Email   Print
Share  

Dierenpark

Vier verhalen over Moeder Natuur

Paulo Coelho | 78 juli 2005 issue

De katten en de leeuw Een leeuw zag een groepje katten die druk zaten te praten. Dat wordt een lekker hapje, dacht hij. Er kwam echter een vreemde rust over hem, en hij besloot bij hen in de buurt te gaan liggen om te horen wat ze te zeggen hadden. ‘Het is wat’, verzuchtte één van de katten, zonder dat hij de leeuw had opgemerkt. ‘We hebben de hele middag gebeden dat God het muizen zou laten regenen…’ ‘…en niet één muis gezien’, vulde een andere kat aan. ‘Misschien bestaat God wel niet.’ Uit de hemel kwam geen reactie en de katten verloren hun geloof. De leeuw stond op, vervolgde zijn weg. ‘Krijg nou wat’, dacht hij. ‘Wil ik die dieren opeten, houdt God me tegen.’ De katten vallen van hun geloof af, druk als ze het hebben met het vaststellen van wat ze níet krijgen, terwijl ze geen oog hebben voor de bescherming die ze ondertussen wél krijgen. De margriet ‘Ik ben een margriet in een heel veld margrieten’, dacht de bloem. ‘Met al die andere om me heen kunnen ze onmogelijk zien hoe mooi ik ben.’ Een engel hoorde wat de margriet dacht, en zei: ‘Maar je ben zo oneindig mooi!’ ‘Jawel, maar ik wil uniek zijn!’ Om geen geklaag meer te horen, nam de engel de margriet mee en plantte haar in een parkje in een dorp. Een paar dagen later kwam de burgemeester samen met een tuinman kijken hoe ze het park anders zouden inrichten. ‘Er staat hier niets bijzonders. Spit de boel maar om en plant er maar geraniums.’ ‘Hola! Wacht eens even!’ riep de margriet. ‘Als jullie dat doen, brengen jullie mij om zeep!’ ‘Als we meer van jouw soort hadden, zouden we hier prachtige perken kunnen maken’, antwoordde de burgemeester. ‘Maar er is hier verder geen margriet te zien, en jij in je eentje maakt nog geen park.’ En daarop rukte hij de bloem uit de grond. De stekelvarkens Tijdens de IJstijd vroren veel dieren dood. De stekelvarkens onderkenden de moeilijke situatie waarin ze verkeerden en besloten een groep te vormen; op die manier konden ze elkaar warm houden en beschermen. Maar als ze zo dichtbij elkaar waren, verwondden ze elkaar met hun stekels en daarom ging ieder zijns weegs. Opnieuw vroren er stekelvarkens dood. Dus moesten ze kiezen: óf voorgoed van de aardkorst verdwijnen, óf elkaars stekels accepteren. Heel wijs besloten ze weer bij elkaar beschutting te zoeken. Ze leerden samen te leven, ondanks de wondjes die ze door de wederzijdse nabijheid opliepen, want de warmte van de ander was belangrijker. En de stekelvarkens overleefden. De boom Een boom hing zo vol appels dat haar takken niet langer konden bewegen als het waaide. ‘Waarom ruis je niet?’ vroeg de bamboe. ‘Per slot van rekening zijn we allemaal wel een beetje ijdel en willen we toch graag de aandacht trekken.’ ‘Ik hoef niet te ruisen’, antwoordde de boom. ‘Een betere reclame dan mijn appels is er niet.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: