Email   Print

Het einde van therapie kies voor liefde

De nieuwe therapiecultuur formuleert de ervaring van het dagelijks leven als een strijd die gewone mensen zonder professionele begeleiding niet kunnen overleven

Frank Furedi | 72 december 2004 issue

Elke maatschappij uit haar vooronderstellingen over de menselijke aard op een andere wijze. Van oudsher zijn het mythen, rituelen en religie die verklaren hoe een bepaalde groep mensen de mogelijkheden en beperkingen van het menselijk handelen beschouwt. In de moderne Westerse cultuur is de psychotherapie echter de sterkste kracht geworden die bepaalt hoe we onszelf en de wereld zien. Therapie is meer dan slechts een klinische procedure: het is een cultuur op zichzelf geworden. En de belangrijkste aanname van deze nieuwe cultuur is dat de emotionele toestand van mensen de bron is van de meeste van hun problemen. De therapiecultuur formuleert de ervaring van het dagelijks leven als een strijd die gewone mensen zonder professionele begeleiding niet kunnen overleven. Gesteld wordt dat onze gewone ondersteunende netwerken – vrienden, familie, buren – niet sterk genoeg zijn om in onze behoeften te voorzien. Integendeel, de therapiecultuur suggereert dat onze naasten vaak juist de bron van onze emotionele problemen zijn. Daarom worden we in toenemende mate ontmoedigd onze problemen zelf of in samenwerking met vrienden of familieleden aan te pakken. We leven tegenwoordig in een tijdperk van adviseurs, bemiddelaars, trainers, mentoren, ouderbegeleiders en analytici. De bevordering van professionele oplossingen voor alledaagse problemen wordt gedreven door deze nieuwe culturele visie die leert dat we zelf kwetsbaar zijn en dat we niet genoeg hulpmiddelen hebben om het leven aan te kunnen. Therapeuten en adviseurs van allerlei soorten geven voortdurend het signaal af dat de condition humaine wordt gekenschetst door kwetsbaarheid en dat mensen moeilijke emotionele problemen niet zonder deskundig advies zouden moeten aanpakken. Daardoor zijn we in ons persoonlijke leven zo sterk afhankelijk geworden van ‘hulpverleners’. Er is natuurlijk niets mis met deskundigen. Als ik iemand nodig heb die mij in de rechtbank vertegenwoordigt, een hartoperatie uitvoert of de bouwkundige staat van mijn huis moet beoordelen, zal ik zeker een deskundige raadplegen. Het probleem met de professionalisering van het dagelijks leven is dat we niet langer alleen vertrouwen op betaalde experts voor eenvoudige technische zaken. Tegenwoordig wordt professionele hulp ook ingeroepen om onze persoonlijke relaties te onderhouden. Het lijkt wel alsof de fundamentele verhoudingen tussen mensen gedurende de laatste decennia complexer zijn geworden. Het instituut huwelijk en zelfs het samenwonen worden overschaduwd door een verwachting van falen en onzekerheid. Tegenwoordig is het normaal dat mensen persoonlijke relaties benaderen vanuit een sterk gevoel van emotioneel risico. Dit is waarschijnlijk het grootste probleem van de therapiecultuur: de manier waarop deze cultuur onze onzekerheden over het vinden van liefde en over het ervaren van voldoening gevende en liefdevolle relaties heeft versterkt. De therapiecultuur bepaalt in sterke mate hoe we onszelf en onze verbondenheid met anderen zouden moeten zien. Ons wordt voortdurend verteld dat we eerst aandacht moeten besteden aan onze eigen behoeften, zodat we in staat zijn onszelf vervulling te geven. Zelfs geluk wordt als een probleem beschouwd als het via afhankelijkheid van anderen wordt bereikt. Alle gevoelens die personen afleiden van het doel van zelfverwerkelijking, worden vaak als negatieve emoties gedefinieerd. Daarom wordt in veel zelfhulpboeken de liefde – vooral de intense en gepassioneerde liefde – als een probleem beschouwd. Hoewel de liefde wel als de uiteindelijke bron van zelfvervulling wordt afgeschilderd, worden we gewaarschuwd dat zij mogelijk schadelijk is, omdat zij dreigt ons zorgvuldig gecultiveerde zelfgevoel ondergeschikt te maken. In haar bestseller Escape From Intimacy gebruikt Anne Wilson Schaef etiketten als ‘seksuele verslaving’, ‘verslaving aan romantiek’ en ‘verslaving aan verhoudingen’ voor het karakteriseren van liefdevolle gevoelens ten opzichte van anderen. Talrijke adviesboeken zijn geschreven om ons te waarschuwen dat we ons leven niet door onze emoties moeten laten bepalen. De titels zeggen genoeg: Women Who Love Too Much, When Parents Love Too Much of For People Who Love Their Cat Too Much. Gezegd wordt dat ‘teveel liefde’ de psychologische kwalen veroorzaakt die gepaard gaan met ‘wederzijdse afhankelijkheid’. Beweerd wordt dat ouders die teveel liefhebben, disfunctionele kinderen voortbrengen die teveel afhankelijk zijn van de goedkeuring van anderen. Ook wordt beweerd dat vrouwen en mannen die naar intimiteit hunkeren, niet in contact staan met hun eigen behoeften. Door deze harde waarschuwingen tegen het menselijke verlangen naar intimiteit wordt één van de meest onaantrekkelijke kenmerken van de therapiecultuur aan het licht gebracht: de intense aversie tegen relaties die op onderlinge afhankelijkheid zijn gebouwd. Oorspronkelijk kwam het concept van ‘wederzijdse afhankelijkheid’ voort uit de bestudering van alcoholici, waarbij werd waargenomen dat gezinsleden psychologische omstandigheden creëren – vaak onbewust – waardoor een alcoholist kan blijven drinken. Maar tegenwoordig is wederzijdse afhankelijkheid een diagnose geworden die op praktisch elke relatie wordt toegepast. De stigmatisering van gevoelens van verbondenheid is gerelateerd aan een emotioneel script dat alle gevoelens die niet zijn gericht op het vervullen van persoonlijke behoeften, wantrouwend bekijkt. Daardoor wordt vaak gezegd dat mensen die emotioneel betrokken zijn bij zaken buiten henzelf – zoals het gelukkig maken van de partner, het zorgen voor zieke ouders of hard werken voor een goed doel – door negatieve emoties worden gedomineerd. Zelfs is wel gesuggereerd dat mensen die een diep religieuze overtuiging hebben, wellicht aan een spirituele verslaving lijden. Letterlijk elke uiting van liefde, vriendschap en loyaliteit kan als een vorm van verslavingsgedrag worden geëtiketteerd. Handelingen die vroeger als altruïstisch werden beschouwd, worden tegenwoordig soms als een vorm van wederzijdse afhankelijkheid gediagnosticeerd, een geval van ‘compulsief helpen’, waarbij iemand zijn eigen behoeften en gevoelens veronachtzaamt om zich in plaats daarvan te concentreren op het helpen van iemand anders. Anderen op de eerste plaats stellen – of ten minste niet de eigen individuele behoeften voorop zetten – zou een ander symptoom van verslaving kunnen zijn. Het verlangen van velen van ons naar intense relaties wordt als een ziekte beschouwd. Hoewel de Westerse maatschappij verantwoordelijkheid en loyaliteit nog steeds als openbare deugden aanprijst, worden deze idealen in de praktijk gecompromitteerd door de volharding van de therapiecultuur dat we onze individuele behoeften boven alle andere zaken moeten stellen. Deze idealen worden zelfs vaak gekarakteriseerd als symptomen van verslaving aan relaties. Het idee dat afhankelijkheid van welke aard dan ook in een verhouding de oorzaak kan zijn van emotionele verslaving, weerspiegelt een uiterst pessimistische stelling over de mogelijkheden van het privéleven. Vandaar is het slechts een kleine stap naar de bredere conclusie dat niet kan worden verwacht dat mensen een persoonlijke verhouding kunnen hebben zonder professionele steun. De pogingen van de therapiecultuur ons te bevrijden van afhankelijkheid in onze verhoudingen kunnen maar één uitkomst hebben: dat wij ons leven ondergeschikt maken aan de voorschriften van de therapeut. Naarmate onze afhankelijkheid van informele relaties afneemt, groeit onze ondergeschiktheid aan professionele relaties. Door deze erosie van afhankelijkheid van anderen wordt de emotionele onafhankelijkheid echter niet bevorderd. Dit leidt slechts tot de vervanging van één vorm van afhankelijkheid door een andere. Een leger van therapeuten, mentoren, bemiddelaars, goeroes en trainers staat klaar om ons te laten zien hoe we het leven moeten aanpakken. Gelukkig spelen informele relaties van afhankelijkheid nog altijd een belangrijke rol in ons leven, maar tegenwoordig moeten ze concurreren met de toenemende afhankelijkheid van professionele hulp. Wat is de ware invloed van de therapiecultuur? Wordt hierdoor ons gevoel over onze mogelijkheden en de wijze waarop we ons leven leiden, werkelijk veranderd? Je zou wel eens verbaasd kunnen staan. Liefde – lang beschouwd als het wezenlijke doel van het menselijk leven – wordt in toenemende mate aan de kaak gesteld als een risicovolle misleiding. Mensen krijgen het advies de taal van het hart niet te vertrouwen. Door talrijke deskundigen en zelfhulpboeken worden mensen geadviseerd zich niet door de liefde te laten meeslepen. In haar boek Revolutions of the Heart betoogt de Britse auteur Wendy Langford dat de romantische liefde vrouwen schade berokkent. Zelfs de Britse regering heeft erover gedacht de gelederen te delen van diegenen die vrouwen aanraden het ‘koel te spelen’ als het op relaties aankomt. In augustus 1999 werd in de media gemeld dat de regering overwoog vrouwen te waarschuwen omtrent het risico van het openen van een gezamenlijke bankrekening met hun partner; voor het geval het huwelijk zou stranden, waardoor zij kwetsbaar zouden worden. ‘Wees voorzichtig, je zou wel eens kunnen worden gekwetst’ is een boodschap die de geest van onze tijd weerspiegelt. De angsten waardoor relaties zijn omgeven, hebben vele volwassenen ertoe aangezet, het aangaan van een band met anderen te vermijden, of op zijn minst uit te stellen. Hoewel de meeste mensen nog altijd naar intieme verhoudingen en romantische verbintenissen hunkeren, heeft het afwegen van deze ervaringen tegen het risico zijn tol geëist. Het is tegenwoordig normaal dat mensen persoonlijke relaties met een verhoogd gevoel van emotionele omzichtigheid benaderen. Afstandelijkheid ten opzichte van anderen lijkt enige mate van bescherming tegen pijn te bieden. In het ergste geval krijgen mannen en vrouwen het advies de beleving van het toegenomen risico zorgvuldig te bewaken naarmate zich een intieme relatie ontwikkelt. ‘Liefde op het eerste gezicht’ wordt dus ontmoedigd ten gunste van een veiliger wijze om een relatie te beginnen. Uiteenlopende strategieën worden toegepast om de risico’s die gepaard gaan met de beangstigende ervaring van liefde en passie, beheersbaar te houden. Waarschijnlijk is de duidelijkste uiting van de koele houding van de therapiecultuur ten opzichte van passie de toenemende trend dat paren apart leven. Volgens de Zweedse socioloog Jan Trost is de lat-relatie, living apart together, in Europa een breed bekend fenomeen. Voorstanders van deze levensstijl bepleiten deze met de reden dat paren van de voordelen van een relatie kunnen genieten, terwijl ze hun onafhankelijkheid behouden. Volgens één verslag ‘impliceert de “lat-relatie” niet noodzakelijkerwijs een gebrek aan toewijding, maar daarentegen een erkenning van de grenzen’. Sober realisme wint het van de magie van gepassioneerde intimiteit. Mensen krijgen steeds vaker het advies dat ze niet kunnen verwachten dat romantische en emotionele bindingen een leven lang duren. Het advies is goed bedoeld, maar heeft het voorspelbare resultaat dat het mensen een afkeer bezorgt. Zonder passie en spontaniteit veranderen persoonlijke relaties in het soort pragmatische transacties die de handel overheersen. Geen intelligent persoon wil zijn of haar leven wijden aan een zo banale en ondankbare zaak. Er is natuurlijk niets nieuws in de waarschuwing aan mensen omtrent de onrealistische verwachtingen van romantische verbintenissen. Het huwelijk op basis van de romantische liefde is een betrekkelijk recent idee – ook in de Westerse cultuur waar het is ontstaan. Nieuw en alarmerend omtrent de diagnose van de therapiecultuur is echter dat ons verlangen naar gepassioneerde liefde – naar de vreugde van de intimiteit – evenals de pijnlijke teleurstelling over het verlies van een intieme partner, allemaal een nieuwe rol hebben gekregen, namelijk die van symptomen van een ziekte. Toch draait voor velen van ons het leven om de liefde. In plaats van een behandeling voor de liefde te zoeken, zouden we moeten proberen haar te beleven. Het menselijk verlangen naar gepassioneerde liefde is in de moderne maatschappij nog niet uitgedoofd. Mensen blijven er hartstochtelijk naar zoeken. Verliefd worden, wordt nog altijd beschouwd als een bijzondere en heerlijke ervaring. Gelukkig zijn de meeste jonge mensen nog niet bang ernaar te streven – ongeacht hoe vluchtig het wellicht lijkt. Maar de therapiecultuur heeft onze houding ten opzichte van de liefde doen verschuiven, door onze angst te versterken en onze verwachtingen van falen en teleurstelling op te blazen. Erger nog, zij heeft intieme relaties gereduceerd tot een soort emotioneel handeldrijven met een permanente ontsnappingsclausule. En dat is niet wat we nodig hebben om de menselijke cultuur te verdragen. Frank Furedi is hoogleraar sociologie aan de universiteit van Kent in het Verenigd Koninkrijk. Zijn boek Therapy Culture: Cultivating Vulnerability in an Anxious Age werd onlangs bij Routledge uitgegeven. Hij schreef dit artikel op verzoek van Ode.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.