Email   Print
Share  

Vrede kun je leren

In de School for Peace ontmoeten jonge Israëli’s en Palestijnen elkaar. Om met elkaar te praten, met elkaar te strijden, tegen elkaar te schreeuwen. Zo leren ze hun gedoodverfde vijanden kennen. En vooral zichzelf. Een reportage vanuit het enige dorp in Israël, dat bewijst dat joden en Palestijnen samen kunnen leven.

Tilman Wörtz | 67 juni 2004 issue

Het vertrek is zeven bij zeven meter en er staat een twintigtal stoelen in een kring. Gordijnen schermen de kleine ramen af tegen de felle Israëlische zon, zodat de jonge Palestijnen en joden niet worden verblind gedurende de drie dagen die ze pratend en zwijgend met elkaar zullen doorbrengen. Achter de spiegelwand observeren supervisors hoe de verhouding tussen de beide groepen zich ontwikkelt. Contacten en gesprekken tussen jongeren buiten de werkruimte doen ze af als ‘ruis’, niet echt van belang voor het resultaat van de ontmoeting. Hier gaat het alleen om de dynamiek tussen de beide groepen binnen deze ruimte. De methode van de School for Peace in Neve Shalom/Wahad al-Salam geldt wereldwijd als maatstaf voor het werken met conflicten. Vijandelijke groepen uit Cyprus, Kosovo en Noord-Ierland hebben de ‘vredesschool’ al bezocht, en ook Noord-Italianen en Sicilianen, Europeanen en Amerikanen. In ieder geval concludeerde het Guttman Centre of Applied Social Research in een vergelijkend onderzoek, dat de School for Peace het meest effectieve model voor joods-Arabische ontmoetingen biedt. Vredesexperts uit Neve Shalom/Wahat al-Salam onderwijzen aan de universiteiten van Tel Aviv, Haifa en Jeruzalem, en leggen op conferenties overal ter wereld uit wat hun methode zo nieuw en veelbelovend maakt. Zo’n 35 duizend deelnemers hebben de School for Peace al doorlopen, vierhonderd volgden de opleiding tot moderator en werken nu in vredesprojecten in Israël en het buitenland. Het is niet eenvoudig over te brengen hoe het werkt, want de methode van de school druist in tegen de dagelijkse ervaring. ‘Ons gevoel zegt dat mensen elkaar alleen maar hoeven te leren kennen om haat en vooroordelen uit de weg te ruimen,’ legt Nava Sonnenschein, oprichtster van de School for Peace uit, ‘maar begrip en sympathie alleen zijn onvoldoende om conflicten tussen groepen op te lossen.’ Sonnenschein vocht zelf als Israëlische soldaat in 1973 in de Jom-Kipoeroorlog tegen Egypte en Syrië. Zes jaar later richtte ze de School for Peace op, omdat teveel van haar vrienden ‘zinloos het leven verloren’. Op de School for Peace is het uitdrukkelijk de bedoeling dat mensen de strijd aangaan over pijnlijke onderwerpen. De dynamiek van het conflict moet voelbaar worden, niemand hoeft een andere deelnemer na de sessies ‘eigenlijk best wel aardig’ te vinden. Vaak blijk de emotionele kloof tussen de groepen zich na afloop juist te hebben verdiept. ‘Toch bereiken we ons doel wel’, meent Sonnenschein. ‘De deelnemers worden zich bewust van de rol die zij zelf spelen in het conflict. Daarna kunnen ze zichzelf niet langer als slachtoffer zien.’ De eerste dag is de ‘aardig-doen-dag’. Tien meisjes en zes jongens, allemaal middelbare scholieren, zitten kriskras door elkaar. Slechts een enkeling is direct aan kleding en gedrag te herkennen als jood of Palestijn: de zwijgzame Daniël toont zijn afkomst met een davidster die hij op de rug van zijn hand heeft getekend. Dror, zijn buurvrouw, draagt een gebleekte spijkerbroek met navel- en neuspiercing en komt dus duidelijk niet uit een islamitisch gezin. Taber en de mooie Rabab hebben zich in het wit uitgedost en hun krullen platgekamd met gel; voor Palestijnse jongeren de outfit bij een bijzondere gelegenheid. De joden zijn leerlingen van de Jeruzalemse Rennais-Casal-school, die al meerdere slachtoffers van zelfmoordaanslagen te betreuren heeft. De Palestijnen komen uit Deir Hannah, een dorp in het noorden van Israël. Ze horen tot de Palestijnse minderheid met een Israëlisch paspoort, zo’n twintig procent van de bevolking. Hoewel deze jongeren allemaal in dezelfde staat wonen, hebben ze nog nooit in hun leven een gesprek gevoerd met iemand van de ‘andere kant’. Om daarin nu verandering te brengen, leiden een Arabische en een joodse moderator de ontmoeting. ‘Spreek open, maar beledig niemand’, zetten ze de gedragsregels uiteen, eerst in het Arabisch, dan in het Hebreeuws. De Palestijnse Israëli’s krijgen hier – in tegenstelling tot het werkelijke leven – dezelfde status als de joodse Israëli’s. Dat is de enige manier om de gewenste dynamiek in werking te brengen. Iedereen lacht nerveus en ook opgelucht, terwijl ze spreken over hobby’s en school. Er wordt vastgesteld dat in de Palestijnse fractie iedereen op de een of andere manier in God gelooft, terwijl bij de joden atheïsten en strenggelovigen naast elkaar zitten; dat van joodse ouders vrienden en vriendinnen bij elkaar mogen blijven slapen, terwijl bij de Palestijnen zelfs de jongens door hun vader wordt gedicteerd hoe laat ze thuis moeten zijn – alleen, wel te verstaan. Na dit vriendschappelijke praatje tasten de gespreksleidsters de sfeer in de groep af met de volgende vraag: ‘Hoe zullen we onze groep noemen?’ ‘Vrienden van Israël’, stelt Anran voor. Anran, 17 jaar, woont in Bisgat Ze’ev, een joodse nederzetting in bezet gebied. Hij wil soldaat worden om zijn volk te beschermen tegen de ‘killer-Arabieren’. Hij is hier alleen maar naartoe gekomen om ‘zijn ergernis eens te kunnen luchten’. De Palestijnen keuren zijn voorstel af. ‘Wij identificeren ons niet met de naam Israël. Laten we ons “Vrienden van de Vrede” noemen’, wordt gezegd. Dror, 16 jaar, vindt het een goed voorstel. Ze noemt zichzelf ‘politiek links’, houdt van rockmuziek en vindt dat de Palestijnen dezelfde rechten moeten hebben ‘als wij, joden’. ‘Waarom kunnen jullie je niet identificeren met de naam Israël?’, houdt Anran vol. ‘Zijn jullie soms tegen deze staat? Willen jullie soms dat we verdwijnen?’ Hij gooit Taher een pen toe. ‘Stel je voor dat dit een toverstokje was, wat zou je wensen?’ Taher wenst niets – althans, niet hardop. ‘Kom op, voor de draad ermee!’ Ook Anrans klasgenoten dagen de Palestijnen nu uit zich uit te spreken over hun houding ten opzichte van Israël. De joodse moderator Elenor Amit onderbreekt hen. ‘Ik stel vast dat de Palestijnen tot nu toe alleen nog maar Hebreeuws hebben gesproken, en dat de joden veel meer praten en antwoorden eisen van de Palestijnen.’ Amit, 27 jaar oud, studente psychologie, afkomstig uit een rechts-conservatief gezin, nam zelf als scholiere deel aan een workshop in Neve Shalom/Wahat al-Salam, en raakte sinds die tijd betrokken bij de vredesbeweging. Achter de spiegelwand mompelt Sonnenschein: ‘Dat heeft ze goed gezien. Uit zo’n detail kun je de machtsstructuur tussen de beide groepen afleiden: de joden zijn hier in deze ruimte de sterkere groep, evenals in de staat.’ Aanvankelijk paste Nava Sonnenschein de gangbare conflicthanteringmethode uit de Verenigde Staten toe: de deelnemers uiten hun gevoelens en proberen overeenkomsten te vinden. Ze werkten volgens het principe: over gevoelens valt niet te twisten. Als een jood zei dat hij bang was voor Arabieren, dan vroeg Sonnenschein van de Arabieren om zich de angst van de jood voor te stellen – en andersom. De gesprekken draaiden om de wortels van de angst, het conflict zelf lieten ze buiten beschouwing. ‘De joden ervoeren de gesprekken als kunstmatig, de Palestijnen keerden gefrustreerd terug naar huis, omdat er niets veranderd was aan de realiteit van de onderdrukking’, blikt Sonnenschein terug. Zelfs als een ontmoeting harmonieus verliep, bleef het effect beperkt. ‘Ons brein speelt een spelletje met ons, “subtypering” genoemd. Als we een individu uit het vijandelijke kamp als sympathiek ervaren, verklaren we hem eenvoudig tot uitzondering, en zodoende hoeven we onze waarneming van het conflict zelf niet te herzien.’ Daarom zocht ze een methode die de identiteit van ieder individu als deel van een groep benadrukt. De tweede dag. De moderators leggen foto’s in het midden van de kring. Iedereen moet er één uitzoeken en interpreteren. Anran kiest een foto van een soldaat: ‘Het leger zorgt voor onze veiligheid.’ Dror pakt een foto van twee mensen op het strand: ‘Ik zie een jood en een Palestijn die samen plezier hebben.’ Rabab kiest voor een vrouw die in lompen gekleed is en al haar spullen in twee plastic tassen meedraagt: ‘Wij zijn een verarmd volk. Ze hebben ons land gestolen, we hebben niet dezelfde kansen als de Israëli’s. Daar moet verandering in komen als we vrede willen.’ Rabab, 16 jaar oud, slank en lang, wil psychologie studeren. Ze is hier naartoe gekomen ‘om te weten hoe de joden werkelijk zijn’. De begeleidsters grijpen niet in als Rabab ‘wij’ zegt en zich opwerpt als spreekster van haar groep. Want zo, weten zij, komt de groepsdynamiek op gang. ‘Hoe weet je dat die vrouw op de foto een Arabische is? Het kan toch net zo goed een jodin zijn?’, blaft Anran haar toe. ‘Jullie hebben altijd zelfmedelijden. Praat niet altijd over vroeger, kijk eens vooruit!’ Rabab snauwt terug: ‘Jullie hebben ons land afgepakt en honderdduizenden mensen tot vluchteling gemaakt.’ De andere Palestijnen vallen haar bij. Dror zegt niets meer, alle anderen praten door elkaar, beginnen steeds harder te schreeuwen, en gaan over tot wat Nava Sonnenschein de ‘slag om de morele superioriteit van de wapens’ noemt. Nu gaat het alleen nog maar over de vraag wie verantwoordelijk is voor de barbaarse oorlog. ‘Zolang Palestijnen burgers opblazen, zal er nooit vrede komen.’ Het antwoord: ‘Het Israëlische leger doodt iedere dag burgers.’ De verdediging: ‘Dat zijn ongelukken, geen opzet.’ Vervolgens de variaties. Wie is er begonnen? Wie heeft het meest geleden? De joden voeren de holocaust en de pogroms aan, de Palestijnen komen met verdrijving en bezetting. Beide partijen zien zichzelf in een verdedigende positie en rechtvaardigen hun eigen geweld als reactie op geweld van de andere kant. De spanningen in de werkruimte lijken af te ketsen tegen de spiegelwand. In de observatieruimte leunt Nava Sonnenschein ontspannen achterover en speelt met haar bril. ‘De Palestijnen voelen zich gesterkt, ze staan samen achter Rabab’, analyseert ze. ‘Dat is een belangrijke ervaring voor hen. Hun eisen hebben de joodse groep onzeker gemaakt, vooral Dror. Anran is de discussie over het land uit de weg gegaan en is gevlucht in de slag om de morele superioriteit van de wapens.’ In een boek dat Nava Sonnenschein met enkele andere wetenschappers heeft geschreven, wordt aan de hand van twee theorieën verklaard hoe groepsconflicten ontstaan: de eerste noemt strijd om de natuurlijke hulpbronnen als oorzaak – in het Palestina-conflict dus het land. De tweede theorie gaat ervan uit dat het bij de identiteit van ieder mens hoort om deel uit te maken van een groep en de eigenwaarde te vergroten door middel van vooroordelen en haat jegens anderen. In de tweede theorie is het uitzicht op succes bij het oplossen van het conflict aanmerkelijk somberder: het conflict ligt immers al besloten in de natuur van de mens en begint niet pas bij de strijd om de verdeling. Sonnenschein ziet niettemin een kans. ‘Wij kunnen proberen om het bewustzijn van ieder individu met betrekking tot dit psychologische mechanisme aan te scherpen, en daardoor het conflictpotentieel terug te brengen.’ Rababs verwijt dat de Israëli’s het land van de Palestijnen zouden hebben afgepakt, is te herleiden tot de verdelingsstrijd. Met de discussie over het doden van burgers proberen beide groepen zichzelf moreel te verheffen boven de anderen en het eigen geweld te legitimeren. De emoties lopen evenredig hoog op. De decibellen stijgen, tot de moderators de sessie afbreken en beide groepen zich terugtrekken voor afzonderlijke gesprekken. In de joodse groep overheerst vertwijfeling. ‘Er spreekt haat uit hun ogen’, sist Anran, ‘en uit de onze angst.’ Zelfs de linkse Dror is teleurgesteld. ‘Ik probeer echt om hen te begrijpen. Maar waarom veroordelen ze de zelfmoordaanslagen niet? Dan kun je toch alleen maar radicaliseren!’ Anet Bayer, een meisje wier grootouders de holocaust overleefden, zegt: ‘Wij kunnen alleen maar overleven als we sterk zijn.’ De begeleidster oppert: ‘Jullie zien jezelf in de zwakkere positie. Hebben de Palestijnen ook geen reden zich slachtoffer te voelen?’ Daar denkt de groep heel anders over. Ze voelden zich juist sterk, ze stelden immers steeds eisen: land, terugkeer van de vluchtelingen, beëindiging van de bezetting… ‘Mij best als ze bij de checkpoints worden vernederd!’ gooit Anet eruit. ‘Patstelling’ heet dit stadium van de gesprekken. Elenor Amit last een korte pauze in. Nog voordat ze de personeelskamer van de School for Peace bereikt, ontlaadt de spanning zich bij haar in tranen. ‘Ik ben elke keer bang dat ik de groepen niet over dit punt heen kan brengen en dat ze geradicaliseerd teruggaan naar huis. Dat ze alleen maar onmacht en woede ervaren zonder naar de oorzaken te vragen.’ Zo’n twintig jaar bi-nationale ontmoetingen hebben Nava Sonnenschein het glimlachje van de boeddha gegeven. Ze stelt Amit gerust: ‘Het werkt wel in hen door. Wacht maar af.’ De volgende dag, en drie maanden later nog eens, wordt aan de deelnemers gevraagd hun indrukken op papier te zetten. ‘Uit de vergelijkingen blijkt dat ze de ontmoeting na verloop van tijd gunstiger beoordelen dan na één dag.’ Zelfs uit de uitspraak van Dror weet Sonnenschein iets positiefs te destilleren. ‘Als ze zegt dat de ontmoeting haar heeft geradicaliseerd, geeft ze eindelijk toe dat haar werkelijke houding ten opzichte van het conflict in tegenspraak is met haar bewering dat ze links is. Daar zal ze het nog moeilijk mee krijgen.’ Als iedereen na de pauze weer is gaan zitten, ontdekt de stille Daniël dat hij de enige jood aan de Palestijnse kant van de kring is. Hij staat op en gaat op een vrije stoel aan de overkant zitten. De beide groepen moeten nu de onderhandelingen over een nieuwe grondwet naspelen: hoe moeten de nationale symbolen eruit zien? Welke rechten heeft de Palestijnse minderheid? Twintig joodse en twintig Palestijnse gezinnen hebben dertig jaar geleden een antwoord gevonden op deze vragen. Ze stichtten het dorp Neve Shalom, ‘Oase van Vrede’, in het Arabisch: Wahat al-Salam. Het dorp waar de School for Peace staat – halverwege tussen Tel Aviv en Jeruzalem – levert het bewijs dat een gelijkberechtigd samenleven van joden en Palestijnen mogelijk is. De publicaties van het gemeentehuis zijn tweetalig, joden en Palestijnen leveren jaarlijks om beurten een burgemeester, de basisschool van Neve Shalom/Wahat al-Salam is de enige in Israël met gemengde klassen. Het is niet de bedoeling dat de etnische identiteiten ‘oplossen’ in wederzijdse sympathie; ze worden juist benadrukt. Alleen zo voelt – volgens de filosofie van Neve Shalom/Wahat al-Salam – geen van beide kanten zich onderdrukt en kan het experiment standhouden. Ook strijd gaat de gemeenschap niet uit de weg. Nadat in 1997 Tom Kitain uit Neve Shalom/Wahat al-Salam als piloot in het Israëlische leger dodelijk verongelukte boven Libanon, wilden zijn ouders een monument oprichten. ‘Zijn opdracht was om in Libanon onze volksgenoten te vermoorden’, was de woedende reactie van de Palestijnen. Er werd een compromis gevonden: een discrete gedenkplaquette aan het hek van het basketbalveld waar Kitain vaak speelde, ook met Arabieren: ‘Ter nagedachtenis aan een kind van de vrede, dat door de oorlog werd gedood.’ Overal ter wereld ondersteunen vriendenkringen Neve Shalom/Wahat al-Salam. In Israël zelf heeft het dorp echter overwegend vijanden. Als om de bewoners te tarten, heeft de regering-Sharon aan de voet van de heuvel een nederzetting voor legerreservisten gepland. De bouw van een door de vorige regering toegezegd schoolgebouw is daarentegen afgeblazen. Veel Palestijnse groepen krijgen geen toestemming voor de reis naar Neve Shalom/Wahat al-Salam. Voor de ontmoetingen moet soms naar Turkije, Duitsland of Cyprus worden uitgeweken. Tenzij een groep het waagt illegaal de grens over te gaan, de checkpoints omzeilt en zich tenslotte met taxi’s tot vlakbij de volgende controlepost brengen om vandaar een kilometerslange voettocht af te leggen. Wie daarbij wordt betrapt, riskeert gevangenisstraf, soms ook mishandeling. Wie het haalt, kan zich drie dagen lang veilig voelen op het neutrale grondgebied van Neve Shalom/Wahat al-Salam. In de School for Peace hebben de Palestijnen intussen voor elkaar gekregen, dat zij de vredesonderhandelingen in het Arabisch kunnen voeren en ze hebben een tolk geëist. Eerste agendapunt: het lot van de meer dan 3,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen die buiten de grenzen van Israël leven. ‘Dat kunnen jullie toch niet serieus eisen, dat die allemaal terug mogen’, windt de ‘linkse’ Dror zich op. ‘Waar wil je die allemaal laten wonen? In mijn zak soms?’ Rabab voert het recht van iedere jood ter wereld op immigratie naar Israël aan, zelfs al heeft hij daar nooit gewoond. ‘Dat staat al in de bijbel’, argumenteert Mariana, dochter van Russische immigranten, die zelf eigenlijk helemaal niet religieus is. Anran is opgestaan en ijsbeert door het vertrek. De begeleidster zegt dat hij weer moet gaan zitten. ‘Deze onderhandelingen interesseren mij geen moer’, verdedigt hij zich. Steeds overleggen de beide groepen apart en keren terug naar de onderhandelingstafel, tot uiteindelijk bij een nagespeelde persconferentie een verbluffend liberale grondwet van het nieuwe Israël kan worden gepresenteerd. De staatstaal is Engels, naast Arabisch en Hebreeuws. De vluchtelingen mogen terug, maar alleen in de woestijngebieden. Palestijnen hebben voortaan toegang tot alle beroepen, behalve de afdeling terreurpreventie van de Geheime Dienst. Alleen over de naam van het land kon de groep geen overeenstemming bereiken. Ten afscheid liggen in het midden van de kring een roos en een doorntak klaar, die de deelnemers allebei of apart aan iemand van de tegenpartij moeten geven. Dror geeft de roos en de doorntak aan Rabab. ‘De roos omdat je met ons heb gediscussieerd, de doorntak omdat je de terreur niet veroordeelt.’ Rabab geeft ze beide door aan Anran: ‘Omdat je van binnen goed ben, maar niet kunt luisteren.’ Anran geeft Taher alleen de roos: ‘Omdat je je stil hebt gehouden.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.