|
|
Niet meer bang voor angst
Hoe u zich kunt weren tegen de dreiging van onheil
Britten staan erom bekend iedere andere zin te beginnen met de woorden I’m afraid… Waarom doen ze dat? Is het typische Britse beleefdheid of het gevoel voor understatement? Of zijn Britten inderdaad bang? Afgaande op de hoeveelheid videocamera’s die het land rijk is, zou je zeggen: het laatste. Meer dan een miljoen openbare camera’s hangen er inmiddels en al lang niet meer alleen bij banken, politiebureaus en regeringsgebouwen. Ze hangen ook in winkelcentra, stations, stadions, benzinepompen, uitgaanscentra en restaurants. Waarom zijn de Britten bang? Omdat hen dagelijks wordt verteld dat ze bang moeten zijn – voor terroristen, dieven, geweldplegers, verkrachters, buitenlanders, pedofielen, hooligans. Dat de Engelse boulevardkranten dagelijks angst verspreiden, is al lang bekend. Nieuw is dat de Britse regering tegenwoordig actief meewerkt aan het aanwakkeren van angst, en helaas is de Britse regering daarin niet uniek. Sinds de aanslagen op 11 september 2001 gebruiken steeds meer regeringen de angst onder de bevolking als reden om vrijheden in te perken. New Internationalist (maart 2005) signaleert een zorgwekkende trend: naast nog meer camera’s worden identiteitskaarten, irisscans, bloedvatscans en stemscans de normaalste zaak van de wereld. In Duitsland, Spanje, Engeland en Maleisië worden smartcards ontworpen. Als je daar straks niet zo’n kaart op zak hebt, kun je niet solliciteren, geen hotelkamer of vliegtuig boeken en zelfs niet op internet surfen. Naast het ouderwetse open stomen van brieven en afluisteren van telefoongesprekken hebben regeringen tegenwoordig een arsenaal aan moderne speeltjes om burgers in de gaten te houden – Echelon bijvoorbeeld, een programma dat telefoongesprekken automatisch op specifieke woorden scant. Iedere e-mail die je stuurt en iedere site die je bezoekt, is terug te vinden op de server van je provider en kan ‘in geval van nood’ door overheden worden opgevraagd. Ook wordt steeds vaker gebruik gemaakt van satellietbeelden om mensen op te sporen. In 2003 werden op deze manier Al-Qaeda strijders in afgelegen delen van Jemen opgespoord. China is van plan in 2020 honderd van dergelijke satellieten in de ruimte te hebben ‘om verschillende soorten activiteiten in de samenleving in de gaten te houden’. Op de luchthaven van Boston wordt ieder gezicht vergeleken met dat van bekende terroristen. Het programma Visionics FaceIt is echter verre van volmaakt. Kenners schatten dat je 9.999 keer een valse alarm nodig hebt om één keer een terrorist op te pakken. Door al deze opsporings- en identificatietechnieken komen steeds meer burgers in databestanden terecht. In de Verenigde Staten staan meer dan 5 miljoen mensen op de zogenaamde US Master Terror Watchlist en lijkt president Bush maar niet moe te worden van zijn eindeloze herhalingen van dat ene woordje, ‘angst’. Zijn slogan is dat vrijheid en angst in oorlog met elkaar zouden zijn. Bush zegt dat we ons niet bang moeten laten maken. Maar iedere keer dat hij het woord ‘bang’ in de mond neemt, redeneert het Britse New Internationalist, herinnert hij eraan hoe angstig mensen eigenlijk zouden moeten zijn. Bush zegt dat hij strijdt voor de vrijheid, maar komt vervolgens met een strategie die de burgervrijheden juist inperkt. Zeg niet dat Corey Robin ons niet heeft gewaarschuwd. In zijn recent verschenen boek Fear: The History of a Political Idea (Oxford University Press, 2004) stelt de Amerikaanse politicoloog: ‘Onze angst voor terrorisme, die wordt georkestreerd en gemanipuleerd door de machthebbers, wordt gebruikt om de structuur en macht binnen de Amerikaanse samenleving te reorganiseren, waarbij degenen die al veel hebben nog meer krijgen en degenen die weinig hebben nog minder zullen krijgen.’ Robin zet de moderne angstbeleving in een historische context en concludeert dat angst diep in de genen zit. Het is zelfs de eerste emotie die Adam en Eva zouden hebben ervaren na hun val uit het paradijs. Met het eten van de appel is het gedaan met de gelukzalige en onschuldige onwetendheid. Zij moeten kiezen tussen goed en kwaad en overzien voor het eerst de consequenties van die keuzes. Dat was het symbolische begin van de beleving van angst. De grote vraag is echter niet of we wel of niet bang zouden moeten zijn, maar hóe we met angst omgaan. Frances Moore Lappé en Jeffrey Perkins schreven er een prachtig boek over: You Have the Power: Choosing Courage in a Culture of Fear (Penguin, 2004). Zij zien angst niet als een negatieve emotie die je verlamt, maar als een positieve kracht die je aanzet tot actie: ‘Het is niet de angst die ons verlamt, maar de ideeën die we over angst hebben.’ Anders met angst omgaan, kan levensreddend zijn, getuige het hartverscheurende verhaal dat zij optekenden van Timothy Njoya, dominee in Kenia. Zijn verzet tegen de autoritaire regering kwam hem duur te staan: op een avond verschenen zeven gewapende mannen die hem de vingers afsneden en zijn buik openreten. Terwijl hij op de vloer lag dood te bloeden, verdeelde hij met bevende stem zijn bezittingen onder de aanvallers. De één kreeg zijn lievelingsbijbel, de ander een kledingsstuk et cetera. Overrompeld door zoveel vrijgevigheid brachten de aanvallers hun slachtoffer in allerijl naar een ziekenhuis, waar hij werd gered. Over angst zegt dominee Njoya: ‘Angst is een energie die van binnenuit komt, niet van buiten. Het is aan ons of we kiezen voor angst, paranoia of euforie – of voor wat we maar willen.’ Ofwel: leven zonder angst is waarschijnlijk niet mogelijk, maar je kunt wel leren leven met angst.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.