (2300 werknemers), Brugge (800), Leuven (400) en Dendermonde (400). De vraag is: hoe lang nog? Daarover doet de directie van Philips België geen uitspraken, maar opvallend openhartig is Henk Coppens, als directeur van de afdeling Lightning hoofdverantwoordelijk voor de fabriek in Turnhout: ‘Eenvoudige lampen zult u in Turnhout niet meer zien’, legt hij uit. ‘Producten waarmee wij het verschil niet maken, gaan naar Polen of China. Elke keer vragen we ons af: waarom blijven wij het hier doen? Als we die vraag niet meer kunnen beantwoorden, stoppen we ermee in Turnhout. Want de goedkoopste worden we nooit. Uiteindelijk zijn het de loonkosten die bepalen waar je produceert, en dan is het duidelijk: dat is niet Turnhout, niet België, niet West-Europa.’ Daarmee heeft Coppens gewezen op de overlevingsstrategie van het Westen: vooroplopen bij de ontwikkeling van nieuwe producten, terwijl de productie van het eenvoudige werk doorschuift naar lageloonlanden. Turnhout wordt dan ook een ‘kenniscentrum’ genoemd, de wereldwijde koploper in verlichtingstechnologie. Maar wacht eens, zo’n status werd ook toegekend aan Hasselt... Coppens: ‘Meer dan ooit geldt: zeker ben je nooit.’ Voor zijn afdeling heeft Coppens ook in China een fabriek geopend. Niet in Shanghai, maar verder landinwaarts in Malu, want, zoals Coppens zegt: ‘Voorheen zaten we in het centrum van Shanghai, maar juist vanwege de loonkosten zijn we een stukje buiten de stad beland. Als het ook hier voor bepaalde producten te duur wordt, trekken we weer verder: in China of naar Vietnam, of naar Rusland, waar we ook actief zijn. Deze trein stopt nooit.’ ‘Een multinational bestaat om winst te maken. Daarrmee zul je moeten leren leven.’ (Johnny Nijs, werkzaam bij Philips Hasselt van 1972 tot 2002) Hoe is het met de 1415 werknemers die in de fabriek van Hasselt werkten toen deze werd gesloten? Precies een jaar later maakte Philips bekend dat voor 800 van hen ‘een passende oplossing’ was gevonden. Mensen met administratieve taken of een leidinggevende functie werden in enkele gevallen overgeplaatst naar een andere vestiging van Philips of konden aan de slag bij andere bedrijven die zich in Hasselt op het terrein van Philips vestigden. Maar voor de honderden werknemers die handenarbeid verrichtten aan de lopende band was het veel lastiger om ander werk te vinden. Bovendien: ruim 200 werknemers zijn met ‘brugpensioen’ gegaan, een constructie in de Belgische wet waardoor na een ontslag mensen vanaf 50 jaar met pensioen mogen. Anderen, zoals Carine Put, kozen voor een vertrekpremie en zoeken nog steeds naar werk via het ‘loopbaantrefpunt’ dat Philips voor zijn personeelsleden heeft ingeschakeld. ‘We willen helemaal geen geld of regelingen zoals een pensioen,’ zegt Put, ‘we willen werk. Ik en vele anderen waren althans van plan om tot ons pensioen bij Philips te werken.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.