|
|
Een handjevol mediamiljardairs
'Zelfs in bevroren toendra's of afgelegen blokhutten wordt gekeken naar mensen die in blinkende auto's rondrijden en zich amuseren bij een verwarmd zwembad.' (Jerry Mander)
‘Stel, een buitenaardse antropoloog uit het Andromedastelsel krijgt de opdracht vanuit zijn ruimteschip de mensen op aarde te bestuderen. Zijn verslag zou kunnen luiden: ‘Ze zitten dag en nacht in een donkere kamer naar een verlicht voorwerp te staren. Hun ogen bewegen niet. Ze denken niet na. Er is nauwelijks sprake van enige hersenactiviteit. Hun hersenen worden onophoudelijk gevoed met beelden die van duizenden mijlen ver worden verzonden door een kleine groep mensen. Het zijn beelden van tandpasta, auto’s, vuurwapens en mensen die rondrennen in badkleding. Het lijkt op een vreemdsoortig experiment in mind control.’
Zelfs op plaatsen waar geen wegen zijn aangelegd – op kleine tropische eilanden, in de bevroren toendra’s in het noorden, in afgelegen blokhutten –, zitten de mensen avond na avond achter de televisie. Ze kijken naar mensen die in blinkende auto’s rondrijden, zich amuseren bij een verwarmd zwembad en een glas martini drinken. Het leven in een rijkdom aan mooie spullen wordt voorgesteld als het ultieme levensdoel. De plaatselijke cultuur wordt voorgesteld als onderontwikkeld en inferieur. Televisie maakt een einde aan levenswijzen en waardesystemen, die niet gericht zijn op consumeren.
Zo’n monocultuur vervult de marketingbehoeften van grote bedrijven die wereldwijd opereren. Verscheidenheid – cultureel, politiek, biologisch – vormt een rechtstreekse bedreiging voor grote internationale bedrijven die streven naar een zo groot mogelijke efficiëntie. In vrijhandelsverdragen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt deze wereldwijde homogenisering versneld. De regels voor economische integratie zijn veelal door grote bedrijven opgesteld. Zíj zijn het dan ook die er het meeste belang bij hebben. Als landen de vrijhandelsverdragen eenmaal hebben ondertekend, is het de overheden niet meer toegestaan om bedrijven te reguleren als ze hun eigen hulpbronnen, culturen, werknemersrechten en gezondheidsnormen willen beschermen.
Het doel van zo’n constructie is de interne structuur te veranderen – ja, zelfs de mensen zélf te transformeren. Onze geest, ideeën en waarden, ons gedrag en onze verlangens moeten één menselijke monocultuur worden, die in overeenstemming is met de wensen van de bedrijfsstrategen. Onze ideeën en waarden moeten worden afgestemd op de systemen en technologieën om ons heen. Systematisch prenten de media een gelijkvormig geheel aan beelden en ideeën, dat resulteert in een eenvormig beeld van hoe het leven moet worden geleefd. Zo werkt de homogenisering en de daaraan gekoppelde behoefte aan dezelfde producten rechtstreeks in op de denkwijze van de hele wereldbevolking. Overal worden mensen steeds vaker met dezelfde beelden geconfronteerd van producten waarnaar wij in het westen hunkeren: van auto’s en hairsprays tot Barbiepoppen.
In deze situatie bestaat de mogelijkheid voor autocratische controle, de dictatuur van de minderheid, met een macht die grensoverschrijdend is. Andere culturen worden gevormd naar ons voorbeeld. Het overgrote deel van de televisiebeelden die wereldwijd worden uitgezonden – en dit geldt ook voor films, kranten en internet – wordt door een heel klein aantal megabedrijven verzonden naar honderden miljoenen mensen. Dat is mentaal klonen op wereldschaal. Deze ontwikkeling wordt rechtstreeks bevorderd door de regels die zijn vastgesteld door de WTO en andere mondiale, financiële instellingen om de beleggingen, acquisities en fusies van dit handjevol bedrijven zo gemakkelijk mogelijk te laten verlopen. Die instellingen zijn AOL/Time Warner, Disney, Rupert Murdochs News Corporation, en misschien nog drie of vier andere organisaties die het grootste deel van de uitzendmedia, de uitgeverijwereld en de amusementssector in handen hebben.
Het komt er op neer, dat een handjevol mediamiljardairs in New York, Hollywood, Londen en enkele andere steden de hersenen van de totale wereldbevolking dag en nacht bombarderen met krachtige beelden, die de mensen vertellen dat er niets deugt aan hun leefomgeving, dat McDonald’s en Coca-Cola de nieuwe goden zijn, en dat de spullen die de merken te verkopen hebben, het antwoord zijn op hun problemen.
Natuurlijk, de digitale revolutie heeft vele netwerken van activisten helpen ontstaan – mensen die zich keren tégen de macht van die mediamiljardairs. Maar heeft internet wérkelijk een decentraliserend effect? Internet wordt vaak verondersteld een krachtig instrument te zijn voor daadkrachtig verzet van onderop, maar moderne bedrijven hadden zónder computers nooit zo groot kunnen worden. Zij gebruiken diezelfde netwerken om bliksemsnel miljarden dollars aan activa over de hele wereld te verplaatsen zonder dat iemand het kan reguleren. Over tien jaar zal iedereen het erover eens zijn, dat internet het meest centraliserende instrument aller tijden is gebleken.
Internet en computers zijn op veel manieren buitengewoon nuttig voor gewone burgers, maar grote, internationale bedrijven gebruiken dezelfde apparaten op zo’n grote schaal, dat het gebruik ervan door gewone burgers volledig in het niet valt. Terwijl gewone mensen informatie en ideeën uitwisselen, handelen grote bedrijven in grote sommen geld en oefenen ze macht uit. Dat is het verschil.’
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.