|
|
| Share |
Nu wij!
Het succes van zelfhulpboeken heeft het 'ik' verzadigd. Het is tijd voor de volgende spirituele stap, die een sprong betekent in het menselijk bewustzijn: de sprong naar wij. In de moderne samenleving is iedereen met elkaar verbonden. Het antwoord op onze politieke, economische en spirituele uitdagingen zit dan ook in samenwerking, in een besef dat wij niets minder zijn dan wij. Over de geboorte van een nieuw denken.
Ik erger me. We ergeren ons. Aan de graaicultuur. Aan asociale automobilisten die anderen snijden. Aan internationale afspraken die niet worden nageleefd. Aan Westerse politici die menen dat je andere landen democratie kunt opleggen. Aan medicijnfabrikanten die hun prijzen niet willen verlagen zodat miljoenen mensen onnodig sterven. Aan de muur die om Palestijnse gebieden wordt gebouwd – alsof je daarmee nieuwe problemen kunt voorkomen. Aan een buurvrouw die bang is voor een deuk in haar auto, waardoor kinderen hun enige speelveldje kwijtraken. Ik erger me aan al dit kortzichtige, egoïstische gedrag, waarbij de directe behoeftebevrediging van het individu prevaleert – of de belangen van de eigen groep altijd voorrang krijgen.
En toch…
Toch heb ik ook hoop. Want ik ben niet de enige die zich ergert en het verzet – óns verzet – groeit. Steeds luider klinkt het geluid tegen de zinloosheid van geweld, tegen de verloedering van de media, tegen dreigende milieurampen, tegen zakkenvullers en leugenaars aan de top en tegen de valse grenzen, muren en maskers die ons van elkaar scheiden. Steeds luider klinkt de schreeuw om directe democratie, duurzaam ondernemen, tolerantie en om nieuwe waarden. Alleen… wie weet hoe we deze nieuwe waarden moeten scheppen en hoe we ze kunnen toepassen? Welke partij, welk individu of welke stroming wijst de weg in het oerwoud van goedbedoelde meningen? Is er eigenlijk een antwoord op onze mondiale crisis?
Ja, er is een antwoord. Het luidt: wij. En het goede nieuws is, dat de wereld de eerste stappen al heeft gezet om dat antwoord dichter bij te brengen. Is het een stroming? Is het een nieuwe lichting denkers? In ieder geval komen steeds meer opinieleiders op hetzelfde uit: wij. Over de hele wereld formuleren denkers het nieuwe wij-gevoel vanuit hun verschillende disciplines.
*) Psychologen zien ons het ‘transpersoonlijke tijdperk’ binnengaan.
*) Filosofen voorspellen een verhuizing van ‘sociocentrisch’ naar ‘wereldcentrisch’.
*) Politicologen onderkennen het belang van een zekere vorm van een wereldregering.
*) Astrologen zien het Aquariustijdperk gloren; een beweging die ons wegvoert van het oude patriarchaat – waarin het recht van de sterkste werd bevochten – naar een intuïtieve levensstijl en een gevoel van verbondenheid.
*) In het bedrijfsleven maakt de topdown benadering plaats voor gelijkwaardigheid, bezielend leiderschap en meer ruimte voor creativiteit.
*) Een groeiend aantal spirituele leiders onderstreept de overeenkomsten tussen de wereldreligies en ziet mededogen en een geleefde ethiek als een universeel geldende bron voor transformatie. *) Ook ‘harde’ wetenschappers gaan om, nu de ontdekkingen van de mogelijkheden van het Zero Point Field (zie ook Ode 61) aantonen dat op het diepste niveau alles met alles is verbonden. Alles en iedereen blijkt voortdurend met alles en iedereen te resoneren en te communiceren. Op het diepste niveau zijn u en ik, hij en zij, dit en dat maar één ding: wij zijn Wij.
Kortom, de wereld lijkt zich voor te bereiden op een mondiale transitie van een egoïstisch bewustzijn dat was gericht op overleven, naar een algemeen bewustzijn dat de hele kosmos en de evolutie omvat. Niet meer ieder voor zich, maar ieder voor allemaal. Tijd voor waar wereldburgerschap.
‘Wacht eens even,’ hoor ik u denken, ‘het paradijs is toch al zo vaak voorspeld?’ Inderdaad, door de eeuwen heen hebben allerlei dromers, filosofen en goeroes de zaligmakende versmelting van het narcistische individu met de gemeenschap voorspeld of gepredikt. Nergens heeft dit ooit tot een blijvend en voorbeeldig resultaat geleid. Altijd creëerde de spanning tussen mensen zoveel frictie, dat het kaartenhuis snel weer in elkaar zakte.
Waarom zou de claim van een nieuw wij, een nieuw tijdperk, dan nu wél waar zijn? Wat is het verschil met andere tijden? Is dit werkelijk een uniek moment in de wereldgeschiedenis?
Ja, dat lijkt er wel op. Want de uitdagingen waarvoor de wereldgemeenschap staat, zijn vrijwel allemaal mondiaal van aard. Het heeft geen zin het broeikaseffect lokaal aan te pakken. Migratieproblemen los je niet landelijk op, maar in samenwerking met buren en overburen. Dat geldt ook voor drugssmokkel, olieprijzen, terreurbestrijding, het aanpakken van dictators, het naleven van mensenrechten, het opheffen van kinderarbeid en sweatshops en het reguleren van geldstromen.
Ook Jean-François Rischard, vice-president van de Wereldbank, is ervan overtuigd: wij mensen zijn in een overlevingsstrijd belandt, die de ondergang van de aarde moet voorkomen. In zijn boek Vijf voor twaalf: twintig wereldproblemen, twintig jaar om ze op te lossen schrijft hij dat het een gezamenlijke strijd is, die geen andere keuze laat dan de handen ineen te slaan. Want ook de mogelijke antwoorden op de moderne vraagstukken – ontwikkelen en toepassen van alternatieve brandstoffen, groenere technologie en het toepassen of afschaffen van gentechnologie – gaan ons allemaal aan. Samenwerken is de enige manier van overleven geworden in onze wereld.
Natuurlijk zijn er in de geschiedenis al eerder situaties geweest – bijvoorbeeld na de beide wereldoorlogen – waarbij een wij-gevoel hard nodig was. Maar er is een groot verschil tussen het wij van toen en het wij van nu. In het oude wij is er weinig ruimte voor het individu en voor persoonlijke ontplooiing. Het oude wij-denken gaat er klakkeloos van uit, dat het individu zich alleen maar hoeft over te geven om vervolgens bevrijding te vinden in de armen van het collectief, de kudde. Het ‘ik’ wordt gezien als de bron van het kwaad en dient te worden geofferd. Het individu wordt een willoos slachtoffer van de manipulatie van anderen of de groepswil.
Het nieuwe wij is anders. Het is een wij waarin het individu zijn zelfstandigheid behoudt. Het ego blijft intact en heeft zelfs een belangrijke functie. Het ego wortelt, beschermt en zorgt ervoor dat elke keuze een vrije keuze is. Het ego is zelfs het fundament van wij, maar in de plaats van versmelting van vroeger komt vrijheid in verbondenheid. Een verbondenheid waaruit het ego zelfs kracht en inspiratie put om zich verder te kunnen ontwikkelen. Een verbondenheid door ontelbare draden.
Een vriend van mij liep eens in een T-shirt met de opdruk: Them = Us. Die tekst geeft precies de overgang aan. Er is geen ‘zij’ meer, want wij zijn allen verbonden. Daarmee steekt het nieuwe wij schril af tegen het oude wij dat niet inclusief is, maar veroordelend naar ‘de ander’ die niet tot de eigen groep behoort. Het oude wij sluit uit wat het vreemd of bedreigend vindt. Het is ‘ons’ tegen ‘jullie’. Het oude wij is het wij van de kudde en de familie, van de kloosters en het leger, van werkgroepen en teams, van de supporters van voetbalclubs en nationale elftallen. Het oude wij staat altijd tegenover een ander wij. Het nieuwe wij is benieuwd naar ontmoeting en verbinding. Het gaat in een collectieve zoektocht op jacht naar antwoorden die iedereen dienen. Het nieuwe wij is ervan overtuigd, dat één plus één drie is.
Paradoxaal genoeg is het nieuwe wij een direct gevolg van de golf van investeringen in persoonlijke ontwikkeling die de moderne Westerse wereld sinds de jaren zestig overspoelt. Met de komst van therapie, meditatie en yoga begon een periode van – in het licht van het voorafgaande tijdperk – ongekende individuele ontplooiing. Maar terwijl de schappen met esoterische literatuur en zelfhulpboeken uitpuilen en de krantjes met de aanbiedingen van cursussen en trainingen dikker zijn dan ooit, doemt ook een grens op. Het ‘ik’ raakt verzadigd. Hoeveel meer tijd en aandacht kunnen we aan ons ‘ik’ besteden zonder te vervallen tot een dwaas narcisme?
Deze grens sluit aan bij een gezonde psychologische ontwikkeling van een opgroeiend mens. Voorbij het hoogste ideaal van de zelfverwezenlijking – naar de beroemde piramide van de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow – gloort de uitdaging van het nieuwe wij. Want is de essentie van spirituele ontwikkeling niet juist dat de mens uiteindelijk zijn ego overstijgt en ontdekt dat hij deel is van het universum? Grote groepen mensen staan klaar om in de voetsporen te treden van de enkele, wijze spirituele meesters die al eeuwen als voorbeeld dienen. Wij is een volgende spirituele stap. Wij is een bewustzijn dat je innerlijk ervaart – niet meer een identiteit buiten jezelf waarbij je je zou moeten aansluiten.
De kracht van dit nieuwe spirituele wij zwelt wereldwijd aan. Naar schatting zo’n twee procent van de wereldbevolking heeft het nieuwe wij omarmd. Dat sluit aan bij het werk van socioloog Paul Ray en psychologe Sherry Ruth Anderson. In hun boek The Cultural Creatives: How 50 Million People Are Changing the World tonen zij aan dat in de Verenigde Staten, maar ook in Europa, een nieuwe subcultuur is ontstaan, die zich betrokken voelt bij persoonlijke ontwikkeling en mondiale rechtvaardigheid (zie Ode 37). Deze groep – man en vrouw, jong en zwart blank en zwart, hoog- en laagopgeleid, rijk en arm – zet zich af tegen cynisme en materialisme en zoekt actief naar praktische manieren om het idealisme invulling te geven. De auteurs – die dertien jaar aan hun studie hebben gewerkt – spreken van pioniers, van wegbereiders van misschien wel een volgende stap in de beschaving. Want hun aantal begint snel te groeien tot een invloedrijke, kritische massa.
De moderne economie is het beste bewijs van mondiale eenwording. De invloed van bedrijven reikt veel verder dan de fabrieksvloer of de kantoorruimte. Producten worden gemaakt op basis van materialen uit alle windhoeken. Fusies en joint ventures zijn zo gewoon geworden, dat kranten die er vijftien jaar geleden vermoedelijk dagenlang over konden berichten, tegenwoordig een kort nieuwsberichtje maken. Ook samenwerking met lokale partijen en belanghebbenden – stakeholders in de termen van ‘verantwoorde’ ondernemers – is voor multinationals tegenwoordig onderdeel van de dagelijkse praktijk geworden.
De onderlinge afhankelijkheid is zozeer de basis van de wereldeconomie, dat het de vraag is hoe lang we nog kunnen spreken van ‘nationale economieën’. Zelfs in een systeem dat zich nog altijd baseert op eigenbelang en concurrentie – bepaald geen woorden die bij het nieuwe wij horen – is het duidelijk, dat samenwerking de weg wijst naar economische succes.
Deze economische ontwikkeling wordt gestimuleerd door de computerrevolutie. De wereld is verbonden in een mondiaal telecommunicatie- en informatiesysteem dat tot in alle aspecten van onze leefwereld is doorgedrongen. Tijd en afstand, grenzen en verschillen verdwijnen steeds meer.
Nergens is de ontwikkeling zo herkenbaar als op het world wide web, waarschijnlijk de grootste aanjager van het opkomende wereldwijde wij. Internet kent geen grenzen tussen culturen, rassen of religies en kan iedereen op ieder willekeurig moment met iedereen verbinden. Internet is de basis van een nieuwe wereld – en verwar deze zin niet met de kretologie van enkele pioniers die de ‘nieuwe economie’ in rap tempo hebben zien veranderen van een hype in een zeepbel. Internet is de collectieve schepping van een wilde verzameling mensen die elkaar ontmoeten en van elkaar leren, die elkaar stimuleren en helpen, die van elkaar kunnen gaan houden als vrienden en familieleden.
Ook heeft internet zich bewezen als het meest succesvolle middel om mensen tot actie te bewegen. Een e-mail die oproept tot protest kan tien-, honderdduizenden mensen uit alle delen van de wereld op de been brengen. De andersglobalisten zijn misschien wel het mooiste voorbeeld van een beweging die heeft ontdekt wat de kracht van internet kan zijn. Andersglobalisten zijn in staat gebleken om onverwacht grote massa’s mensen te mobiliseren tijdens straatbijeenkomsten van Seattle tot Praag en van Genua tot Cancún: namen van steden die nooit meer hetzelfde klinken.
Overigens verdienen de andersglobalisten een eervolle vermelding als de pioniers van een stroming met een vergaand bewustzijn van wij en verbondenheid. Hun verzet richt zich op organisaties als de Wereldhandelsorganisatie en het IMF, waarvan het beleid in hun ogen niet resulteert in een omvangrijker wij, maar in grotere tegenstellingen: tussen arm en rijk, tussen het Noorden en het Zuiden. De politieke antwoorden die worden verwoord op ‘tegentoppen’ en in de boeken die ze schrijven, formuleren oplossingen waaruit op mondiaal niveau meer gelijkwaardigheid en meer rechtvaardigheid voortvloeit.
Niet alleen politiek, spiritueel en economisch wordt de wereld één, ook de biologische ontwikkeling wijst in die richting. Elk ecosysteem is een complexe matrix van levensvormen die samen evolueren. Planten hebben voor hun bevruchting insecten nodig, leeuwen doden voornamelijk de zwakste antilopen en verminderen daarmee de kans op overdracht van besmettelijke ziekten binnen een kudde. De voorbeelden zijn eindeloos. Ook de mens maakt deel uit van deze co-evolutie. Wij ontwikkelden ons uit onze voorouders door ons steeds beter aan te passen aan de veranderende omstandigheden.
Dat proces verliep in het begin geleidelijk. Maar zo’n vijftigduizend jaar geleden was er een grote sprong voorwaarts die de basis vormt van onze menselijke cultuur. Deze sprong voorwaarts kwam voort uit de toegenomen bevolkingsdichtheid die fysieke aanpassingen vergde. De mens vond daar een geniaal antwoord op: hij veranderde de manier waarop zijn brein functioneert. Hij maakte het flexibeler, creatiever en zorgde ervoor dat hij veel makkelijker om kon gaan met de complexiteit van zijn sociale omgeving. De rondtrekkende jager kon uiteindelijk een moderne stadsmens worden en de kiem voor het gezin als hoeksteen van de samenleving was gelegd.
De individualisering in combinatie met de toenemende complexiteit van de moderne samenleving en de druk van de bevolkingsgroei lijkt de mensheid nu te dwingen tot een nieuwe evolutionaire sprong voorwaarts. Het brein heeft een ‘wij-gen’ nodig om beter met de moderne uitdagingen te kunnen omgaan. Je kunt het wij-gen in wording zien tijdens stille tochten wanneer mensen zwijgzaam door een stad lopen om gevoelens van verdriet te verwerken. Of zie de collectieve rouw na een ramp.
De brute aanslagen op 11 september 2001 verbond de wereld ver voorbij Manhattan. Het was voor de mensheid een dramatische en pijnlijke les in wederzijdse afhankelijkheid. De eerste reflex van president Bush – ‘Of je bent voor óns, óf je bent voor de terroristen’ – lijkt een misplaatste nawee van het oude wij-denken. Want de werkelijkheid is anders: de wereld moest zich niet bij de Verenigde Staten aansluiten, maar de Amerikanen moesten zich bij de wereld aansluiten. Die les, die langzaam wordt getrokken in het Witte Huis, zal de geschiedenisboeken ingaan als een ommekeer in de wereldpolitiek. Dit was de geboorte van een nieuw denken, een besef dat we allemaal in dezelfde trein zitten.
Het bijzondere van stille tochten en ingrijpende ervaringen zoals die op ‘9/11’, is dat het wij-gevoel op dat moment geen tegenstander kent. Er is maar één wij. Geen ander wij, geen zij. Dit zijn momenten van transformatie. Het wij dat tussen mensen ontstaat, verandert hen. Na een dergelijke ervaring hebben velen het gevoel iets bijzonders te hebben ervaren, een ander mens te zijn geworden. Ze zijn deel geweest van iets dat groter is dan henzelf. Ze hebben een wijdere samenhang ervaren, noem het ‘zelftranscendentie’, een heel-zijn dat zelfvertrouwen geeft en het leven zinvol maakt.
Jaren geleden beleefde ik tijdens mijn eerst zenretraite zo’n overstijgende wij-ervaring. Zeven dagen lang zouden we mediteren van zes uur in de ochtend tot acht uur ‘s avonds. En al die tijd zouden we zwijgen. Ik had er zin in. Ik was eraan gewend om geregeld in meditatiehouding te zitten en dit was een uitdaging. Ik verwachtte wat spierpijn en andere gewenningsverschijningen en dan zou – zo hoopte ik – de grote stilte over me heen dalen.
Ik had me vergist. Het was zwaar. Heel zwaar. De eerste dag begon met pijn in mijn rechterknie en rug. Door steeds een beetje van houding te veranderen, was dat nog draaglijk, maar in de daarop volgende dagen veranderde de speld die in mijn gewrichten stak in een breinaald, toen in een keukenmesje en vervolgens in een dolk. Ook het zwijgen vond ik moeilijk, met name tijdens de maaltijden die daardoor veranderden in een vreugdeloos koor van smakken en slikken.
Toen ik er serieus aan begon te denken om op te geven, veranderde er iets. De pijn werd niet minder, maar wel irrelevant. Ik kon er afstand van nemen. En de mensen die in de meditatieruimte links en rechts van me zaten, veranderden langzaam van onbekenden in vrienden die ik meende al jaren te kennen. Ik putte troost uit hun nabijheid. Als ik voelde dat ze moeite met hun houding hadden of dat hun gedachten naar pijnlijke herinneringen uitgingen, dan zond ik hen gevoelens van liefde en aanmoediging. In werkelijkheid wist ik niet eens hoe ze heetten.
Het samenzijn met de anderen in dezelfde ruimte, het leven volgens hetzelfde ritme en de collectieve concentratie, zorgden ervoor dat we op elkaar afgestemd raakten zonder de focus op onszelf te verliezen. Voor mij was het alsof we langzaam in één lichaam veranderden. Als we met z’n allen opstonden van onze meditatiekussens voor een loopmeditatie bewogen we als één wezen. Het neerkomen van onze voeten op de houten vloer was de voetstap van één groot lichaam.
Wie – zoals ik tijdens die zenretraite – het wij eenmaal in al zijn kracht heeft ervaren, is niet meer dezelfde persoon. Alle volgende belangrijke veranderingen beginnen niet meer bij jezelf, maar bij de wereld. Er ontstaat een werkelijk open en respectvolle houding naar iedere wereldburger. Mededogen hoort bij wij. Ook tegenover vluchtelingen en zwervers, die als vreemdelingen worden gebrandmerkt. Is het niet raar dat we van allochtonen verwachten dat zij zich aanpassen en inburgeren, terwijl wij zelf een Koreaan niet van een Vietnamees kunnen onderscheiden?
Het is zelfs mogelijk een wij-ervaring te beleven in een sport tussen twee partijen. Bill Russell, een van de allergrootste Amerikaanse basketballerspelers uit de jaren vijftig en zestig, herinnert zich momenten waarbij hij en alle andere spelers als het ware boven henzelf werden uitgetild: ‘Alle bewegingen veranderden in een ritmische, muzikale dans tussen de beide teams. Hoewel beide ploegen alles op alles zetten om te winnen, ging het niet meer om de competitie’ (Ode 35). Als Russell een spectaculaire actie van de tegenpartij zag, werd het zijn diepste wens dat ook zij scoorden. Iedereen speelde op de top van zijn kunnen, in een ongekend hoog tempo, en elke pass, elke schijnbeweging was een kunstwerk op zichzelf. Toch kon Russell elk volgend moment van het spel al zien aankomen en voelde hij zich met alle andere spelers zo diep verbonden dat de rillingen over zijn rug liepen. De beide teams vormden in het spel een overstijgend wij.
Op de hoogste sport van de evolutionaire ladder kunnen we ieder mens open en liefdevol tegemoet treden. Ook de tegenstander, ‘de vijand’. Vooral ‘de vijand’. Het kan. Het is niet altijd makkelijk. Het oude wij – het wij van ‘ons’ tegen ‘jullie’, van dogma’s, vooroordelen en starre meningen – ligt nog voortdurend op de loer. Maar de ontwikkeling is duidelijk: het afscheid van het ik-tijdperk, welkom in het wij-tijdperk.
De weg naar wij begint dichtbij. Thuis. Praat met anderen over het nieuwe wij. Breng het ter discussie. Mijn ervaring is dat zulke gesprekken nieuwe, open gemeenschappen smeden. Ze brengen wij-makers samen in een verband zonder regels, wetten of programma – fragmentatie verdwijnt. Werkelijke samenspraak – dialoog – vergt vaardig luisteren en vaardig spreken.
De eerste Quakers in Amerika waren hier zeer bedreven in. Tijdens hun bijeenkomsten, die voor iedereen openstonden, deden mensen alleen hun mond open als ze werkelijk de noodzaak voelden om zich te uiten. Zolang iemand sprak, mocht hij niet worden onderbroken. Het was evenmin toegestaan de ander aan te vallen of zijn woorden in twijfel te trekken. Je sprak voor jezelf en nam daar de volledige verantwoordelijkheid voor. Op deze manier behandelden de Quakers ooit het probleem van de slavernij. Dat duurde jaren. Toen zij gezamenlijk besloten om al hun slaven te bevrijden, was dit honderd jaar eerder dan in de rest van Amerika. Wat let ons om op dezelfde manier een open dialoog aan te gaan met vluchtelingen, terroristen of mensen in de gevangenis? Of met hebzuchtige directeuren en politici?
Het wij leert ons niet te opereren vanuit oordelen of overtuigingen, maar eerst te luisteren. En te blijven luisteren. Zo kan het nieuwe wij een grote bijdrage leveren aan het overbruggen van de conflicten en de tegenstellingen in de wereld. Denk aan de vaak kleinschalige, maar hartverwarmende initiatieven in het Midden-Oosten waarin Israëliërs en Palestijnen samen naar een toekomst zoeken en waarin ze laten zien dat er een alternatief bestaat voor het oude paradigma van veroordelen en beschuldigen.
Als de hiërarchische maatschappij plaatsmaakt voor de wij-wereld, verandert de mondiale samenleving. Directe democratie met behulp van internet zal de ouderwetse, hiërarchische, indirecte democratie kunnen vervangen. Zoals bedrijven onder invloed van het opkomende wij steeds meer emanciperen en uiteenvallen in kleinere, autonome eenheden, zo zullen ook staten en overheden emanciperen en verantwoordelijkeden teruggeven aan netwerken van individuen, aan wij. Politiek zal terugkomen waar het volgens de metafoor hoort: op het stadsplein van Athene. Dichtbij, zodat iedereen zich betrokken én verantwoordelijk voelt. De nieuwe beleving van spiritualiteit zal religieuze kloven overbruggen en mensen met verschillende achtergronden dichter bij elkaar brengen.
Het nieuwe wij maakt een einde aan muren, want wie een muur bouwt, sluit zichzelf in. En ik heb ontdekt dat het mogelijk is om zelfs de ergernis aan de asociale automobilist kwijt te raken. Loesje schreef het al eens zo mooi op een poster: ‘Heb uw naaste lief, want dat ben ik’.
Van Jaap Westerbos verschijnt binnenkort bij uitgeverij Altamira-Brecht het boek Wereldwijd wij. Westerbos is kok en kunstenaar. Eerder schreef hij – onder zijn pseudoniem André Wolf – De tao van stampot en een column in Ode over koken.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |






You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.