Email   Print

Overleven op hoop

Als je eenmaal weet van de honger en de ongelijkheid in de wereld, kun je niet meer anders dan hier tegen strijden. Zo begon de Keniaanse Njoki Njoroge Njehu haar missie. Niet om de armoede te verminderen, maar om de armoede op te heffen. Over de verloren onschuld van Njehu. 'Het is niet voor niets dat in Afrika niet veel mensen naar de therapeut gaan.'

Marco Visscher | 54 maart 2003 issue

'Stel je een basketbalveld voor. Er zijn twee baskets, op gelijke hoogte en er is een bal. Dat is een goed uitgangspunt voor een eerlijke wedstrijd. Maar als ik vervolgens tegen Michael Jordan moet basketballen, is het geen eerlijke wedstrijd tussen twee gelijkwaardige partijen meer. Dat is precies wat er mis is in de mondiale economie.' En Njoki Njoroge Njehu is niet van plan toe te staan dat die wedstrijd nog langer doorgaat. Njehu is directeur van 50 Years Is Enough, een netwerk voor economische rechtvaardigheid in de wereld.
Haar pijlen zijn met name gericht op de Wereldbank, het IMF en de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Volgens haar zijn deze drie architecten van de globalisering verantwoordelijk voor armoede, ongelijkheid en veel andere ellende in honderden miljoenen mensenlevens. Njehu noemt deze organisaties 'antidemocratisch'. Immers, hun beleid wordt opgelegd zonder inspraak van de inwoners van de landen die de gevolgen ervan dagelijks ondervinden. Njehu haalt een oude Afrikaanse spreuk aan: 'Als de olifanten vechten, gaat het gras kapot. Datzelfde geldt voor de wereldeconomie: de Verenigde Staten en Europa zijn de olifanten, de rest is het gras.'
Het officiële beleid wordt gevangen in mooie woorden, vindt Njehu. 'Heel slim heeft het IMF zijn Enhanced Structural Adjustment Facility herdoopt in de Poverty Reduction and Growth Facility. Dat klinkt beter. Maar luister eens naar dat woord: armoedevermindering. Dat is toch niet voldoende!? Het moet gaan om opheffing van de armoede.'
In haar functie debatteert Njehu geregeld met medewerkers van de instituten die ze bekritiseert. Maar altijd onderstreept ze dat zij niet de meest aangewezen persoon voor een gesprek. 'Ze moeten niet met mij praten, maar met de miljoenen mensen die sterven omdat het eten dat ze produceren voor de export is en niet voor hun families. Ze moeten praten met de kinderen die niet naar school kunnen gaan, met de families die iedere dag tegen de honger vechten, met de mensen die van hun land worden verdreven omdat er een enorme stuwdam moet worden gebouwd. Ze moeten praten met de mensen die leven - en sterven - onder de voorwaarden die zij zelf opleggen.'
Njehu geeft een voorbeeld: 'Een voorwaarde waaronder ontwikkelingslanden een lening kunnen ontvangen, is de belofte om meer te exporteren. Dat betekent dat mensen in deze landen meer eten moeten produceren, terwijl ze zelf niet eens genoeg hebben. Het eten dat ze produceren, is dus bestemd voor de Westerse wereld. Of neem een door de Wereldbank gesteund project in Tsjaad en Kameroen. Exxon-Mobil en andere oliemaatschappijen krijgen van de Wereldbank 350 miljoen dollar om een pijpleiding aan te leggen - zodat mensen in het Westen nog langer in hun auto's kunnen rijden! Er wordt bovendien niet geluisterd naar de inheemse volken die leven in de natuur die wordt vervuild. Zij worden gezien als een obstakel naar ontwikkeling.'

Als Keniaanse die in Washington verzeild is geraakt, weet ze als geen ander hoe belangrijk het is te luisteren naar de mensen voor wie ze het opneemt. 'Als je dit werk doet, is het heel verleidelijk om te zeggen wat goed of slecht is voor Afrika. Goedbedoelende NGO's doen dat voortdurend. Van de mensen in het Zuiden hebben ze hun "project" gemaakt. Dat wil overigens niet zeggen dat ik het allemaal zo voortreffelijk doe, maar ik ben me constant bewust van deze strijd.'
Dat besef werd Njehu al snel bijgebracht. Als haar moeder, ook activiste, vroeger praatte over haar strijd voor verbetering van de levensomstandigheden, zeiden haar familie en vrienden altijd: 'Voorzichtig met wat je zegt, Njoki zit te luisteren.' Maar haar moeder zei altijd: 'Hoe eerder ze de waarheid weet, hoe beter.' Njoki was negen jaar toen ze haar moeder een keer mocht vervangen tijdens een vergadering. Daar is het activisme in haar definitief ontvlamd. 'Ik vond het prettig te begrijpen waarom ik ellende om mij heen zag', zegt Njehu nu. 'Ik begreep dat er een andere waarheid was dan die waar veel mensen in geloven.'
'Een docent van mij op de universiteit zei eens: "Bewustwording is een verlies van onschuld". Inderdaad. Ik weet van de onzekerheid van mensen om zich te voeden, ik weet van de impact van de internationale schulden, ik weet van de mensen die sterven aan aids terwijl er goedkope medicijnen beschikbaar zouden moeten zijn. Ik kan niet op een dag wakker worden en doen alsof ik dat allemaal niet weet. Als meer mensen zouden weten wat de gevolgen zijn van de globalisering die we hebben bedacht, zouden nog veel meer mensen de straten opgaan om te demonstreren. Ze zouden niet willen dat hun belastinggeld wordt gebruikt om de ongelijkheid in de wereld nog verder te vergroten.'
Daarom vindt Njehu het hoopgevend dat de antiglobaliseringsbeweging zich zo duidelijk manifesteert met haar inhoudelijke kritiek op het beleid van de Wereldbank, het IMF en de WTO. 'Vijftig jaar lang werden deze organisaties gezien als de Westerse bijdrage aan ontwikkeling in arme landen. Met de straatprotesten is eindelijk hun slechte staat van dienst op de voorpagina's van kranten en in televisiejournaals gekomen. Demonstraties hebben een sleutelrol om druk te blijven uitoefenen. Het is toch indrukwekkend als miljoenen mensen eisen dat de schulden moeten worden kwijtgescholden, dat de Wereldbank eerlijk moet zijn over de schade die haar projecten het milieu toebrengt en dat deze internationale organisaties hun vergaderingen openbaar moeten maken. Dit zijn niet voor niets publieke instellingen: ze zijn er voor de algemene zaak, niet om de winstmarge van ondernemingen veilig te stellen.'
De agenda van Njehu is duidelijk: openbare vergaderingen van de internationale organisaties, kwijtschelden van de schulden van de ontwikkelingslanden, schrappen van projecten die het recht op voeding, water en gezondheid bedreigen en een einde aan alle steun voor milieuvervuilende projecten, zoals oliewinning en mijnwerk. Njehu: 'We moeten de macht van deze instellingen breken, zodat nationale overheden weer kunnen doen wat hun volk van hen verlangt.'
Het eerste wat mensen willen, is de zekerheid dat er eten voor hen is. Eten, dat niet voor de export is bestemd, maar voor hen zelf. Njehu: 'In Kenia hebben we een soort griesmeelpap, waarvan het traditionele woord betekent: "voorbij deze week". Daarin ligt zo'n mooie, hoopgevende boodschap: er komt een dag dat ik meer zal eten, dat ik gezonder zal eten. Die hoop is nodig. Het heeft geen zin voor mensen in Afrika om zichzelf zielig te vinden of om zichzelf als slachtoffers te zien. Zo zien alleen goedbedoelende mensen uit het Westen hen. Het is niet voor niets dat in Afrika niet veel mensen naar de therapeut gaan. Ze zijn veel te hard bezig met overleven. Mensen in armoede overleven op hoop.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.