Email   Print

Glóóóóóóóóóóbalisering!

Wat voetbal kan vertellen over internationale economie, politiek en cultuur. Een bespreking van ‘How Soccer Explains the World’.

Marco Visscher | 70 oktober 2004 issue

Zweeds parlementslid Lars Gustafsson had in 2001 een opmerkelijke nominatie voor de Nobelprijs voor de vrede: voetbal. De sport zou bijdragen aan begrip en harmonie tussen culturen, verklaarde hij. Zijn idee werd wereldwijd bespot. En terecht; het was de verkeerde prijs. Hij had voetbal moeten voordragen voor de Nobelprijs voor economie. Topclubs zijn wereldberoemde merken geworden. En de sterspelers zijn hun uithangborden geworden, die je soms vaker in televisiereclames ziet dan op het veld. Real Madrid had zo’n 40 miljoen euro over voor David Beckham, niet in de laatste plaats vanwege de afzetmogelijkheid van T-shirts en parafernalia op de Aziatische markt. Manchester United, aan de Londense beurs genoteerd, meldde afgelopen jaar een winst van 65 miljoen dollar – en dat terwijl de markt al een tijdje niet zo meezat. Voetbal doet volop mee aan de wereldeconomie – dat kan zelfs een oppervlakkige toeschouwer van de sport niet zijn ontgaan. Dankzij een reeks van aanvallende, sierlijke Nederlandse en Zuid-Amerikaanse voetballers spelen ze in Italië niet langer op de nul. Het Franse nationale team presteerde het eens met negen voetballers uit voormalige koloniën aan te treden. Arsenal heeft het typisch Britse voetbal van lange voorzetten op de boomlange spits vervangen door legendarisch oogstrelend spel dankzij een buitenlandse coach – tot afgrijzen van de Britse fans die menen dat hun voorouders het spel hebben uitgevonden en dat niemand hen hoeft te vertellen hoe ze het moeten spelen – en een selectie met vijftien nationaliteiten. En dan is het niet zo gek, dat er opeens een boek verschijnt met de titel: How Soccer Explains the World, met daaronder: An Unlikely Theory of Globalization. Ook dat de auteur een Amerikaan is, hoeft niet meer te verbazen. Want hoewel voetbal aan de andere kant van de oceaan nog altijd wordt beschouwd als een sport voor verwende kinderen uit de suburbs, heeft iedere Amerikaanse voetballiefhebber kabeltelevisie en internet ontdekt, zodat ze geen enkel doelpunt op de Europese of Zuid-Amerikaanse velden hoeven te missen. Zo iemand ís de auteur van het boek, Franklin Foer, journalist van het intellectuele opinieblad The New Republic. Zijn eigen onhandigheid met de bal probeerde hij al vroeg te compenseren door heel veel voetbal te kijken, nóg meer voetbal te lezen en nu dus over voetbal te schrijven. Voor zijn boek reisde Foer naar enkele bedevaartsoorden van de aanbidders van voetbal en sprak hij met hun helden. Zijn doel: duidelijk maken hoe het abstracte begrip ‘globalisering’ zichtbaar is in de wereld van voetbal. Want als globalisering staat voor een ontwikkeling waarin individuen en bedrijven gemakkelijker en sneller de wereld over kunnen reizen, dan is voetbal de industrie die daarin tot dusver het meest is geslaagd. Foer beschrijft hoe de gewelddadige hooligans van Rode Ster Belgrado handig werden gerekruteerd voor de gewapende Servische strijd. Hij laat zien hoe vrouwen in Iran in opstand kwamen tegen de islamistische regering door tijdens belangrijke voetbalwedstrijden massaal de stadions te bezoeken, waarmee ze een wetsovertreding begingen. Hij toont hoe Silvio Berlusconi ‘zijn’ AC Milan – en andere ondernemingen – heeft gebruikt om uiteindelijk Italiaans premier te worden. Hij betoogt hoe Pelé ooit het voorbeeld was van een uitgebuite arbeider die zich van de Braziliaanse overheid niet mocht vestigen in een ander continent, en inmiddels het voorbeeld is geworden van een diplomatieke machthebber die in de jaren negentig als minister van Sport het nieuwe, neoliberale beleid heeft uitdragen om voor Brazilië buitenlandse investeringen aan te trekken. Het resultaat is een mooie verzameling van reportages en beschouwingen in een boek met een overambitieuze titel. Het wordt níet duidelijk hoe voetbal de wereld verklaart en er wordt ook géén theorie van globalisering gepresenteerd. Af en toe kun je er een bouwsteen voor een analyse in lezen, maar tot een heldere uiteenzetting leidt het zelden. Dat komt omdat Foer geen scherpe analyticus is, maar een enthousiaste verslaggever met een snelle pen, een scherp oog voor detail en een aanstekelijke passie voor voetbal. Illustratief is het hoofdstuk waarin Foer het verhaal van een Nigeriaanse voetballer in de competitie van Oekraïne optekent. Een multimiljonair had de lokale club overgenomen van het communistische regime en zocht naar een goedkope deal op de internationale arbeidsmarkt. Het werd Edward Anyamkyegh, geen hoogvlieger die blij is met zijn Europese salaris zijn familie in Nigeria financieel te ondersteunen. Dan komen de problemen. De typische, berekende benadering van voetbal past niet bij de spontane aanvalslust van de Afrikaan. Hij mist zijn familie, heeft moeite met de taal, krijgt last van de winterse kou en stuit bij zijn nieuwe stadgenoten en teammaten op racisme. Hij wordt de zondebok voor het slechte spel van de club. Welnu, dit verhaal is niet alleen het persoonlijke drama van een voetballer, maar van ‘de’ immigrant in het westen. Toch legt Foer nergens in het hoofdstuk een verband met een context die voorbij de grasmat gaat. Op welke manier geeft voetbal een indicatie voor de ontwikkeling van de migratiestromen? Waarom mogen exotische voetbalhelden vrijelijk de grens over en exotische laaggeschoolde arbeiders niet? Hoe verloopt integratie in delen van de wereld die, zoals Oekraïne, proberen omhoog te klauteren in de wereldeconomie? Het zijn vragen die je beantwoord wilt zien in een boek waarvan je achteraf moet concluderen dat het op de kaft meer claimt dan het waarmaakt. Er staan zeker aardige interpretaties in. Waarom werden internationale voetbaltoernooien en -competities pas na de Tweede Wereldoorlog zo groot, terwijl de Britten al vele tientallen jaren overal waar ze kwamen, het spelletje hadden geïntroduceerd? Omdat er behoefte was, beweert Foer, aan een menselijk antwoord op de vorming van immense organisaties als de Verenigde Naties en de Europese Unie. Voetbal was de invulling van een groeiend natuurlijk verlangen aan groepsvorming, meer dan het destijds populaire atletiek dat – dankzij de ‘Olympische gedachte’ – sterker is gericht op deelname dan op winnen. How Soccer Explains the World is uiteindelijk een fraaie, bij vlagen intelligente inkijk in de politieke, economische en culturele dimensies van de belangrijkste bijzaak ter wereld – ook al verklaart het de wereld niet.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.