Email   Print

De roeping van Ben Okri

Als ieder mens zou doen wat hij zou moeten doen, zou het veel beter gaan met de wereld. Problemen en conflicten ontstaan als landen worden geleid door politici die eigenlijk geen politici zijn. Of bedrijven door ondernemers die eigenlijk geen ondernemer zijn. Maar hoe vindt een mens zijn roeping? Jurriaan Kamp sprak met Ben Okri, Nigeriaans schrijver en winnaar van de prestigieuze Booker Prize.

Jurriaan Kamp | 52 december 2002/januari 2003 issue

Dit is de tijd van presidenten met oneliners en soundbites, door de media geregisseerd. Een tijd van opiniepeilingen die nuances doen vervagen en hersenen spoelen. Wie heeft nog een eigen mening? En hoe vind je je eigen mening? Het antwoord van Ben Okri lijkt haaks te staan op de moderne cultuur. Hij pleit voor bedachtzaamheid, voor weloverwogen meningsvorming en vooral ook voor eigenheid. Heimelijk zou hij misschien het liefst met Socrates leunend op een muurtje op de markt van Athene de toestand in de wereld bespreken. Onderzoeken. Zichzelf pijnigen met vragen om te voorkomen dat zijn geest vlucht in de bescherming van schijnzekerheid. Niet als een intellectuele oefening in de filosofie, maar omdat de vrijheid om voor jezelf te denken, de enige echte vrijheid is. Er worden veel te weinig vragen gesteld. In de media klinken steeds dezelfde stemmen. Het lijkt wel censuur. Het doet hem pijn. Deze Nigeriaan die in Londen woont en die eigenlijk liever niet meer teruggaat naar zijn geboorteland omdat zijn - enkele jaren geleden overleden - moeder niet meer op het vliegveld zal staan. Deze Nigeriaan voor wie het het hoogste vrijheidsideaal is om geen Nigeriaan te hoeven zijn, maar gewoon zichzelf: Ben Okri.
We ontmoeten elkaar midden op een dinsdag. De kramen van de Londense buurtmarkt zijn met zeilen beschermd tegen de regen en de wind van de herfst. Misschien niet de markt van Socrates, wel een markt van culturen. Okri maakt grapjes met de kooplieden en excuseert zich voor de avances van de fotograaf. Een vriendelijke man die zijn omgeving met respect benadert. We eten bij een bevriende Chinees, Sonny, die zijn specialiteiten met plezier op tafel zet. Wijn? Geen wijn. Straks. Het zou het denken kunnen verstoren. Het gesprek gaat niet over zijn zojuist verschenen boek In Arcadia, maar over verdeeldheid en ongelijkheid in de wereld, politiek en economie - beter nog: over het leven. Als ik na afloop verder lees in zijn nieuwe boek besef ik dat fictie en non-fictie bij Ben Okri samensmelten. En ik sta versteld van het uitzonderlijke talent van een schrijver die spreekt in volzinnen. Een bandrecorder loopt, Okri laat zich leiden door mijn vragen en spreekt zijn eigen verhaal:

'Het probleem van deze wereld is niet zozeer dat er een paar mensen met ongezonde, verkeerde ideeën zijn; er lopen veel mensen rond die niet geschikt zijn voor hun werk, niet trouw zijn aan zichzelf. De politiek is niet het probleem. Het zit dieper. Het voert terug naar het onderwijs, naar het individu. Veel mensen vervullen beroepen die in strijd zijn met hun ware aard. Op die manier dragen zij niet het beste bij aan de wereld. Als je niet doet wat jij moet doen, zie je de wereld verkeerd en wat je bijdraagt, draag je ook op de verkeerde manier bij. Als een boer beeldhouwer wil worden en een beeldhouwer schilder en een schilder activist, dan raakt de wereld verward. Politici die geen politici behoren te zijn, voeren verkeerd beleid. En slechte journalisten zorgen voor slechte journalistiek. Het gaat om je roeping. Als meer mensen trouw zouden zijn aan hun roeping, zou er meer geluk zijn in de wereld.
Het onderwijs leidt ons weg van wie wij zijn. Onderwijzen is iets anders dan feiten in de hoofden van kinderen proppen. Onderwijs moet erop gericht zijn kinderen te helpen hun ware aard te ontdekken, hun talenten en hun kwaliteiten. Hen te helpen hun roeping te vinden - hoe nederig of hoe verheven die ook is. Het begint bij je ouders. Ik had het geluk dat ik ouders had die me op een gegeven moment mijn eigen weg lieten gaan. Mijn vader wilde dat ik advocaat zou worden, maar toen ik volhield dat ik wilde schrijven, heeft hij me gelaten. Als je overheersende ouders hebt, is het haast onmogelijk je talenten te ontdekken. Ouders zouden je je leven moeten laten leiden als een workshop waarin je aan jezelf werkt om uit te vinden wie je bent. Ze moeten je laten vallen en opstaan, fouten laten maken en geleidelijk aan ontdekken dat je beter bent in sommige dingen dan in andere, dat je bepaalde dingen met meer plezier doet. Dat is het begin van voorspoed. Als je kinderen een beetje meer vrijheid gunt, vinden ze hun roeping vanzelf.

Vrijheid is het grote thema van de eenentwintigste eeuw. Niet terrorisme. Ook niet religie. Vrijheid. Wij denken dat vrijheid betekent dat je kunt doen wat je wilt. Dat vrijheid consumptie en onbeperkte keuze inhoudt. Genotzucht. Maar ik denk dat dat een te materialistische visie op het begrip vrijheid is. De nieuwe vrijheid die wij op ons moeten nemen, is de vrijheid om voor onszelf te denken en ons denken niet langer te delegeren aan een of andere politicus of intellectueel. Mensen nemen dingen voor kennisgeving aan. Ze nemen standpunten in voordat ze zelf hebben nagedacht, voordat ze zelf hebben bepaald welk gevoel ze bij een onderwerp hebben. Mensen moeten de vrijheid nemen voor zichzelf te denken.
Ik geloof daar sterk in om een heel simpele reden: in ieder van ons schuilt een kunstenaar. Wij hebben allemaal het vermogen om te luisteren en om te weten wat voor ons van waarde is. Wat goed is voor ons en voor onze kinderen. En bij welke mensen wij ons prettig voelen. In deze tijd kunnen mensen zich meer uitdrukken dan ooit, maar één ding mist: helder denken. Dat leren we niet op school. Dat hebben we nooit geleerd op school. En ook niet op de universiteit, behalve op de faculteit filosofie. Denken zou een centrale plaats moeten hebben in elk onderwijsprogramma. Ik ben in veel klaslokalen geweest en ik heb veel - vaak erg goede - docenten les zien geven en ik heb twee dingen vastgesteld: docenten stellen zelden de juiste vragen en kinderen durven zich niet te uiten. Ze zijn bang of verlegen. Kinderen leren pas denken, als ze leren antwoorden te geven op vragen. We moeten ze al vroeg aanmoedigen zich te uiten. Ergens hebben we die antieke socratische vorm van onderwijzen, de dialoog, verloren.
Als we helder leren denken voor onszelf hebben we al die "tolken" die wat er in de wereld gebeurt voor ons "vertalen" niet meer nodig - mijzelf inbegrepen. We zijn pas vrij als we zelfstandig kunnen denken. Als we de vrijheid nemen om vragen te stellen over alle dingen die we veronderstellen. Over de geschiedenis. Over wat we zien. En over wat we níet zien. Het is de vrijheid om achter de televisie te kijken en voorbij de krant. Het is de vrijheid om niet te geloven wat je wordt verteld. De vrijheid om zelfs niet het bewijs van onze eigen ogen te vertrouwen. Dan is het ook niet meer nodig dat anderen voor ons besluiten nemen. We hebben ons lot in de handen van onze leiders gelegd en we laten hen beslissingen nemen - voor ons. En vervolgens pretenderen we dat we niet verantwoordelijk zijn voor die besluiten. Dat we ons niet schuldig hoeven te voelen voor het besluit ergens aan de andere kant van de wereld mensen te bombarderen om redenen die voor ons niet duidelijk zijn.
Het is niet gezond voor mensen over straat te lopen zonder dat ze zelf weten wat ze denken, en vervolgens thuis in de krant te lezen of op televisie te zien wat anderen hen hebben te vertellen. Mensen zouden moeten luisteren naar wat er gebeurt en er met elkaar over praten. Zo ontstaan betere beslissingen. We moeten de kwaliteit van het denken en van het gesprek tussen de burgers verhogen. Het moet mogelijk zijn om aan een twaalfjarige te vragen of het een goed idee is om ergens in de wereld een oorlog te gaan voeren. Die twaalfjarige moet kunnen nadenken en kunnen vragen: mama, waarom voeren we die oorlog? Is daar een goede reden voor? En de mensen die daardoor sterven, zijn dat onze vijanden, of zijn dat gewone, onschuldige mensen? Is dit een eenzijdige oorlog? Dat zijn legitieme, gezond verstandsvragen, die een twaalfjarige zou moeten kunnen stellen.

We missen kennis. We missen inzicht. Het is een soort gevangenschap. We geloven dat mensen alleen kunnen leven op de plaats waar ze zijn geboren. Alsof je een contract met God hebt gesloten: "Ik ben geboren in Birmingham en ik beloof dat ik die stad nooit zal verlaten." Die gevangenschap draagt belangrijk bij aan de onwetendheid. Aan de vooroordelen die mensen hebben over hun buren, over een ander land, een andere religie, een ander volk, een andere kleur. Als mensen wat meer zouden reizen… Als iemand van Birmingham naar Thailand gaat, is dat geen reizen. Dat is toerisme. Als je van Birmingham naar Liverpool gaat en dan naar Ierland en vervolgens misschien naar Londen, naar Parijs, en dan naar Afrika en Thailand: dát is reizen. Reizen daagt je uit je provinciale perspectief los te laten. Reizen begint bij het veranderen van je verstand. Van je veronderstellingen. Als je gaat inzien hoezeer je verschilt van iemand in een naburige stad en hoeveel je ook op diegene lijkt.
Daarom is het zo belangrijk om kinderen te leren helder te denken, maar ook om met hen te reizen. Om hen geleidelijk weg te halen van de plaats waar ze vandaan komen. Om hun verstand te bevrijden en hun vooroordelen weg te nemen. Racisme moet je niet alleen politiek bestrijden. Je kunt het niet met wetten doen verdwijnen. Het is belangrijk om te begrijpen waarom mensen zo zijn en waarom ze zo denken. Het probleem is niet dat witte mensen geen zwarte mensen ontmoeten. Het probleem is dat mensen hun buurt niet verlaten. Echte vrijheid is voor een Nederlander om geen Nederlander te hoeven zijn. En voor een Afrikaan om geen Afrikaan te hoeven zijn. Om de definitie van wat je hoort en ziet steeds uit te breiden en steeds nieuwe mogelijkheden toe te laten.
Vrijheid is om je eigen schaduwkant te onderzoeken, die kant waarvan je zegt dat die niet van jou is. Die kennis heb je ook nodig om je roeping te vinden. Je wordt niet zomaar een fotograaf, een dichter, een advocaat of een journalist. Je moet zo'n beroep binnentreden. Je leert en je geeft je over en op een gegeven moment valt het meesterschap je toe. Wanneer dat is? Als je eerlijk bent, weet je heel goed wanneer je nog niet zo ver bent. Er komt een moment, als je handen bebloed zijn en je geest gebroken, dat je je overgeeft, dat je wéét dat je de geheime wetten van de kunst hebt ontdekt. Pas dan kan je foto's nemen, gedichten schrijven, mensen in de rechtszaal verdedigen of journalistiek bedrijven die werkelijk van waarde is voor de wereld. Pas dan maak je of doe je dingen die boven jezelf uitgaan.

Hoe ervaren we deze wereld? Als een wereld waarin een onevenredige hoeveelheid macht in handen is van een onevenredig klein aantal mensen. De grote meerderheid heeft niets te vertellen. En een kleine minderheid is veel te rijk en veel te machtig. Die onevenwichtigheid gaat ons allemaal aan. Of je nu leeft in het Westen of in het Oosten of in Afrika: het stoort ons allemaal. Europa is paranoïde en denkt dat er in Afrika en Azië voortdurend mensen opstaan met de droom om in Londen, Amsterdam of Parijs te gaan leven. Ik weet zeker dat die mensen liever in hun eigen land leven, maar dat zij vluchten voor de ongelijkheid, voor de slechte wegen, voor de gebrekkige ontwikkeling, voor de corrupte regeringen. Het leven in Lagos of Accra is geweldig. Mensen genieten. Maar in de media lees je alleen dat het leven in Afrika een hel is. Afrika wordt gedemoniseerd tot een continent van asielzoekers. Dat is onverantwoordelijk en voedt het racisme. Europeanen hebben geen idee hoe het leven in Afrika is. Niet alle Afrikanen lijden. Velen van hen gaat het goed. De meeste vluchtelingen zouden ook het liefst vandaag terugkeren naar hun land. Niet omdat Europa niet gastvrij is, maar simpelweg omdat het thuis fijn is.
Het enige wat Europa, de internationale gemeenschap, moet doen is een eerlijker verdeling van de welvaart en rechtvaardiger handel stimuleren waardoor ook regeringen beter en verantwoordelijker kunnen worden. Niet hulp geven, maar rechtvaardigheid en eerlijkheid. Als dat gebeurt, zal de stroom van vluchtelingen vanzelf verdwijnen. Als dat gebeurt, zullen we het meemaken dat over vijftig of honderd jaar Europeanen juist in Afrika willen leven.
We dragen allemaal onze verantwoordelijk voor de onevenwichtigheid in de wereld. We hebben ook zelf toegestaan dat er een Amerikaanse hegemonie is ontstaan. We spreken steeds over Amerika alsof dat de enige bepalende kracht in het universum is. Het is bijna alsof we niet geloven dat we zelf ook bestaan. Hoe kunnen we het Amerika verwijten dat we onze eigen vrijheid hebben ingeleverd? Onze vrijheid om te denken, een eigen mening te hebben, kwesties ter discussie te stellen. We kijken vrijwillig naar al die Hollywoodfilms en we gaan vrijwillig naar McDonald's. Er is niemand die ons hypnotiseert en ons alleen naar Sylvester Stallone en Julia Roberts laat kijken. Er is ook niemand die zegt: "Als je niet naar die Amerikaanse series kijkt, gaat er buiten een atoombom af." We doen het ons zelf aan. We kopen die rotzooi. Wij laten hen hun geld verdienen en rijker worden. We hebben het geaccepteerd. Er is weinig reden om over Amerika te klagen. Straks stappen mensen nog naar de rechter omdat ze verslaafd zijn geraakt aan films met Sylvester Stallone. Zoals rokers dat nu doen. Maar waar begint de verslaving?
Als Amerikanen rijker zijn en meer kernwapens hebben dan enig ander land, wil dat toch nog niet zeggen dat we het met hen eens moeten zijn? Dat we de vrijheid om het niet eens te zijn met een beleid dat schadelijk is voor de mensheid moeten afstaan? Ik begrijp die redenering niet. Ik begrijp niet waarom we ons gedragen als in een western waarin één bandiet een geweer heeft en verder niemand een wapen heeft. Zo ís het ook niet. Zo kán het ook niet zijn. Het gaat om onze vrijheid. We moeten opgroeien en bewust kiezen voor diversiteit. We moeten ons gevoel voor entertainment veranderen, onze blik verwijden. We moeten gaan genieten van films uit Iran, uit Nederland, uit India. Van onze eigen cultuur. Als we dat niet doen, worden we slaven.
Uiteindelijk gaat het om liefde voor de mensheid. Vrijheid begint met liefde. Onze uitdaging is te leren de wereld lief te hebben. De meeste mensen zijn verrast als ze liefde voelen. Ze zijn verrast omdat het anders is dan in de film. Het is rijker en ook verontrustender. Liefde zet je wereld op zijn kop. Liefde verwoest meningen en vooroordelen. Maar liefde biedt ook het vertrouwen om risico's te nemen. Om stappen te zetten waarvan je niet weet waar ze naartoe leiden. Het is een keuze die je maakt met je hart. En liefde vraagt om moed. De moed om iemand toe te lachen die je voor het eerst ziet. De moed om vriendelijk te zijn en om in onbekend gebied anderen te ontmoeten.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.