Email   Print

Kernernergie helpt tegen klimaatverandering

De in milieukringen befaamde Britse wetenschapper James Lovelock presenteert een verrassend antwoord op de gevaren van het broeikaseffect: kernenergie.

| 70 oktober 2004 issue

In de jaren zestig schetste de Britse wetenschapper James Lovelock de aarde als een levend organisme dat zichzelf in stand kan houden en dat zich kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Deze ‘Gaia-theorie’ verspreidde zich wereldwijd onder milieu-activisten en wetenschappers. Vele jaren later ziet Lovelock Gaia bedreigd door klimaatverandering als gevolg van het broeikaseffect. Die crisis vraagt om drastisch ingrijpen. Milieugoeroe Lovelock presenteert een verrassend antwoord op de gevaren van het broeikaseffect: kernenergie. Adam Smith staat bekend om zijn idee van de ‘onzichtbare hand’: eigenbelang dient uiteindelijk het algemeen belang. Nu, meer dan tweehonderd jaar later, hebben we te maken met een vergelijkbare paradox. We weten dat de aarde al sinds het grootste deel van haar geschiedenis een gunstig milieu vormt voor het leven. Maar hoe kunnen ‘zelfzuchtige genen’ – om Richard Dawkins’ term maar eens aan te halen – dan de evolutie op een altruïstische planeet mogelijk hebben gemaakt? Achteraf is het wel verklaarbaar dat Charles Darwins natuurlijke selectie leidt tot de evolutie van sterke organismen, maar hoe zou het algemeen belang voor al het leven via natuurlijke selectie tot stand moeten komen? We hebben ontdekt dat het klimaat en de chemische processen tijdens de ontwikkeling van onze planeet altijd ruimte hebben geboden voor het leven. De onzichtbare hand die het systeem van de aarde reguleert, werkt via negatieve en positieve terugkoppelingsmechanismen tussen de levende en niet-levende delen. Maar deze kennis – de Gaia-theorie – behoort nog tot het domein van de specialistische wetenschap en is nog niet algemeen bekend of toepasbaar. Het heeft lang geduurd voordat men in de politiek erkende dat de terugkoppeling van marktmechanismen niet kon worden genegeerd. Ik vrees dat het leerproces over onze relatie met de aarde zich net zo traag zal voltrekken. Intussen proberen we nog steeds die relatie aan te passen aan onze behoeften en negeren we de machtige leidende hand ervan, die we soms zelfs tegenwerken. In de loop van deze eeuw zullen we waarschijnlijk ernstige verstoringen in het milieu zien. Zekerheid daarover is er niet. Het broeikaseffect hóeft geen schade op te leveren en mogelijk kunnen we de schade die we zelf hebben aangericht ten minste gedeeltelijk tenietdoen. Misschien worden we wel gered door een natuurramp – bijvoorbeeld de uitbarsting van grote vulkanen. Daardoor zou de aarde weer in de richting van de volgende IJstijd worden geduwd, zodat we rustig kunnen doorgaan met het verbranden van fossiele brandstoffen. Maar het is hoe dan ook níet verstandig om door te gaan alsof er niets aan de hand is en te denken dat de wraak van onze aangetaste planeet ons op een of andere manier wel bespaard zal blijven. Het ziet ernaar uit dat de Europese politici het broeikaseffect als iets onvermijdelijks accepteren. Gek genoeg wenden ze zich om raad liever tot groene organisaties en hun lobby’s dan tot de wetenschap. Ik beschouw mezelf als een ‘groene’, maar ik spreek als een wetenschapper. Ondanks hun goede bedoelingen bekommeren de meeste groenen zich vooral om de oppervlakkige risico’s van chemische stoffen en straling in plaats van de ernstige risico’s van negatieve wereldwijde veranderingen. Daardoor geven ze de overheden verkeerde adviezen. Twee eeuwen geleden – in de tijd van Adam Smith – leefden er nog geen miljard mensen op de wereld. Wat zij deden, vormde geen ernstige aantasting van de aarde. De wereldbevolking en de industrie groeiden, maar tot voor kort hadden we niet in de gaten dat we de atmosfeer van de aarde veranderden. We stonden er niet bij stil dat we niet alleen voor ons voedsel, maar ook voor de lucht die we inademen en het klimaat waarin we leven, afhankelijk zijn van de andere levensvormen. Doordat we van nature vooral gericht zijn op ons eigenbelang, vonden we het allemaal vanzelfsprekend. De fout van de huidige groene beweging is haar zelfgenoegzaamheid, haar obsessie voor de mogelijke gevaren voor de persoonlijke gezondheid – zoals sporen van pesticiden en andere ongewenste chemische stoffen in voedingswaren, of radioactieve straling en genetische manipulatie. De groenen koesteren de illusie dat alles wel goed komt als de biologische landbouw maar wordt hersteld. Nu er meer dan zes miljard monden te voeden zijn en de broeikasgassen uit onze vroegere en huidige zware industrie zich ophopen, kunnen we met geen mogelijkheid terugkeren naar het romantische droombeeld van een pre-industriële aarde. Duurzame energie en ontwikkeling zijn prachtige ideeën voor een periode van ecologische rust, maar ze zijn niet bruikbaar nu we de aarde tot vijand hebben gemaakt. Wat nodig is, is een weloverwogen terugtrekkingsmanoeuvre en een voorbereiding op de schade die binnenkort mogelijk zal optreden. Duurzame energie is op de lange termijn misschien een goed idee en politici kunnen er mooi mee laten zien dat ze iets doen, maar het is al te laat om te denken dat er een substantiële bijdrage mee kan worden geleverd. Het broeikaseffect bestaat al en zal waarschijnlijk alleen maar sterker worden. Het is uiterst riskant om de zwakke energievoorraden uit duurzame bronnen aan te vullen met grote hoeveelheden natuurlijk gas. De Europese bevordering van duurzame energie door middel van subsidies zou gerechtvaardigd zijn als er geen alternatieve, goed onderzochte energiebron was, maar die is er wel: schone en veilige kernenergie. De bezwaren ertegen zijn onwetenschappelijk en clichématig, maar de groene beweging heeft er zolang tegen geageerd, dat sommige Europese overheden zich zagen gedwongen om in strijd met het algemeen belang kernenergie als alternatief af te wijzen. In januari werd in Groot-Brittannië een congres gehouden over alternatieve manieren om het broeikaseffect tegen te gaan. De sprekers presenteerden een aantal ongebruikelijke oplossingen, waaronder in de ruimte aangebrachte zonneschermen, een procédé om de bewolking boven de oceanen te stimuleren en de verwijdering van kooldioxide uit fabrieksschoorstenen en zelfs uit de lucht. Het was bemoedigend te horen wat er allemaal mogelijk is, maar helaas: geen methode was vrij van nadelen of beschikbaar. Bovendien, zo merkte de econoom Shimon Awerbuch op, zou het niet helpen wanneer er als bij toverslag een schone, veilige en zuinige energiebron verscheen: het gebruik van fossiele brandstoffen zou gewoon doorgaan, want de mens is nu eenmaal geneigd tot overconsumptie. De verspreiding van windmolens in Duitsland is gepaard gegaan met een toename van de verbranding van kolen, de meest vervuilende brandstof van allemaal. Gaia, het systeem van de aarde, functioneert dankzij de sterke ingebouwde groeibeperkingen, zoals we nog zullen merken. We zullen onszelf beperkingen moeten opleggen, als we de beperkingen die de aarde zal toepassen, willen vermijden. De onredelijke angst voor kernenergie duidt misschien wel op een ingebouwde beperking. Wat gaat er nu gebeuren en wat moeten we doen? Er zijn drie mogelijkheden. De eerste is laissez-faire: genieten van een warmere eenentwintigste eeuw en met cosmetische ingrepen proberen het broeikaseffect te verhullen. Ik verwacht dat dit in een groot deel van de wereld zal gebeuren. De tweede is de groene methode: alleen biologisch voedsel eten, niets anders gebruiken dan duurzame energie en grondstoffen. Door deze twee methoden zal de aarde wellicht weer gezond worden, maar ze zullen een enorme beperking van de bevolkingsomvang betekenen en mogelijk het verlies van enkele beschavingen. Er is misschien een derde, minder onaangename manier: die van de high-tech. Dan moeten we wereldwijde veranderingen wel serieus nemen en de invloed van de mens op de aarde verminderen. Allereerst mogen er geen natuurlijke habitats meer mogen vernietigd. Als we proberen de hele aarde te bebouwen om alle monden te voeden, doen we hetzelfde als zeelieden die de planken en masten van hun schip verbranden voor de warmte. Vervolgens moeten we ons toevertrouwen aan wetenschap en techniek, want we hebben alle vaardigheden en uitvindingen uit die hoek nodig om onze schadelijke invloed op de aarde te verminderen. Ofwel: als we dankzij genetische manipulatie meer voedsel kunnen produceren op minder land, dan moeten we daarvan gebruikmaken. Beter nog, als de chemische en biochemische industrie kunstmatig voedsel kan maken uit kooldioxide, water en stikstof, dan moeten we dat doen en de aarde met rust laten. We hebben een heel scala aan energiebronnen nodig, met name kernenergie – althans: zolang kernfusie nog geen optie is. En we moeten ons niet meer druk maken over de minimale kans op kanker door chemische stoffen of straling. In mijn land, Groot-Brittannië, zal een kwart van de bevolking tóch wel aan kanker overlijden, voornamelijk doordat we lucht inademen die vol zit met het alomtegenwoordige carcinogeen zuurstof. Als we ons niet concentreren op het ware gevaar – het broeikaseffect – gaan we misschien nog veel eerder dood, zoals de 20 duizend ongelukkigen die in de zomer van het afgelopen jaar in Europa overleden aan een hittegolf. Het Kyoto-protocol is een klein stap in de goede richting, maar het is niet voldoende om de koers te veranderen en het altruïsme te stimuleren dat nodig is om de emissies en onze uitputting van de grond te verkleinen. Al mijn hoop heb ik gevestigd op de geweldige kracht die ons leven overneemt als we beseffen dat onze stam of onze natie van buitenaf wordt bedreigd. In tijden van oorlog accepteren we zonder morren de strengste rantsoeneringen en offeren we bereidwillig ons leven op. Als de rampen van het toenemende broeikaseffect frequent genoeg toeslaan, zullen we ons misschien aaneensluiten tot een wereldwijde eenheid met de zelfbeheersing om af te zien van het gebruik van fossiele brandstoffen en het misbruik van de natuur. Met toestemming bewerkt en overgenomen van Prospect (juni 2004), een Brits opinieblad over politiek en cultuur. Voor informatie over abonnementen: Prospect Subscriptions, Carey Court, Bancombe Trading Estate, Somerton, Somerset, TA11 6TB, Verenigd Koninkrijk, prospect@cisubs.co.uk, www.prospect-magazine.co.uk. [kader, kop] ‘Kernafval is niet een probleem’ [chapeau] Ode had nog wat vragen en kreeg James Lovelock aan de telefoon [tekst] U staat bekend als een holistische, ‘groene’ denker die opkomt voor schone energie. Het verbaast ons dat u nu een pleidooi houdt voor kernenergie. James Lovelock: ‘Mijn standpunt heeft inderdaad voor nogal wat commotie gezorgd, vooral bij de jongere activisten in de groene beweging. Ouderen zijn over het algemeen wat realistischer en steunen mijn denkbeelden.’ Maar waarom uitgerekend kernenergie, terwijl er zulke grote nadelen en gevaren aan zitten? ‘Mijn standpunt heeft te maken met de noodtoestand waarin we verkeren. Klimatologen wijzen erop dat de drempelwaarde van de hoeveelheid CO2 die het milieu aankan, binnenkort is bereikt. Dat is erg gevaarlijk, want als we die drempel eenmaal over zijn, is er geen weg terug. Dat moment kan in 2050 al zijn bereikt. Mijn voorstel om nu in kernenergie te investeren, is dus een noodscenario. We hebben gewoon niet veel keuze. We hebben er geen tijd voor.’ Waarom dan niet alle aandacht richten op een schonere vorm van energie, zoals waterstof, wind- of zonne-energie? ‘Het duurt twintig tot veertig jaar om een alternatieve energiebron volledig te ontwikkelen. Dat wordt dus erg krap. Ik vind zeker dat we moeten doorgaan duurzame vormen van energie te ontwikkelen en te stimuleren. Maar voor nu is kernenergie het enige werkzame alternatief.’ Bent u niet bang voor terroristische aanvallen op kerncentrales? ‘Van terroristen weet je nooit wat ze zullen doen. Maar als je de onvoorspelbaarheid van terreur buiten beschouwing laat, wil ik graag wijzen op een misverstand dat veel mensen hebben: een kerncentrale is níet een soort bom. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat de reactor in Tsjernobyl is geëxplodeerd. Het verhaal is genuanceerder. Het ongeluk had plaats tijdens een krankzinnig experiment in een slecht gebouwde centrale – een die nooit in de Westerse wereld zou zijn gebouwd. Er kwam een enorme hoeveelheid energie vrij, waardoor witheet grafiet en uranium aan de lucht werd blootgesteld. Hierdoor ontstond brand, waardoor twee tot drie dagen lang nucleair materiaal in de atmosfeer werd verspreid. Volgens het rapport van de Verenigde Naties – veertien jaar na het ongeluk – zijn er in totaal 45 mensen omgekomen, waarvan het leeuwendeel dappere brandweerlieden en helikopterpersoneel dat het vuur trachtte te blussen. Naar industriële maatstaven gemeten, was het een klein ongeluk. De verslagen van de media, dat duizenden zouden zijn omgekomen, zijn vals. Het recente ongeluk met de gasleiding in België was bijna net zo erg.’ En het kernafval, wat doen we daarmee? ‘Dat kan gewoon bij mij in de achtertuin. Veel mensen hebben het idee dat de hoeveelheid nucleair afval gigantisch is, als een gloeiende berg die naar alle kanten dood en verderf zaait. Maar de hoeveelheid kernafval die in Engeland is geproduceerd sinds we hier in 1950 begonnen, is in een doos van tien kubieke meter te vatten. Wanneer die goed wordt verpakt in gewapend beton, kan die gerust bij mij in de achtertuin. Graag zelfs, want de warmte die vrijkomt, kan ik prima gebruiken om mijn huis ’s winters te verwarmen. Mijn achtertuin is een natuurreservaat van twaalf hectare. Het kernafval zou een prachtige bescherming zijn tegen opdringerige projectontwikkelaars. En dieren zijn niet bang voor nucleair materiaal.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.