|
|
Terugreis
Hoe ik terugkeerde naar dromen, spiritualeit en literatuur
Ik was nog een hippie toen mijn zusje mij vroeg peetoom te worden. Dat ontroerde me en ik was vooral blij dat ze me niet vroeg mijn haar af te knippen (dat in die tijd tot mijn middel reikte). Haar dochter werd geboren, er ging een jaar voorbij, maar: geen doopplechtigheid. Haar reden: ‘Ik heb aan Nhá Chica beloofd dat ik haar in Baependi wil laten dopen, omdat zij een wens van mij in vervulling heeft laten gaan.’ Ik wist toen niet waar Baependi lag en van Nhá Chica had ik nog nooit gehoord. Jaren gingen voorbij, mijn hippieperiode ook, maar er werd nog steeds niet gedoopt. Ten slotte werd een beslissing genomen: we gingen naar Baependi voor de langverwachte doop. Daar hoorde ik meer over Nhá Chica. Ze had niet genoeg geld om in haar eigen onderhoud te voorzien. Ze had de laatste dertig jaar van haar leven besteed aan het bouwen van een kerk en hulp aan de armen. U moet weten dat ik destijds een turbulente periode in mijn leven doormaakte. Ik geloofde niet meer in God. Ik was manager bij een platenmaatschappij geworden. Ik was gericht op de dingen van deze wereld en op wat je allemaal kon bereiken. De wilde dromen van mijn jeugd had ik achter me gelaten – één daarvan was schrijver worden – en ik was niet van plan naar die droomwereld terug te keren. De enige reden om in die kerk in Baependi te zijn, was om een sociale plicht te vervullen. Voor de doopdienst wandelde ik buiten wat rond en ging ten slotte het kleine huisje van Nhá Chica naast de kerk binnen. Twee kamers, een klein altaar met een paar afbeeldingen van heiligen, en een vaas met twee rode rozen en één witte. Toen deed ik impulsief een gelofte: Als me het ooit lukt de schrijver te worden die ik wil zijn, kom ik terug als ik vijftig jaar ben en dan neem ik twee rode rozen en één witte roos mee. Ik kocht een portret van Nhá Chica, als souvenir van de doopdienst. Op de terugweg naar Rio gebeurde er een ongeluk: de bus voor mij remde plotseling. Ik slaagde er in uit te wijken, maar de auto achter ons botste op de bus, er klonk een ontploffing en enkele mensen kwamen om het leven. We parkeerden aan de kant van de weg en wisten niet wat we moesten doen. Ik greep in mijn borstzak naar een sigaret en daar vond ik het portret van Nhá Chica met haar stilzwijgende boodschap van bescherming. Mijn terugreis naar dromen, naar de spirituele zoektocht en de literatuur begon op die plek. Tijdens mijn vijftigste verjaardag – een dag die eens zo ver weg leek – ging ik ‘s avonds ging ik naar Baependi om mijn gelofte in te lossen. Daar hoorde ik dat haar lichaam die week was opgegraven en dat het Vaticaan bezig was met haar zaligverklaring. Een journalist die had gehoord van mijn komst, vroeg of ik iets wilde zeggen over Nhá Chica, maar ik weigerde: ‘Het is te persoonlijk. Ik praat er alleen over als ik een teken krijg.’ Maar ik dacht bij mezelf: wat voor teken zou dat dan wel moeten zijn? De volgende dag kocht ik de bloemen, stapte in mijn auto en reed naar Baependi. Een eindje van de kerk vandaan stopte ik. Terwijl ik het huisje binnenging, kwam een jonge vrouw uit een kledingwinkel en zei: ‘Ik heb gezien dat uw boek Maktub aan Nhá Chica is opgedragen. Ik weet zeker dat ze daar blij mee is.’ Verder zei ze niets. Dat was het teken waarop ik had gewacht. En dit is de verklaring die ik eens moest afleggen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.