|
|
| Share |
Agressieve nederzettingen
Afgelopen zomer reisde Jim Wallis, Amerikaans vredesactivist en hoofdredacteur van Sojourners, naar Israël en schrok van de beperkte vrijheden van het Palestijnse volk.
Nadat ik op de luchthaven van Tel Aviv was aangekomen en langs de douane was geweest, reed ik de ruim vijftig kilometer naar Jeruzalem. Daar zou ik een internationaal vredescongres bijwonen van Sabeel, het oecumenisch centrum voor bevrijdingstheologie. Overal waar ik keek, zag ik immense Israëlische nederzettingen op de heuveltoppen – blakend in ultramoderne westerse leefomstandigheden – hoog boven de veel armere Palestijnse dorpen in de valleien uittorenen.
Tijdens de rit zag ik hoe de Israëlische nederzettingen hun dominante schaduwen over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook werpen – net zoals ze hun schaduw werpen over de kansen op vrede in het Midden-Oosten. Die nederzettingen zijn ‘de feitelijke aanwezigheid op het land’ die de huidige politiek inzake het Midden-Oosten nagenoeg geheel vormgeeft. Lang voordat hij premier werd, had Ariel Sharon als hoofdarchitect van het nederzettingenbeleid de toekomst al in handen genomen. Nederzettingen zijn agressieve invallen in Palestijns grondgebied van mensen, die geloven dat God hun al het land heeft toebedeeld. Elke nederzetting maakt duurzame vrede weer een stukje moeilijker te bereiken. Intussen is duidelijk, dat dit van begin af aan het doel van het beleid is geweest.
Veel kolonisten zijn Amerikaanse joden die naar Israël zijn geëmigreerd. Stel u voor: ineens stopt er zo’n gloednieuwe terreinwagen op zijn hoge wielen naast een Palestijnse familie die daar al tien generaties woont, en schreeuwt een Amerikaanse jood die net twee weken geleden uit New York is overgekomen tegen die Palestijnse familie: ‘Ga van dit land af! God heeft het aan óns gegeven!’ Dat is precies wat er in dit nederzettingenbeleid gebeurt. De aanwezigheid van Israëlische soldaten op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook is niet bedoeld om de wet en de orde te handhaven, niet om de Palestijnen tegen geweld en misdaad te beschermen, maar alleen om de nederzettingen en de kolonisten te beschermen. De wegen, het verkeer, het dagelijks leven van de hele Palestijnse bevolking onder controle houden – dát is wat het nederzettingenbeleid inhoudt.
De meeste mensen in het Midden-Oosten en elders hebben de logica van twee staten als oplossing aanvaard, evenals de formule van land in ruil voor vrede. Maar nadat ik mijn ogen dagenlang de kost had gegeven, mijn oor te luisteren had gelegd en met Palestijnen en Israëliërs had gesproken, begon ik het gevoel te krijgen, dat velen van ons na de Oslo-akkoorden in slaap zijn gesukkeld. Met de Oslo-akkoorden is de Palestijnse vrijheidsstrijd in een ‘vredesproces’ veranderd. Jean Zaru, een van de leiders van de Quakers in het Midden-Oosten, zegt daarover: ‘Oslo heeft onze overheersing structuur gegeven.’
Hoe meer ik zag, hoe meer het me deed denken aan Zuid-Afrika onder het apartheidsregime. Het Palestijnse grondgebied op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook is geen geheel. Er bestaat niet zoiets als een Palestijnse staat, noch is er één in de maak. Er zijn alleen maar stukken Palestijns grondgebied en Israël beheerst alles daartussenin.
Rabbi-filosoof Michael Lerner, tevens oprichter en hoofdredacteur van het joods-progessieve opinieblad Tikkun (zie Ode 41, pagina 80), vergelijkt de huidige toestand met de situatie waarin iemand je huis afneemt (op dezelfde manier als Israël tijdens de oorlog van 1967 de Palestijnen hun land afnam) en je vervolgens vertelt – in de Oslo-akkoorden – dat hij je huis stukje bij beetje teruggeeft. Maar: de gangen en de badkamer blijven het terrein van de ander! Als de Palestijnen van de ene naar de andere slaapkamer willen gaan, moeten ze een gang over die in handen is van de Israëliërs. Zolang de nederzettingen bestaan, blijven de mogelijkheden beperkt tot losse stukjes grondgebied met huizen voor het Palestijnse werkvolk in dienst van de Israëlische staat.
Het Israëlische beleid heeft de naam sluitingsbeleid meegekregen. De Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook worden gaandeweg volledig afgegrendeld. Palestijnen mogen zich niet vrij bewegen, ook niet als ze naar school of naar het werk gaan, of zelfs niet wanneer ze familie bezoeken. Alle Palestijnen moeten een pas hebben en een eindeloze stoet controleposten passeren. Onze groep werd bij elke controlepost tegengehouden, ook al waren wij een internationale delegatie in grote bussen. En wij hadden dan nog wat in de melk te brokkelen en vormden geen bedreiging voor de Israëliërs. Toch hielden ze ons urenlang staande. Als je Palestijn bent, zul je moeten wachten. En wachten…
Daarover heb ik heel wat verhalen horen vertellen. Bijvoorbeeld over een vrouw in barensnood op weg naar het ziekenhuis. Bij een controlepost werd ze tegengehouden. Ze moest haar baby bij de controlepost op de achterbank van haar auto ter wereld brengen. Nadat de soldaten haar hadden bevolen om uit haar auto te komen, zakte ze volkomen uitgeput in elkaar, terwijl de navelstreng haar nog met haar baby verbond. De Israëlische soldaten zouden erbij hebben staan lachen. Een ander kind dat in juli bij een controlepost werd geboren, stierf voordat het in het ziekenhuis aankwam. Deze vrouwen kregen de uitersten over zich heen van het soort vernederingen waar Palestijnen elke dag mee te maken krijgen.
Een van de hartstochtelijkste en bekendste critici van het sluitingsbeleid is de Israëlische journaliste Amira Hass. Toen ik haar sprak, bekende ze dat de praktijken van haar regering een ‘ware kwelling’ voor haar zijn. Net als veel andere joden in Israël en de Verenigde Staten, is zij ervan overtuigd dat het nederzettingen- en sluitingsbeleid moreel net zo schadelijk is voor de Israëliërs als dat het de Palestijnen onderdrukt. Volgens Hass is het sluitingsbeleid een ‘spontaniteitsroof’.
Als activist in het Zuid-Afrika van de apartheid kon je midden in de nacht uit je bed gelicht en vermoord worden. Modale Zuid-Afrikanen konden echter, arm en onderdrukt als ze waren, nog steeds hun moeders opzoeken of voetballen met hun vrienden. Een Palestijn daarentegen kan ’s ochtends bij het ontbijt niet zomaar besluiten om naar een vriend te gaan of om zijn dag te beëindigen met een zonsondergang aan het water. Hij is van iedere spontaniteit beroofd. Jean Zaru vertelde me, dat ze het al drie maanden zonder de persoonlijke aanwezigheid van haar medewerker had moeten stellen, omdat ze er niet in slaagden tegelijkertijd op dezelfde plek te zijn. Voor bezoekers uit het buitenland was het gemakkelijker om naar het congres van Sabeel in Jeruzalem te komen dan voor de Palestijnen uit de dorpen en steden in de omgeving.
Palestijnen zetten inderdaad geweld in tegen de Israëlische nederzettingen. De nederzettingen zijn meermaals het doelwit van beschietingen en zelfs mortiervuur geweest. Sommige mensen hebben het leven gelaten en de angst tiert alom. Onder de slachtoffers bevinden zich ook Israëlische kinderen. In een grot vlak bij hun nederzetting werden twee jongens van 14 jaar gevonden: dood, hun lichamen gehavend en verminkt door stenen. Gedood door Palestijnen. En onder andere bij een discotheek in Tel Aviv hebben we met eigen ogen gezien wat bommendragende zelfmoordenaars aanrichten. Naar mijn mening is een aanval op burgers een terroristische daad. Zulke terreur valt niet te rechtvaardigen. Op geen enkele manier.
De Israëliërs gebruiken die incidenten evenwel als rechtvaardiging om de Palestijnen bij wijze van vergelding massaal en onevenredig zwaar te beschieten. Ze hebben zelfs hun toevlucht genomen tot het bombarderen van Palestijnse doelen met F-16’s. Het aantal slachtoffers is enorm. Onder hen ook Palestijnse kinderen, kleuters, peuters en baby’s die verzeild raakten in aanvallen tegen burgers waarop net zo goed het predikaat ‘terreur’ moet worden geplakt.
Het Israëlische leger beschiet de huizen van Palestijnse dorpen die het meest in het schootsveld liggen rechtstreeks vanuit de nederzettingen in de wetenschap dat zij ongewapende burgers met families en gezinnen aanvallen. Ik ben binnen geweest in Palestijnse huizen die getroffen waren, heb de bewoners van die huizen ontmoet. In één huis zag ik een gapend gat in de muur van de kamer waar de kinderen sliepen. Die nacht waren de kinderen bang geweest en waren ze in de slaapkamer van hun ouders aan de andere kant van de gang bij elkaar gekropen. Anders hadden ze het zeker niet overleefd.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Sojourners (september/oktober 2001). Voor informatie over abonnementen: Sojourners, P.O. Box 2056, Marion, OH 43306-2156, Verenigde Staten, sjrn@kable.com, www.sojo.net.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |






You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.