Email   Print

Had vader Bush maar vaker sprookjes voorgelezen

Sprookjes en mythen kunnen de regeringsleiders nog een hoop leren over de bestrijding van het Kwaad.

Editors | 49 september 2002 issue

Laten we het houden op een gemiste kans. Had vader – inmiddels opa – Bush wat vaker de sprookjes van de gebroeders Grimm voorgelezen aan zijn zoons, dan hadden we nu waarschijnlijk niet in een uitzichtloze geweldsspiraal richting de As van het Kwaad en de Onzichtbare Terroristen gezeten. De vertelling Doornroosje maakt in al haar eenvoud duidelijk welk gevaar er dreigt wanneer je iemand uitsluit van feestvreugde en overvloed, om vervolgens frontaal de aanval te openen in een poging de eigen fout goed te maken en de destructieve gevolgen te voorkomen.
Voor wie het vergeten is: het sprookje in kort bestek. Een koning en koningin krijgen eindelijk een dochter. De koning geeft een groot feest, waarvoor hij ook de feeën uitnodigt. Omdat er dertien feeën zijn en hij maar twaalf gouden borden heeft, nodigt hij één fee niet uit. Op het feest spreken de twaalf feeën ieder een wens uit en zo krijgt het kersverse paar deugd, schoonheid en rijkdom als huwelijksgeschenken. Wanneer de elfde fee haar wens heeft uitgesproken, verschijnt plotseling de ongenodigde fee ten tonele. Zij voelt zich buitengesloten en spreekt de wens uit dat het meisje op haar vijftiende jaar zich zal steken aan een spinklos en daaraan zal sterven. De twaalfde fee kan deze wens niet ongedaan maken, maar nog wel verzachten: de koningsdochter zal door de steek in een honderdjarige slaap vallen.
De koning wenst zich niet neer te leggen bij de onheilswens van de boze fee en besluit tot de aanval over te gaan. Hij stuurt zijn troepen uit over het land en geeft het bevel om overal alle spinklossen te vernietigen om zo te voorkomen, dat de wens van de dertiende fee in vervulling zal gaan. Geen spinnenwiel overleeft de brandstapel. Tenminste, dat denkt de koning. Hij waant zich veilig.
Op de dag dat Doornroosje vijftien jaar wordt, is ze ‘s ochtends alleen in het paleis. Ze is nieuwsgierig naar de wereld en gaat nog een keer alle kamers bekijken. Ten slotte komt ze bij een kamertje in een oude toren waar ze nog niet eerder is geweest. Daar zit een oude vrouw vlas te spinnen. Doornroosje wordt gegrepen door het prachtige werktuig dat ze nog nooit eerder heeft gezien. Ze vraagt of ze het ook een keer mag proberen, pakt de draaiende spinklos vast en steekt zich daarmee in haar vinger. Op dat moment valt alles wat in het paleis leeft in slaap. Zelfs de wind gaat liggen.
Rondom het paleis begint nu een doornenhaag te groeien die ondoordringbaar is en alles aan het zicht onttrekt. Nu en dan proberen voorbijgangers zich een weg door de doornenhaag te banen, telkens tevergeefs. Dan, na honderd jaar, doet een koningszoon weer een poging. Dit keer lukt het de prins. Hij komt in het torenkamertje en geeft Doornroosje een kus. Doornroosje ontwaakt, ook alle anderen worden wakker en de voorbereidingen voor de bruiloft kunnen beginnen. Doornroosje trouwt met haar prins en ze leefden nog lang en gelukkig.
Dan nu: de moraal van dit verhaal. Sluit niemand uit van voorspoed en overvloed, want dat keert zich tegen je. Vroeg of laat komen ze je vervloeken. En dan kun je doen wat je wilt, maar het noodlot ontlopen, zal je moeilijk vallen. Verplaatst naar de moderne tijd: net zo min als de spinnenwielen van Doornroosje zijn alle terroristen uit te roeien. Steeds als je denkt ze allemaal uit hun holen te hebben gerookt, blijken er nog een paar in te zitten. Het preventief ruimen van potentiële terroristen heeft dus geen enkele zin. Als ze willen, slaan ze toch wel toe. En het gevolg van die aanslag is hetzelfde als bij Doornroosje. De wereld raakt verlamd en raakt verstrikt in dikke verdedigingswerken. Niets en niemand komt er nog doorheen om ons van onze zelf opgelegde gevangenschap te bevrijden. De enige die daarin slaagt, is de prins die de prinses wakker kust – ofwel, de Liefde.
De les voor Bush en de andere wereldleiders is, dat ze tijdig hadden moeten inzien dat er genoeg ‘gouden bordjes’ zijn voor alle mensen. Als de dertiende wil meedelen in de feestvreugde, moeten de andere twaalf aan tafel allemaal iets inschikken. Dat kan zonder problemen, er is immers voldoende voor iedereen. Machtige verdedigingswerken dragen slechts zorg voor schijnzekerheid. Bekommer je om de oorzaken en vergeet niemand bij de uitnodiging om aan te schuiven bij het delen in de overvloed. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.