Een wereld zonder rente
Rente is een ontwrichtend element in de moderne banksector, maar er zijn banken die een rente van nul procent opleggen.
Marco Visscher
| 54 maart 2003 issue
In de jaren zeventig was er een multinational die zijn afdelingshoofden voorzag van onderbroeken met de opdruk '20% ROI'. Daarmee werden ze - telkens wanneer ze hun benen door de gaten staken - eraan herinnerd dat ze een return on investment moesten behalen van ten minste een vijfde extra.
Met het kledingstuk werd de kern van de financiële wereld treffend verwoord. Want behalve het geld in onze portemonnee draagt al het overige geld dat in roulatie is, zo'n last. Dat komt doordat in geïndustrialiseerde landen geld niet zozeer wordt gecreëerd door de overheid - zoals de misvatting wil - maar voor ongeveer 95 procent door banken. Dat geld moet worden terugbetaald, plus iets extra's.
Rente is het sleutelwoord van het moderne financiële systeem. Dankzij rente kan de oude dag van velen worden veiliggesteld, maar voor investeerders daarentegen is rente een last. Zij moeten immers hun aankoop meer dan eens terugverdienen om de 'automatische winst' van de rente te verslaan. Ook is er kritiek op het idee van rente omdat het geld concentreert in handen van de rijken. Immers, alleen zij die erover beschikken, kunnen zich de luxe permitteren geld uit te lenen aan hen die het nodig hebben.
Eén van de snelst groeiende sectoren in de financiële dienstverlening is gebaseerd op de gedachte dat het opleggen van rente niet goed is - sterker, dat het zondig is. De islamitische banksector groeit jaarlijks met vijftien procent, bericht Green Futures (november/december 2002). In het Midden-Oosten alleen al zijn meer dan tweehonderd islamitische financiële instellingen die samen een waarde bezitten van ongeveer 200 miljard dollar.
Het grote verschil met Westers bankieren, is dat islamitische banken in de 'werkelijke' economie opereren: geld groeit niet uit zichzelf, maar alleen door iets te maken of te laten groeien. Ze nemen deel in het bedrijf waardoor de winst ook voor een deel gaat naar de bank. Een ander verschil is dat ze hun financiële principes baseren op een religieuze tekst. Natuurlijk, 'ook goede moslims worden in verleiding gebracht door de duivel', meldt Saiful Azhu Rosly, hoogleraar economie aan de internationale islamitische universiteit in Maleisië. In het zakenblad Fortune zei hij onlangs: 'Als iemand gebruikmaakt van een islamitische bank wil dat niet zeggen dat diegene per definitie moreel juist is.'
Maar net als met ethische investeringen is islamitisch bankieren gebaseerd op een andere kijk op de wereld, die niet louter uitgaat van het verwerven van een zo groot mogelijk kapitaal. Bijna dertig jaar na de oprichting van de eerste islamitische bank is er een Dow Jones Islamic Index, internationale banken als HSBC en Citibank hebben islamitische vestigingen in het Golfgebied en HSBC verstrekt islamitische hypotheken in New York.
Bij een islamitische hypotheek neemt de bank een aandeel van bijvoorbeeld negentig procent in het huis, de eigenaar tien procent. De huiseigenaar leent niets, maar betaalt de bank een soort huursom, dat is bestemd om het aandeel van de bank in het huis te verlagen. Van een klein deel van de huur behaalt de bank zijn winst. Als de huiseigenaar door een financiële tegenslag niet blijvend voor de huur kan zorgen, zal een islamitische bank niet - zoals nu - snel het huis verkopen tegen een gemakkelijke prijs, maar een flexibele opstelling tonen. De bank is immers mede-eigenaar.
Ook in Europa bestaan banken zonder rente. Yes! (herfst 2002) wijst op enkele voorbeelden in Scandinavië. Zo is in Zweden de JAK-bank, waarvan de Zweedse initialen staan voor 'land, arbeid en kapitaal'. De JAK-bank - 24 duizend rekeninghouders, 50 miljoen dollar in omloop - is vooral geschikt voor kleine ondernemingen die, volgens directeur Oscar Kjellberg, vaak worden uitgesloten door het gangbare commerciële banksysteem.
Gewone banken gebruiken het spaargeld van hun rekeninghouders om uit te geven aan anderen, waarna andere banken die lening weer kunnen gebruiken om zelf een lening te verstrekken. Die kringloop zorgt voor een onstabiel economisch systeem, vindt Richard Douthwaite, auteur van onder meer The Ecology of Money en The Growth Illusion. De JAK-bank doorbreekt die 'schuldenpiramide' door nooit meer geld uit te lenen dan zijn rekeninghouders hebben gespaard. De bank krijgt zijn inkomsten van de servicekosten voor telefonisch en internetbankieren. Daardoor zijn overheadkosten laag.
De JAK-bank is opgericht in Denemarken in de jaren dertig. Als kind had Kristian Englebrecht Kristiansen gezien hoe zijn ouders van een boerderij op dor land ternauwernood overeind wisten te blijven door het land vruchtbaar te maken. Maar daarvoor was veel geld nodig van de bank - en nog veel meer om die knappe prestatie aan de bank terug te betalen. En dat terwijl de bank geen enkele andere inspanning had verleend dan door geld ter beschikking te stellen. Kristiansen vond dat geld op zichzelf geen winst mocht opleveren en begon een bank die in Denemarken de voorloper was van zo'n tien andere kleine, renteloze banken.
'Rente veroorzaakt werkloosheid, inflatie en vernietiging van het milieu', vindt Kjellberg. 'Iedere verhoging in rente betekent dat een bedrijf meer moet betalen om hun lening terug te kunnen betalen. Daardoor worden ondernemingen gedwongen hun kosten te verlagen. Dat betekent dat wordt bezuinigd op arbeidskosten waardoor mensen worden ontslagen, of dat ze hun prijzen verhogen waardoor inflatie ontstaat, of dat ze hun output verhogen, waardoor een aanslag wordt gepleegd op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.'
David Boyle, verbonden aan het Britse New Economics Foundation en auteur van het onlangs verschenen The Money Changers, ziet het wat genuanceerder. In Green Futures meldt hij dat het nog onduidelijk is of rente in alle omstandigheden slecht is. Boyle pleit voor meer debat over het thema, omdat er aanwijzingen zijn dat een duurzame wereld dichter bij komt als er minder rente zou zijn.
Door rente te koppelen aan duurzame ontwikkeling raakt Boyle een modieuze, gevoelige snaar. In dat kader gebruikt hij een aardig rekenvoorbeeld: als iemand bij de geboorte van Jezus, tweeduizend jaar geleden, één cent op de bank had gezet, zouden zijn afstammelingen daardoor in het jaar 1750 de waarde hebben van een gouden bal met het gewicht van de aarde. Inmiddels zouden het twintigduizend gouden werelden zijn geweest. Een dergelijke groei kan de natuur niet aan, betoogt Boyle. Daarom zou een deel van de oplossing kunnen zitten in de visie van de islamitische economen.