Email   Print

Kromme wereld

Ze zijn er: bananen die met respect voor mens en natuur worden gemaakt. Maar in Latijns Amerika zijn ze lastig te vinden, te midden van alle uitbuiting en excessief gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ode bericht vanuit Ecuador.

Marco Visscher | 52 december 2002/januari 2003 issue

Ja, prima, gracias, alles gaat goed met hem. Muy bien. Niks aan de hand... Maar kom, nu er dan zo expliciet naar wordt gevraagd: hoofdpijn heeft hij wel, ja. Niet dat dat nieuw is. Hoofdpijn heeft hij elke dag. Overgeven trouwens ook; de laatste tijd even wat minder.
Manuel Buele is arbeider op deze bananenplantage, buiten de stad Machala in Ecuador. Hij daalt de trap af die tegen de bananenplant staat. Hij heeft overigens ook wat problemen met zijn huid, die steeds meer ontvelt. En als de middagzon nóg feller brandt, krijgt hij last van zijn ogen. Die worden rood en het prikt voortdurend. Ook gloeiende wangen. Alsof ze een beetje in brand staan.
Hoe het komt? Misschien, oppert Buele, komt het door het spuiten van nematiciden. De wortels van de bananenplant hebben dat nodig, anders remmen wormpjes de groei af. In de tank op zijn rug zit Mocap, een sterk naar zwavel geurende nematicide. Producent Aventis waarschuwt voor gezondheidsschade vanwege de giftige bestanddelen van dit middel en in de Europese Unie is het gebruik ervan verboden. Buele spuit het dagelijks onderaan de planten. Het liefst zou hij hard wegrennen of in ieder geval zijn gezicht afwenden, maar ja, je moet toch kijken waar je spuit. Even verderop staat een collega plastic zakken om bananentrossen te binden. De zakken zijn geïmpregneerd met Dursban, een insecticide dat moet voorkomen dat kleine beestjes de bananen aanvreten. Dursban wordt onder meer in verband gebracht met hoofdpijn, geheugenverlies, misselijkheid en vermoeidheid.
Nog een paar weken, dan liggen deze bananen in de Europese supermarkten.

In bijna alle tropische landen geldt de banaan als een goedkope bron van energie en vitaminen. Voor kleine boeren is de musa sapientium ideaal: hij groeit snel, kan het hele jaar door worden geoogst en heeft nauwelijks chemicaliën of bemesting nodig. En dus zie je overal bananen groeien: van India tot Brazilië en van Kameroen tot de Canarische eilanden.
Maar bananen die in Europese supermarkten belanden, zijn anders. ‘Exportbananen’ in Nederland komen voor tweederde uit Latijns Amerika, waar ze veelal worden geproduceerd op gigantische finca’s, plantages, van soms wel drieduizend hectare. Deze exportindustrie wordt gedomineerd door drie multinationale giganten: Chiquita, Dole en Del Monte. Om arbeidskosten te besparen en ziekten en plagen te voorkomen, wordt op de plantages waar voor de internationale handel wordt geproduceerd, zo veel mogelijk gewerkt met chemische bestrijdingsmiddelen. Op bananenplantages in Latijns Amerika wordt per jaar per hectare dertig kilo chemische middelen verbruikt: meer dan tien keer het gemiddelde voor intensieve landbouw in geïndustrialiseerde landen.
Wat de gevolgen daar van zijn, laat Costa Rica zien in beangstigende statistieken. Uit studies van de nationale universiteit van Heredia blijkt dat het aantal gevallen van pesticidevergiftiging in de bananengebieden driemaal zo hoog is als in de rest van het land. Het gemiddelde verbruik van pesticiden per hoofd van de bevolking is vier kilo: achtmaal zo veel als het wereldgemiddelde. Bij vrouwen die in Costa Rica bananen inpakken, komen leukemie en geboorteafwijkingen tweemaal zoveel voor als het gemiddelde in het land.

Voor Gloria Espinoza tellen statistieken niet. Als verpleegkundige bij een gezondheidscentrum in El Guabo, middenin het bananengebied in het zuiden van Ecuador, ziet ze dagelijks hoe hardwerkende mensen in de bananenteelt eraan toe zijn. Over studies beschikt ze niet. ‘Ervaring, logica en gezond verstand zeggen mij voldoende.’ Dagelijks verwijst ze mensen met hoofdpijn, geïrriteerde ogen, ademhalingsproblemen, zweren en andere huidklachten door naar een ziekenhuis.
Espinoza legt de verantwoordelijkheid allereerst bij de werkers in de bananenvelden die de problemen vaak onderschatten: ‘Het is moeilijk uit te leggen dat wat goed is voor de groei van bananen, slecht is voor de mensen die ermee werken. Daarbij komt dat je sommige effecten – zoals kanker en onvruchtbaarheid – pas op langere termijn merkt.’ Maar ook de plantage-eigenaren gaan niet vrijuit: ‘In theorie moeten arbeiders beschermende kleding dragen. In theorie moet daarop worden toegezien. In theorie moet worden aangekondigd wanneer de vliegtuigjes hun bestrijdingsmiddelen sproeien. In theorie moeten de arbeiders dan binnen zijn. Maar de theorie is vele malen mooier dan de werkelijkheid.’
Chiquita heeft vorig jaar verbetering aangekondigd. Als onderdeel van het Better Banana Project moet op plantages worden aangekondigd wanneer de vliegtuigjes hun gif sproeien, zodat de plantagearbeiders in hun huizen kunnen blijven. Volgens critici zijn de verbeteringen niet meer dan een wassen neus: er is toch niemand die toeziet op naleving. Maar het illustreert wél het besef bij Chiquita dat de middelen schadelijk zijn voor de arbeiders.
Het zijn vooral de armste mensen met de minste vooruitzichten op verbetering van hun levensomstandigheden, die het hardst worden getroffen, meent Gloria Espinoza. ‘Veel arme arbeiders wonen op de plantages. Ze wonen in huizen van hout of riet. De bestrijdingsmiddelen uit de vliegtuigjes gaan door alle kieren en gaten heen. Het komt niet alleen terecht op de mensen die buiten werken of op de kinderen die buiten spelen. Het komt ook op de was die buiten hangt te drogen en op het eten dat in de keuken wordt bereid.’
Dat ervaar ik zelf tijdens een bezoek aan het huisje van Hugo Tocto Suarez, dat middenin het bananengebied ligt. Terwijl we staan te praten, laat een vliegtuigje een gifwolk los boven de plantage zonder ook maar te proberen de bouwvallige hutjes van Suarez en zijn buren te vermijden. Een douche van fungiciden spoelt over ons heen. Spetters blijven achter op de glazen van mijn bril. Op mijn huid voel het als een warme, zachte condens.
Het gif speelt een paradoxale rol in de overlevingsstrijd van Suarez en zijn gezin. Hij heeft geen vast werk en zoekt elke dag naar een baantje op een naburige plantage. Vandaag had hij ‘geluk’: hij mocht met een tank met bestrijdingsmiddelen op zijn rug onkruid verdelgen. ‘De dokter heeft me afgeraden dit werk nog langer te doen’, vertelt hij. ‘Ik heb last van mijn nieren en kan er ’s nachts niet van slapen. Maar ja, er is geen weinig keuze. Je moet toch geld verdienen voor je familie.’

Het is een grote stap van die vorm van moderne slavernij naar de ontmoeting met Christian Garaycoa, de eerste en grootste producent van biologische bananen in Ecuador. Garaycoa valt op door zijn excentrieke verschijning. Als een vorst laat hij zich rijden in een dure auto, terwijl vriendelijke new age-muziek uit de supersonische geluidsboxen klinkt. Met trots – en een kaarsrechte rug – geeft hij een rondleiding over zijn plantage, die in totaal tweehonderd hectare beslaat bij het dorpje Buenavista.
Het is een wereld van verschil tussen de plantages van de bananenmultinationals en de plantage van Garaycoa. Op de ‘chemische plantages’ is nauwelijks een teken van leven te ontdekken, terwijl hier de vogels, vlinders en bijen naarstig heen en weer vliegen. De planten zijn kleiner en de bladeren groener. Hier adem je frisse lucht en geen giftige, zware dampen van chemicaliën.
Tien jaar geleden is Garaycoa overgeschakeld op biologische productie. De grond raakte uitgeput, blikt hij terug. Het water was vervuild en zijn werknemers werden ziek. Ze kregen kanker en sommigen van hen stierven na een lang ziekbed. Toen besloot Garaycoa van de ene op de andere dag te stoppen met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. ‘Het begin was moeilijk’, zegt hij. ‘We hadden geen idee hoe je biologische bananen moest telen.’ Het betekende vooral meer mensen in dienst. Garaycoa rekent voor: met gebruik van bestrijdingsmiddelen kan één arbeider op een dag vijf hectare bewerken. Als je met een machete aan de slag gaat om onkruid tegen te gaan, ben je een week bezig met één hectare.
Ook ontdekte Garaycoa het probleem van overwaaiing. Aan de randen van zijn plantages – die grenzen aan wat hij ‘gifplantages’ noemt – kan hij zijn bananen niet als biologisch gecertificeerd krijgen, hoewel hij ze hetzelfde behandelt als de rest. Hij is gedwongen zo’n tien tot vijftien procent van zijn oogst als conventionele bananen te verkopen.
Wekelijks exporteert Garaycoa vierduizend dozen met biologische bananen die zijn gecertificeerd met het eko-keurmerk. In Nederland zijn ze te koop bij Albert Heijn. En hoewel ze voor consumenten duurder zijn dan de concurrerende bananen van de multinationals, heeft Garaycoa een uitgesproken mening over de prijzenoorlog in de supermarkt. ‘Er bestaat geen enkele relatie tussen wat de consument betaalt en wat de producent verdient’, dicteert hij stellig. ‘Het zegt mij niets dat biologische bananen in het Westen duurder zijn dan conventionele of dat de vraag ernaar stijgt: ik krijg nog steeds dezelfde prijs en die prijs is nog altijd veel te laag. Het meeste geld in de bananenhandel blijft hangen in het Westen: bij de belastingen die júllie innen, bij júllie supermarkten en bij de aandeelhouders van júllie multinationals.’
Banana Link, een Britse non-profit organisatie die onderzoek verricht naar productie van en handel in bananen, staaft die opmerking: slechts twaalf procent van de totale opbrengst van de bananenhandel blijft in de producerende landen achter.

Maar er bestaat eerlijke handel, fair trade, in dit gebied gestimuleerd en bewaakt door Jorge Ramirez. Hij staat aan het hoofd van een associatie die zich inzet voor een betere prijs voor de bananenproducenten. Wekelijks gaan twaalfduizend dozen, afkomstig van honderdtwintig producenten, naar de Europese markt. Het grootste gedeelte gaat naar Zwitserland, waar de fair-trade-banaan opvallend populair is. Als Oké-bananen, voorzien van het keurmerk van Max Havelaar, zijn ze in Nederland te koop in diverse supermarkten.
Op zijn kantoor in El Guabo ligt de krant van die ochtend. De prijs voor een doos bananen (met zo’n honderdtwintig stuks) wordt met tien cent verhoogd naar drie dollar, kopt de voorpagina. ‘Drie dollar is wel het absolute minimum om te kunnen overleven in deze industrie’, reageert Ramirez. Producenten zijn dan ook niet tevreden. Zij willen op zijn minst 3,60 dollar voor een doos. Maar hoeveel waarde heeft een officiële bodemprijs als de theorie losstaat van de werkelijkheid? Sommige producenten, meldt het krantenbericht, krijgen maar twee dollar voor een doos.
‘Vooral kleine boeren zijn de dupe’, meent Ramirez, die zelf over negen hectare beschikt. ‘Grote bedrijven als Chiquita, Dole en Del Monte betrekken hun bananen van grote en middelgrote producten die veel kunnen en moeten leveren. Vroeger waren die plantages in hun bezit, maar omdat ze bang zijn op de misstanden te worden aangesproken, hebben ze deze nieuwe constructie bedacht. Pas als opbrengsten tegenvallen of als er plotseling op de boot meer ruimte vrijkomt, wenden de grote bedrijven zich tot de kleine boeren.’ Hen wordt vaak van alles beloofd voor de nabije toekomst, maar meestal is er geen sprake van een duurzame relatie.
Ramirez legt zachtmoedig en geduldig uit hoe hij in 1996 zelf kon ontsnappen aan een verstikkende contract met Dole. Dat was het jaar waarin hij kennismaakte met de Nederlandse Alice Odé. Namens Solidaridad, een ontwikkelingsorganisatie die zich richt op Latijns Amerika, wilde zij de beginselen van fair trade toepassen op de bananenhandel, zoals dat ook al met koffie en chocolade werd gedaan en sinds kort met kledingmerk Kuyichi. In de buurt van El Guabo zocht ze naar boeren die zich wilden groeperen in een associatie die de naam van het dorpje kreeg. De bananen werden – en worden nog steeds – geïmporteerd door AgroFair in Barendrecht, een bedrijf dat voor de helft eigendom is van Solidaridad en voor de andere helft van de producenten, onder wie Ramirez.
AgroFair betaalt per doos bijna twee dollar meer dan de gangbare prijs. Dat extra geld wordt geïnvesteerd in verbetering van arbeids- en milieuomstandigheden op de plantages. Zo moet er onder meer voldoende schoon drinkwater voorradig zijn, een lunchruimte voor de arbeiders en er is een minimumloon afgesproken. Die regels blijken echter in de praktijk ook een belemmering te vormen voor de opmars van de eerlijke handel. Producenten deinzen terug voor de investeringen en de boekhouding – hoeveel van welke bestrijdingsmiddelen wordt gebruikt – die zijn vereist.
Abelardo Mora en zijn aanstaande vrouw Teresa Ortega hebben geen moment spijt van hun aansluiting bij El Guabo. Met de dertig dozen die ze per twee weken op hun kleine stukje grond van één hectare produceren, verdienen ze vijftig procent meer dan voorheen. Ortega, die over het geld waakt: ‘De extra inkomsten investeren we vooral in de plantage, maar we zijn ook beter gaan eten. Sowieso kunnen we meer op onze gezondheid letten doordat we nu medicijnen kunnen kopen als we die nodig hebben.’
De plantage wordt begrensd door een heg van neembomen. Als die groot genoeg is, houdt deze de chemicaliën tegen die op omliggende plantages wordt gebruikt. Bovendien produceert neem een besje, waarmee je een natuurlijke insecticide kunt maken. ‘Als je met je eigen vruchten de groei kunt bevorderen, scheelt dat uiteindelijk een flinke kostenpost’, zegt Ortega. Uiteindelijk wil ze honderd procent biologisch produceren, zoals nu ook al enkele tientallen producenten doen. Het eko-certificaat zal worden betaald door El Guabo.

De zoektocht naar én biologische én fair-trade-bananen leidt naar Pablo Prieto in het dorpje Pasaje, de enige ondernemer in Ecuador die beide certificaten bezit. Op zijn driehonderd hectare produceert hij wekelijks zo’n vierduizend dozen biologische bananen voor een eerlijke prijs. In Nederlandse supermarkten zijn ze te herkennen aan het Eko-Oké-stickertje. ‘Vierduizend dozen is veel, ja’, zegt Prieto. ‘Ook veel kopzorgen.’
Op de plantage die we bezoeken, wordt Prieto door zijn werknemers begroet als een goede vriend. Niet zo’n wonder. Van de 7,10 dollar die Prieto voor één doos bananen krijgt, gaat één dollar rechtstreeks naar de associatie van zijn 250 werknemers. Met die ene dollar is al het nodige gebeurd. Sterker, met die ene dollar heeft Prieto de afgelopen jaren gebouwd aan een heus imperium. In Pasaje staat een supermarktje waar het dagelijkse voedingsassortiment voor de werknemers met korting kan worden aangeschaft, er is een gezondheidscentrum waar een arts gratis consult geeft en de medicijnen met een flinke korting te koop zijn en hij betaalt mee aan het onderwijs voor de kinderen.
En dat is niet alles. Binnen vier jaar wil hij de woonomstandigheden van alle werknemers verbetering hebben verbeterd. Samen met Prieto bezoeken we het huisje van zijn chef-verpakker Segundo Palacios. Met de tweeduizend dollar uit het huisvestingsproject heeft Palacios de bouwvallige wc in zijn tuintje vervangen door een moderne badkamer met spoeltoilet én douchecabine.
Palacios is de koning te rijk met zijn paleis en zijn baas: ‘Ik werk in een gezonde omgeving.’ Hij weet waarover hij spreekt. Hij werkt al vijfentwintig jaar voor Prieto, dus ook toen ze nog chemische bestrijdingsmiddelen gebruikten. Het verschil is te proeven, weet Palacios. Van een met bestrijdingsmiddelen verbouwde banaan krijg je buikpijn, zeker als die in de zon heeft gelegen, weet hij. ‘Aan de grond en aan de vogeltjes zie je dat het gif op de bananen niet goed is. Dan zal het ook wel niet goed zijn voor de mensen die het eten.’
Vanaf een afstandje bekijkt Prieto het gesprek met Palacios. Hij glimlacht om de praktische inzichten van zijn werknemer. Biologische bananen hebben de toekomst, denkt Prieto, maar het is vooral de combinatie met fair trade waarop steeds meer Westerse consumenten zullen aandringen bij hun supermarkten. ‘Echt,’ verzekert Prieto bij het afscheid, ‘Europa zou mijn bananen eens moeten eten – en niet alléén omdat ze lekkerder zijn.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.