|
|
De waarde van weinig
Hernando de Soto heeft de oplossing voor het probleem van armoede: ken waarde toe aan het schamele bezit van de armen. Pas dan kan het kapitalisme goed werken in ontwikkelingslanden. Een interview.
Wie vanaf het vliegveld bij Entebbe naar Kampala rijdt, ziet bij het binnenkomen van de Ugandese hoofdstad een opmerkelijke industrie. Het zijn geen grote fabrieken met hoge schoorstenen. Deze industrie beslaat talrijke werkplaatsen langs de weg. Simpele werkplaatsen – soms gebouwd met een enkele stenen muur, soms ook van planken en platen afvalhout. Voor het oog heerst wanorde temidden van het stof, maar het deert de productie niet. In al die bedrijfjes worden ijzeren hekken gemaakt. Hekken met gevaarlijke punten. Deftige dubbele poorten. Ronde, gedraaide en vierkante spijlen. Hekken in oranje grondverf. Statig zwart gelakte hekken met sierlijke gouden knoppen. En overal wordt gelast. Hel blauw licht flikkert op in de felle zon.
Als je in Uganda een hek nodig hebt, is dit de plek. De enige plek. Het bijzondere van deze hekkenindustrie is dat elke formele ordening en regelgeving ontbreekt. Deze werkplaatsen kennen geen officiële boekhouding. Ze zijn niet ingeschreven bij de ‘Kamer van Koophandel’. De elektriciteit die ze gebruiken, is vaak illegaal afgetapt. Ze hebben geen adres. Er bestaat geen industriebond voor de werknemers. Ze betalen geen belasting. Maar ze maken wél de hekken voor de burgers van Uganda én ze creëren werk. Dit is de informele economie – de ongeregelde economie van microbedrijfjes.
De schattingen lopen uiteen, maar gemiddeld de helft van de economieën van de ontwikkelingslanden functioneert zoals de Ugandese hekkenindustrie: informeel, ongeregeld. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) is van alle banen die sinds 1990 in Latijns Amerika zijn gecreëerd, 85 procent geschapen in de informele sector. Daarin bevinden zich al die activiteiten – zoals afvalverzamelaars, werkplaatsen die imitaties van merkartikelen maken, mensen die tegen betaling hun mobiele telefoon ter beschikking stellen en zelfs tandartsen die zonder een vergunning gaatjes vullen – die officieel niet meetellen, maar die wél het dagelijks leven en werk van tachtig procent van de wereldbevolking bepalen. Illegale microbedrijfjes zijn de voornaamste werkscheppers in de Derde Wereld.
Ofwel: de arme straatventer die de toerist bespringt in de metropolen van de Derde Wereld, is niet het probleem. Hij is de oplossing. De opkomende economische macht van de ontwikkelingslanden wordt gevormd door de miljoenen illegale, informele ondernemers. En als het aan Hernando de Soto ligt, is het zelfs zeer in het belang van regeringen om de informele sector van de werkmakers met spoed in de economie te integreren.
Het gesprek met De Soto heeft plaats in het prestigieuze Landmark Hotel in Londen. Daar is hij gestald door de gerenommeerde bankiers van Morgan Stanley, voor wie hij de volgende ochtend een lezing zal geven. De naam van het hotel is toepasselijk, omdat de visie van de Peruaanse econoom Hernando de Soto alles heeft te maken met het ‘markeren van land’. De Soto geldt al enkele jaren als een voorname kandidaat voor de Nobelprijs voor economie. En terecht. Want met zijn praktische ideeën kan aan de economische ontwikkeling van de Derde Wereld een enorme impuls worden gegeven. De Soto schreef het boek Het mysterie van het kapitaal, waarin hij onderzoekt waarom het kapitalisme in het Westen zo’n succes heeft, maar daarbuiten nauwelijks van de grond komt.
Een ober serveert tonic en wat nootjes op een tafel met een wit gesteven laken. De Soto buigt voorover: ‘Het Westen heeft de neiging de schuld te geven aan de mensen in de Derde Wereld. Ze zouden te weinig ondernemingszin en competentie hebben. Ik geloof daar niets van. Ik vind het een arrogante visie. Het is onzin dat de ongelijkheid in welvaart tussen het Westen en de rest van de wereld cultureel kan worden verklaard. De steden in de Derde Wereld zitten vol ondernemers. Het is onmogelijk om over een markt in Azië of Latijns Amerika te stappen zonder iemand tegen te komen die iets aan je wil verkopen. Arme mensen hebben het vermogen om uit vrijwel niets winst te maken.’
De Soto vond een opmerkelijke verklaring voor het verschil tussen arm en rijk in de wereld: de ‘rest van de wereld’ kan niet van het kapitalisme profiteren vanwege het onvermogen om kapitaal te produceren. En dat heeft alles te maken met het ontbreken van juridische structuren en regels. De Derde Wereld mist de documenten die aan de basis van het succes van het kapitalisme liggen.
Het begint bij de hypotheek. In Westerse landen is een (tweede) hypotheek op het eigen huis van de ondernemer de belangrijkste financieringsbron voor nieuwe ondernemingen. In het Westen is ieder perceel grond en elk gebouw vastgelegd in een eigendomsakte. Door die akte kan bezit een onzichtbaar, parallel leven leiden naast het materiële bestaan. Bezit kan als onderpand dienen voor krediet.
De arme ondernemer in een ontwikkelingsland kan niet op dezelfde wijze zijn bezittingen te gelde maken om de groei van zijn bedrijf te financieren. De Soto: ‘De armen bezitten óók huizen en die huizen hebben óók een waarde. Zelfs een gammel hutje in een krottenwijk heeft waarde; je buurman heeft er geld voor over. Maar dat kapitaal is dood, omdat de eigendomsrechten niet zijn vastgelegd. Zonder die formele registratie, zal een bank geen hypotheek willen verschaffen. De straten van alle ontwikkelingslanden staan vol met dood kapitaal.’
Sinds 1990 heeft De Soto met een team van studenten en medewerkers van zijn Institute of Liberty and Democracy in Lima een aantal uitvoerige landenstudies gedaan om de waarde van dood kapitaal vast te stellen. Het team ontdekte bijvoorbeeld, dat een hut in een sloppenwijk van Port-au-Prince in Haïti 500 dollar opbracht en een onderkomen langs een vervuild kanaal in Manila ongeveer 2700 dollar. ‘Duizenden dagen hebben we gebouwen geteld’, blikt De Soto terug. Op basis van dergelijke getallen werd de totale waarde van het niet-geregistreerde onroerend goed geschat in Haïti (5,2 miljard dollar), Peru (74 miljard dollar), de Filippijnen (133 miljard dollar) en Egypte (240 miljard dollar). Met die kennis maakte De Soto vervolgens een schatting van de totale waarde van alle percelen in ontwikkelingslanden, die niet kunnen worden gebruikt om kapitaal mee te creëren. Hij kwam uit op het onwaarschijnlijke bedrag van 9,3 biljoen dollar. Hoezo arm? Het is bestaande rijkdom, die alleen niet kan worden benut voor verdere groei en ontwikkeling.
Toch is het mogelijk dood kapitaal tot leven te wekken. Dat is in het Westen bewezen. Het is een taak die begint bij de registratie van het onroerend goed, bij het ‘markeren van land’. Dat lijkt simpeler dan het is. Het geïntegreerde eigendomssysteem waarop het Westen vertrouwt en waarop de financiële wereld steunt, is pas in de afgelopen twee eeuwen ontstaan. Voor die tijd was de situatie in het Westen precies zoals de situatie nu in de Derde Wereld is.
De ober brengt borden pasta. De elite van Londen laat zich bedienen in een sfeer van overdaad. Een tafeltje verderop praat een Amerikaanse zakenman net iets te hard over zijn successen. De Soto hoort het ook en zegt beslist met een opgeheven vinger: ‘Amerika was 130 jaar geleden een ontwikkelingsland. De sheriff bepaalde de tijd, hoe laat het in zijn gebied was en er waren zevenhonderd verschillende valuta. De pioniers, die de Amerikanen vandaag bejubelen omdat zij hun land ontgonnen, waren in hun tijd piraten die de regels schonden.’
De chaos verdween met het aannemen van een wet in 1862. Elke kolonist kreeg het recht op 64 hectare op voorwaarde dat hij er ging wonen en de grond zou bewerken. Na deze volgde nog een reeks van andere eigendomswetten, die de informele werkelijkheid uniform vastlegden. Vanaf dat moment konden Amerikanen hun legale bezit te gelde maken voor nieuwe investeringen. ‘Zo vonden de Amerikanen het proces uit waarmee ze kapitaal konden creëren’, zegt De Soto.
Met zijn medewerkers stelde De Soto vast, dat in ontwikkelingslanden vandaag – zoals in het Amerikaanse Wilde Westen – tal van informele regelingen bestaan waarmee mensen hun bezittingen beschermen. Zo blijkt in Haïti – een van de armste landen ter wereld met een bevolking die voor meer dan de helft analfabeet is – de bezitter van elk informeel stuk land, hutje of gebouwtje over een document te beschikken, waarmee hij zijn rechten zou kunnen verdedigen. De Soto: ‘Overal waar we kwamen, hadden de meeste mensen in de informele sector een of ander fysiek bewijs waarinun bezittingen waren beschreven.’ De uitdaging is om vanuit die informele regelingen tot algemene wetgeving te komen.
Daar begon De Soto mee in zijn geboorteland Peru, onder president Fujimori. Oude, complexe, ondoorzichtige systemen en regels kon hij vervangen door eenvoudige, uniforme regelgeving. Een massale informatiecampagne stimuleerde informele ondernemers zich te laten registreren. De Soto: ‘Ondernemers toonden zich geïnteresseerd in legalisering, omdat ze de kredietmogelijkheden zagen. Ze begrepen ineens dat banken niet hun huizen willen verpanden, maar dat ze rente willen ontvangen.’
Zo’n 300 duizend ondernemers gaven hun illegale bestaan op en lieten zich registreren, 1,5 miljoen bestaande gebouwen werden van een officiële eigendomstitel voorzien, 120 duizend nieuwe bedrijven werden ingeschreven én er werden een half miljoen banen gecreëerd. De economie van Peru boekte in 1994 het hoogste groeipercentage ter wereld en bleef in de daaropvolgende jaren fors groeien.
Het kostte Holland driehonderd jaar voordat alle onroerende goederen in het kadaster stonden. De Soto deed het in Peru in tien jaar, maar in 1995 strandde het proces met de val van Fujimori. De Soto moest ‘betalen’ voor zijn nauwe band met de in opspraak geraakte president. Terwijl een kopje kruidenthee even rust aan tafel brengt, zegt hij: ‘Ik heb één ding geleerd: wij moeten niet worden vereenzelvigd met politici die dingen naar de gunst van de kiezer.’
Intussen is hij met zijn aanpak vergevorderd in Egypte en Haïti. De mogelijkheden zijn geweldig. Dat beseffen steeds meer staatshoofden en regeringsleiders. De Soto is bezig met een vrijwel permanente reis om de wereld. Hij sprak met Putin, met Blair, met Mubarak en recentelijk met Clinton, die zich verontschuldigde dat die ontmoeting eigenlijk ‘te laat’ was. Nigeria wil met De Soto aan de slag. En Kazachstan ook. En Ghana.
Iedereen heeft baat bij de eigendomsrevolutie die Hernando de Soto wil ontketenen. De missie drijft hem al twintig jaar. Maar de vervulling voor De Soto zit niet in prijzen of roem. Zijn genoegdoening is de erkenning van de vitaliteit en creativiteit van wat toch een beetje denigrerend de ‘ontwikkelingswereld’ wordt genoemd. Het moment van de grote doorbraak lijkt aangebroken.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.