|
|
Slappe hap
Goed, dus de industriële landbouw heeft niet goed uitgepakt. Maar wat betekent dat nu voor de consument? Voor zijn gezondheid en zijn emancipatie?
Hippocrates, grondlegger van de moderne geneeskunde, was nog zo duidelijk, bijna 2500 jaar geleden: 'Uw voeding is uw geneesmiddel, uw geneesmiddel is uw voeding.' Intussen wijden artsen-in-opleiding maar een fractie van hun studie aan voedingsleer. Maar wie de krant openslaat, kan onmogelijk de berichten missen over de relatie tussen voeding en gezondheid. Kanker, hartkwalen, diabetes, zwaarlijvigheid, hoge bloeddruk - het zijn Westerse welvaartsziekten die onomstotelijk 'iets' te maken hebben met voeding. Wat is er gebeurd? Is het toevallig, dat de epidemie aan welvaartsziekten samenvalt met de doorbraak van de industriële landbouw?
Nee, niet helemaal, om het op zijn zachtst te zeggen. De mens heeft zo'n vijftig verschillende mineralen nodig die hij zelf niet kan aanmaken. Die mineralen moeten dus ergens vandaan komen. Uit de voeding, zou je denken, zoals dat altijd ging. Maar in de landbouwgrond zijn veel belangrijke mineralen verdwenen, doordat jarenlang kunstmest is gebruikt. Door kunstmest, een mengsel van stikstof, fosfor en kalium, raakt het evenwicht in de bodem verstoord. Gewassen groeien weliswaar, maar die groei gaat ten koste van belangrijke andere mineralen - zoals magnesium, chroom en selenium.
De Landbouw- en Voedselorganisatie (FAO) van de Verenigde Naties heeft na een onderzoek in diverse werelddelen geconcludeerd, dat de gangbare landbouwmethode bijdraagt aan een 'ernstig tekort' aan mineralen.Een andere recente studie toonde aan dat het gehalte vitaminen en mineralen in bonen sinds 1985 is gedaald met zestig procent, in aardappelen met zeventig procent en van appels met tachtig procent. Popeye zou nu tweehonderd blikken spinazie moeten eten om dezelfde hoeveelheid ijzer binnen te krijgen als vijftig jaar geleden in één blikje zat.
Voor vitaminen geldt eveneens dat ze in veel mindere mate aanwezig zijn in groenten en fruit. Bloemkool bevat vijftig procent minder vitamine C dan in 1963. Het gehalte provitamine A in appels is gedaald met zestig procent en in broccoli met vijftig procent. Of neem het eiwitgehalte van granen. In 1900 bestond tarwe voor negentig procent uit eiwit, tegenwoordig nog voor negen procent. Om de voedingsstoffen binnen te krijgen die vroeger in één snee brood zaten, zouden we nu tien sneetjes moeten eten.
Doordat planten in de bodem naar voeding zoeken en daar zelden nog nuttige mineralen vinden, nemen ze zware metalen uit de grond op, zoals aluminium, kwik en lood. Ons lichaam neemt deze schadelijke stoffen makkelijker op door een gebrek aan beschermende mineralen. Voor het verlies van voedingsstoffen krijgen we nóg iets terug, namelijk de sporen van bestrijdingsmiddelen. Voedselautoriteiten hebben in laboratoria bij zo'n dertig procent van de groenten en fruit die wij eten resten van landbouwchemicaliën ontdekt. Het is ook berekend dat mensen in de Westerse wereld jaarlijks gemiddeld twee kilo aan bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen.
Om de zware metalen en residuen van pesticiden te vermijden, is er een pasklare oplossing: biologische voeding. Biologische boeren gebruiken geen bestrijdingsmiddelen, kunstmest, antibiotica en andere kunstmatige toevoegingen. Hun producten hebben doorgaans een hogere voedingswaarde, hoewel dat geen garantie is, aangezien het bij biologische producten niet zozeer gaat om wat er in zit, maar eerder om wat er níet in zit. Vermoedelijk is de grond bij biologische boerenbedrijven rijker aan diverse mineralen, nu onderzoeken aantonen, dat biologische voeding aanmerkelijk minder aluminium, cadmium, rubidium en lood bevat.
Het is geen groot raadsel wie gebaat is bij onwetendheid. De voedingsindustrie doet er alles aan om haar producten af te zetten. Zout bijvoorbeeld, is een absolute noodzaak voor het toppunt van industriële voeding: de kant-en-klare maaltijden. Het verhoogt het gewicht tegen lage kosten, maakt voedsel smakelijker en - niet onbelangrijk - het maakt mensen dorstig. Daarom wil de voedingsindustrie wetenschappers en beleidsmakers overtuigen, dat zout alleen bij een fractie van de bevolking voor een hogere bloeddruk zorgt, dat zelfs de kleinste afname van zout een gevaar kan zijn voor de volksgezondheid en dat het voor overheden onmogelijk is daar een eensluidend advies over te geven. Het Salt Institute, een lobbygroep van zoutfabrikanten, verspreidt een nieuwsbrief waarin vooral berichten worden opgenomen over onderzoeken die aantonen, dat zout geen gezondheidsrisico's met zich meebrengt.
In haar boek Food Politics wijst Marion Nestle, verbonden aan de universiteit van New York, op de uiteenlopende wijzen waarop de industrie ervoor probeert te zorgen dat hun belangen via politieke wetgeving en adviezen worden behartigd. Nestle (geen familie) toont aan dat voedingsdeskundigen al tientallen jaren achtereen hetzelfde advies geven: eet minder vet, minder suiker, minder zout. Onder druk van bedrijven - die hun omzetten zien dalen als er minder wordt gegeten - heeft de voedingsautoriteit van de overheid dat advies tot consuminderen nooit overgenomen. Terwijl voedingsdeskundigen zouden zeggen: 'Eet minder rood vlees', beweert de overheid: 'Eet meer mager vlees'.
De politieke invloed van de industrie reikt tot in de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Begin dit jaar lekte een rapport uit naar de Britse krant The Guardian, waarin werd gesproken van 'buitensporige invloed' van de industrie op maatregelen die waren bedoeld de volksgezondheid te beschermen door de hoeveelheden vet, suiker en zout te beperken. Daarvoor zijn wetenschappers betaald om zich in de media uit te spreken tegen zulke reguleringen. Verder is geprobeerd om het bedrijfsleven gunstig gezinde wetenschappers geplaatst te krijgen in commissies van de WHO en de FAO.
Eten zou een kwestie van persoonlijke keuze zijn als mensen die keuze zouden kunnen maken op basis van goede, betrouwbare informatie. Maar wie in de supermarkt op de etiketten kijkt, vindt allesbehalve goede, betrouwbare informatie. Welke fabrikant plaatst de eerste gezondheidswaarschuwingen op het etiket? Wie zal als eerste aangeven welke landbouwchemicaliën zijn gebruikt? Voorlopig is ouderwetse misleiding nog de meest treffende omschrijving voor de informatie op etiketten. Op Kellogg's Smacks wordt suiker vijf keer onder een andere naam vermeld, zodat het lijkt of suiker niet het voornaamste ingrediënt is.
Neem de drinkbare Danone-kwark voor kinderen. 'Zonder kunstmatige kleur-, geur- en smaakstoffen' staat er op de vrolijke verpakking. Maar 'aroma's' - zoals de kleine lettertjes op de verpakking melden - is gewoon een andere naam voor de toegevoegde stoffen die er niet in zouden zitten. 'Extra calcium' staat er ook. Klinkt gezond, maar het bedraagt slechts zes procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor kinderen. 'Veel vers fruit' is ook zo'n mooie aanbeveling. Maar er zit nog minder in dan een partje banaan. Trouwens, hoe 'vers' kan die banaan nou eigenlijk zijn?
Onder keuzevrijheid zal ook niet worden verstaan dat de hoeveelheid suiker langzaam toeneemt in vrijwel alle producten: van babyvoeding en pasta tot ingeblikte groenten. Suiker heeft vrijwel geen enkele voedingswaarde, maar het zit bijna overal in. Amerikanen halen gemiddeld een vijfde van hun calorieën uit suiker, waarvan ze na iedere zestig uur ongeveer een pond hebben geconsumeerd. Wie kan dat weten wanneer fabrikanten die informatie niet melden?
Overigens, biologische voeding wordt vooral gesuikerd met appelsap of maltstroop en biedt daarmee een gezond alternatief. Dat geldt ook voor zout, dat in biologische voeding vaak is vervangen door minder geraffineerd zeezout, waarin dus meer bouwstoffen zitten.
Miljarden dollars wordt jaarlijks uitgetrokken voor reclame voor junk food, mierzoete frisdrankjes en cadeautjes die je bij een happy meal krijgt. In de Verenigde Staten is het nog maar tien jaar geleden dat de eerste reclameposter van McDonald's werd opgehangen in een schoolgebouw. Inmiddels levert de industrie haar producten aan schoolkantines, staan haar frisdrankautomaten door het hele gebouw en sponsort zij lesprogramma's - een ontwikkeling die naar de andere kant van de oceaan is overgewaaid.
Mede dankzij die reclamestunts kampen wereldwijd 800 miljoen mensen met zwaarlijvigheid: evenveel als er iedere dag honger hebben. Fastfood bestaat vooral uit vet, suiker en zout, hetgeen snelle energie oplevert. Voor de vertering en opname van deze geraffineerde producten zijn mineralen en vitaminen nodig die deze producten niet meer bevatten. Het gevolg is dat ons lichaam zijn reserves moet aanspreken: zo worden bijvoorbeeld calcium, magnesium en vitamines van de B-groep onttrokken. Met andere woorden: fastfood voedt ons lichaam niet. Integendeel: het ontrekt juist energie.
Wetenschappers ontdekken in slechte voeding zelfs een belangrijke veroorzaker van antisociaal gedrag, zoals agressie, pesten en diefstal. In Amerikaanse en Britse gevangenissen is aangetoond dat een dagelijkse vitamine- en mineralensupplementen het gedrag aanmerkelijk kan verbeteren. In beide onderzoeken kwam naar voren, dat alleen delinquenten die daarvóór slechte eetgewoonten hadden, van deze benadering profiteerden. Volgens onderzoeker Bernard Gesch zijn vitaminen en mineralen een 'recept voor vrede'.
Niet alleen wetenschappers, maar ook consumenten beginnen de ongezonde effecten daarvan te beseffen. Momenteel worden fastfoodketens zelfs voor de rechter gedaagd (zie kader), omdat ze zonder enige waarschuwing voeding hebben verkocht die rijk is aan vet, suiker, zout en cholesterol, terwijl voldoende studies aantonen dat deze voeding de gezondheid bedreigt. Zoals ook de tabaksindustrie heeft moeten inbinden, wordt nu de voedingsindustrie nauwlettend gevolgd.
In de oorlogstaal die we van hem gewend zijn, heeft George Bush vorig jaar een war on fat afgekondigd. Niet alleen de wereld, maar ook het lichaam zou een slagveld zijn waar een vijand moet worden bestreden. Rust inbouwen om goed te eten en akkers de tijd te geven zich te herstellen van een jarenlange gifoorlog, horen niet in die strategie. De vijand moet te lijf met hightech-snufjes in de vorm van chemische wonderen en pillen, of met nog meer lichaamsbeweging. Maar vitaminen en mineralen komen in voeding niet terug als je de hele dag rondjes in het park rent of als je een pil tegen zwaarlijvigheid inneemt.
Onderdrukking en overheersing werken niet - niet bij de mens en niet bij de natuur. Die les krijgen we maar niet onder de knie, zo lijkt het. Maar valt er niets te leren van een land als Cuba, waar een exportboycot een einde heeft gemaakt aan de industriële landbouw? Sinds biologische landbouw noodgedwongen het enige alternatief werd, heeft de landbouwgrond zich snel hersteld. Zo werkt de natuur dus, als je haar de kans geeft. Misschien goed om even in herinnering te brengen: ons lichaam is ook natuur…
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.