Boeren zonder land
In de Derde Wereld hebben boeren te luisteren naar het dictaat van grootgrondbezitters. In Brazilie komt de beweging Sem Terra in opstand. Een reportage.
Tim Padgett
| 45 april 2002 issue
Marcos Antonio Celso was nog maar een jongen, toen zijn familie samen met honderden anderen uit pure wanhoop een riskante daad stelde die het Braziliaanse politieke landschap overhoop gooide. De groep, niet meer dan een petieterige fractie van de miljoenen berooide landloze boeren die Brazilië telt, kwam op 29 oktober 1985 na middernacht bijeen om 9700 hectare plantagegrond midden in de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul illegaal te bezetten. Het vruchtbare, maar onbewerkte stuk grond diende eigenlijk alleen als uitzicht voor Bolivar Annoni, een van de vele door afwezigheid schitterende Braziliaanse grootgrondbezitters. De bezetters sloegen een morsig kampement op en begonnen de grond in te zaaien met sojabonen en maïs. In de daaropvolgende strijd, sloegen ze twee jaar lang gewapende aanvallen van politie en ingehuurde schutters af tot de federale overheid hen in 1987 het recht gaf om de grond in een landbouwcoöperatie te bewerken. De voormalige eigenaar werd vergoed. Celso en de zijnen begonnen een pover bestaan bijeen te schrapen. En ook al kon de groep arme boeren op veel bijval rekenen, toch dachten de meeste Brazilianen dat hun radicale onderneming zou mislukken.
Van mislukking is geen sprake. De coöperatie Novo Sarandi heeft tegenwoordig zo'n 1500 leden en zet jaarlijks meer dan twaalf miljoen dollar om. Celso is nu een dertiger en directeur kwaliteitscontrole van de boerderij. Novo Sarandi heeft zo iemand nodig, omdat de groenten en melk- en vleesproducten worden verhandeld aan multinationals als het Italiaanse Parmalat en het Canadese Ceval, die de producten in heel Brazilië afzetten. Ook verkoopt de coöperatie elke maand tienduizend kilo smaakvol verpakte kruidenthee aan Braziliaanse stedelingen, die ooit vonden dat Celso's bloedverwanten communisten waren. En gezinnen die vroeger op een hongerloon van vijftig dollar per maand moesten leven, verdienen nu het tienvoudige.
Op Novo Sarandi hangen nog steeds posters van Che Guevara aan de muren, maar meer dan decoratie is dat niet. De paperassen die de dienst uitmaken, zijn de winst- en verliesrekeningen waarmee de bureaus van de coöperatie bezaaid zijn. 'Che is voor ons een verzetssymbool, maar aan de beste revoluties komen geen wapens te pas', aldus Celso.
Novo Sarandi is de voorpost van iets dat voor Latijns-Amerikaanse begrippen buitengewoon is: een linksgeaarde revolutie die haar vruchten lijkt af te werpen. De stormtroepen van de revolutie worden gevormd door de leden van de beweging van landloze landarbeiders Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra (SMT), afgekort tot het bekendere Sem Terra (Zonder Land). Novo Sarandi is het resultaat van de eerste van honderden landovernames die Sem Terra de afgelopen zestien jaar in heel Brazilië heeft georkestreerd.
Sem Terra wordt gedragen door een vloedgolf van volkssympathie. De belangrijkste reden daarvoor is dat de kloof tussen de kleine rijke elite en de arme massa op het platteland wellicht nergens ter wereld onrechtvaardiger is dan in Brazilië. Al sinds een stuk of vijf 'vooraanstaande' kaperskapiteins na de Portugese verovering in de zestiende eeuw stukken grondgebied ter grootte van een kleine land kregen toebedeeld, lijdt Brazilië onder een verwrongen verdeling van de grond. Tegenwoordig heeft minder dan drie procent van de bevolking bijna tweederde van 's lands half miljard hectare aan landbouwgrond in handen. Op het platteland scharrelen zo'n 4,8 miljoen Braziliaanse gezinnen, ruwweg 25 miljoen mensen, met seizoensarbeid of het kaalkappen en -branden van de binnenlanden een pover bestaan bijeen. Intussen is meer dan zestig procent van de grond in onbruik en als er al iets mee wordt gedaan, gaat het om veefokkerijen of fiscale afschrijvingen.
Sem Terra is een krachtenbundeling van Brazilianen, die van elk bezit zijn beroofd: akkerbouwers, seizoensplukkers, mensen die door de mechanisering en industrialisering van het boerenbedrijf van hun land zijn verdreven en mensen die armer uit het Amazonegebied zijn teruggekeerd dan ze erheen gingen. Sem Terra roept op en onderneemt directe actie om alle grond die onbewerkt blijft maar wel opbrengsten kan opleveren, van de grootgrondbezitters (latifundios) en grote bedrijven af te nemen en in kleine percelen onder de armen te verdelen. Zoals zo vaak het geval is bij diepzinnige ideeën, is de basisformule van een bedrieglijke eenvoud. Maar wat eruit voortkomt, is je reinste omwenteling. Een van de resultaten is dat mensen in groten getale hun leven zelf in de hand hebben genomen. Dat ze de overheid niet passief vragen hen te helpen, maar wat ze nodig hebben afnemen van de overbevoorrechten. Ze hebben een massale maatschappelijke beweging op gang gebracht van armen die kleinschalige coöperatieve gemeenschappen vormen en produceren wat ze zelf nodig hebben, op hun eigen voorwaarden. Er wordt actie gevoerd in de vorm van grondbezettingen, marsen, weken durende kantoorbezettingen, snelwegversperringen en hongerstakingen.
Sem Terra is een beweging van mensen die 'nee' zeggen, van mensen die niet naar de Braziliaanse steden willen trekken, die zich niet willen scharen bij de meer dan dertig miljoen anderen die de afgelopen twintig jaar werden gedwongen hun land te verlaten en zich voegden bij het almaar aanzwellende aantal krottenbewoners en daklozen die zich langs de wegen in het niemandsland buiten de steden verzamelen. In het aangezicht van hele gemeenschappen op de grasbermen langs de wegen is het niet te geloven, dat ook maar iemand overleeft. 'Veel van die mensen hebben minder rechten dan dieren, laat staan dat hun mensenrechten geëerbiedigd worden', zegt Gilmar Mauro, een van de leiders van Sem Terra. In deze omgeving van onbewerkte grond is geen werk. Er zijn niet eens rijken om bij te bedelen of te beroven. Deze mensen zijn vergeten.
Sabastiao Salgado, de internationaal bejubelde fotojournalist, vat het als volgt samen. 'Het ontbreekt aan alles: water, voedsel, sanitair, scholen voor de kinderen, medische verzorging, álles. Bovendien leven deze mensen in de grootste onzekerheid en onveiligheid, onderworpen aan provocaties en gewelddadigheden van jagunçoes, ofwel gewapende huurlingen, en andere onderdrukkingstroepen die de grootgrondbezitters op hen loslaten omdat ze vrezen dat de landlozen hun onproductieve landgoed zullen bezetten. In werkelijkheid zijn de omstandigheden in deze "steden" van landlozen slechter dan die in een vluchtelingenkamp ergens in Afrika, want ze kunnen niet rekenen op enige bescherming van de overheid, ze krijgen niet de minste internationale bijstand en noch de Verenigde Naties, noch humanitaire organisaties komen hen te hulp.' Klaarblijkelijk zijn ze voortdurend van alles en iedereen verstoken, maar door die realiteit priemt toch iets heen dat alles overheerst: de hoop, de droom ooit land te hebben. En de eensgezinde directe politieke actie om het te krijgen.
Onder de leuze 'Bezetten, standhouden, telen' inspireert de beweging tot verandering. Van die drie is 'telen' uiteindelijk het belangrijkst. Alle aandacht is gericht op de transformatie van een hongerend bestaan als landarbeider in een plastic tent tot boer. De grootste uitdaging is tijd en energie investeren om ervoor te zorgen dat de mensen met land ook werkelijk op dat land blijven.
De coöperatieve boerderij werd binnen Sem Terra gezien als de oplossing voor deze uitdaging en als de beste productiemethode. Er kwam een productieketen tot stand waarin de voedselopbrengsten van gemeenschapsboerderijen worden doorgesluisd naar de volgende schakel van coöperaties gedreven door voormalige landloze boeren, die het voedsel naar markten en supermarkten brengen. Het is 'politiek correct' om een pak rijst of bonen te kopen waarop in grote letters 'LANDHERVORMING NU' is gestempeld. Sem Terra zette vervolgens de kroon op het werk door al die tweede-schakelcoöperaties samen te brengen onder de naam Confederaçao das Cooperativas de Reforma Agrária do Brasil en zo de krachten te bundelen tegen de grote bedrijven. In de praktijk gaat het nog verder: doordat Sem Terra zichzelf van financiering voorziet door twee procent belasting te heffen op alles dat de boeren verkopen, is er sprake van een productieve cirkel. Naarmate de organisatie groter wordt, meer grond krijgt en meer voedsel verkoopt, nemen de inkomsten toe en kan ze meer landlozen helpen en nog spectaculairdere acties organiseren.
Sem Terra introduceert zelfs een groen element in haar streven. Brazilië is een van 's werelds grootste markten voor pesticiden en kunstmest en op de meeste plaatsen worden die nog altijd gebruikt. Onder aanmoediging van door Sem Terra opgeleide agronomen stappen echter steeds meer gemeenschappen over op biologische productiewijzen. Aanvankelijk was dat gewoon een kwestie van geld: ze konden zich de pesticiden en de kunstmest niet veroorloven. Nu gebeurt het steeds vaker vanuit het besef welke schade die chemicaliën veroorzaken en welke voordelen biologisch boeren heeft voor de gezondheid en het milieu.
Een gemeenschap van Sem Terra in Baje houdt zich bezig met het produceren en op de markt brengen van biologische zaden. In Sao Paulo planten mensen van Sem Terra duizenden jonge boompjes aan, opgekweekt in een nabijgelegen reservaat van het deelstatelijk bosbeheer om erosie tegen te gaan - ontstaan doordat de rancheros, die het land illegaal bezetten voor MST voet aan de grond kreeg, het gebied jarenlang hadden ontbost. In het Amazonegebied, waar kleine boeren nog steeds voornamelijk landbouw bedrijven door alles kaal te kappen en branden, is de gemeenschap Palmares begonnen met de heraanplant van mahoniebomen en inheemse soorten als de jaborandi-struik.
Voor Sem Terra zou de huidige president van Brazilië, Fernando Henrique Cardoso, de president van hun dromen moeten zijn. Sinds hij in 1994 zijn functie opnam, heeft de eens marxistische en nu neoliberale socioloog meer dan 370 duizend landloze gezinnen een stukje onteigend terrein gegeven. Als eerste in de wereldgeschiedenis stelde Cardoso een belasting op ongebruikte grond in om grondbezitters ertoe aan te zetten land te verkopen. Daarnaast voerde hij een nieuwe wet in om in hoger tempo land te onteigenen. Maar Sem Terra vindt dat niet voldoende: vier miljoen landloze boeren wachten nog steeds op een stukje grond.
Terwijl ze met haar drie kinderen op de veranda van haar houten huisje in Novo Sarandi zit, vertelt de 35-jarige sojaverbouwster Salete Grasselli, de eerste van haar familie die ooit een huis heeft bezeten, over het leven van vóór de inname in 1985: 'We leefden met ons twaalven in de houten hut van mijn schoonvader en maakten ons altijd zorgen, dat we weg moesten om ergens anders aan de slag te gaan.' En met klem voegt ze eraan toe, dat het risico dat ze dertien jaar geleden namen 'beter was dan sterven van de honger.' Of hun nieuwe leven nu een communistische of een kapitalistische inslag heeft of een vreemde mengeling van beide, doet er voor haar niet toe. Wat er wel toe doet, is dat ze nu een klein stukje van de Braziliaanse droom bezit.