|
|
De heilige naam van vrijheid
Met iedere oproep tot oorlog tegen Pakistan brengt India zichzelf schade toe. De Indiase schrijfster Arundhati Roy vreest het nationalisme, dat steeds gaat lijken op anti-islamitisch vooroordeel. Worden de gruwelen van het nazi-regime in India herhaald?
Ik had een vriendin uit Baroda aan de telefoon. Ze huilde. Het kostte haar een kwartier om uit te leggen wat er aan de hand was. Het was niet erg ingewikkeld. Alleen maar dat een vriendin van haar door een mensenmenigte was aangevallen. Alleen maar dat haar buik was opengereten en volgepropt met brandende lappen. Alleen maar dat iemand, toen ze eenmaal dood was, om op haar voorhoofd had gekrast. In welk hindoeïstisch geschrift staat ook alweer dat dit moet gebeuren?
Onze premier heeft dit soort incidenten verdedigd, omdat ze de wraak van woedende hindoes vormden op de moslim-terroristen die in februari 2002 achtenvijftig hindoes in de Sabarmati Express in Godhra, Gujarat, levend hadden laten verbranden. Alle slachtoffers van die gruwelijke dood waren iemands broer, moeder of kind. Welk vers van de Koran is het precies waarin staat dat ze levend moeten verbranden?
Wat moeten we doen? Wat kunnen we doen?
De regerende partij, de Bharatiya Janata Partij (BJP), is vleugellam. Ondanks de tegen terrorisme gerichte retoriek, het wapengekletter tegenover Pakistan (met de stilzwijgende dreiging van kernwapens), het samentrekken van bijna een miljoen soldaten in opperste paraatheid aan de grens en de pogingen de geschiedenisboekjes in nationalistische zin te herschrijven, wordt de partij in de ene na de andere verkiezing vernederd. In haar wanhoop heeft ze zich tot de staat Gujarat gewend. Gujarat, de enige belangrijke Indiase staat met een BJP-regering, is al enige jaren het laboratorium waarin het hindoe-fascisme een grootschalig politiek experiment uitvoert. In maart vorig jaar werden de eerste resultaten duidelijk.
Binnen een paar uur na de misdaad in Godhra hebben de militante, nationalistische Vishwa Hindu Parishad (Wereldraad van Hindoes) en Bajrang Dal een zorgvuldig voorbereide pogrom op de islamitische gemeenschap opgezet. Het officiële dodental bedraagt achthonderd. Volgens onafhankelijke rapporten moet dat meer dan tweeduizend zijn. Meer dan 150 duizend mensen zijn verjaagd en leven nu in vluchtelingenkampen. Vrouwen zijn uitgekleed, slachtoffer geworden van groepsverkrachtingen, ouders werden voor de ogen van hun kinderen doodgeslagen; 240 dargahs en 180 masjids zijn verwoest. In Ahmedabad is het graf van Wali Gujarati, de vader van de moderne poëzie in het Urdu, in één nacht vernield en met de grond gelijkgemaakt. In Baroda heeft men het graf van de musicus Ustad Faiyaz Ali Khan geschonden en er brandende autobanden omheen gelegd. Brandstichters hebben winkels, huizen, hotels, textielfabrieken, bussen en auto's geplunderd en in brand gestoken. Honderdduizenden mensen zijn hun baan kwijt.
De moordenaars lopen nog steeds door de straten van Gujarat. Nog steeds maakt de meute van lynchers de dienst uit in het dagelijks leven: wie waar mag wonen, wie wat mag zeggen, wie wie mag spreken en waar en wanneer. En die meute krijgt steeds meer bevoegdheden. Niet alleen over religieuze aangelegenheden, maar ook over conflicten over eigendommen, familieruzies en de aanleg en toewijzing van watervoorzieningen.
Winkels van moslims zijn gesloten. Moslims worden in restaurants niet bediend. Kinderen van moslims zijn op school niet welkom. Moslim-studenten durven geen examen te doen. Moslims zijn als de dood dat hun kinderen hun waarschuwingen vergeten en per ongeluk in het openbaar 'ammi' of 'abba' zeggen, waarmee ze zichzelf verraden en een onverwachte, gewelddadige dood kunnen uitlokken.
De boodschap is duidelijk gemaakt: dit is nog maar het begin. De kans is groot, dat de meerderheid van de moslim-gemeenschap onder deze niet aflatende druk genoegen zal nemen met een leven in het getto als tweederangsburger, constant bang, zonder burgerrechten en zonder een beroep te kunnen doen op het recht. Hoe zal het dagelijks leven er voor hen uitzien? Het minste incident - een woordenwisseling in de rij voor de bioscoop of een ruzie voor een verkeerslicht - kan fataal worden. Ze zullen dan ook leren hun mond te houden, hun lot te aanvaarden, langs de rand van de maatschappij waarin ze leven te sluipen. Hun angst zal overgaan op andere minderheden. Veel mensen, vooral jongeren, zullen opstandig worden. Zij zullen verschrikkelijke dingen doen. De maatschappij zal hen moeten veroordelen. En dan zal het gezegde van president Bush op ons terugslaan: 'Wie niet voor ons is, is voor de terroristen.' Die woorden zijn als ijspegels bevroren in de tijd. Nog jarenlang zullen de slagers en massamoordenaars ze in hun smerige mond nemen om hun moorden te rechtvaardigen.
Eén partijleider, Bal Thackeray van de Shiv Sena, heeft een duurzame oplossing. Hij heeft opgeroepen tot een burgeroorlog. Is dat niet mooi? Dan hoeft Pakistan ons niet te bombarderen: we bombarderen gewoon onszelf. Laten we heel India in een Kasjmir veranderen. Of een Bosnië, een Palestina, een Rwanda. Laten we met zijn allen voor altijd lijden. Laten we dure bommen en geweren kopen om elkaar mee uit te moorden. Laten de Britse wapenhandelaars en de Amerikaanse wapenfabrikanten lekker vet worden van ons vergoten bloed.
We zouden de Carlyle Group - waarin de families Bush en Bin Laden allebei aandelen hebben - om grootverbruikerskorting kunnen vragen. Met een beetje geluk worden we misschien wel een tweede Afghanistan. Als al onze landbouwgrond in één mijnenveld is veranderd, als al onze gebouwen zijn verwoest, onze infrastructuur aan puin ligt, onze kinderen lichamelijke en geestelijke wrakken zijn geworden, als we onszelf bijna hebben weggevaagd met onze haat van eigen fabrikaat, dan kunnen we de Amerikanen misschien om hulp vragen. Wie lust er nog een gedropt noodvoedselpakket? We staan op de rand van zelfvernietiging. Nog één stap en er is geen weg meer terug.
En toch gaat de regering maar door. Op de bijeenkomst van de nationale raad van de BJP in Goa vorig jaar schreef de eerste minister van het wereldlijke, democratische India, Atal Behari Vajpayee, geschiedenis toen hij als eerste Indiase premier in het openbaar een schandelijk vooroordeel over moslims durfde te verwoorden: 'Waar moslims ook zijn,' verklaarde hij, 'nergens blijven ze vreedzaam.'
De duidelijke sporen van het fascisme zijn in India verschenen. En wel in het voorjaar van 2002. Hoewel we het gunstige klimaat voor dit afschuwelijk historisch feit uiteindelijk te danken hebben aan de Amerikaanse president en de coalitie tegen de terreur, valt hun niet te verwijten dat dit klimaat al jaren in het openbare leven en het privéleven van de Indiërs werd voorbereid.
Het ontstond na de nucleaire tests van 1998 in Pokhran (zie Ode 23). Vanaf dat moment was de samengebalde energie van bloeddorstig patriottisme in de politiek geaccepteerd. De 'wapens van de vrede' hebben India en Pakistan in een spiraal van crisispolitiek gestort: van dreigement en tegendreigement, provocatie en tegenpovocatie. En nu, één oorlog en honderden doden later, staan er meer dan een miljoen militairen van beide legers aan de grens opgesteld, oog in oog, verlamd in een zinloze nucleaire patstelling.
De escalerende oorlogszuchtigheid tegen Pakistan is van de grens teruggeketst naar onze politiek, als een scherp mes dat de laatste resten van harmonie en tolerantie tussen de gemeenschappen van hindoes en moslims doorsnijdt. Binnen mum van tijd hebben de helse fanatiekelingen zich van de fantasie van het publiek meestergemaakt. En wij hebben dat toegelaten. Telkens als de vijandigheid tussen India en Pakistan in India wordt aangewakkerd, neemt het geweld tegen moslims navenant toe. Met iedere oproep tot oorlog tegen Pakistan brengen we onszelf, onze levensstijl, onze verbazend diverse en oude beschaving, alles wat India van Pakistan onderscheidt, schade toe. Indiaas nationalisme betekent bijna alleen nog hindoeïstisch nationalisme, dat zich niet kenmerkt door zelfrespect maar vooral door haat jegens de Ander. En de Ander is op dit moment niet louter de Pakistaan, maar de moslim.
Het is verontrustend te zien hoe nationalisme bijna naadloos overgaat in fascisme. Natuurlijk maken de fascisten niet uit wat de natie is en van wie die is, maar we moeten wel bedenken dat het nationalisme in al zijn vele verschijningsvormen - socialistisch, kapitalistisch en fascistisch - aan de wieg heeft gestaan van alle volkerenmoorden van de twintigste eeuw. Het beginnende, sluipende fascisme van de afgelopen jaren is door veel van onze 'democratische' instellingen salonfähig gemaakt. Iedereen heeft ermee geflirt: het parlement, de pers, de politie, de overheid en het publiek. Zelfs 'secularisten' hebben meegewerkt aan het scheppen van het juiste klimaat. Telkens als het recht van een instelling - welke instelling dan ook (ook het hooggerechtshof) - wordt verdedigd om onbegrensde en ongecontroleerde macht uit te oefenen, die nooit ter discussie mag worden gesteld, betekent dat een stap in de richting van het fascisme. Toegegeven, misschien heeft niet iedereen de eerste tekenen herkend.
Fascisme is ook de geleidelijke maar gestage infiltratie van alle instrumenten van de staatsmacht. En ook de langzame aantasting van burgerrechten, het weinig opzienbarende dagelijkse onrecht. Verzet hiertegen houdt in dat het verstand en het hart van de mensen moet worden teruggewonnen. Het houdt geen verbod op religieuze scholen in, maar betekent dat wordt toegewerkt naar de dag, dat iedereen inziet dat ze niet goed zijn en er vrijwillig afstand van doet. Het betekent dat openbare instellingen goed in de gaten worden gehouden en wordt geëist dat ze verantwoording afleggen over hun doen en laten. Het houdt in dat goed wordt geluisterd naar het fluisteren van hen die helemaal geen macht hebben. Het betekent dat je een podium biedt aan de vele stemmen van de honderden verzetsbewegingen in het land die over reële dingen spreken: over horigheid, verkrachting binnen het huwelijk, seksuele voorkeuren, het loon van vrouwen, de opslag van uranium, onaanvaardbare mijnen, het leed van tapijtwevers, de zorgen van boeren. Het betekent het bestrijden van deportatie en onteigening en de onophoudelijke, dagelijkse ellende van bittere armoede.
In kleine parkjes en op grote pleinen, op braakliggende terreinen en op dorpsmeenten marcheert de Rashtriya Swayamsevak Sangh (de culturele vleugel van de BJP) met zijn saffraangele vlag. Opeens zijn ze overal: volwassen mannen in kakishorts, die maar marcheren en marcheren. Waarheen? Waarom? Doordat ze geen oog hebben voor de geschiedenis weten ze niet dat het fascisme weliswaar een tijdje zal gedijen, maar dan zichzelf door zijn eigen stompzinnigheid zal vernietigen. Helaas heeft het alleen net als de radioactieve fall-out na een kernaanval, een halveringstijd waar nog vele generaties van te lijden zullen hebben.
Zoveel woede en haat kan niet worden beheerst en zal ook niet wegebben door censuur en kritiek. Lofliederen op broederschap en liefde zijn geweldig, maar niet genoeg.
Het fascisme is in India gekomen toen de dromen die door de vrijheidsstrijd werden gevoed, als kleingeld waren verspild. We kregen de onafhankelijkheid als een 'houten brood' - in de beroemde woorden van Mahatma Gandhi - een theoretische vrijheid gekleurd door het bloed van de duizenden slachtoffers van de Deling. Al meer dan een halve eeuw lang worden de haat en het wederzijdse wantrouwen gevoed en bespeeld door politici, te beginnen met Indira Gandhi.
Iedere politieke partij heeft de kern van onze wereldlijke parlementaire democratie aangetast en voor eigen politieke gewin ondermijnd. Als termieten die een kolonie vormen, hebben ze tunnels en gangen gegraven, de betekenis van 'wereldlijk' aangetast tot het woord alleen nog een lege huls is, die elk moment kan inklappen. De grondslagen van het stelsel dat de grondwet, het parlement en de rechtbanken met elkaar verbindt - het hele systeem van controle dat de ruggengraat vormt van een parlementaire democratie - zijn verzwakt.
Onder deze omstandigheden is het onzin om de politici verwijten te blijven maken en van hen een moraal te eisen waar ze niet toe in staat zijn. Als ze ons hebben teleurgesteld, komt dat doordat wij dat hebben toegelaten. De afgelopen vijftig jaar is de bescheiden hoop van gewone burgers op een waardig en veilig leven, op verlossing uit de bittere armoede systematisch de bodem ingeslagen. Geen enkele 'democratische' instelling in India bleek verantwoording te willen afleggen, toegankelijk voor de gewone burger of bereid het belang van echte sociale rechtvaardigheid te verdedigen. En nu wordt de globalisering uit het bedrijfsleven keihard en lukraak opgelegd aan een samenleving die in wezen nog feodaal is, zonder aandacht voor de complexe, gelaagde culturele en economische structuur die verwoest wordt.
Op dat punt is sprake van diepe gekwetstheid, die niet is veroorzaakt door de fascisten. Maar zij hebben die gekwetstheid aangegrepen en er een lelijk, vals gevoel van trots uit gesmeed. Zij hebben mensen gemobiliseerd met een beroep op de laagste gemene deler: het geloof. Mensen die geen greep meer hebben op hun leven, mensen die ontheemd zijn, die hun cultuur en hun taal zijn kwijtgeraakt, worden gedwongen zich ergens trots op te voelen. Niet op iets waar ze hun best voor hebben gedaan, niet op iets dat een persoonlijke prestatie kan worden genoemd, maar op iets dat ze toevallig zijn. Of om precies te zijn, iets dat ze toevallig níet zijn. En de voosheid, de leegte van die trots, is een voedingsbodem voor de woede die vervolgens wordt gericht op een fictief doelwit dat het strijdtoneel is binnengerold.
Hoe valt anders te verklaren dat India bezig is de moslims, de op een na armste gemeenschap van het land, van hun rechten te beroven en ze te verdrijven of te vermoorden met hulp van de allerarmsten (de Dalits en Adivasi's)? Hoe valt anders te verklaren dat de Dalits in Gujarat, die duizenden jaren lang door de hogere kasten zijn veracht, onderdrukt en als vuil behandeld, met hun onderdrukkers samenwerken tegen mensen die het nauwelijks beter hebben? Er wonen 130 miljoen moslims in India. Fascistische hindoes beschouwen hen als een legitieme prooi. Geloven de regerende politici dat de wereld zwijgend zal toekijken als die in een 'burgeroorlog' worden geliquideerd?
Volgens berichten in de pers hebben leden van de Europese Unie en verschillende andere landen de gebeurtenissen in Gujarat veroordeeld en vergeleken met de nazitijd. Het arrogante antwoord van de Indiase regering was dat buitenlanders de Indiase media niet mogen gebruiken voor commentaar op een 'binnenlandse aangelegenheid', zoals de gruwelijke gebeurtenissen in Kasjmir werd genoemd. Wat is de volgende stap? Censuur? Afsluiten van het internet? Verhinderen van internationaal telefoonverkeer? De verkeerde 'terroristen' doden en rommelen met de DNA-gegevens? Er is geen erger terrorisme dan staatsterrorisme.
Maar wie zal het tegen de fascisten opnemen? Het fascisme kan alleen worden afgewend als iedereen die zich erover opwindt, zich met dezelfde energie inzet voor sociale rechtvaardigheid. Staan we al in de startblokken? Staan we klaar, met miljoenen, om de straat op te gaan, om op het werk en op school en thuis, bij iedere beslissing die we nemen en bij iedere keus die we maken, om ons in te zetten? Of nu nog even niet?
Zo niet, dan zullen wij over vele jaren, als de rest van de wereld zich (terecht) van ons heeft afgekeerd, net als de gewone burgers van Hitler-Duitsland, de afkeer gaan zien in de ogen van onze medemensen. Ook wij zullen onze kinderen niet recht kunnen aankijken, uit schaamte om wat we hebben gedaan en nagelaten. Uit schaamte om wat we hebben laten gebeuren. Dat zijn wij. In India. De hemel helpe ons door deze donkere tijd heen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.