Email   Print

Baas in eigen buik

Nieuwe richtlijnen voor de verkoop van vitaminen bedreigt de verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid.

Jurriaan Kamp | 46 mei 2002 issue

De verkoop van vitaminen- en mineralenpreparaten stijgt de laatste jaren sterk. In natuurvoedingswinkels, supermarkten en drogisterijen verschijnen steeds meer schappen met zulke voedingssupplementen. Er bestaan zelfs winkels die uitsluitend vitaminen- en mineralenproducten verkopen. Die opmars komt duidelijk voort uit toenemende aanwijzingen dat bepaalde voedingsstoffen van vitaal belang zijn voor de gezondheid en voor de behandeling van bepaalde ziekten. Zo bestaan er thans diverse therapieën met hoge doses voedingssupplementen die bewezen gunstige effecten hebben op de behandeling van diverse vormen van kanker. Een interessante bijkomstigheid van deze ontwikkeling is dat de consument zijn eigen gezondheid meer in eigen hand neemt. Vitaminen koop je zelf zonder recept of tussenkomst van een arts. En zorgen voor jezelf, hebben studies bewezen, heeft sowieso een gunstig effect op je gezondheid.
Maar deze vrijheid staat op het spel. In maart nam het Europees Parlement een richtlijn aan die de verkoop van vitaminen en mineralen in de Europese Unie (EU) regelt. Die richtlijn is het resultaat van tien jaar touwtrekken tussen de verschillende lidstaten. Er bestaan binnen de EU ruwweg twee visies op voedingssupplementen. Aan de ene kant staan Frankrijk en Duitsland. In die landen worden vitaminen en mineralen gezien als ‘medicijnen’, die niet zomaar vrij verhandelbaar kunnen zijn. De preparaten die de consument zelf – zonder recept – kan kopen mogen maximaal een dosering van drie maal de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (AHD) van een bepaalde stof bevatten. Voor vitamine C bedraagt de ADH bijvoorbeeld 70 milligram per dag. In Frankrijk kun je dus pillen van 200 milligram krijgen, terwijl in succesvolle complementaire kankertherapieën 20 gram per dag wordt voorgeschreven. Volgens de Franse regels betekent dat dus honderd pillen per dag – niet echt werkbaar.
Tegenover de Frans/Duitse visie staan Engeland en Nederland die een liberale vitaminemarkt kennen. Zo zijn in Nederland vrijwel alle vitaminen en mineralen vrij verkrijgbaar in allerlei gewenste doseringen. Zo kun je vitamine C kopen in pillen van 1 gram en daarmee zijn therapieën met hoge doseringen praktisch uitvoerbaar.
Medisch Dossier (nummer 8, 2001) wijst op de gebreken in de internationale standaard ADH, die meer dan vijftig jaar geleden werd vastgesteld. Zo hebben verschillende culturele groepen verschillende behoeften. De voedselbehoefte van een inwoner van Zuid-Frankrijk is niet te vergelijken met die van iemand die in het noorden van Finland woont. Een Fin heeft bijvoorbeeld meer vitamine D nodig, omdat hij veel minder zonlicht geniet.
De nieuwe richtlijn bepaalt dat er in de hele EU eenduidige regelgeving komt. Dat betekent dat vitaminen en mineralen overal vrij verkrijgbaar worden. Dat is dus winst voor de Brits/Nederlandse visie. Maar ze zijn alleen vrij als de supplementen zelf – en ook de doseringen – aantoonbaar ‘veilig’ zijn. En in die laatste toevoeging zit het venijn. Het verzet tegen de nieuwe richtlijn wordt aangevoerd door de Duitse voedingsdeskundige dr Matthias Rath, die geldt als de opvolger van de Britse Nobelprijswinnaar chemie, Linus Pauling, die vooral ook bekend werd door zijn baanbrekend onderzoek naar de heilzame effecten van vitaminen C. Rath verzamelde via internet – www.petition450.org – bijna 600 miljoen elektronische ‘handtekeningen’ van verontruste Europese burgers.
In een brief die ook via internet werd verspreid, wijst Rath op het intensieve lobbywerk van de farmaceutische industrie dat aan de vaststelling van de richtlijn door het Europees Parlement voorafging. Dezelfde visie klinkt uit de mond van de Britse Europarlementariër, Chris Davies. Hij zegt in New Scientist (16 maart 2002): ‘De Europese farmaceutische industrie heeft voor deze richtlijn gelobbyd. Er bestaat een lucratieve markt voor alternatieve geneesmiddelen en de farmaceuten willen daar een groter aandeel van.’
Tien jaar geleden was de productie van voedingssupplementen nog een marginale activiteit van kleine bedrijfjes. Inmiddels is er sprake van een aantrekkelijke miljoenenmarkt, waarvoor ook gevestigde farmaceutische ondernemingen veel belangstelling tonen. En de nu vastgestelde richtlijn biedt die bedrijven een aantrekkelijk wapen om de vitaminemarkt te veroveren. Immers het aantonen van de veiligheid van een vitaminepreparaat vergt kostbaar onderzoek. De rijke, multinationale farmaceutische industrie is beter tot dergelijk onderzoek in staat dan de aanzienlijk kleinere producenten van voedingssupplementen, die thans de markt grotendeels in handen hebben.
Het is natuurlijk op zichzelf goed dat producten veilig moeten zijn. Niemand kan er tegen zijn, dat de kwaliteit van producten wordt gecontroleerd. Maar Matthias Rath voert een cruciaal argument aan waarom de controle van voedingssupplementen niet belemmerend mag werken voor de verspreiding van die supplementen. Weliswaar kan de – overvloedige – inname van sommige supplementen bepaalde klachten veroorzaken, maar er is nog nooit iemand gestorven aan de gevolgen van het gebruik van een vitaminen- of mineralenpreparaat. Op zich is dat niet zo vreemd. Vitaminen en mineralen zijn stoffen die in de natuur voorkomen. Ze zitten in onze voeding. Helaas door de intensieve landbouw, die de bodem uitput, steeds minder. Vandaar het belang van de supplementen.
De productie van de farmaceutische industrie staat hiermee in scherp contrast. Die productie betreft vooral stoffen die níet in de natuur voorkomen. Die níet in onze voeding zitten. Vandaar het grote belang van het testen van medicijnen op veiligheid. En zelfs die testen blijken niet waterdicht: bijwerkingen van farmaceutische geneesmiddelen gelden als de vierde meest voorkomende doodsoorzaak.
Met de nu vastgestelde richtlijn lijkt de Europese Unie te wijken voor de druk van farmaceutische industrie, die wenst dat voedingssupplementen als medicijnen worden beoordeeld. De bescherming van de consument had ook kunnen worden gediend met heldere bijsluiters over de werking van voedingssupplementen. Het is toch vreemd dat de consument straks bij de drogist een bepaald vitaminepreparaat niet keer kan krijgen, terwijl hij om de hoek bij de ijzerwinkel op elk gewenst moment een kettingzaag kan huren. Over veiligheid gesproken. Chris Davies zegt in New Scientist :‘Het is waar dat je jezelf enige schade kunt berokkenen door te hoge doseringen vitaminen in te nemen, maar als je jezelf volstopt met te veel blikken witte bonen, is dat ook schadelijk.’
Uiteindelijk staat de vrijheid van de consument om voor zijn eigen gezondheid te zorgen op het spel. Zoals ir T.C.M. van Rooij, voorzitter van de Nederlandse overkoepelende organisatie van voedingssupplementenproducenten NPN het zegt: ‘Het gaat om de zelfzorg voor dagelijks gebruik.’ Van Rooij verwacht niet dat supplementen, die in Nederland al jaren vrij verkrijgbaar zijn, straks plotseling zullen worden verboden. Voorlopig verandert er nog niets. Het zal nog zeker tien jaar duren voordat het Scientific Committee on Food, namens de Europese Commissie, heeft vastgesteld welke middelen in welke hoeveelheden in de vrije verkoop zijn toegestaan. En het Europees Parlement heeft er, na de stortvloed van miljoenen e-mails van verontruste consumenten, op aangedrongen dat die wetenschappelijke commissie bij die vaststelling ‘redelijke normen’ – waarin plaats is voor de hedendaagse ervaringen in Nederland en Engeland – zal aanhouden.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.