|
|
Leve het broeikaseffect
Holistische benadering van klimaatverandering biedt zonnige kijk.
Zou het kunnen dat het broeikaseffect helemaal niet zo slecht is? Is het mogelijk dat het broeikaseffect níet verantwoordelijk is voor de huidige klimaatverandering en de stijging van zeespiegels met hun vermeende desastreuze gevolgen ? En kan zijn, dat dergelijke beweringen niet worden gedaan door liberale economen, maar door zuivere beoefenaars van de wetenschap? Ja, is de onvermijdelijke conclusie van Vaclav Smil, hoogleraar in de aardrijkskunde aan de universiteit van Manitoba in Canada. In het zojuist verschenen The Earth's Biosphere: Evolution, Dynamics and Change (MIT Press, 2002) staan voldoende aanwijzingen voor een zonnige, maar zeker niet naïeve kijk op het broeikaseffect.
De huidige toename van CO2 in de atmosfeer (ongeveer een halve procent per jaar) is juist goed voor de plantengroei, weet Smil. Aangenomen dat een CO2-toename van dertig procent over de afgelopen zestig jaar voornamelijk het gevolg is geweest van het verbranden van fossiele brandstof, dan zou een ander gevolg dus een toename van vijftien procent van biomassa zijn - planten, dieren, microben, et cetera. Afgezien van vijftien procent meer voedsel, betekent dat ook een toename van door planten uitgescheiden zuurstof. En dat is weer goed voor de mens.
Meer CO2 in de atmosfeer betekent ook dat planten in droge gebieden beter kunnen groeien. De kleine poriën in de blaadjes moeten openstaan om CO2 te kunnen opnemen, maar de plant verliest voor de opname van één molecuul CO2 honderd moleculen water. Meer CO2 betekent dat de plant de poriën deels dicht kan houden en zo water kan sparen.
Broeikasgassen als CO2 zijn verder nodig om de temperatuur van de aarde vast te houden. Ze laten namelijk zonnestralen door, terwijl ze de warmte die van de aarde wordt teruggekaatst, vasthouden. Zonder broeikasgassen zou de aarde onbewoonbaar koud zijn. Hetzelfde geldt voor vervuilende deeltjes van drijfgassen, onder meer uit spuitbussen. Een aantal van deze deeltjes maakt de atmosfeer warmer, omdat ze de hitte van de zon absorberen. Andere weerkaatsen zonnestralen juist - vooral in hogere sferen - waardoor ze bijdragen aan verkoeling. Het is een ingewikkeld spel, waarbij de natuur ook nog haar eigen deeltjes inzet: woestijnzand en opspattend zeewater hebben ook weerkaatsende effecten.
Met zijn bijdrage aan het debat over klimaatverandering schopt Smil tegen de vaste overtuiging dat de stijging van de temperatuur van de aarde door de mens wordt veroorzaakt - en dat dit een louter kwalijke ontwikkeling is. Smil krijgt bijval van professor Jack Hollander van de afdeling Energy and Resources aan de universiteit van Californië. In Wilson Quarterly (lente 2003) zegt Hollander: 'Hard bewijs voor het feit dat de mens verantwoordelijk is voor het opwarmen van de aarde is er niet. De meeste uitspraken hierover zijn niet gebaseerd op wetenschap, maar op politiek.'
Hollander laat liever de cijfers spreken: 'Van 1860 tot 1940 is het aardoppervlak met 0,4 graden Celsius gestegen. Van 1940 tot 1980 daalde de temperatuur weer met 0,1 graad, om de afgelopen decennia weer met 0,3 graden te stijgen. De grootste stijging had dus plaats vóór 1940, terwijl de zware industriële uitstoot van CO2 pas na de Tweede Wereldoorlog begon.' Het punt is, dat temperatuurschommelingen meer regel dan uitzondering zijn en zich al vele duizenden jaren voordoen en nog steeds niet worden begrepen - laat staan kunnen worden voorspeld.
Smil maakt in zijn boek duidelijk dat geen enkele ontwikkeling in de biosfeer los van het geheel kan worden gezien. Er zijn twee manieren om naar de biosfeer te kijken: als een verzameling van gedetailleerde processen en als een geïntegreerd geheel. In het Westen zijn wetenschappers geneigd naar de afzonderlijke processen te kijken. Deze reductionistische benadering doet echter - volgens Smil - geen recht aan de ingewikkelde interactie tussen planten, dieren, stenen, waters, schimmels, mensen, lucht et cetera.
Met zijn holistische benadering behoort Smil tot de school van de beroemde Russische geleerde Vladimir Vernadsky. Aan het begin van de vorige eeuw schreef hij The Biosphere. In Rusland wordt Vernadsky geëerd als een van de grootste denkers van de twintigste eeuw. Dat hij in het Westen vrijwel onbekend is, is het resultaat van de Koude Oorlog. In die jaren werden Vernadsky's ideeën en boeken in de ban gedaan. Rusland verbood op zijn beurt de reductionistische biologie. Het heeft tot 1998 geduurd totdat The Biosphere in het Engels verscheen (bij uitgeverij Copernicus). En hoewel de taal wat ouderwets aandoet, sluiten Vernadsky's ideeën wonderwel aan bij het huidige holistische denken.
Die benadering van klimaatverandering levert onder meer de conclusie dat het netto-effect op de lange duur wel eens te verwaarlozen zou kunnen zijn. Wanneer het ijs rond Antarctica smelt, kan dat effect hebben op de hoogte van de zeespiegels. Maar wanneer water warmer wordt, zal er ook meer verdampen, waardoor de sneeuwval op de poolkappen weer zal toenemen. Smil en Hollander komen beiden tot de conclusie, dat ook hier de nadruk op de bedreigingen het totale overzicht in de weg staat. Misschien, filosofeert Smil, overschat de mens zichzelf wel als hij denkt dat hij de planeet kan vernietigen. In ieder geval is het duidelijk dat de processen die zich in de biosfeer afspelen te complex zijn om te begrijpen - en al helemaal om 'even' te beïnvloeden.
WARMER?
De term global warming, de opwarming van de aarde, is misleidend, schrijft Vaclav Smil in The Earth's Biosphere. Immers, de opwarming is niet gelijkmatig over de aarde verdeeld. In vochtige lucht is het effect van CO2 op de transport van hitte vrijwel nihil, omdat het wordt gecompenseerd door een ander broeikaseffect: het verdampen van water. In droge lucht is het effect van CO2 wel groot en dat is meestal op koude plekken. Het opwarmen van de aarde heeft dus vooral plaats in Antarctica en niet in de tropen, vooral in de winter en minder in de zomer en vooral 's nachts en niet overdag. De aarde wordt dus wel warmer, maar het maakt vooral koude plekken warmer en hete plekken niet heter. Het meenemen van lokale opwarming in de berekening van de gemiddelde mondiale temperatuurstijging, concludeert Smil, is misleidend. Beter is te spreken van een meer neutrale term als 'klimaatverandering'.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.