|
|
Droom maar lekker verder
In een wereld waarin een volle agenda een statussymbool is, is dromen een bedreigde activiteit. Dromers moeten zich voortdurend verantwoorden. Maar net als de ‘werkelijke wereld’ – van werken en boodschappen doen – bestáát de droomwereld. Het is dan ook de kunst om dromen en realiteit samen te brengen. De dwarse visie van Tom Hodgkinson, professioneel dagdromer.
Om te kunnen dromen, moeten wij, luiwammesen, lijden. Hoe wreed zijn de bureaucraten, leraren en uitbuiters die ons voorhouden dat wij onze tijd verspillen. Ze zeggen dat we met ons hoofd in de wolken lopen, dat we moeten ophouden uit het raam te staren. Zelfs onze vrienden zeggen ons, wanneer we onze uitzonderlijke plannen voorleggen: ‘Droom maar lekker verder.’ Dromen en nietsdoen gaan samen. Ze worden veroordeeld als ‘de kinderen van een ijdel brein’, zoals de nuchtere Mercutio zegt tegen de idealistische Romeo in Romeo en Julia. Ze zijn betekenisloos, frivool en idioot. Dromers wordt verteld dat ze hun ogen eens moeten openen en de ‘werkelijke wereld’ moeten bekijken. Maar vertel eens, wat is die ‘werkelijke wereld’ precies? De hele dag ploeteren om nutteloze producten te maken die andere mensen armer maken? Betekent het een verzekeringsbeleid en pensioenplannen? Efficiënte doelen, Powerpoint-presentaties, ophoping van schulden, automatische overschrijvingen en je omhoog likken in een bedrijf? Is de ‘werkelijke wereld’ vreugdeloos, rationeel en punctueel? Wie zegt eigenlijk dat het niet allemaal nep is? Dat dát de wereld is die we maken als afleiding van de werkelijke wereld, die in ons hoofd zit? Beide werelden zijn immers producten van de verbeelding en de taal. Ik zie niet in waarom de ene de voorkeur verdient boven de andere. Uiteindelijk gaat het erom deze twee werelden te verenigen: de droomwereld en de dagelijkse wereld. Het zou dom zijn om te doen alsof de belastingdienst, energierekeningen, wegrestaurants, hypotheken en luiers niet bestaan. Ze bestaan wel degelijk; het is niet anders. Ik probeer ze vaak te vermijden, maar geloof me: ze komen achter je aan en ze krijgen je te pakken. Rekeningen, verplichtingen en stank lossen nu eenmaal niet vanzelf op. Maar het is volgens mij net zo gevaarlijk om de droomwereld te negeren, want die bestaat óók. Iedereen zal de volgende drie fenomenen herkennen: de vreemde verhalen die in je hoofd opduiken wanneer je slaapt; de halfbewuste zwerftochten door je hoofd die we ‘dagdromen’ noemen; en ons visioen van een betere wereld, ook wel ‘dwaze plannen’ genoemd. Is het niet opmerkelijk dat een activiteit die zo veel tijd van ons leven beslaat, zo vaak gezien wordt als onbelangrijk? Luister dus naar je dromen, negeer ze niet. Dromenland is cyberspace, onze virtuele realiteit. Je dromen brengen je in andere werelden – alternatieve werkelijkheden die je helpen zin te geven aan het leven van alledag. Als je droomt, maak je een verbinding met je onbewuste. Dat moet worden gekoesterd. ’s Nachts vullen je dromen het onderbewuste met vreemde overpeinzingen van de dag. In onze dromen dwaalt onze geest vrij rond: we kunnen vliegen en zingen, we zijn goed in dingen (ik droom dat ik goed ben in skateboarden), we hebben erotische ontmoetingen met beroemdheden (ik droom van Madonna..., althans, dat deed ik), een vriend verandert in een andere vriend zoals in een surrealistisch schilderij. De dingen zijn niet wat ze lijken (‘Het was mijn huis, maar het was ook niet mijn huis’). Realiteit, logica en rede worden bij het oud vuil gezet. Deze opschorting van alledaagse regels en het gebrek aan zelfbeheersing kunnen een enorme inspiratie zijn voor de creatieve geest. De wijzen onder ons weten dit. Simone de Beauvoir, bijvoorbeeld, schreef: ‘Ik anticipeer graag op mijn nachtelijke avonturen als ik ga slapen en met spijt neem ik in de ochtend afscheid van ze… Ik hou van hun totale onverwachtheid en vooral van het feit dat je ze zomaar krijgt... Dat is waarom ik ze in de ochtend vaak probeer samen te brengen; de flarden – die nog glinsteren, maar snel vervagen – probeer ik achter mijn oogleden tot een geheel te smeden.’ Er zijn veel voorbeelden van de creatieve kracht van dromen: Kubla Khan verscheen in een droom aan Coleridge, net als het melodietje voor Yesterday bij Paul McCartney. Het idee voor Frankenstein werd in een dagdroom aan de jonge Mary Shelley onthuld. Einstein zei dat een doorbraak in zijn relativiteitstheorie hem in een droom verscheen. Descartes had een droom die hem op het pad zette naar zijn filosofische systeem; hij zei dat het ‘de belangrijkste ervaring’ van zijn leven was. Mendelejev droomde over het periodieke systeem der elementen nadat hij aan zijn bureau in slaap was gevallen. J.K. Rowling staarde uit een treinraampje toen het idee, de verhaallijn en de personages van Harry Potter in haar op kwamen. De kunst van het leven is de kunst om dromen en realiteit samen te brengen. Dat is volgens mij de werkelijke geest van anarchie. Er zou harmonie, een dialoog, tussen de twee werelden moeten zijn. De rationele scheiding van deze twee werelden is een moderne tragedie, die wordt weerspiegeld in de teloorgang van het verband tussen verstand en gevoel. Gelukkige huwelijken zijn beëindigd, werk en liefde zijn gescheiden, kunst en wetenschap ook. In de wereld die wordt gedomineerd door antidromers hebben de deskundigen het overgenomen. Zij hebben kleine wereldjes veroverd en anderen ervan uitgesloten – behalve als ze betalen natuurlijk. Psychoanalytici hebben de wereld van de geest in hun bezit, beroepspolitici de bestuurlijke wereld, supermarkten de wereld van het eten. Een hele wereld is opgedeeld in miljoenen kleine wereldjes, wat leidt tot een machteloos en dom gevoel. We volgen de regels van iemand anders en vragen anderen om hulp. We zijn in ons alledaagse leven hulpeloos en betalen anderen voor advies. Maar ‘dromen staat vrij,’ zoals Debbie Harry zingt. Dromen staat buiten de commerciële wereld. Het is nog niemand gelukt munt te slaan uit dromen – althans, als je de honoraria van Freud en zijn volgelingen niet meerekent. Er zijn geen droomuitvindingen, geen droommachinefabrieken. Misschien komt het juist doordat dromen gratis zijn, dat we er zo weinig waarde aan hechten. We zijn meer geïnteresseerd in een nieuwe auto dan in de inhoud van onze eigen hoofden. Liefde is ook een soort droom, een fantasievolle verbeelding van een toekomstige staat van perfectie. Als we verliefd zijn, projecteren we onze hoop op een gedroomd leven met onze geliefde. We geloven dat de ander ons wil helpen onze dromen te laten uitkomen. Iedereen die verliefd is geweest, kent het triomfantelijke en onthemende effect dat de liefde op de ziel heeft; ze brengt ons in een soort dagdroom, een zalig niemandsland. Verliefdheid is een toestand die we kunnen betreden of waaruit we ons kunnen terugtrekken. Immers, als we verliefd zijn, kunnen we dat gemakkelijk een paar uur vergeten en de gasrekening betalen. Dan opeens herinneren we ons het gevoel en brengen het terug in ons hart, laten het stromen... en we genieten ervan. Relaties worden niettemin verbroken, omdat geen van beide kanten van de liefde – de toekomstige zaligheid en het droomlandschap – op lange termijn blijft. Als we ons zouden realiseren dat liefde een droom is, zouden we er misschien van genieten. We zouden ernaar kunnen leven zonder dat we eerst betoverd en vervolgens teleurgesteld raken. Volg je dromen: deze raad wordt zo vaak herhaald dat hij een cliché is geworden. Maar het is de moeite waard er eens over na te denken. Te vaak stelt de consumptiemaatschappij het volgen van je dromen gelijk aan rijk worden, beroemd zijn of allebei. Geld staat gelijk aan vrijheid, zegt de mythe. Rijk en beroemd zijn, is de droom in elk roddelblad. Geld en roem, zo wil men ons laten geloven – of willen we het zelf geloven? – zullen ons de vrijheid en de onafhankelijkheid brengen waarnaar we zo hunkeren. Ronduit schandelijk is het gebruik van het woord ‘droom’ door adverteerders. Bedrijven spreken over zichzelf in bijna visionaire bewoordingen: ‘We hebben een droom’, zeggen ze. ‘Onze staf deelt in die droom. Er wordt hard gewerkt om die droom waar te maken.’ Maar wat is die droom nu precies? Een droom van het verkopen van grote hoeveelheden sportkleding aan de jeugd? Dat is geen droom, dat is gewoon een strategie op weg naar hoge winsten. Dromen gaan niet over geld. Ze gaan over jou en ze gaan over de kwaliteit van het leven en over verbeelding. Misschien is angst de reden waarom we dat zo moeilijk kunnen accepteren: we zijn bang voor onze dromen en daarom negeren we ze opzettelijk. Cicero schreef in De Officiis: ’We moeten degenen die geploeter en bedrijvigheid als handelswaar verkopen als laag en verachtelijk beschouwen. Want wie zijn werk voor geld aanbiedt, verkoopt zichzelf en stelt zichzelf op één lijn met de slaven.’ Het is dezelfde gedachte die Paul Lafargue, Bertrand Russell, Nietzsche en zo vele honderden andere schrijvers en denkers de afgelopen tweehonderd jaar hebben uitgesproken. Het is dezelfde gedachte die jij en ik hebben. Ik heb een droom. Hij gaat over liefde, anarchie en vrijheid. En wordt nietsdoen genoemd. Met toestemming bewerkt en overgenomen van Tom Hodgkinson: Lof der Luiheid (De Bezige Bij, 2005, ISBN 9023416384), een heerlijk boek over de kunst van nietsdoen. Hodgkinson is oprichter en uitgever van The Idler, een Brits tijdschrift dat met vlijmscherpe humor de arbeidsethos bespot en het alternatief van de luiwammes verheerlijkt. Creatief met dromen Lui en op zoek naar creativiteit? Begin te dromen. Vooral van belang is de ‘hypnagogische staat’, de schemerwereld tussen slapen en waken waarin de dromer zich bewust is van zijn dromen en zelfs een beetje controle heeft over de richting en inhoud van de beelden. Zo’n lucide droom, schrijft Paul Martin in Counting Sheep, ‘is een speciaal soort droom waarin de dromer bij zijn volle bewustzijn is terwijl hij droomt… Ze zijn levendiger en worden beter onthouden dan normale dromen… Lucide dromen komen voort uit fantasie en verlangens.’ De eerste stap om lucide dromen te bevorderen: gooi je wekker weg. Je moet meer dan genoeg slaap krijgen en vanzelf wakker worden. Martin adviseert: ‘Train jezelf om ’s ochtends als je wakker wordt eerst aan je dromen te denken, voordat je geheugen ze uitwist en wakkere gedachten hun plaats innemen.’ Leer in te zien wanneer je droomt. Vraag jezelf af wanneer je wakker bent of droomt. Deze gewoonte zal je helpen vast te houden aan je dromen. Dromen is volgens Martin een ‘gratis beschikbare manier van plezier maken en een middel om de kwaliteit van het leven te verbeteren. De bedreven lucide dromer kan in een wakende staat beschikken over heerlijke ervaringen, die hem de gehele dag in een goed humeur houden.’ Het werkt. Dagdromen en lucide dromen zijn een bron van plezier en ze zijn praktisch: ze helpen ons een beeld van het ideale leven te creëren. Als het beeld eenmaal vaste vorm heeft, kan het echte leven eventueel volgen. Wees moedig! Gooi die wekker vandaag nog weg. Tom Hodgkinson
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.