|
|
Zaken doen met de natuur
De economie van de natuur inspireert de organisatie van bedrijven.
In 1994 bezochten de topmannen van Mitsubishi en Global Futures, Tachi Kiuchi en Bill Shireman, het regenwoud in Borneo. Hun doel: het onderzoeken van de economie van de natuur. Zij ontdekten dat het regenwoud niet alleen interessant is vanwege zijn bomen en planten, maar vooral ook vanwege zijn organisatievormen. De ondernemers schreven een boek: What We Learned in the Rainforest: Business Lessons from Nature Today (Berrett-Koehler, 2002).
De lessen die zij leerden en vervolgens toepasten in hun eigen bedrijf, bleken van grote waarde. 'Hadden bedrijven als Enron, Arthur Andersen, Kmart en anderen maar geweten wat wij hebben geleerd', verzucht Bill Shireman in het boek. 'Zij moeten het nu the hard way leren.' Het regenwoud laat zien hoe je een eco(nomisch) systeem over langere tijd draaiende houdt. Bill Shireman: 'Het regenwoud is het beste waardegenererende systeem ter wereld. Het is het tehuis van tweederde van onze mondiale biodiversiteit. En al duizenden jaren. Het is een voorbeeld innovatie en duurzaamheid. Geen enkele zakenman kan zich veroorloven een systeem met zo'n capaciteit te negeren.'
Shireman bezocht vele regenwouden en geeft het voorbeeld van de mangrovebossen die langs de rivieren in Costa Rica staan. Mangrovebomen vermenigvuldigen zichzelf razendsnel. Hun overlevingsstrategie is simpel: hoge vruchtbaarheid en snelle groei. Ze hebben een enorme eetlust en veranderen hun omgeving binnen de kortste keren in een soort moeras. Vreemd genoeg is juist dit milieu ongeschikt voor de bomen, waardoor ze sterven. Echter: het wortelsysteem dat zij achterlaten, is een oase voor insecten, vissen, planten en vogels die er snel verschijnen. Deze blijven achter, terwijl de mangrovebomen zich elders voortplanten. Shireman: 'Ook Enron en K-mart zijn als mangrovebomen: zij groeien explosief. Maar in tegenstelling tot de mangrovebomen, laten zij geen netwerk achter waar iets nieuws of iets anders waardevols kan groeien of gedijen. Als we bereid zijn de lessen van het woud te leren, kunnen we streven naar een meer divers en veerkrachtig economisch systeem.'
Niet survival of the fittest, maar survival of all who fit wordt de nieuwe norm, aldus de auteurs. Enron en K-mart waren er op uit de markt zodanig te verpletteren, dat niets anders meer kon gedijen. Tachi Kiuchi en Bill Shireman hebben begrepen, dat het toelaten van diversiteit een sleutel is tot duurzaamheid. Feedback systemen - communicatie dus - binnen een bedrijf en naar andere bedrijven toe zijn van groot belang voor het hele systeem.
Samenwerking is ook de drijfveer van Willi Hoss, voorheen auto-ontwerper bij DaimlerChrysler, nu bevlogen regenwoudredder, wetenschapper en zakenman. Hij zag het potentieel van het regenwoud en had de moed de samenwerking met de 'aartsvijand' aan te gaan. In Natur & Kosmos (september 2002) wordt zijn Poema (Pobreza e meio ambiente na Amazonia, zoiets als: armoede en milieu in de Amazone) project uit de doeken gedaan. Het was in eerste instantie bedoeld om de Braziliaanse wouden en haar bevolking te redden, maar het werd al spoedig een manier om natuurproducten om te zetten in high-tech bolides. Willi Hoss: 'Je kunt wel idealistisch zijn en vinden dat de industrie te veel vervuilende materialen gebruikt, maar ik heb geen zin om alleen maar te praten. Je moet je actief met de economie bezig houden en een alternatief bieden. De bast van de kokosnoot is bijvoorbeeld ideaal voor het vervaardigen van bumpers, bekleding en nog veel meer.' De producten die de arbeiders van zijn project maken, leveren hen niet alleen een inkomen dat hen zelfstandig maakt, maar ook een belangrijke bijdrage aan een nieuwe economie. 'We maken maandelijks bijvoorbeeld zevenduizend hoofdsteunen voor de auto's van DaimlerChrysler.' DaimlerChrysler topman Ben van Scheik bevestigt de trend: 'Er zit nu meer dan 150 ton natuurmateriaal in onze auto's. In 1998 was dat slechts vijf ton.'
Ook de Britse botanist Tim Smit heeft de kracht van natuurproducten ontdekt. Hij weet zeker dat de nieuwe revolutie in zakenland niet digitaal zal zijn, maar horticultureel. Smit is verbonden aan het Eden Project, 's werelds grootste kas met meer dan 250.000 planten. Zijn onderzoek naar plantenvezels wijst uit, dat we de komende twintig jaar plantaardig materiaal kunnen verwachten dat sterker en flexibeler is dan ieder ander nu bekend materiaal. Smit noemt deze ontwikkeling in Fast Company (juni 2002) zelfs 'een revolutie, groter dan enig andere in de twintigste eeuw. Ieder land ter wereld kan toegang hebben tot dit geavanceerde materiaal, dat niet alleen krachtvezels oplevert, maar ook nieuwe voeding en medicijnen.' Het Eden Project opent haar deuren binnenkort ook voor zakenlieden, artiesten, politici en wetenschappers die er gezamenlijk kunnen nadenken over de vraag wat 'een nieuw begin' precies inhoudt en hoe dat nieuwe begin er dan uitziet.
Tachi Kiuchi en Bill Shireman schrijven dat er van het begin van een duurzame economie pas sprake kan zijn als verschillende fasen van een levend systeem worden gehonoreerd. Shireman: 'Het regenwoud leert dat er vier essentiële managementsystemen zijn: innovatie, groei, verbetering en aftakeling. De directeur die alle vier beheerst, kan vrijwel iedere uitdaging waaraan zijn bedrijf wordt blootgesteld het hoofd bieden. 3M is een meester gebleken in alle vier en floreert nu al een eeuw lang. Hewlett-Packard beheerst innovatie, groei en verbetering al zestig jaar, maar heeft het nu moeilijk met de neergang. Er zijn maar heel weinig bedrijven die alle vier in de vingers hebben, vandaar dat vrijwel geen bedrijf het langer dan vijftig jaar uithoudt.'
Nee, dan het regenwoud…
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.