|
|
De kracht van Europa
Consensus als effectief alternatief voor de machtspolitiek van de Verenigde Staten.
‘Waar gaat de wereld naartoe? Blijven machtige staten de dienst uitmaken, of heeft er een geleidelijke verschuiving plaats naar consensusvorming tussen de verschillende gemeenschappen?’ Graham Fuller, een voormalige hoge functionaris van de CIA, karakteriseert in New Perspectives Quarterly (zomer 2003) haarfijn de tegenstrijdige aanpak van internationale problemen door Europa en de Verenigde Staten. Draait Donald Rumsfeld, minister van Defensie van de VS, de zaken om? Moeten we als het om internationale betrekkingen gaat niet juist spreken over het ‘Oude Amerika’ en het ‘Nieuwe Europa’?
Uit het herhaaldelijk getoond onvermogen van de Europese Unie (EU) om een gemeenschappelijk standpunt in te nemen inzake internationale vraagstukken en dit standpunt door middel van militaire actie kracht bij te zetten wanneer de situatie dit vereist, hebben veel waarnemers geconcludeerd dat de Europese eenheid niet is opgewassen tegen het Amerikaanse overwicht. Zoals de Franse historicus Dominic Lieven deze visie verwoordt in Prospect (juni 2003): ‘Als Europa serieus genomen wil worden, zal het zich meer “als een imperium” moeten opstellen met betrekking tot de verdediging van haar buitenlandse politieke belangen.’
Maar na 11 september 2001, in een wereld waarin passagiersvliegtuigen kunnen worden ingezet als kruisraketten, zetten steeds meer analisten vraagtekens bij een benadering in de internationale politiek die wordt gekenmerkt door het gelijk van de sterkste. Wanneer we het bevorderen van de democratie als een speerpunt van de Westerse politiek beschouwen, heeft militair machtsvertoon hieraan maar bitter weinig bijgedragen. Harper's (augustus 2003) stelt dat de Verenigde Staten hun troepen tussen 1900 en 1993 veertien keer voor het nobele streven van de verspreiding van de democratie hebben ingezet. Helaas waren tien jaar na de komst van deze troepen slechts vier van de veertien landen veranderd in democratieën. De moeizame positie van de coalitie in Irak die ontstond na het meest spectaculaire vertoon van de shock and awe aanpak, heeft tot dusver niet veel bijgedragen aan het vertrouwen in het succes van militaire interventie.
Het lijkt erop dat de Amerikaanse militaire overmacht al even weinig heeft bijgedragen aan een groter gevoel van veiligheid van de eigen burgers. Volgens een opinieonderzoek dat acht jaar na de koude oorlog werd verricht in opdracht van ABC News en de Washington Post, was bijna de helft van de Amerikanen van mening dat hun land zwakker was geworden sinds het de enig overgebleven supermacht was geworden.
Maar biedt de zwabberende koers van de EU een serieus alternatief? Tot voor kort waren de Verenigde Staten zelf nog erg enthousiast over het ‘Europese experiment’. Henry Kissinger verklaarde eens dat een Europa ‘met één telefoonnummer’ de eerste prioriteit van de Verenigde Staten was. De regering Bush voert echter een verdeel-en-heerspolitiek ten opzichte van haar transatlantische relaties. Dit beleid dreigt de EU op een cruciaal moment in haar bestaan te verdelen, namelijk terwijl zij zich voorbereidt op uitbreiding richting Oost-Europa.
Volgens Mark Leonard, directeur van het Foreign Policy Centre in het Verenigd Koninkrijk, is een betere marketing van de EU het beste antwoord op de Amerikaanse uitdaging. In een artikel in New Statesman (16 juni 2003) schrijft Leonard dat Europa een communicatiestrategie moet toepassen die de sterke punten van haar moderne aanpak van de internationale betrekkingen duidelijk maakt.
Hij wijst op de kracht van Europa’s gebrek aan visie, met als gevolg dat Europa vrijwel onzichtbaar is op het nationale en internationale vlak, ondanks haar verstrekkende macht. Daarom is Europa in staat ‘haar invloed te vergroten zonder te provoceren’, als een ‘mythische kracht’. Een andere kracht van Europa is haar diversiteit. Hoewel haar bondgenoten soms klagen over het gebrek aan een gemeenschappelijk Europees standpunt, hoeft men niet verder te kijken dan het bedrijfsleven om de voordelen te zien van een organisatie die over een goed netwerk beschikt: een wereldwijde aanwezigheid met een wezenlijke lokale inbreng. De afwezigheid van een enkel machtscentrum betekent dat iedereen kan doorgaan met innoveren zonder bang te hoeven zijn dat inspanningen tevergeefs zijn of als onwettig worden aangemerkt.
Tot slot speelt ook Europa’s ‘passieve agressie’ een belangrijke rol. Mede dankzij de 80.000 pagina’s wetgeving die zij sinds haar oprichting heeft ontwikkeld, heeft de EU haar waarden over de hele wereld kunnen verbreiden. Iedereen die zaken wil doen in de EU – of het nu Russen, Amerikanen of Chinezen zijn – heeft zich te houden aan haar wetten. Daardoor krijgen de Europese normen en waarden op het gebied van mensenrechten, genetisch gemodificeerd voedsel en een heleboel andere zaken langzaam maar zeker steeds een steeds grotere plaats in de verschillende samenlevingen in de wereld, via de achterdeur die door multinationale ondernemingen wordt opengehouden.
Na vijf eeuwen oorlog – waaronder twee wereldoorlogen – zijn de Europeanen ervan overtuigd dat sterke legers geen garantie zijn voor vrede en voorspoed. In plaats hiervan besloot Europa de grenzen tussen de verschillende staten te doen vervagen tot een punt waarop de belangen van één staat niet kunnen worden gescheiden van de belangen van de andere staten. De grondleggers van de Europese Unie hadden niet de bedoeling een superpower te creëren, maar een supranationale staat.
De mislukkingen van de EU in de Balkan – dat geen deel uitmaakt van de unie – en haar aanhoudende problemen op het gebied van de integratie van immigranten maken duidelijk dat het Europese model geen wondermiddel is voor het opbouwen van een beschaving. Maar het is even duidelijk dat ondanks al haar fouten en de hoge prijs die onafhankelijke staten moeten betalen, namelijk het inleveren van hun nationale soevereiniteit, Europa een succesformule is waarin velen maar al te graag zouden willen delen. In mei 2004 opent de EU haar deuren voor zeven nieuwe lidstaten, wat het totale aantal lidstaten op 22 brengt. Vier andere landen, waaronder Turkije, staan ongeduldig te trappelen om te worden toegelaten. Voor deze en andere kandidaten is er niets ‘oud’ aan Europa.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.