Email   Print
Share  

Mediaconcentratie bedreigt democratie

Nieuws wordt gebracht door steeds minder bedrijven. Ted Turner, oprichter van CNN, signaleert een ontwikkeling in de Verenigde Staten die wereldwijd navolging vindt en waarschuwt voor de gevaren hiervan voor het publiek, de democratie – en voor het kapitalisme zelf.

Ted Turner | 76 mei 2005 issue

Aan het eind van de jaren zestig, toen Turner Communications zich nog bezighield met reclameborden en radiozenders en ik een groot deel van mijn tijd besteedde aan zeilwedstrijden, werd een televisiezender in Atlanta te koop aangeboden. De zender maakte per maand 50.000 dollar verlies en had een luisterdichtheid van minder dan vijf procent. Ik besloot de zender te kopen. Toen ik mijn tweede televisiezender wilde kopen, in Charlotte, die er financieel nog slechter voorstond dan de eerste, nam mijn boekhouder uit protest ontslag en sprak de raad van bestuur er zijn veto over uit. Ik besloot een hypotheek op mijn huis te nemen en de zender zelf te kopen. De zender in Atlanta werd een megasucces en de zender in Charlotte, die ik tien jaar later weer verkocht, verschafte mij het kapitaal om CNN op te richten. Beide aankopen droegen bij aan een radicale verandering van het televisienieuws. Tegenwoordig is dit niet meer mogelijk. In het huidige klimaat van fusies kunnen onafhankelijke media eenvoudigweg niet lang genoeg overleven. Dat is de reden dat er geen nieuwe generatie onafhankelijke televisieproducenten is opgestaan – mensen zoals Rupert Murdoch en ikzelf – die de grote jongens uitdagen en de hele bedrijfstak dwingen onderling te concurreren en hun programmering te wijzigen. Er is geen gebrek aan ondernemers die naam willen maken en geld willen verdienen in de mediasector als ze de kans zouden krijgen. De dot.com explosie in de jaren negentig heeft duidelijk laten zien dat de ondernemingsgeest verre van gedoofd is en dat er meer dan genoeg kandidaten zijn die hun geld in nieuwe media-initiatieven willen investeren. Het verschil met vroeger is dat de overheid de regels van het spel heeft veranderd. Toen ik mijn eerste schreden in televisieland zette, namen overheidsinstanties de doelstelling om diversiteit, streeknieuws en concurrentie binnen de mediasector te bevorderen nog heel serieus. Zij wilden ervoor zorgen dat de grote, gevestigde radio- en televisiemaatschappijen – CBS, ABC, NBC – niet alleen zouden bepalen wat het Amerikaanse volk te zien kreeg. Zij wilden dat het onafhankelijke televisieproducenten voor de wind ging, dat meer mensen eigenaar konden worden van een televisiezender. Zij geloofden nog in de waarde van concurrentie. Zo werden na de Tweede Wereldoorlog tientallen kanalen voor onafhankelijke televisieproducenten gereserveerd op de nieuwe UHF-band, zodat zij vaste voet zouden krijgen in de televisiemarkt. Dit heeft mij 35 jaar geleden geholpen bij het oprichten van mijn eigen televisiezender. Maar dat was vroeger. Tegenwoordig zijn de media meer dan ooit in de afgelopen veertig jaar in handen van enkele grote bedrijven, dankzij de voortdurende versoepeling van de eigendomsregels door de toezichthoudende autoriteiten. Mediagiganten bezitten niet alleen radio- en televisiezenders en regionale zenders, maar ook kabelmaatschappijen en studio’s. De volgende cijfers geven duidelijk aan hoezeer de sector inmiddels is geconsolideerd. In 1990 hadden de grote radio- en televisiemaatschappijen – ABC, CBS, NBC en Fox – een geheel of gedeeltelijk aandeel van slechts 12,5 procent in de nieuwe televisieseries die zij uitzonden; het overige deel werd geproduceerd door onafhankelijke televisieproducenten. In 2000 was dit aandeel opgelopen tot 56,3 procent en nog geen twee jaar later was het explosief gestegen tot 77,5 procent. In een dergelijk klimaat worden de meeste onafhankelijke mediabedrijven opgeslokt door grotere bedrijven of voorgoed uit de markt gedrukt. Maar in plaats van de regels aan te scherpen en onafhankelijke zenders de kans te geven een plaats in de markt te veroveren, vervolgt de overheid haar beleid dat de grote spelers in de markt begunstigt. Net als in andere bedrijfstakken spelen ook in de mediasector grote bedrijven een belangrijke rol, maar dat geldt evenzeer voor kleine, opkomende bedrijven. Zelfstandige ondernemers zijn onafhankelijke denkers. Zij weten dat ze niet met de grote jongens kunnen concurreren door hen te imiteren, maar dat ze met nieuwe ideeën moeten komen. Ze maken eerder gebruik van nieuwe technologieën en frisse ideeën. Ze knabbelen aan het marktaandeel van de grote bedrijven, waardoor zij hen stimuleren tot nieuwe werkwijzen. Dit proces bevordert de competitie, wat leidt tot een meer kwaliteit, meer banen en meer welvaart. Dit is de essentie van het kapitalisme. Bij gebrek aan goede regelgeving veranderen gezonde kapitalistische markten in trage markten die in handen zijn van enkele bedrijven – precies de ontwikkeling die zich thans voordoet in de mediasector. Grote bedrijven willen meer winst maken en nemen minder risico’s dan ooit. Ze stoppen vaak met het maken van regionale programma’s omdat er te veel geld mee is gemoeid en ze maken meer nationale programma’s omdat ze goedkoop zijn – zelfs als dit indruist tegen plaatselijke belangen en gemeenschapswaarden. Hun managers staan afwijzend tegenover innovatie, omdat ze bang zijn hun baan te verliezen als hun initiatief niet aanslaat. Tenzij we een klimaat scheppen waarbinnen onafhankelijke mediabedrijven kunnen opereren, zal een gevaarlijk hoog percentage van wat de media ons laten zien worden vervaardigd – of niet worden vervaardigd – vanuit het oogpunt van winstbejag en politiek belang van grote mediabedrijven. Dit zal een negatief effect hebben op de economie en op de kwaliteit van het openbare leven. Begrijp me niet verkeerd: zakelijk gezien is mediaconcentratie een slimme strategie. De topmanagers achter de fusies handelen in het belang van hun bedrijf en houden zich aan de regels. Alleen zouden we die regels niet moeten accepteren. De regels dienen zakelijke belangen, geen maatschappelijke belangen; sterker nog, ze schaden het maatschappelijk belang. Als er geen onafhankelijke mediabedrijven meer zijn, wie komen er dan met nieuwe ideeën? We moeten daarom niet alleen zien te voorkomen dat mediagiganten nog groter worden dan ze al zijn, maar we moeten ook regelgeving opstellen die ertoe leidt dat deze giganten zich in kleinere bedrijven opsplitsen. De overheid verdedigt haar beleid met het argument dat we meer keuze hebben tussen verschillende media dan ooit tevoren. Maar als slechts een paar bedrijven bepalen waaruit we kunnen kiezen, is dat geen keuze. Dat is vergelijkbaar met de situatie waarin een dictator beslist welke kandidaten mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen en vervolgens beweert dat het volk zijn eigen leiders kiest. Verschillende stemmen vertegenwoordigen niet automatisch verschillende standpunten en deze megabedrijven delen allemaal hetzelfde standpunt – zij willen het overheidsbeleid zo beïnvloeden dat ze hun winst kunnen maximaliseren, hun concurrenten kunnen uitschakelen en ongestoord kunnen blijven groeien. Als alle mediabedrijven zich volledig richten op de kwartaalcijfers, zal de markt bedrijven afstraffen die niet direct winst opleveren. Dit stimuleert niet alleen creatief boekhouden, maar belemmert tegelijkertijd het soort investeringen die echte economische waarde opleveren. Als Turner Communications verplicht was geweest elk kwartaal groeiende winstcijfers te laten zien, hadden we nooit die eerste twee televisiezenders kunnen kopen. Toen ik aan het hoofd stond van CNN, kwam journalistiek op de eerste plaats. Dat is de reden waarom CNN is uitgegroeid is tot een zender die in de hele wereld wordt bekeken. Ik kon mij deze keuze veroorloven, omdat het mijn eigen bedrijf was. Topmanagers van grote mediabedrijven hanteren een kortetermijnvisie. Fusies tussen grote mediabedrijven leiden onontkoombaar tot een te grote nadruk op winst op korte termijn. Dit is duidelijk te merken aan de toename van realityshows. Zulke programma’s kosten weinig – er hoeven geen acteurs te worden betaald en geen sets te worden onderhouden – en ze scoren hoge kijkcijfers. Het gevolg is dat er steeds minder dure televisieseries worden gemaakt en steeds meer goedkoop amusement. Daarbij komt dat enkele mediagiganten nu praktisch het monopolie bezitten op het televisienieuws. Dit brengt het risico met zich mee dat bepaalde berichten vanuit zakelijke motieven worden extra aandacht krijgen of juist worden onderbelicht. Dit gevaar zal alleen maar groter worden als er geen concurrentie meer is van onafhankelijke televisieproducenten die de andere kant van het verhaal belichten. Consolidatie stelt grote mediabedrijven in staat te bepalen wat wel en wat niet wordt uitgezonden. Zo besloot Cumulus Media, eigenaar van 42 countryzenders, de band Dixie Chicks een maand lang te boycotten, omdat leadzangeres Natalie Maines zich had uitgesproken tegen het beleid van President Bush in de Irakoorlog. Zou Cumulus zich ook zo schaamteloos hebben gedragen als de luisteraars hadden kunnen kiezen uit verschillende countryzenders van verschillende eigenaren? Het besluit van Disney om dochteronderneming Miramax te verbieden de film Fahrenheit 9/11 van Michael Moore te distribueren, veroorzaakte onlangs veel opschudding. Een topfunctionaris van Disney verklaarde in The New York Times: ‘Geen enkel groot bedrijf is erbij gebaat om te worden meegesleept in een politiek gevoelig debat.’ Als u deze redenering kunt volgen, weet u wat ons te wachten staat: als de media uitsluitend worden beheerst door enkele grote bedrijven, is de kans reëel dat controversionele en afwijkende standpunten niet meer worden uitgezonden. Het is een gevecht om de vrijheid – de vrijheid van onafhankelijke ondernemers om een mediabedrijf te starten en te leiden. En de vrijheid van burgers om nieuws, informatie en amusement te krijgen vanuit veel verschillende bronnen, waarvan er tenminste een paar volledig onafhankelijk zijn. Bronnen die niet worden geleid door mensen die zich uitsluitend richten op de kwartaalcijfers. We moeten de gevaren niet onderschatten. Grote mediabedrijven willen alle eigendomsregels elimineren, zodat de enorme macht van de media in handen komt van enkele ondernemingen en individuen. Het proces is zo ver gevorderd dat ons slechts één alternatief rest: de grote bedrijven opsplitsen. In de eerste helft van de twintigste eeuw hebben we dit gedaan met de spoorwegmaatschappijen en kort geleden nog met de telefoonmaatschappijen. Gezien hun invloed op de beleidsvorming in Washington lijkt het opsplitsen van de mediagiganten nog ver weg. Maar de grote media zouden toch wel eens aan het kortste eind kunnen trekken en het moeten opnemen tegen een land dat niet bereid is zijn onafhankelijkheid te verliezen. Met toestemming bewerkt en overgenomen van Washington Monthly (juli/augustus 2004), een onafhankelijk tijdschrift dat zonder radicale ondertoon de Amerikaanse politieke elite regelmatig weet op te schudden. Informatie over abonnementen: Washington Monthly, 733 15th Street, NW, Suite 520, Washington, DC 20005, USA, service@washingtonmonthly.com, www.washingtonmonthly.com.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: