Email   Print

Milieumigranten

Miljoenen mensen slaan op de vlucht vanwege milieuverwoesting. Intussen worden ze genegeerd door de internationale politiek. Een noodkreet.

Mark Townsend | 50 oktober 2002 issue

Voor het laatst kijkt Marat Fomenko naar het sombere landschap. Het ligt bezaaid met oude machineonderdelen en verroeste rompen van schepen, die niet langer worden gebruikt. Aan de overkant van de vlakte bevindt zich de eens zo beroemde Kazachstaanse haven Aralsk. Even verderop ligt een grote opgedroogde zandkuil vol afval. Vijfentwintig jaar geleden kon Marat vanuit zijn huis zien hoe de oevers van het Aralmeer zich begonnen terug te trekken. De voormalige visser gebaart naar zijn vrouw Malika en hun kinderen. Hun koffers zijn gepakt. Eindelijk is de tijd gekomen om te ontsnappen.
Het inkomen van Marat begon letterlijk weg te vloeien toen de rivieren, die het Aralmeer voedden, werden omgeleid voor de irrigatie van de – door bestrijdingsmiddelen vergiftigde – katoenvelden, stroomopwaarts in Oezbekistan. Het gezin Fomenko is nu op weg naar Astana, de hoofdstad van Kazachstan. Zij voegen zich bij het aanzwellende aantal mensen, die op zoek zijn naar een beter bestaan. Ze zullen nooit terugkeren naar hun stervende vaderland en het verdwijnende meer dat een ecologische ramp heeft veroorzaakt en dat heeft geleid tot een verdertigvoudiging van het aantal ziektegevallen. Zijn zoon heeft tuberculose gekregen en Marat hoopt dat de stad betere behandelingsmogelijkheden zal bieden.
Hoop is het enige, dat het gezin Fomenko rest. Als gevolg van een complex van diverse oorzaken – overstroming, droogte, erosie, ontbossing, aardbevingen, nucleaire rampen, lekkende gifstoffen – werden zij en 25 miljoen anderen over de hele wereld gedwongen hun land voor altijd te verlaten. Dit zijn de milieuvluchtelingen van deze planeet. Misschien heeft u nog nooit van hen gehoord. In ieder geval worden ze genegeerd door de wereldpolitici.
Toch duidt deze groeiende groep uiteenlopende, van hun rechten berooide en ontheemde gezinnen – zo zeggen deskundigen – één van de grootste crises waarmee de mensheid zal worden geconfronteerd. Milieuvluchtelingen vormen een groot, vergeten leger dat – volgens voorzichtige schattingen – snel in aantal zal stijgen tot vijfduizend vluchtelingen per dag. Ze komen van over de hele wereld. In sommige uitgestrekte, verwoeste gebieden is de natuur zo achteruitgegaan, dat leven er niet langer mogelijk is. Vaak lopen de oorzaken uiteen. Maar voor ieder van de vluchtelingen geldt, dat ze door het internationale beleid van negeren zijn beroofd: niet alleen van hun basisrechten, maar ook van feitelijke erkenning.

Diep in de Nigerdelta in Nigeria ligt het verlaten huis van Karalolo Atu. Drie jaar geleden werd Karalolo gedwongen haar voorouderlijk koninkrijk Ogoniland te verlaten. Samen met duizenden anderen vluchtte zij naar het nabijgelegen dorp Port Harcourt. De natuur in Ogoniland is eenvoudigweg ingestort. Verdragen tussen oliemaatschappij Shell en corrupte, gewelddadige regimes hebben geleid tot een volledige ineenstorting van het kwetsbare ecosysteem van het deltagebied.
De niet aflatende zoektocht naar nieuwe oliebronnen heeft geresulteerd in honderden gevallen van olielekkage. Water en bodem raakten ernstig vervuild en kostbaar akkerland werd onbruikbaar. Karalolo, moeder van vier kinderen, kan niet eens denken aan een terugkeer naar haar verwoeste thuisland. Hoewel miljoenen milieuvluchtelingen in hun eigen land op de vlucht zijn, zal het grootste deel van hen nooit naar huis terugkeren, omdat in de meeste gevallen niets wordt gedaan – of zelfs maar kán worden gedaan – om de schade te herstellen.
De verschrikkelijkste nachtmerrie waardoor de toevloed van milieuvluchtelingen in een probleem van onvoorstelbare afmetingen zal veranderen, is – zonder twijfel – de klimaatverandering. Vraag het maar aan Paani Talake, boer in het kleine eilandstaatje Tuvalu in het zuiden van de Stille Oceaan. Zijn rieten huis zal letterlijk ten onder gaan. Marats probleem in Kazachstan is dat het water verdwíjnt, maar voor Paani ligt het volkomen anders: voor hem zal er spoedig niets anders dan water overblijven.
Op dit moment worden de laag gelegen kokosnootplantages van Tuvalu al door de stijgende zee overstroomd. Nabijgelegen eilandjes zijn voor altijd verdwenen, terwijl het onzichtbaar oprukkende, zoute water kostbare drinkwatervoorraden verontreinigt en de groei van het gewas remt. Volgend jaar zullen Paani en zijn jonge gezin hun land verlaten en gebruikmaken van een zeldzaam genereus aanbod van de regering van Nieuw-Zeeland voor een nieuwe start.
Paani heeft weinig keuze. Binnen vijftig jaar dreigt Tuvalu door het omringende water te worden verzwolgen. Het eiland is een opvallend slachtoffer van de industriële uitspattingen van het Westen. Van Tuvalu zal alleen een historische aantekening overblijven, die herinnert aan de dwaling van de mensheid om met de atmosfeer te experimenteren.

Maar hoe is het gesteld met de miljoenen anderen, die in laag gelegen gebieden wonen? Mogelijk zullen zij zich al snel bij de stroom milieuvluchtelingen gaan voegen, maar waar krijgen zij de kans om een nieuw bestaan op te bouwen? Volgens officiële voorspellingen zullen hun eilanden en kustlijnen spoedig in het stijgende water ondergaan, nu de planeet als gevolg van de klimaatverandering een nieuwe serie catastrofes te wachten staat. Steeds grotere aantallen mensen zullen worden gedwongen nog harder voor hun levensonderhoud te vechten op steeds minder land – land dat al nauwelijks aan de huidige vraag kan voldoen.
Het Intergouvernementele Panel over Klimaatveranderingen voorziet, dat het zeeniveau nog deze eeuw met een meter zal stijgen. Die stijging stelt de mensheid voor één van de grootste dilemma’s waarmee zij ooit is geconfronteerd, want de helft van de wereldbevolking zit nu al in kuststreken opeengepakt. Ongeveer tien miljoen van hen lopen voortdurend het risico voor overstroming. Als het zeeniveau met één meter stijgt, zouden alleen al in Bangladesh twintig miljoen mensen ontheemd raken. En dan zijn er nog de uitgestrekte rijstvlakten in de riviergebieden van onder andere Thailand, Indonesië en India.
Ook de rijke wereld moet een prijs betalen, want waar zullen deze mensen naartoe willen vluchten? Voor landen als Nederland en Denemarken kunnen de consequenties rampzalig zijn. De mogelijkheid bestaat, dat er enorme volksverhuizingen zullen plaatshebben en dat stromen milieuvluchtelingen zich naar landen zullen verplaatsen die nu al behoorlijk vol zijn.
Een dergelijke massale migratie zal gepaard gaan met de stank van ziekten. Gedurende de laatste vijf jaar is het aantal malariagevallen al verviervoudigd. Verwacht wordt, dat in gematigde streken het aantal gevallen van ziekten die door muggen worden overgebracht, honderd keer zo groot zal worden.

Het is ongelooflijk, dat politici ervoor kiezen die komende crisis te negeren. Zij weigeren nu eenmaal te geloven, dat Paani, Marat en Karalolo de vluchtelingen zijn die ze ondubbelzinnig zijn. Zelfs de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR), blijft in gebreke. UNHCR weigert zijn juridische kader op één lijn te brengen met de realiteit van een snel verslechterend milieu. Om nog maar te zwijgen over een concrete oplossing.
In plaats daarvan hanteert de organisatie – onder leiding van Ruud Lubbers – nog altijd de beperkte en verouderde politieke definitie van het begrip ‘vluchteling’. In deze definitie wordt onderstreept, dat mensen alleen als vluchteling moeten worden beschouwd wanneer zij zijn gevlucht als gevolg van ‘een gegronde angst voor vervolging’ op grond van bijvoorbeeld ras of religie. Een omgeving die zodanig is verwoest, dat ze de basisvoorwaarden voor leven – namelijk voedsel en water – niet langer kan verschaffen, wordt kennelijk niet gezien als reden om te vluchten.
Uiteindelijk zijn op zijn minst 25 miljoen vluchtelingen hierdoor van hun fundamentele rechten beroofd. Alle toekomstige trends wijzen erop, dat volksverhuizingen als gevolg van het milieu dramatisch zullen toenemen. Norman Myers, hoogleraar aan de universiteit van Oxford, meent dat er in 2050 als gevolg van klimaatverandering en milieuverwoesting 150 miljoen milieuvluchtelingen zullen zijn. Klaus Topfer, directeur van het milieuprogramma van de Verenigde Naties, zegt dat het toegenomen aantal milieuvluchtelingen over acht jaar tot 50 miljoen verdubbeld kan zijn. Dit betekent een toename van 8500 per dag. Maar mogelijk spreekt ook Topfer slechts tegen dovemansoren.

We weten allemaal dat het onderwerp ‘asielzoekers’ politici maken of breken. Maar bij de behandeling van dat onderwerp – in de politiek én de media – wordt een verwoest milieu als veroorzaker van deze menselijke migratie gemakshalve buiten beschouwing gelaten. In het publieke debat bestaan alleen ‘politieke’ en ‘economische’ vluchtelingen. Op deze wijze kunnen politici doorgaan met het negeren van milieuvluchtelingen. Daardoor wordt een vluchtelingenbeleid in elkaar geflanst, terwijl het probleem van de milieuvluchtelingen alleen maar groter wordt.
Hoe gering de prioriteit van dit onderwerp is, wordt geïllustreerd door het schamele budget van UNHCR: slechts 1,3 miljard euro per jaar. Dit bedrag is lager dan de dagelijkse militaire uitgaven van regeringen over de hele wereld. Het deel van dit geld dat de organisatie aan milieuvluchtelingen beschikbaar stelt, is zo klein, dat het nauwelijks kan worden verdeeld. Tot nu toe zijn er geen plannen gepubliceerd om deze migranten meer hulp te bieden.
Ironisch genoeg worden de ontwikkelingslanden nog altijd het zwaarst getroffen door de achteruitgang van het milieu en door klimaatverandering, die toch door de productie en consumptie van de rijken worden veroorzaakt. De omvang van dit lijden, is omgekeerd evenredig aan de mate waarin zij aan deze klimaatverandering bijdragen. De Verenigde Staten alleen al zijn verantwoordelijk voor de uitstoot van 25 procent van de broeikasgassen, terwijl slechts vier procent van de wereldbevolking daar woont. Gezien vanaf de vluchtplaats op het rieten dak van Paani en zijn gezin moet de Amerikaanse weigering om aan het Kyoto-protocol te voldoen, op zijn minst belachelijk onverschillig lijken.

Zelfs zonder klimaatverandering blijft het beeld grimmig. De snelle bevolkingstoename en het uitgeputte milieu veroorzaken op zichzelf al een enorm lijden en een massale migratie. Een rondreis over de wereld levert verontrustende gegevens op. Mogelijk verdwijnt in Mexico, Ivoorkust en de Filippijnen binnen een half mensenleven het grootste deel van de bossen. In dezelfde korte tijd verliezen Ethiopië, El Salvador en Nepal wellicht het grootste deel van hun landbouwgrond als gevolg van erosie.
In de vijftien minuten, die u nodig heeft om dit artikel te lezen, krijgt de wereld er nog eens 2600 mensen bij die moeten worden gevoed. Van elke honderd mensen worden er 97 geboren in landen waar het geld al schaars is, waar onvoldoende voedsel en water zijn, waar krakende, chaotische steden kreunen onder het gewicht van de binnenkomende migranten.
Vier jaar geleden beleefde de wereld het ontstaan van de ‘superramp’. Voor het eerst in de geschiedenis raakten meer mensen ontheemd als gevolg van milieu-oorzaken dan door oorlogen. In een rapport van het internationale Rode Kruis werd gewaarschuwd, dat het aantal mensen die zij hulp hadden geboden na grote overstromingen, droogten en aardbevingen in slechts zes jaar was vertienvoudigd van 500 duizend naar 5,5 miljoen.
Dit zijn verontrustende cijfers met waanzinnige gevolgen voor heel veel mensen. Politici moeten maatregelen invoeren om ervoor te zorgen, dat het lot van Marat, Paani en Karalolo niet over de hele wereld eindeloos navolging krijgt. Een rem op de klimaatverandering kan alleen worden gerealiseerd door de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Een interessante ontwikkeling, die voor de regeringen van Westerse landen mogelijk consequenties krijgt, is de dreiging van Paani’s premier van Tuvalu, dat hij de vervuilende landen juridisch zal aanklagen voor het uitstoten van broeikasgassen.
Maar eerst hebben we een nieuwe definitie van het begrip ‘vluchteling’ nodig, waarin degenen die door milieu-oorzaken werden verdreven, eveneens zijn opgenomen. Een andere plicht is het opstellen van een nieuwe definitie van de verantwoordelijkheid van landen. Dit is een zware keuze voor politiek leiders: zij moeten inzien, dat mensen eenvoudigweg uit hun huis worden verdreven en dat ze niet zomaar worden aangetrokken door de overvloed in het Westen.
Het probleem wordt dagelijks groter. Er moet een actieplan komen. Zelfs voor de meest toegewijde planologen is het moeilijk binnen enkele jaren nieuw onderdak te vinden voor 125 miljoen mensen. In de huidige situatie is de wereld niet berekend op het aanpakken van deze consequenties. Zij is zich nauwelijks van deze crisis bewust. Rampen liggen in het verschiet; alleen als de politieke bereidheid plotseling toeneemt, kan worden voorkomen, dat tientallen miljoenen mensen hetzelfde wanhopige lot treft als de gezinnen van Marat, Paani en Karalolo.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.