Email   Print

Een president van Venus

Uitgerekend het land met de pioniersgeest ontpopt zich als een mannenbolwerk. Niet lang meer, als het tenminste aan een groeiend netwerk van invloedrijke vrouwen ligt. Want: ‘Vrouwen hebben geleerd mensen samen te brengen voor een oplossing die voor alle partijen werkt.

Jurriaan Kamp and Tijn Touber | 65 april 2004 issue

In mei 2000 bracht de firma Mattel een heel bijzondere Barbiepop op de markt: President Barbie. Blauw mantelpakje, keurig kapsel en verkrijgbaar in drie soorten: Kaukasisch, Latino en Afro-Amerikaans. Bedenker is Marie Wilson, die liever geen pop, maar wel een vrouw als president wil. Haar voorstel aan Mattel luidde: ‘Laten we Barbies poppenhuis veranderen in het Witte Huis.’ Het werk van Wilson gaat verder dan het introduceren van ludiek speelgoed. Zij is directeur en mede-oprichter van The White House Project, dat in 1998 werd opgericht met als doel dat in 2008 de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten wordt verkozen. Het project is intussen uitgegroeid tot een netwerk dat vele invloedrijke Amerikaanse vrouwen verbindt. Een vrouw in het Witte Huis zou een revolutie betekenen. Want de Verenigde Staten lijken wel een bolwerk van mannen. In een ranglijst waarin 160 landen worden beoordeeld op de mate waarin vrouwen leidinggevende posities in de politiek en de rechterlijke macht bekleden, nemen uitgerekend de VS – als de bakermat van de moderne democratie – een schamele 45ste plaats in. Laura Lisswood, verbonden aan Harvard’s John F. Kennedy School of Government, vice-voorzitter van het Council of Women World Leaders en tevens mede-oprichter van het White House Project, telde verder dat slechts 73 van de 535 leden van het Amerikaanse Congres (Senaat en Huis van Afgevaardigden) een vrouw is: nog geen 14 procent. Niet dat Amerikanen tegen vrouwelijke leiders zijn; 93 procent geeft desgevraagd aan in principe te willen stemmen op een vrouwelijke presidentskandidaat als de keuze zich zou voordoen. Dat mag zo zijn, maar toen in 1984 aan de zijde van de presidentskandidaat Walter Mondale, voor het eerst een vrouwelijke kandidaat voor het vice-presidentschap werd gepresenteerd, leverde die revolutionaire stap de Democraten weinig op. Geraldine Ferraro, die al drie termijnen had gediend als lid van het Huis van Afgevaardigden, kreeg te maken met een ongewoon felle campagne in de media. Ronald Reagan – met George Bush senior aan zijn zijde – kregen hun herverkiezing in de schoot geworpen. Ferraro werd geconfronteerd met de vraag of zij als vrouw wel geschikt zou zijn voor het een na hoogste politieke ambt van de Verenigde Staten. Ferraro streed een ongelijke strijd tegen klassieke, conservatieve beeldvorming. Vandaar dat Marie Wilson zich met haar White House Project richt op die beeldvorming. En waar begint beeldvorming? Precies, bij Barbiepoppen. Alsof de huidige onevenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de Amerikaanse politiek niet voldoende argumentatie levert voor het initiatief, verduidelijkt Wilson: ‘Wij willen een vrouw in het Witte Huis, omdat vrouwen betere leiders zijn in een gecompliceerde wereld. Zij betrekken meer mensen bij het beslissingsproces en ze kunnen beter onderhandelen. Zij zullen meer aandacht besteden aan zaken rondom menselijke veiligheid – familie, onderwijs, kinderopvang, gezondheid – en zich niet blindstaren op internationale veiligheid.’ Misschien, overpeinst Wilson hardop, zou een vrouwelijke president ook ten oorlog zijn getrokken in Irak. Maar de beslissing zou volstrekt anders zijn verlopen, vermoedt ze. Wilson verwijst naar de historische positie van de vrouw. ‘Vrouwen zijn altijd de baas van het huishouden geweest. Daar staat geen autoritaire baas boven. Om de kwaliteit van het gezinsleven te bewaken, hebben vrouwen geleerd mensen samen te brengen voor een oplossing die voor alle partijen werkt. Dat is niet alleen theorie, wij hebben stapels onderzoek over vrouwelijk leiderschap.’ Francis Fukuyama verzamelde veel van die theorie in een essay over vrouwen en de internationale politiek dat hij in 1998 publiceerde in Foreign Affairs. Centraal daarin staat de vraag of de agressieve man een biologisch of een cultureel verschijnsel is. Want dat mannen meer agressiviteit en gewelddadigheid tentoon spreiden, wordt nauwelijks betwist. Er bestaan vrouwelijke soldaten en terroristen en de vrouwelijke gevangenisbevolking in de wereld lijkt zelfs – ook relatief – toe te nemen, maar dat neemt niet weg dat er een consensus bestaat dat fysiek geweld eerder een mannelijk fenomeen is; vrouwen kennen andere vormen van competite en geweld. En dat heeft alles te maken met biologie – spierkracht. De bron van het mannelijke geweld is competitie, haantjesgedrag. In de aanloop naar de Amerikaanse invasie in Irak voerden Saddam en Bush een herkenbare rituele dans in de media op. Het is het waarschijnlijk dat die dans er heel anders had uitgezien tussen Saddam en een vrouw in Witte Huis, zoals Marie Wilson vermoedt, ook al had het eindresultaat hetzelfde kunnen zijn. Fukuyama komt tot de conclusie dat een wereld met meer vrouwen aan de macht er anders uit zal zien. Vrouwen maken andere keuzes. Zij zijn minder geneigd macht te gebruiken in de internationale politiek en ze zullen eerder coalities bouwen. En ook al is de gelijkheid tussen vrouwen en mannen nog verre van een feit in de nationale parlementen, de tendens is onmiskenbaar naar een grotere participatie van vrouwen en een groeiend evenwicht. Vandaar dat de voorspelling dat de wereldpolitiek zal veranderen, niet zo gewaagd is. Wat weer niet wegneemt dat de helft van de maatschappij altijd nog uit mannen bestaat en dat voor de natuurlijke mannelijke competitiedrang uitwegen moeten worden gevonden. Er bestaan tegenwoordig minder gewelddadige uitingsvormen. Te denken valt aan de directeur die met zijn bedrijf meer marktaandeel verwerft. Dat lijkt een minder schadelijke uitingsvorm van agressie dan de jongeling die zijn speer in bloed moet dopen om zijn mannelijkheid te bewijzen. Tegelijkertijd betogen velen dat het bedrijfsleven ook gebaat zou zijn bij minder competitie en meer vrouwelijke energie en oog voor samenwerking. Het essay van Fukuyama werd in feministische kringen destijds met gehoon ontvangen. Met opmerkelijke felheid werd van verschillende zijden betoogd dat vrouwen ook agressief en gewelddadig zijn. En dat Olaf Palme, Willy Brandt, Martin Luther King en Mahatma Gandhi typische vrouwelijke leiders waren. Ofwel: waarom zou de wereldpolitiek onder invloed van vrouwen veranderen, als bijna een eeuw vrouwenkiesrecht in de westerse wereld nog nauwelijks betaald zwangerschapsverlof of betaalbare kinderopvang heeft opgeleverd? De reacties leken aan te geven dat het streven naar gelijkheid tussen vrouwen en mannen nog zwaarder weegt dan het waarderen van typische vrouwelijke kwaliteiten. Vandaar dat het voor Marie Wilson dan ook uiteindelijk niet gaat om het geslacht van een politieke leider: ‘We moeten vrouwen niet tegenover mannen plaatsen. Het gaat erom wélke vrouw aan de macht is; het gaat om de agenda.’ En wat dat betreft blijkt dat vrouwen andere prioriteiten stellen. Vrouwen hebben meer oog voor internationale verhoudingen. Zij zijn meer begaan met het overbruggen van de kloof tussen rijk en arm in de wereld. ‘En steeds weer blijkt dat de armste volkeren de meest oorlogszuchtige volkeren zijn. Ook terrorisme wordt vooral “beoefend” door mensen in onderdrukte of uitzichtloze situaties’, aldus Wilson. Zij wijst op een recent onderzoek van de Universiteit van Berkeley dat aangeeft dat vrouwen anders op stress reageren dan mannen. Mannen kiezen voor vechten of vluchten, vrouwen hebben daarentegen de neiging de handen ineen te slaan en verbindingen te maken. Van Bill Clinton werd gezegd dat hij de eerste ‘vrouwelijke president’ van de Verenigde Staten was. En hij bracht, ook volgens Marie Wilson, inderdaad veel vrouwelijke kwaliteiten met zich mee. Clinton had het vermogen mensen samen te brengen. Hij vond een balans tussen het tonen van zijn gevoelens en het tonen van kracht. Hij kon openlijk emotioneel zijn – de eerste president die publiekelijk huilde – maar toonde ook daadkracht. En Clinton had meer vrouwen in zijn regering dan wie dan ook van zijn voorgangers. Overigens meent Wilson dat het van mannen sneller wordt geaccepteerd wanneer ze vrouwelijke kwaliteiten laten zien dan van vrouwen. ‘Een vrouwelijke vrouw wordt al snel als een moedertje neergezet’, weet Wilson. ‘Zij wordt niet als krachtig ervaren. Een vrouw moet altijd stoer en sterk zijn, en tegelijk zorgzaam.’ Het White House Project geeft advies aan vrouwelijke politici met presidentiële aspiraties. De tips: bezoek formele gelegenheden, draag formele kleding, praat over criminaliteit, belastingen en economie, en gebruik harde, strenge campagnetaal. De conclusie is duidelijk: vrouwen mogen niet al te vrouwelijk zijn. ‘Wij moeten onze keuze voor een vrouwelijke president niet maken vanwege haar sekse, maar vanwege haar goede politieke agenda’, verduidelijkt Wilson. ‘Het kan zelfs zijn, dat een vrouwelijke kandidaat helemaal niet goed uitpakt. Kijk naar Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk. Wetgeving rondom welzijn en antidiscriminatie werden verscherpt en ze schrapte een programma dat gratis melk aan schoolkinderen verstrekte. Ze begon en eindigde haar politieke carrière overigens met hetzelfde aantal vrouwelijke parlementsleden. De enige vrouwen voor wie Thatcher de weg heeft geplaveid, waren de Spice Girls.’ Haar ideeën gaan verder dan de overtuiging dat volksvertegenwoordiging een logische wiskunde kent: als vrouwen de helft van de bevolking vormen, zouden ze de helft van de leidende posities moeten innemen. Dat heeft ze jarenlang verkondigd, maar nu redeneert Wilson verder. In Closing the Leadership Gap: Why Women Can and Must Help Run the World (Viking Press), dat in maart is verschenen, betoogt ze: ‘In een paar jaar is de wereld onstabiel geworden. Terroristen hebben ons aangevallen op ons eigen terrein. Wij hebben gereageerd door een oorlog tegen Afghanistan en Irak te beginnen. De voorheen krachtige economie van de Verenigde Staten zal binnenkort inklappen vanwege het grootste tekort in haar geschiedenis. De hebzucht in het bedrijfsleven heeft complete ondernemingen vernietigd, en daarmee honderdduizenden banen. Miljoenen Amerikanen hebben ontoereikende gezondheidszorg. Als ik kijk naar de moderne uitdagingen en naar de veranderingen die we nodig hebben, ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat onze toekomst afhangt van vrouwelijk leiderschap. Niet om mannen te vervangen, maar om mét hen de mogelijkheden voor verandering te zoeken.’ In 2008 moet het zover zijn. Wie de eerste vrouw in het Witte Huis wordt? Wilson heeft haar lijstje klaar. Zij denkt aan de senator van Maine, Olympia Snow; de gouverneur van Arizona, Janet Napolitano; de gouverneur van Kansas, Kathleen Sibelius; de gouverneur van Michigan, Jennifer Granholm; het lid van het Huis van Afgevaardigden voor Californië, Jane Harman; en natuurlijk aan de nieuwe senator voor New York, Hillary Clinton. De naam Clinton valt het meest frequent in de talkshows. Maar dan blijkt ook steeds dat elke vrouwelijke presidentskandidaat te maken zal krijgen met het Ferraro-effect: ze moet bewijzen dat zij geschikt is voor de baan die in de politieke mannencultuur wordt geacht een mannenbaan te zijn. De uitgesproken, zelfverzekerde houding van Hillary Clinton zou voor elke mannelijke kandidaat gelden als een brevet van bewezen leiderschapskwaliteiten, maar in het geval van de vrouw Clinton betekent dat dat zij met die talenten haar mannelijke omgeving vooral ook angst inboezemt. En die angst zal zij moeten overwinnen – hoe onterecht dat ook is. In de woorden van Marie Wilson: ‘We streven naar een wereld waarin ras en geslacht irrelevant zijn, maar daar zijn we nog niet.’ Die toekomst ligt zelfs nog ver weg. Judith Steinberg, de vrouw van presidentskandidaat Howard Dean, werd recentelijk in de media bekritiseerd omdat zij zich publiekelijk onvoldoende als steun voor haar echtgenoot zou hebben opgeworpen. Maar Katha Pollitt herinnert er in The Nation (16 februari 2004) aan dat er geen verontwaardiging klonk toen Bob Dole een donatie gaf aan een concurrent van zijn echtgenote, Elizabeth, gedurende haar kortstondige campagne voor het presidentschap in 2000. Zulke vooroordelen werken in de hand dat elke vrouwelijke politieke leider zichzelf zoveel mogelijk zal willen presenteren zoals de mannelijke leider waaraan politiek en kiezers gewend zijn. Dan daagt het scenario van Margaret Thatcher als ‘the best man in the cabinet’ – en daar ligt het dilemma voor het White House Project: een vrouw in het Witte Huis zal een enorme doorbraak betekenen, maar het echte doel betreft een verandering van de politieke cultuur. Marie Wilson: ‘Eén vrouw is niet genoeg om een andere politieke cultuur vorm te geven. Het is voor één vrouw ondoenlijk, omdat ze altijd in een mannencultuur moet opereren en voortdurend moet bewijzen dat ze geschikt is om die baan te hebben. We hebben dus een vrouwelijke leider nodig die genoeg vrouwen om zich heen heeft die haar steunen. Een vrouw in het Witte Huis betekent, dat iedereen vanzelf over het thema gaat nadenken. Je stuurt niet meer zo gemakkelijk een delegatie van louter mannen naar een Amerikaanse vrouwelijke president. Eén keer een vrouw in het Witte Huis zal in de wereld veel veranderen. Madam President zal meisjes leren dat zij kunnen wat jongens kunnen.’ Vandaar het belang van President Barbie.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.