|
|
Succes en gevaar van GM voedsel waait over
De strijd tegen gentechnologie lijkt verloren, maar critici blijven wijzen op ingrijpende implicaties.
Europa is bijna om. De eerste aanvragen voor commerciële aanplant van genetisch gemodificeerde (GM) gewassen, zijn in Brussel aangekomen. Er is nog verdeeldheid tussen de landen, maar het Europese Voedselagentschap heeft het wetenschappelijke advies al klaarliggen: veilig, niets aan de hand. Vanaf april moet op het etiket worden vermeld wanneer gebruik is gemaakt van gentechnologie, maar alleen wanneer het meer dan 0,9 procent is van de totale ingrediënten. Voor producten als vlees, melk en eieren die afkomstig zijn van dieren die zijn grootgebracht met GM-veevoer, is het etiket niet verplicht.
Evenals Europa voelt ook Brazilië druk van de Verenigde Staten, die met Canada en Argentinië bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) strijden voor versoepeling van de strenge toelatingsregels. Wanneer Brazilië inderdaad GM-sojabonen accepteert, is er geen land meer dat gentechvrije soja kan garanderen. En Nieuw-Zeeland ten slotte, heeft onlangs zijn moratorium op genetisch gemodificeerde gewassen opgeheven. Ofwel: het ziet ernaar uit, dat de strijd tegen gentechnologie is verloren. Maar volgens critici kunnen de implicaties daarvan wel eens ingrijpender zijn dan wordt aangenomen.
Want hoe veilig is GM-voedsel nu eigenlijk? New Scientist (26 juli 2003) concludeert uit een rapport in opdracht van de Britse overheid, dat er geen bewijs is dat het schadelijk is om de huidige GM-voedingsgewassen te eten. Immers, in de Verenigde Staten wordt al zo'n zeven jaar lang GM-voedsel gegeten en er zijn geen tekenen dat mensen er ziek van zijn geworden.
Volgens Alternative Medicine (september 2003) is het gebrek aan bewijs van onveiligheid een verdachte benadering. De vraag zou moeten zijn: is het veilig? Wie de weinige literatuur over veiligheid bestudeert, ontdekt dat de beschikbare studies veelal zijn uitgevoerd door dezelfde bedrijven die de technologie hebben ontwikkeld en verkopen. Wel is er te lezen, dat een dieet van GM-tomaten bij ratten resulteert in een onderdrukt immuunsysteem en een achtergebleven groei.
Vorig jaar had Michael Meacher in zijn afscheidsrede als de Britse minister van milieu eveneens gewezen op de dubieuze banden tussen de onderzoekers en de biotechbedrijven. Nu toont hij zich in New Statesman (10 november 2003) bezorgd over het gevaar van vermenging van GM-zaden met conventioneel verbouwde gewassen. Meacher haalt een recent rapport van de Europese Commissie aan, waarin staat dat het vrijwel onmogelijk is om kruisbestuiving te voorkomen. Het zou onomkeerbare, feitelijk door niemand gewenste veranderingen in de landbouw betekenen.
Dat is niet alleen theorie. Meacher was op bezoek bij boeren in Saskatchewan, Canada, die hem aantoonden dat GM-koolzaad zich heeft vermengd met hun eigen, conventioneel verbouwde gewassen. En dat terwijl de akkers met GM-koolzaad vele kilometers verderop lagen. Het blijkt dat de gevolgen van gentechnologie moeilijk onder controle zijn te houden.
De overwaaiing van GM-stuifmeel naar andere akkers kan desastreuze gevolgen hebben, concludeert The Ecologist (juli/augustus 2003). Allereerst voor het milieu: de biodiversiteit wordt bedreigd, omdat sommige planten niet blijken te kunnen leven onder de veranderde omstandigheden, en ook kan 'genetische vervuiling' ontstaan wanneer resten van een GM-gewas alsnog ontkiemen in combinatie met andere gewassen.
Dat kan slecht uitpakken voor boeren, op wiens akkers dat wordt geconstateerd door inspecteurs van biotechbedrijven. Zij kunnen deze boer aanklagen, omdat hij zonder licentie gewassen verbouwt met gebruikmaking van hun gentechnologie, waarmee hij inbreuk pleegt op het patentrecht. Momenteel lopen tegen meer dan vijfhonderd Amerikaanse boeren een dergelijke schadeclaim. Enkele boeren in Kentucky hebben al tienduizenden dollars moeten betalen aan biotechbedrijf Monsanto.
Daarnaast blijkt dat boeren duurder uit zijn met gentechnologie: tot veertig procent. Die extra kosten zitten in de technology fee en in de extra uitgaven aan chemische bestrijdingsmiddelen. Want hoewel de belofte van gentechnologie juist was dat het milieuvriendelijker landbouw zou betekenen, wijst de praktijk uit, dat meer bestrijdingsmiddelen nodig zijn. Bovendien moet de boer elk jaar weer nieuwe GM-zaden kopen.
Als er zoveel bezwaren aan kleven, waarom is er dan GM? Het argument van de voorstanders van biotechnologie in de landbouw was altijd de hongerbestrijding. Maar schampert Down To Earth (30 september 2003) in een coverstory over gentechnologie: 'Iedereen die armoede in het zuiden begrijpt, weet dat het niet het gebrek aan voedsel is, maar het gebrek aan toegang tot voedsel.' Fijntjes wijst het Indiase tijdschrift op de populairste GM-gewasssen: de sojabonen, mais en koolzaad zijn bestemd voor veevoer en geconserveerde voeding, vooral voor consumptie in het westen. Het vierde gewas, katoen, is bestemd voor de productie van kleding, vooral voor de westerse markt.
Een van de eerste wapenfeiten van de gentechnologie was superresistent sorghum, een graansoort die kon ontkiemen in verhitte ondergrond en dat afrekende met de schimmel die normaal gesproken de helft van het gewas opeiste. Maar de Britse wetenschapsjournalist Colin Tudge, die destijds enthousiast was over de potentie van biotechnologie, moet inmiddels in Earthmatters (herfst 2003) concluderen: 'De moderne GM-gewassen worden niet gemaakt om de toegang tot betaalbaar voedsel te verbeteren, noch in de rijke, noch in de arme landen. De strategie is, kort gezegd, erop gericht om de controle van de mondiale landbouw over te laten aan enkele ondernemingen.' En die ondernemingen zijn, aldus Tudge, vooral uit op winst: 'Er is niets mis met winst, maar zo'n benadering voor landbouw is extreem gevaarlijk.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.