|
|
Eigenwijs bier
De Gulpener bierbrouwerij is niet alleen nauw verbonden met het dorpsleven, ook gebruikt het ingrediënten uit de eigen omgeving. Een reportage.
Als we naar het café lopen om nog even een biertje te drinken, wijst Paul Rutten op het nieuwe gebouw van de Rabobank, dat zojuist is afgerond. Ervoor staat een technisch hoogstandje: een digitale display geeft aan wat de huidige koers op de AEX is. ‘In Gulpen’, glimlacht Rutten hoofdschuddend. ‘Toch wel een beetje overdreven.’ Ongevraagd schetst Rutten daarmee een treffend portret van zichzelf. In die paar woorden toont hij zich een tegendraadse ondernemer die beseft dat zijn functie meer vereist dan beslissingen nemen met een aanhoudende blik op de aandelenbeurs of winstcijfers. Bovendien geeft hij blijk van zijn binding met de lokale gemeenschap waar zijn bierbrouwerij een belangrijke rol speelt. Niet alleen biedt Rutten werkgelegenheid aan tachtig mensen in de brouwerij en aan nog eens zeventig boeren op vierhonderd hectare Limburgs land, ook besteedt de brouwerij jaarlijks een deel van de winst aan dorpsfeesten en het verenigingsleven. De zangvereniging, de schutterij, de kerk: in de ogen van Rutten moeten ze goed functioneren om de gemeenschap gezond te houden. Verder heeft Rutten ervoor gezorgd dat het bier wordt gemaakt in de omgeving. Het water was eigenlijk nooit een probleem: dat komt nog altijd uit eigen bronnen onder de brouwerij en is van opmerkelijk goede kwaliteit doordat er weinig nitraat in zit. Maar terwijl andere brouwers in Nederland hop importeren, verbouwt Gulpener als enige zijn eigen hop – nota bene met een milieukeurmerk. Datzelfde gold voor de gerst, die tot vijftien jaar geleden niet meer in Limburg werd geteeld. Rutten wilde die producten dichter bij huis: ‘Anders verkoop je Limburgs bier, terwijl je eigenlijk meer een assemblagebedrijf bent’. Deze regionale productiewijze is volgens Rutten een belangrijke stap in iedere bedrijfsvoering. ‘Boeren waren anoniem bezig. Ze deden hun werk en dan kwam er een grote handelaar die de boel zo ineens meenam. Nu zijn de boeren meer betrokken bij het eindproduct. Ze weten om welk bier het gaat, in welke fles het zit, ze kunnen er met elkaar over praten. Dat geeft veel meer bevrediging.’ Maar er zit ook een andere visie achter de overschakeling op regionale grondstoffen. Rutten: ‘Ik vind dat onze samenleving terug moet naar een hogere mate van zelfvoorziening. Wat wordt er op de wereld wat versjouwd van A naar B. In vliegtuigen, treinen, vrachtwagens. Het zou goed zijn voor mens en milieu, als je voedingsmiddelen – melk, vlees, brood – in de eigen omgeving kunt maken en consumeren.’ Rutten is een groot voorstander van het stakeholdership, waarbij niet alleen de aandeelhouders tevreden moeten worden gehouden, maar ook de andere betrokken in en rondom het bedrijf. Eigenlijk is het heel gemakkelijk om je te laten leiden door de beurs, vindt hij, want het is eenvoudiger om maar één richtpunt te hebben dan meerdere. Rutten: ‘Het is de uitdaging voor het hedendaagse ondernemerschap om binnen de tucht van de markt, een evenwicht te vinden tussen winst en betrokkenheid. Het is de kunst om de gelijkwaardigheid te erkennen tussen aandeelhouders, personeel en klanten. Dat inzicht wordt steeds breder gedragen.’ De logische verankering in de gemeenschap draagt soms bij aan de introductie van nieuwe speciaalbieren. Zo is het Gulpener witbier, de ‘Korenwolf’, vernoemd naar een wilde hamster die alleen in Limburg voorkomt, maar met uitsterven wordt bedreigd. Rutten was om een gulle donatie gevraagd om het beestje te beschermen en kreeg het idee om van de granen die de korenwolf verzamelt, een meergranenwitbier te maken. Een deel van de opbrengst gaat naar de reddingsactie en meer streekgenoten worden bewuster van de eigen natuur. Een marketingbureau in de Randstad zou nooit op dat idee zijn gekomen, vermoedt Rutten. Daarvoor staat zo’n bureau met zijn marktonderzoeken en kansberekeningen te ver van de gemeenschap. Rutten vertrouwt liever op zijn eigen omgeving. Dit is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen in Ode 32 (mei/juni 2000). Paul Rutten is inmiddels opgevolgd door John Halmans, die als directeur dezelfde visie uitdraagt. Onder zijn leiding ontving Gulpener in 2003 de Nationale Stimuleringsprijs voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, uitgeschreven door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Nederlandse Voedingsmiddelen Industrie VAI. Vorig jaar heeft Gulpener het Milieukeurmerk verworven.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.