|
|
Een wedloop naar de onderkant
Hoe kun je als werknemer te duur zijn, vraagt Anita Roddick, met een gemiddeld uurloon van nog geen anderhalve euro?
Selina woont en werkt in de havenstad Chittagong in Bangladesh. Dagelijks werkt ze veertien uur. In het drukke seizoen heeft ze afmattende werkdagen van meer dan negentien uur. Ze slaapt op de grond, evenals haar collega’s. Ze werken zeven dagen per week. Ze krijgt zeven cent per uur, 55 cent per dag, nog vier euro per week. Gedurende de afgelopen vier maanden heeft Selina twee vrije dagen gehad. Haar werk bestaat uit het opnaaien van het etiket ‘Sportrax’ voor het grootste bedrijf ter wereld: Wal-Mart. Selina is 13 jaar oud.
Dit is Bangladesh. Hier naaien 1,8 miljoen arbeiders in 3600 fabrieken kleren voor de export naar Europa en de Verenigde Staten. Geschat wordt dat 800 duizend van hen pubermeisjes en tieners zijn. Er is geen vakbond. Ze hebben geen idee welke lonen in andere delen van de wereld worden betaald. Van de International Labour Organisation (ILO) of de Wereldhandelsorganisatie (WTO) hebben ze nog nooit gehoord.
Nog steeds verbergen bedrijven de fabrieken waar ze over de hele wereld gebruik van maken voor de productie van de goederen die wij kopen. Tijdens de laatste twee jaar zijn in Mexico zeker vijfhonderd montagefabrieken voor exportgoederen gesloten, waardoor meer dan 200 duizend mensen op straat kwamen te staan. Met een gemiddeld uurloon van nog geen anderhalve euro waren ze eenvoudig te duur. En juist nu melden fabrieksarbeiders in twee van de armste landen in Latijns Amerika – Nicaragua en Honduras – dat de leiding hen heeft verteld dat ze zich erop moeten voorbereiden, dat ze langer en harder moeten gaan werken voor een lager loon, omdat er in China genoeg mensen in de rij staan die bereid zouden zijn al hun banen over te nemen… En als het ze niet bevalt, zal het bedrijf de fabriek moeten sluiten en vertrekken.
Wat gebeurt er als arbeiders de moed hebben in verzet te komen. Als ze eisen dat hun fundamentele rechten moeten worden gerespecteerd? Toen jonge vrouwen die vijf cent kregen voor elk Disney-shirt dat ze maken en dat voor twintig euro wordt verkocht, vroegen of ze één dag per week vrij konden krijgen en of ze misschien niet langer zouden worden geslagen, reageerde Walt Disney door de fabriek te sluiten. Dit was het ergste wat Disney had kunnen doen. Deze vrouwen hadden dit werk nodig, maar ze wilden gewoon graag dat ze zouden worden behandeld alsof ze mensen waren.
Werknemers die in de ontwikkelingslanden voor hun rechten strijden, kunnen alleen maar slagen wanneer tegelijkertijd druk wordt uitgeoefend op de bedrijven in het Westen waar de goederen worden verkocht. Ik heb het niet over boycots. Het moet juist het tegenovergestelde zijn: wat dringend nodig is, zijn campagnes om banen in de ontwikkelingslanden te behouden, terwijl wij er tegelijkertijd aan werken dat de mensenrechten en arbeidsrechten worden gerespecteerd.
Op de lange termijn hebben we uitvoerbare wetten nodig die door sancties worden ondersteund en wetten om mensenrechten en arbeidsrechten in de wereldeconomie te verdedigen. Wetten die minstens zo sterk zijn als de bescherming die tegenwoordig aan merkproducten wordt verleend.
Op de korte termijn is er genoeg dat we kunnen doen. We moeten de aandacht vestigen op bedrijven en fabrieken die juist handelen en deze bedrijven belonen. Het is tijd om een lijst van ‘Voorkeursbedrijven’ op te stellen waarop bedrijven staan vermeld die wellicht niet volmaakt zijn, maar die veel beter zijn dan het gemiddelde en die vooruitgang boeken. Ik zou willen voorstellen de volgende normen aan te leggen als criteria voor bedrijven die op deze lijst willen komen:
*) Volledige openbaarmaking van alle fabrieksnamen en -locaties. Door deze fabrieken in de openbaarheid te brengen, wordt het veel moeilijker misstanden omtrent kinderarbeid en sweatshops te verbergen.
*) Een gedragscode die minimaal verplicht tot strikte naleving van alle lokale wetten, evenals de belangrijkste internationaal door de ILO erkende arbeidsrechten, vooral het recht op organisatie
*) Ten minste eens per jaar publicatie van een controlerapport over de omstandigheden in de fabrieken.
*) De belofte dat naar oplossingen worden gezocht wanneer plaatselijke of internationale organisaties melding maken van beschuldigingen van ernstige schendingen van de rechten van arbeiders.
Betrokken consumenten willen weten waar ze kunnen winkelen, terwijl ze er enigszins op kunnen vertrouwen dat de artikelen die ze kopen, onder menselijke omstandigheden werden geproduceerd. Een dergelijke lijst van Voorkeursbedrijven zal in een grote leemte voorzien. Ik nodig bedrijven die juist willen handelen uit, naar voren te treden en de leiding te nemen om dit te realiseren, in samenwerking met religieuze organisaties, vakbonden, studentenbewegingen, groepen voor de vrouwenrechten en mensenrechtengroeperingen.
Sluit u zich bij ons aan en doe mee door mijn website (www.anitaroddick.com) of die van het Amerikaanse National Labour Committee (www.nlcnet.org) te bezoeken. Daar zult u genoeg concrete ideeën vinden over de wijze waarop u actie kunt ondernemen als u zich openlijk wilt uitspreken voor het standpunt dat de wereldeconomie een menselijk gezicht moet hebben.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.