|
|
'En ook ik hoorde daarbij'
Jane Goodall verwierf internationale faam met haar onderzoek naar het leven van chimpansees. Goodall leefde jaren in de wildernis en ontdekte dat zij daar ook zelf thuis hoorde.
Ik miste het gezelschap van Vanne, onze lange gesprekken bij het kampvuur. Toch voelde ik me niet eenzaam, na haar vertrek. Dag in, dag uit, bij zon, wind of regen klom ik de heuvels in. Langzaam maar zeker slaagde ik erin steeds dieper door te dringen in een magische wereld die nog niet eerder door mensen was onderzocht: de wereld van de wilde chimpansees. Er waren dagen waarop ik ze helemaal niet kon vinden, maar ik genoot van mijn eenzame zwerftochten door het ruige landschap, dat me zo langzamerhand net zo vertrouwd werd als de heuvels en klippen van Bournemouth in mijn kinderjaren. Het was een heerlijke tijd vol ontdekkingen, want ik leerde elke dag iets nieuws over de chimpansees en de andere bewoners van het bos. Soms kwam ik een troep rode colobusapen tegen die hoog in de bomen lawaaierig hun weg zocht door het bladerdak. Of ik zag de lenige, gestroomlijnde rode franjeapen die zich vrijwel geluidloos door de bomen bewogen. De bavianen vond ik fascinerend. Er gebeurde altijd wel iets in zo’n troep, waar de kleintjes rond buitelden en brutale pubers stevig op hun plaats werden gezet door de ouderen. De volwassen mannetjes waren imposant met het dikke, manenachtige haar in hun nek en hun enorme hoektanden – waarmee ze een luipaard kunnen verwonden – die ze waarschuwend ontblootten wanneer ik zo onvoorzichtig was ze direct aan te kijken. En dan waren er ook nog vogels, hagedissen en talloze spannende insecten, van de soms verbijsterend mooie vlinders en nachtvlinders tot de stuntelige mestkevers die hun kostbare mestballetjes voortduwden.
Ik ging volkomen op in dit woudbestaan. Het was een periode zonder weerga, waarbij alleen-zijn een manier van leven werd. Ogenschijnlijk leek het een volmaakte gelegenheid om na te denken over de betekenis van het bestaan en mijn eigen rol daarin, maar ik had het veel te druk met het bestuderen van het leven van de chimpansees om over dergelijke dingen te piekeren. Ik was naar Gombe gekomen met een specifiek doel en niet om me bezig te houden met mijn eigen gedachten over filosofie en religie. Toch hebben die maanden in Gombe me wel degelijk mede gevormd tot de persoon die ik nu ben. Ik zou wel erg ongevoelig zijn als mijn intense fascinatie en verwondering over mijn nieuwe wereld geen grote invloed op mijn denken hadden gehad. Ik kwam aldoor dichter bij de dieren en bij de natuur en als gevolg daarvan ook dichter bij mezelf en steeds meer in harmonie met de spirituele kracht die ik overal om me heen voelde.
Voor mensen die de vreugde van het alleen-zijn met de natuur kennen, hoef ik hier niet veel meer aan toe te voegen en voor degenen die dit niet kennen, zullen woorden altijd tekortschieten om de machtige, bijna mystieke ervaring van schoonheid en eeuwigheid te beschrijven die je plotseling en geheel onverwachts overvalt. De schoonheid was altijd om me heen, maar de momenten dat ik me dit werkelijk diep bewust was, waren zeldzaam. Die overvielen me gewoon, bijvoorbeeld als ik naar de bleke gloed staarde die aan de dageraad vooraf ging; wanneer ik omhoog keek door het ruisende, groen met bruine bladerdak van een woudreus, met daarachter af en toe een helder stukje blauwe lucht; of wanneer ik bij het vallen van de duisternis, met mijn hand tegen de nog warme stam van een boom, neerkeek op het sprankelende licht van een vroege maan in het eeuwig bewegende, zacht deinende water van het Tanganyikameer.
Hoe langer ik alleen was, hoe sterker ik één werd met de magische woudwereld die nu mijn thuis was. Intussen kwam ik steeds meer te weten over de chimpansees. Zodra ik ze eenmaal als individuen kon herkennen, gaf ik ze namen. Ik had er geen idee van dat dit volgens de ethologische code van het begin van de jaren zestig ongepast was, ik had ze onpersoonlijke nummers moeten geven. Ik beschreef hun uitgesproken persoonlijkheden, maar dat was fout: alleen mensen hadden persoonlijkheden. En het was zelfs een nog grotere misdaad om de chimpansees menselijke emoties toe te schrijven. In die tijd waren veel wetenschappers, filosofen en theologen de mening toegedaan dat alleen mensen verstand hadden en in staat waren rationeel te denken. Maar het was voor mij overduidelijk dat dieren wel degelijk persoonlijkheden hadden, dat ze konden nadenken en problemen oplossen, dat ze verstand en emoties hadden.
De tijd, die ik in de bossen doorbracht met het volgen, bestuderen en simpelweg samenzijn met de chimpansees leverde de niet alleen wetenschappelijke gegevens op, maar bracht me ook innerlijke vrede. Er is een dag die ik me specifiek herinner, bijna met een gevoel van ontzag. Ik lag languit op mijn rug op de dode bladeren en twijgjes waaruit de bosgrond bestond. Ik voelde wat stenen in me prikken en daarom draaide ik me net zolang om tot ik er geen last meer van had. Hoog boven me was David Greybeard, mijn favoriete chimpansee, vijgen aan het eten. Af en toe zag ik een zwarte arm die een vrucht afplukte, een afhangende poot of een donkere gedaante die zich soepel door de takken bewoog. Ik weet nog goed hoe ik werd getroffen door de kleurenharmonie in het bos – al die tinten geel en groen die zich verdiepten tot bruin en paars – en door de manier waarop de lianen zich door de bomen slingerden, zich vastgrijpend aan twijgen en takken en aan elkaar. Ik keek naar een oude, dode tak die er helemaal door was overwoekerd, zodat hij opnieuw vol leven en kleur was. Het middagkoor van de cicaden klonk luid en doordringend door de boslucht. Het geluid kwam in golven, omdat verschillende groepen cicaden inzetten en dan weer ophielden, als schrille koorzangers die eindeloze canons zonder woorden zongen.
Een van de dingen, die ik het moeilijkst vond tijdens de cursus theosofie, was het onderdrukken van de rondmalende gedachten, de eerste stap op weg naar werkelijk bewustzijn. Er was een tijd geweest waarin ik dit vaak had geoefend, maar door alle drukte was ik het weer vergeten. Op deze dag overviel het bekende gevoel me echter weer, het van binnenuit verstillen van lawaai. Het was als het terugkeren naar een prachtige droom.
Mijn snel toenemende kennis over David en zijn vrienden vergrootte het diepe respect dat ik altijd al had gevoeld voor andere levensvormen en gaf me een nieuwe waardering voor de orde der dingen, waarin de chimpansees, maar ook ikzelf een plaats hadden. Samen vormden de chimpansees, de bavianen en andere apen, de vogels, de insecten, al het leven in het zinderende woud, het eeuwig bewegende water van het grote meer en de ontelbare sterren en planeten van het zonnestelsel één geheel. Allemaal deel van het grote mysterie. En ook ik hoorde daarbij.
Er kwam een diepe rust over me. Steeds vaker dacht ik: ‘Hier hoor ik thuis. Hiervoor ben ik op de wereld gekomen.’Gombe gaf me net zo’n vredig gevoel als me soms had overvallen in een oude kathedraal toen ik nog deel uitmaakte van de jachtige beschaving.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Jane Goodall: Hoop voor de toekomst (Elmar, 2000). ISBN 90 389 10 38 X.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.