Email   Print

Kinderen van de rekening

Voor de film Promises, nu te zien in de bioscoop, volgde filmmaker B.Z. Goldberg drie jaar lang zeven kinderen, Israelisch en Palestijns. Het werd een verslag van de dromen, angsten en verlangens van kinderen in een krankzinnige wereld

Tijn Touber | 43 februari 2002 issue

Moishe woont in de orthodoxe nederzetting Beit El en wil de eerste religieuze premier van Israël worden. Niet veel ouder dan tien jaar, heeft hij de gebarentaal van een vijftigjarige rabbijn al helemaal in de vingers. Terwijl zijn zusje de tafel dekt, speelt Moishe met zijn computer en wijst op de passage in de Tora waar God het land aan de joden gaf. Op zijn fietsje gaat hij naar de rand van de nederzetting waar een groot hek staat. Achter het hek is de schietbaan waar militairen iedere dag oefenen. Voor Moishe hoeven ze niet per se de schijf te raken. ‘Als een kogel afdwaalt, raakt hij misschien een Arabier. Dat zou mooi zijn.’ Moishe weet ook al wat hij het eerste gaat doen, als hij premier wordt: ‘Alle Arabieren uit Jeruzalem gooien.’ Dan wordt zijn vriendje Ephraim door Palestijnse terroristen vermoord. Op zijn graf zweert hij wraak.
Op twintig minuten afstand woont Mahmoud, een aanhanger van de Palestijnse verzetsbeweging Hamas. Een bezoek aan Mahmouds school maakt duidelijk waar zijn felheid vandaan komt. ‘Willen jullie vrij zijn?’, vraagt de leraar. ‘Ja!’, roepen de kinderen in koor. ‘Zijn jullie vrij?’ ‘Nee!’ ‘Wiens schuld is dat?’ ‘Van Israël, de zionisten, de vijand, Sharon...’ Alle antwoorden zijn goed. In de Oude Stad van Jeruzalem bidt Mahmoud voor de bevrijding van zijn land. Zijn idee over bevrijding: ‘Hoe meer joden wij vermoorden, hoe sterker de Arabieren zullen zijn.’ Dan vertrouwt filmmaker Goldberg hem toe, dat hijzelf ook een jood is. Mahmoud raakt zichtbaar in verwarring. ‘Maar jij komt uit Amerika, dat telt niet.’ ‘Toch ben ik een jood.’ Mahmoud pakt de hand van Goldberg en kijkt zwijgend voor zich uit.
Vlak onder de moskee waar Mahmoud voor de bevrijding van zijn land bidt, staat de ultra-orthodoxe Shlomo bij de Klaagmuur. Zijn leven ziet er heel anders uit: twaalf uur per dag bestudeert hij de Tora, die volgens hem in de strijd tegen de Arabieren net zo krachtig is als een tank. Ook Shlomo is vroeg volwassen. Hij wiebelt al net zo merkwaardig heen en weer als zijn oudere voorbeelden wanneer zij uit de Tora citeren. Shlomo zegt geen conflict met de Arabieren te hebben. Hij vertrouwt op God en gelooft, dat vrede zal komen zodra de Messias arriveert. Op weg naar huis stuit hij op een Arabisch jongetje dat de camera net zo interessant vindt en pontificaal in beeld gaat staan. Wat gemakkelijk tot een flinke knokpartij had kunnen leiden, eindigt in een hilarische wedstrijd wie de hardste boeren kan laten.
Nog geen vijftien minuten buiten West-Jeruzalem woont Faraj in het Deheishe vluchtelingenkamp. Op zijn vijfde zag hij hoe zijn beste vriendje aan een Israëlische kogel bezweek. Voor hem is er geen verschil tussen een Israëliër en een moordenaar. Na meegelopen te hebben in een massale anti-Israël-demonstratie sluipen Faraj en zijn grootmoeder – geholpen door Goldberg – het kamp uit om het dorpje te bezoeken waar oma opgroeide en dat zij in 1948 moest ontvluchten. Gezeten op de stenen waar eens een huis had gestaan, geeft oma hem de sleutel tot de deur die er niet meer is. Terwijl oma bidt, zweert Faraj op een dag terug te keren om het dorp weer op te bouwen.
In West-Jeruzalem wonen Yarko en Daniel, een joodse tweeling die niet religieus wordt opgevoed. Toch ontkomen ook zij niet aan een standpunt. Hardop denken zij over het leger, religie en hun angst om iedere morgen in de bus te stappen. Zij horen hun grootvader uit over de concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog en zij vragen of hij in God gelooft. Hun zachte uitstraling verraadt een zekere afstand tot het geweld waar de meeste andere kinderen in de film wel dagelijks mee te maken hebben. Yarko en Daniel zijn minder bang voor Palestijnen dan voor orthodox-religieuzen. Wanneer Goldberg hen meeneemt naar de klaagmuur, krijgt hij alleen Yarko zover, dat hij tussen de biddende mensen gaat staan. Yarko schrijft toch maar een briefje aan God en plaatst het in een spleet in de muur. Als zij een maand later de volleybalfinale op school hebben verloren, weet Yarko het zeker: God bestaat niet.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.