|
|
Burgers aller landen, verenigt u!
Hoe belangrijk zijn nationale overheden in een wereld waarin de grenzen poreus zijn geworden? De mondialisering van de economie vraagt om een wereldwijde verspreiding van democratie.
De ruk naar rechts. Nog altijd staan de media er bol van. Niet alleen in Nederland, ook elders in Europa heeft de heldere taal van populistische politici het gewonnen van de nuance. Haider, Le Pen, DeWinter en de erfgenamen van Fortuyn: in een stuurloze wereld willen ze de landsgrenzen in ere herstellen. Het liefst willen ze de boze buitenwereld ver weg houden. Commentatoren en columnisten in binnen- en buitenland zijn nog steeds niet uitgepraat over de verrechtsing. Het ging toch goed, zeggen sommigen vertwijfeld. De werkloosheid daalde in vele landen, de economie bloeide en de invoering van de euro verliep vlekkeloos. Toch? Hoezo ‘orde op zaken stellen’?
Het is uitgerekend een Amerikaan die de discussie over de Europese opmars van deze populisten van een boeiend nieuw perspectief voorziet. Politicoloog Benjamin Barber is – enkele dagen na de moord op Fortuyn – op bezoek in Nederland. De vertaling van zijn profetisch gebleken Jihad vs. McWorld, verschenen bij uitgeverij Lemniscaat, wordt gevierd met spreekbeurt en debat. In een kerk in Rotterdam houdt hij zijn toehoorders voor, dat ook Nederlanders zijn gezwicht voor de reflex in de schulp te kruipen zodra ze zich bedreigd voelen. Veelzeggend was Fortuyns belofte in Europees verband met zijn handtasje op tafel te zullen slaan en zijn geld terug te eisen. Die machteloosheid heeft zich vertaald in de roep om een politicus die met ferme taal aankondigt de buitenwereld buiten te zullen houden.
‘De wereld is out of control’, zet Barber uiteen. ‘Letterlijk, want de Nederlanders kunnen de problemen in de wereld niet beheersen. De Amerikanen ook niet, de Oostenrijkers niet, de Fransen niet. Geen enkel land kan het. Het eerste wat we geneigd zijn te doen, als we de greep op de wereld kwijtraken, is een muur opwerpen om de problemen buiten de deur te houden. Ons land is vol! Sluit de poorten! Het succes van Pim Fortuyn was opgebouwd rondom die menselijke reflex, een politiek van angst en zelfs haat. Maar dat is achterhaald. In de moderne wereld zijn de grenzen poreus geworden. De roep om een muur op te bouwen, klinkt veilig en vertrouwd. Maar de werkelijkheid van economie, ecologie, technologie en criminaliteit is dat we in een wereld zonder grenzen leven. Je ziet het zelfs in de gezondheid. Als in hartje Afrika een onbestemd virus uitbreekt, waart die binnen tien dagen rond in New York en binnen twaalf dagen in Amsterdam. De problemen van de moderne wereld hebben geen paspoort.’
Wie op televisie de mensen beziet die met opgestroopte mouwen handelen in valuta en aandelen, ziet met eigen ogen dat de grenzen nauwelijks meer bestaan. Wat op de Amsterdamse beurs met een paar drukke armgebaren wordt besloten, heeft onmiddellijk gevolgen voor een gezin in Zuid-Afrika dat nog wat spaargeld op de bank heeft staan. In deze mondiale economie heeft de wisselkoers in Frankrijk gevolgen voor de arbeidslonen in Costa Rica, en heeft een technologische doorbraak in Japan gevolgen voor de voedseltekorten in Centraal-Afrika.
Die verwevenheid van economieën zie je overal. Een bedrijf dat zijn olie in de zee dumpt, treft de kustlijn van vele landen. De koelkasten, die we in het Westen volstoppen met frisdrank en etenswaren, zorgen voor het gat in de ozonlaag, dat met name in het zuidelijke halfrond desastreuze gevolgen heeft. Klimaatverandering is bij uitstek een wereldwijd probleem; het schort alleen nog aan een goede internationale politieke structuur die verhindert dat de arme landen opdraaien voor de ellende als gevolg van de CO2-uitstoot van de rijke landen.
Geldt de ouderwetse, negentiende-eeuwse natiestaat inderdaad als obstakel naar mondiale rechtvaardigheid? Ja, vindt ook George Soros. Na een succesvolle carrière op de mondiale financiële markten besloot Soros zijn miljarden dollars in te zetten voor het stimuleren van de ‘open samenleving’. Sinds kort richt hij zich ook op het aanpakken van de kwalen van het mondiale kapitalisme. In zijn nieuwste boek George Soros On Globalization, onlangs verschenen bij Contact als Globalisering, schrijft Soros het treffend: ‘We hebben mondiale markten, maar we hebben geen mondiale samenleving.’
‘Markten zijn moreelloos’, licht Soros toe. ‘De ongeremde drang naar eigenbelang dient niet noodzakelijkerwijs het algemeen belang. Geen enkele samenleving kan zonder normbesef. De hoofdlijnen van een open samenleving zijn een democratische regeringsvorm en een vrije-markteconomie. In onze pogingen om deze principes op wereldschaal door te voeren, stuiten we op een schijnbaar onoverkomelijke barrière: de soevereiniteit der landen. Staten laten zich leiden door hun eigen belangen, en die hoeven niet noodzakelijkerwijs overeen te komen met de belangen van de mensheid als geheel. Het zijn juist déze belangen die beter dan nu moeten worden beschermd.’
Tot nu toe heeft één land altijd iedere ontwikkeling naar zo’n mondiale politieke structuur gedwarsboomd: de Verenigde Staten. Alsof er geen ander volk bestaat, spreken Amerikanen geen buitenlandse taal, hebben ze nauwelijks buitenlands nieuws in de kranten en onttrekken ze zich als het even kan aan internationale verdragen. De twee grote oceanen zouden hen afzijdig houden van de rest van de wereld. De plannen voor een virtueel schild zijn veelbetekenend.
Hoe bruut was dan ook voor de Amerikanen de les in wederzijdse afhankelijkheid, toen terroristen op 11 september het hart van de Verenigde Staten doorboorden. Terrorisme en criminaliteit, zo wordt op een tragische wijze duidelijk, stoppen evenmin bij de grens. Handel in wapens, drugs en mensen vormen samen de grootste industrie van de wereld. Die trekt zich ook weinig aan van grensposten. Er is immers geen schurk die zal zeggen: wacht even, ik ben een Nederlandse schurk, ik doe niet mee aan deze klus. De terroristen onder leiding van Osama bin Laden lieten zien, dat exact dezelfde internationale netwerken van de moderne wereld – compleet met buitenlandse bankrekeningen en communicatie via internet – ook kunnen worden ingezet om die moderne wereld te lijf te gaan.
De eerste reflex van Bush was typisch Amerikaans: ‘Of je bent vóór ons, óf je bent vóór de terroristen.’ Maar de wereld moet zich niet bij de Verenigde Staten aansluiten; het is andersom: de Amerikanen moeten zich bij de wereld aansluiten. Dat besef is – meer dan de meeste Europeanen zullen denken – inmiddels doorgedrongen in het Witte Huis. Een week na de aanslagen op de WTC-torens heeft president Bush de al jarenlang openstaande schulden van de VS aan de Verenigde Naties betaald. Dat zal hij niet hebben gedaan als plotselinge liefdesbetuiging voor de VN, maar uit puur realisme. Het budget voor niet-militaire ontwikkelingshulp is onlangs met vijftien procent verhoogd. Opnieuw: niet uit liefdadigheid, maar omdat zelfs in het hart van het meest patriottische volk wordt beseft, dat alleen meer gelijkwaardigheid in de wereld kan voorkomen, dat de rijkste natie nogmaals wordt getroffen door een stel kamikazepiloten.
Een sterkere rol voor de Verenigde Naties geldt als een bekend recept voor de versterking van de democratie. Maar het is interessant dat democratie en volksinvloed in deze tijd nieuwe vormen vindt dan de structuur van een parlement dat eens in de vier jaar door het volk wordt gekozen. ‘Als we van Sri Lanka een democratisch land willen maken, moeten we ze niet per koerier het Europese parlementaire systeem sturen’, zegt Benjamin Barber. ‘Zoiets is opgelegd, dat werkt niet. Je moet onderop beginnen: bij onderwijs, bij maatschappelijke instellingen, oftewel: bij burgerschap. Alleen zo krijg je een sociale structuur die de democratie kan dragen.’
Die structuur wordt wel de civil society genoemd, de burgersamenleving. Het is de derde kracht, naast het politieke en het economische speelveld. Het omvat de ruimte waar burgers samenkomen en leren, discussiëren, sporten, bidden of vrijwilligerswerk doen – kortom: waar een gemeenschap wordt opgebouwd. Een man die al jarenlang niet alleen binnen landen, maar ook wereldwijd, de basis wil leggen voor een civil society, is Nicanor Perlas, voorzitter van het Center for Alternative Development Initiatives in de Filippijnen en schrijver van het boek Shaping Globalization. ‘Veel mensen zien de overheid als enige sleutelfiguur naar sociale verandering,’ legt hij uit. ‘Dat vind ik een beperkte visie. Je moet van de grond af ideeën uitwisselen en discussiëren. Die ideeën kun je in de arena’s van politiek en economie brengen, bijvoorbeeld via demonstraties en boycots. Dát maakt sociale verandering, niet een passieve fixatie op de staat.’
Perlas schat dat wereldwijd meer dan een miljoen maatschappelijke organisaties actief zijn. Hun budget is vaak verrassend omvangrijk. Zo heeft Amnesty International meer te besteden dan de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties. ‘We zijn getuige van de emancipatie van cultuur’, meent Perlas. ‘De mondiale civil society heeft de potentie om de wereld te sturen in een richting die de mensheid beter dient dan politiek en economie dat doen.’
Er bestaan inspirerende voorbeelden van succesvolle burgerorganisaties die tot belangrijke hervormingen hebben geleid. In Polen bijvoorbeeld, waar Solidariteit, het verbond van arbeiders, het communistisch regime ten val bracht. Ook op het terrein van bedrijfsvoering zijn successen geboekt. De Brent-Spar-affaire van Shell zal de geschiedenisboeken ingaan als een eerste zichtbare triomf van burgers over een multinationale onderneming. Sindsdien worden grote bedrijven alleen maar strenger in de gaten gehouden door een steeds grotere groep mensen.
Maatschappelijke organisaties – zogenoemde non-gouvernementele organisatie (NGO’s), zoals Amnesty en Greenpeace – worden steeds invloedrijker en vullen een deel van de leemten op die de afkalvende natiestaten achterlaten. ‘Door lid te worden van een NGO kun je als wereldburger invloed uitoefenen’, zegt H.J. Witteveen, voormalig minister van Financiën en schrijver van Soefisme en economie. Daarmee ontstaat een alternatief voor het vierjaarlijkse bezoek aan het stemhokje. Maar Witteveen waarschuwt wel: ‘Een NGO is niet zuiver democratisch. Niemand weet hoe groot hun aanhang werkelijk is, ze worden niet gekozen. Dat moeten we nog beter zien te organiseren.’
De pressie van NGO’s is ook van invloed geweest op hervormingen bij de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Daar wordt in het officiële beleid nu meer gelet op de kwaliteit van het bestuur. ‘In mijn tijd was het taboe om je met binnenlandse zaken te bemoeien’, zegt Witteveen, die halverwege de jaren zeventig managing director van het IMF was. ‘Je keek alleen naar de economische en financiële situatie. Tegenwoordig stellen ze voorwaarden en voeren ze de druk op om hun bestuur democratisch te maken. Dus om in aanmerking te komen voor kredieten zullen de overheden zich wel genoodzaakt zien om hun politiek democratischer te maken. Dat is een positieve ontwikkeling. En het is nog maar een begin.’
De wereld staat een golf van democratisering te wachten. Dat is niet langer een droom van utopische romantici, maar een mandaat van politiek realisten. In een wereld waarin de grenzen louter een figuurlijke betekenis hebben gekregen, is het zaak om niet alleen economie, maar ook politiek af te stemmen op de behoeften van wereldburgers. Hún invloed is onmisbaar in dat historische proces. De democratie die zich over de wereld uitstrekt, zal er niet zozeer één zijn van stembiljetten, maar van dagelijks wereldburgerschap.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.