|
|
De soldaat in het bos
Soms, vindt Paulo Coelho, moeten we worden herinnerd aan onze onbeantwoorde kindervragen.
Bij het beklimmen van een weggetje in de Pyreneeën op zoek naar een plek waar ik met pijl en boog zou kunnen schieten, liep ik tegen een klein kampement van het Franse leger aan. De soldaten keken naar me, ik deed net of ik niets zag (iedereen heeft wel een beetje last van het soort paranoïde vrees dat anderen ons voor een spion aanzien…) en liep door.
Ik vond de ideale plek, deed voorbereidende ademhalingsoefeningen en toen kwam opeens een geblindeerd voertuig op me af rijden. Ogenblikkelijk schoot ik in de verdediging en bedacht allerlei mogelijke antwoorden op de vragen die me gesteld zouden worden: ik heb een vergunning voor het boogschieten, dit is een veilige plek, het is alleen aan de boswachter om daarover van mening te verschillen en niet aan het leger, et cetera. Maar uit het voertuig sprong zowaar een kolonel die vroeg of ik misschien ‘de schrijver’ ben, om vervolgens enkele uiterst interessante wetenswaardigheden over de streek op te dissen.
Met overwinning van een bijna zichtbare schuchterheid vertelde hij dat hij ook een boek heeft geschreven. De eigenaardige ontstaansgeschiedenis van zijn werk kan ik u niet onthouden. Hij en zijn vrouw deden regelmatig giften aan een kind met lepra dat in India woonde en later naar Frankrijk werd overgebracht. Op zekere dag zijn ze, uit nieuwsgierigheid om het meisje te leren kennen, naar het klooster gegaan waar zusters haar onder hun hoede hadden genomen. Het was een prachtige middag en aan het eind vroeg een zuster hem of hij wilde helpen bij de spirituele opvoeding van de groep kinderen die daar woonde. Jean Paul Sétau (zo heette de militair) zei dat hij geen enkele ervaring had in catechismuslessen, maar dat hij het zou overdenken en God zou vragen wat hij moest doen. Die nacht hoorde hij, na zijn gebed, het antwoord: ‘In plaats van antwoorden te geven, moet je proberen erachter te komen wat de kinderen willen vragen.’
Vanaf toen ontstond bij Sétau het idee om verschillende scholen te bezoeken en aan de leerlingen te vragen alles op te schrijven wat ze graag over het leven wilden weten. Hij vroeg hun om de vragen op te schrijven. Het resultaat van zijn werk werd in een boek bijeen gebracht, Enfant qui posait toujours des questions (Uitgeverij Altess, Parijs). Hier volgen een paar van de vragen:
Waar gaan we na onze dood naartoe?
Waarom zijn we bang van vreemdelingen?
Bestaan Marsmannetjes en buitenaardse wezens?
Waarom gebeuren er ongelukken zelfs met mensen die in God geloven?
Wat betekent God?
Waarom worden we geboren, als we op het eind toch dood gaan?
Hoeveel sterren staan er aan de hemel?
Wie heeft de oorlog uitgevonden en het geluk?
Luistert de Heer ook naar degenen die niet in dezelfde (katholieke) God geloven?
Waarom bestaan er zieke en arme mensen?
Waarom heeft God muggen en vliegen geschapen?
Waarom is onze beschermengel niet bij ons als we bedroefd zijn?
Waarom houden we van sommige mensen en haten we anderen?
Als God in de hemel is, en mijn moeder daar ook is omdat ze is gestorven, hoe kan Hij dan levend zijn?
Wie heeft de kleuren een naam gegeven?
Hopelijk voelen enkele leraren of ouders, bij het lezen van deze column, zich gestimuleerd om hetzelfde te doen. Op die manier zullen we uiteindelijk, in plaats van te proberen ons volwassen begrip van het universum op te leggen, weer herinnerd worden aan enkele van onze eigen kindervragen – die eigenlijk nooit beantwoord zijn.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.