Email   Print

'Mannen zullen altijd vechten'

De Koude Oorlog is al meer dan tien jaar voorbij, maar nog steeds is de wereld verwikkeld in een nucleaire wapenwedloop. President Bush heeft gezegd dat hij zijn uitdijende kernwapenarsenaal niet alleen maar uit verdediging zal inzetten. Vijftig jaar geleden begon Helen Caldicott, oprichtster van Physicians for Social Responsibility, zich te interesseren in het atoomgevaar. Nu is haar strijdkreet actueler dan ooit. 'Als je niet boos bent of ook maar een beetje verstoord, vind ik dat je passief suicidaal bent.' Een monoloog.

Marco Visscher | 57 juni 2003 issue

'Ik houd er niet van om een activist te worden genoemd - en ik ben al helemaal geen vredesactivist. Vrede is niet mijn missie. Mannen zullen altijd vechten. Dat is een psychisch mechanisme. Ik ben reëel genoeg om dat onder ogen te zien. De geschiedenis zit vol van oorlogen. Dat is niet zo verwonderlijk. Mannen schrijven de geschiedenisboeken. Van mannen die duizenden mensen hebben gedood, maken zij overwinnaars en helden. Waar zijn de vrouwen in dit verhaal? Waar zijn de vrouwen die huilen omdat ze onnodig weduwe zijn geworden of omdat haar kind wordt doodgeschoten? Maar ook: waar zijn de vrouwen die de Russische revolutie zijn begonnen? Vrouwen worden stelselmatig uit de geschiedenisboeken geschreven.
Vroeger toen mensen nog in grotten woonden, hadden we belang bij mannen die tijgers konden doden en andere stammen op afstand konden houden. Op die manier konden vrouwen worden gered die hun baby's borstvoeding gaven. Die verhouding was in die tijd sociaal-biologisch geaccepteerd én noodzakelijk. Maar ik vrees dat deze reflex nog altijd in de mannelijke genen en in hun hersenen zitten. Zodra mannen - en nee, natuurlijk niet allemaal - bloed ruiken of er alleen maar aan denken, kunnen ze duizenden of zelfs miljoenen mensen doden. Ik zie hier even geen evolutie.
Er is een Grieks drama, waarin vrouwen een manier vinden om hun mannen te laten stoppen met moorden. Ze zeiden: geen seks meer totdat jullie stoppen. En de mannen stopten. Ikzelf houd eerlijk gezegd niet zo van die benadering. Er is een andere die ik meer waardeer. Wij vrouwen, moeten zeggen: mannen, jullie hebben er een zootje van gemaakt, jullie maken alsmaar oorlog, de aarde sterft, er is chemische vervuiling, de klimaatverandering zal al het leven op deze planeet veranderen - stop daarmee, anders nemen wij de boel over. Wij vrouwen, vormen 53 procent van de wereldbevolking. Wij zijn niet een minderheid, wij zijn een meerderheid. Het is tijd dat we opstaan en eisen dat in ieder land 53 procent van de overheid moet bestaan uit vrouwen.
Combineer nu eens de oorlogszucht van mannen met de moderne oorlogstechnieken. Doden is tegenwoordig volkomen hygiënisch geworden. De moordenaar ruikt geen bloed, ziet geen bloed, er is geen oogcontact met het slachtoffer, geen zichtbaar verdriet van nabestaanden. Oorlog voeren is tegenwoordig een druk op een knop, een puur technische handeling. De technologie is steeds slimmer geworden. Nu zijn er wapens waarmee je de hele wereld kunt opblazen. Vroeger hadden we daar een slogan voor: Take the toys away from the boys. Speelgoed, zo zien sommige mannen nog altijd hun wapens, zelfs nu ze daarmee massa's onschuldige burgers kunnen doden. Dat is volstrekt onvolwassen gedrag.'

Helen Caldicott zit onbewogen op haar stoel. Af en toe zet ze grote ogen op - om haar verbazing aan te zetten. Veel meer expressie toont ze niet. Veel meer heeft ze ook niet nodig. Deze slimme, doortastende vrouw, inmiddels op pensioengerechtigde leeftijd, weet immers alles over oorlogen en kernwapens. Die immense dossierkennis heeft haar een natuurlijke autoriteit in een mannenwereld bezorgd. Misschien wel om overeind te blijven in diezelfde mannenwereld, heeft ze een mannelijke strategie uitgekozen om haar verhaal te vertellen: aanvallen. En aanvallen doet ze geregeld op congressen over de hele wereld, waar ze in debat gaat met artsen, vakbonden, beleidsmakers en het publiek (zie kader onderaan). In de huiskamer van een vriendin in Hilversum bij wie ze op bezoek is, raakt Caldicott geen moment vermoeid van haar eigen strijdbaarheid.
'Het speelgoed van mannen bestaat allang niet meer uit een speer of een zwaard. Kernwapens zijn zelfs in staat de hele wereld te vernietigen en daarom gaat daar mijn grootste zorg naar uit. Kernwapens zijn buitengewoon complexe systemen, opgebouwd uit meer dan vijfduizend onderdelen, rondom een holle bal plutonium. Over Irak, Noord-Korea, Iran, Libië en nog een hoop andere "schurkenstaten" lees je soms dat ze kernwapens hebben. Als dat waar is - wat ik betwijfel - vormen ze in ieder geval geen enkel gevaar voor de Verenigde Staten. Zélf beschikken de Amerikanen daarentegen over meer dan 70 duizend kernwapens. Meer dan tweeduizend daarvan zijn in opperste staat van paraatheid; met een enkele druk op de knop worden ze gelanceerd. Ook landen als Rusland, China, India, Pakistan, Engeland en Frankrijk hebben hun kernwapens klaar staan. Maar zij beschikken lang niet allemaal over de technologie om een aanval op de Verenigde Staten te kunnen uitvoeren.
Ik weet dat veel mensen denken dat kernwapens passé zijn. Niets is minder waar. Tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog gaven de Verenigde Staten gemiddeld 3,8 miljard dollar per jaar uit aan het ontwerpen, testen en vervaardigen van kernwapens. Nu, twaalf jaar na het einde van de Koude Oorlog, besteden ze vijf miljard dollar per jaar aan een nucleair project dat in strijd is met verschillende internationale wapenverdragen. Ofwel: er wordt harder dan ooit gewerkt aan het creëren van meer en weer nieuwe kernwapens.
Die schending van verdragen heeft diverse gevolgen. Het betekent dat tienduizenden werknemers die in de nucleaire industrie werkzaam zijn, gezondheidsproblemen oplopen. Plutonium is zo kankerverwekkend, dat wanneer je maar één pond plutonium gelijk over de hele aarde zou verdelen, iedereen ter wereld longkanker zou oplopen. Verder veroorzaakt plutonium veranderingen in de genen van de voortplantingscellen, de eitjes en het sperma. Het afval dat bij de productie van kernwapens ontstaat, bevat vele dodelijke radioactieve stoffen. Het is aangetoond, dat alle wapenfabrieken uitzonderlijk gevaarlijke radioactieve en giftige chemisch verontreinigende stoffen in de grond, rivieren, meren, zeeën en watertoevoer laten lekken en oplossen. Wanneer het afval in de voedselketen komt - en dat kan een mens onmogelijk proeven, ruiken of zien - kan dit allerlei soorten kanker veroorzaken.
Maar het kernwapenprogramma heeft nog een ander gevolg. De Verenigde Staten lokken hiermee andere landen uit eveneens verder te gaan met hun nucleaire programma. Kleine landen zullen zich er zelfs door laten inspireren om zo'n programma op te zetten. En die ontwikkeling wordt, vrees ik, het nucleaire kruis waarop de mensheid zal worden gekruisigd.

Mijn interesse in kernwapens begon vijftig jaar geleden met een boek dat mijn leven zou veranderen: On the Beach van Nevil Shute. Dat is een roman, waarin de wereld wordt verwoest door een kernramp en uiteindelijk wordt Melbourne, de stad waar ik ben opgegroeid, vanwege de zuidelijke ligging het laatst getroffen. Dat was toen science-fiction, want destijds waren kernwapens nog niet in staat om de hele wereld te kunnen vernietigen. Al snel nadat het boek verscheen, was die situatie veranderd.
Ik ben altijd nieuwsgierig geweest - mijn eerste woordje was "waarom" - en dus heb ik sindsdien de ontwikkelingen rondom kernwapens gevolgd. Ik werd al snel bang en boos tegelijk. Tijdens mijn studie geneeskunde leerde ik dat straling genetische veranderingen veroorzaakt. Ik sprak er over met medestudenten, ik discussieerde met deskundigen, maar pas toen ik moeder werd - ik was toen 24 jaar - besefte ik dat het leven van toekomstige generaties, míjn kind, werkelijk op het spel stond als we door zouden blijven gaan met het produceren van kernwapens. Ik nam me voor alles te doen om dat te stoppen.
In Hiroshima heb ik de gevolgen gezien van een atoombom. Die bom was dertien kiloton en had een ontploffingsstraal van tweeënhalve kilometer. Dat is dus veel kleiner dan tegenwoordig wordt gemaakt met bommen van duizend kiloton. Die bom op Hiroshima noemden ze Little Boy, wat nogal ironisch is als je bedenkt wat de gevolgen waren. In het museum in Hiroshima heb ik het stuk van de betonnen straat gezien waarop de schaduw is achtergebleven van een jongen die letterlijk was verdwenen, door de hitte verstoven. Ik herinner me ook het verhaal over een moeder die met haar baby in haar armen wegrende en toen werden ze beiden veranderd in een standbeeld van houtskool. Dit is toch werkelijk verbluffend. Toys for boys. Ongelooflijk.

In de jaren negentig, toen de Koude Oorlog was afgelopen, tekenden de landen met kernwapens een akkoord voor een algemeen testverbod. Het Amerikaanse ministerie van energie ging pas akkoord, nadat het meer financiering kreeg toegewezen om de kernwapenactiviteiten uit te breiden. Dat is toch niet met elkaar te rijmen?
De laboratoria hebben een nieuw programma ontwikkeld, dat bekendstaat als het 'Manhattan II'-project, de opvolger van het programma dat tijdens de jaren veertig de eerste drie atoombommen heeft ontwikkeld. Officieel zou dit nieuwe programma de veiligheid en betrouwbaarheid van de bestaande Amerikaanse nucleaire voorraad moeten garanderen. Maar een publicatie van het ministerie van energie maakte duidelijk, dat ook nieuwe kernkoppen zullen worden ontworpen. In dat licht is het verontrustend dat Donald Rumsfeld, minister van defensie, al expliciet heeft geweigerd het gebruik van kernwapens uit te sluiten in de oorlog tegen het terrorisme. De Verenigde Staten zullen vroeg of laat kernwapens inzetten. Niet meer alleen defensief, want president Bush heeft een eigen first-strike-doctrine, waarmee hij zich bereid heeft getoond deze wapens als eerste in te zetten.
Waarom mensen hier niets van weten? De media berichten er niet over. In de krant lees je alles over beroemdheden die baby's krijgen, maar niets over wat het Pentagon liever niet aan een groot publiek kwijt wil. De meeste mensen geloven, dat er ergens een Muur is gevallen en dat sindsdien de kernwapens keurig zijn opgeborgen. Maar het stelt me meer teleur, dat Europese leiders niet opstaan en zich sterk maken tegen deze kernwapenwedloop. Als niets verandert, heb ik altijd gezegd, is er binnen twintig jaar een kernoorlog. Maar zoals het nu in de wereld gaat, denk ik dat het nog maar tien jaar zal duren. Dat betekent het einde van het meeste leven op deze planeet. Dan was dit het dus.

Vermoedelijk zijn Bush, Cheney, Rumsfeld en al die andere mannen thuis een liefhebbende echtgenoot en een aardige vader voor hun kinderen. En toch, op een of andere manier zijn ze psychisch verdoofd als het om oorlog gaat. Ik vind het belangrijk om psycho-analyse toe te passen op deze mensen en alle anderen wier invloed op de wereld zo bepalend is. Ik bedoel niet dat ze publiekelijk op de sofa moeten liggen, maar we moeten proberen hun motivaties te achterhalen. We moeten weten waarom ze doen wat ze doen. Zo kunnen we achter de oorzaak van de ziekte komen. En de ziekte van vandaag is de ziekte van een planeet die in levensgevaar is.
Het is als het werk van een arts - en ik kan dat weten, denk ik. Een goede arts kijkt naar de oorzaak van een ziekte. Je kijkt naar alle onderdelen van het lichaam, je stelt een diagnose en je onderzoekt hoe het defect invloed heeft op de werking van het hart, de longen, de hersenen. Als je niet op die manier werkt, ben je geen goede arts. En als we niet een vergelijkbare methode toepassen op wereldleiders, missen we een belangrijke manier om bij te dragen aan een wereld waarin de voortdurende dreiging van een nieuw atoomgevaar voorgoed is geweken. Daarom ben ik nu, op mijn vijfenzestigste, nog altijd zo boos en verontwaardigd. Hoe kun je níet boos zijn als je weet wat in de wereld gebeurt? Als je niet boos bent of ook maar een beetje verstoord, vind ik dat je passief suïcidaal bent.
Soms probeer ik een tijdje niet bezig te zijn met dit onderwerp. Dan probeer ik meer tijd met mijn kleinkinderen door te brengen, of wil ik eens fanatiek in de tuin aan de slag. Maar altijd word ik na een tijdje vanzelf depressief. Dan voel ik dat het leven op dat moment niet veel waarde heeft. Ik kan de realiteit van kernwapens niet uitschakelen. Er is niet een knop die ik kan omzetten waardoor ik het níet meer zie. Maar als ik dit werk doe, ervaar ik een gevoel van diepe vervulling. Dus moet ik dit doen.
En ik vind het ook onderhoudend. Ik houd ervan om te onderwijzen. Ik publiceer over het onderwerp, praat er over op congressen, met collega's en ook met spelers op het politieke toneel. Ik leer hen de feiten over kernwapens en ik merk op die momenten dat ik niet de enige ben die woedend is. Zo koester ik voortdurend hoop om werkelijk dingen te veranderen. Ik wil gewoon niet dat de wereld wordt vernietigd.'


HELEN CALDICOTT
Helen Caldicott (Melbourne, 1938) is één van 's werelds meest uitgesproken tegenstanders van kernwapens. Na haar studie geneeskunde, waar ze als één van de weinige vrouwelijke studenten werd geaccepteerd, ging ze werken in een ziekenhuis om kinderen met longziekten te helpen. In de jaren zeventig leidde ze het Australische protest tegen Franse atoomtesten en werkte ze samen met vakbonden om arbeiders in de nucleaire industrie te informeren over de gezondheidsrisico's.
Met haar gezin verhuisde Caldicott tijdelijk naar de Verenigde Staten, waar ze Physicians for Social Responsibility oprichtte, een organisatie van ruim 20 duizend artsen die hun collega's informeren over de gevaren van kernenergie, kernwapens en kernoorlog. De internationale overkoepelende organisatie, International Physicians for the Prevention of Nuclear War, ontving de Nobelprijs voor de Vrede in 1985. Zelf werd Caldicott later persoonlijk door de beroemde arts Linus Pauling genomineerd voor deze Nobelprijs. Verder is Caldicott oprichter van de Women's Action for Nuclear Disarmament en van de Nuclear Policy Research Institute, waarvan ze tevens voorzitter is.
Caldicott schreef verschillende boeken, waaronder Nuclear Madness en If You Love This Planet. Vorig jaar verscheen haar meest recente boek The New Nuclear Danger, dat binnenkort bij uitgeverij Lemniscaat in de Nederlandse vertaling verschijnt als Nieuw nucleair gevaar. In Ode 51 stond een fragment uit dat boek.
Zie ook haar website:
www.noradiation.org/caldicott.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
ENieuwenhuis, Netherlands