Honderd procent groenIn zijn ontwerpen is afval een bouwstof, wordt de autofabriek van de toekomst een energiecentrale en loopt een motorfiets straks op windenergie. William McDonough, de Amerikaanse architect, activist en milieubeschermer, is een man met een missie. McDonough inspireert vele vooraanstaande ondernemingen en samen met hen staat hij aan de wieg van de groene industrie: "We willen niet gewoon minder slecht zijn. We willen voor honderd procent goed zijn." Zo op het eerste gezicht vormden ze een vreemd gezelschap: managers van textielbedrijven, directeuren van fabrieken en topmensen van de grootste autobouwers ter wereld, ‘vijanden van het milieu’, die samen met William McDonough, de meest vooraanstaande groene architect van Amerika, en zijn radicale Duitse tegenhanger, de chemicus Michael Braungart, optraden op de laatste dag van een in 2001 gehouden conferentie over duurzaamheid, de haviken uit het bedrijfsleven in volledige harmonie met de ecologische duiven. ‘In de twintigste eeuw noemde men dit nog een industrieel succes’, hield Tim O’Brien, directeur milieukwaliteit van Ford Motor Company, de aanwezigen op de conferentie over ‘Milieu en Design’ voor, terwijl er op het scherm achter hem een luguber beeld opflitste. Voor O’Brien en voor Ford was deze presentatie geen mea culpa, maar een intentieverklaring: ‘En dit is precies wat we in de eenentwintigste eeuw niet meer accepteren.’ De inlijving van de industrie in het leger der groenen geldt als een van de belangrijkste prestaties van McDonough. Deze gelauwerde architect, medeoprichter van een chemisch bedrijf, docent en activist, spreekt een taal die managers als O’Brien niet alleen verstaan, maar ook graag horen. Hij is van mening dat handel en consumptie de motor van verandering zijn en vindt dat bedrijven of fabrieken die geen winst maken, niet levensvatbaar zijn. ‘Na een gesprek met ons beseffen grote bedrijven dat we niet bedreigend zijn’, aldus McDonough. ‘Het gaat ons niet om nog strengere overheidsvoorschriften. Volgens ons wijzen voorschriften op een slecht ontwerp. Groei is goed. De vraag is alleen wat er groeit. Domheid of intelligentie? Ziekte of gezondheid? Armoede of welvaart? Op dit moment scheppen we voor elk geval van leukemie negen banen. Is dat ons werkgelegenheidsplan? Voor ons is het geen kwestie van het een of het ander. Wij willen overal in uitblinken: in sociaal opzicht, in economisch en in ecologisch opzicht.’ Het architecten- en ontwerpbureau William McDonough en Partners heeft bedrijventerreinen ontworpen voor Nike Europe en Gap, een fabriek gebouwd voor Herman Miller en een centrum voor milieustudie aan Oberlin College bedacht waar het eigen water wordt gezuiverd en meer energie wordt geproduceerd dan verbruikt. In 1999 sloot McDonough een contract met Ford om de vijfentachtig jaar oude fabriek Rouge River van bijna vijfhonderd hectare te vernieuwen – een ambitieuze, innovatieve industriële en milieutechnische renovatie die ten minste twintig jaar zal duren en zeker twee miljard dollar zal kosten. Als architect heeft McDonough altijd met de zon en de grond gewerkt. Hij werd in 1951 in Tokio geboren als zoon van een Amerikaanse manager. Zijn eerste project was het Grant House uit 1973, het eerste met zonne-energie verwarmde huis in Ierland, dat hij gedurende zijn studie aan Yale ontwierp. Na zijn afstuderen in 1976 werkte hij aan kleine en middelgrote projecten in New York, waarbij hij op de daken van Manhattan het geografische noorden zocht om zijn gebouwen een maximum aan lichtinval te geven. Als intelligent en overtuigend spreker werd McDonough vaak uitgenodigd om voor kleine, in milieuvriendelijk ontwerp en architectuur geïnteresseerde groepen te spreken. In New York begonnen McDonoughs visie en toekomst vorm te krijgen. Hij dacht na over de industriële revolutie: de verheerlijking van het stoomschip en de graansilo ten koste van de gezondheid van de mens en het milieu op aarde. Hij dacht na over een stelsel waarbij productiviteit werd afgemeten aan het aantal mensen dat niet werkt en vooruitgang aan het aantal opgerichte fabrieksschoorstenen Hij dacht na over kantoorgebouwen die waren ontworpen als machines: luchtdichte bouwsels van toxische materialen, met een minimum aan daglicht en krap een halve kuub frisse lucht per persoon. ‘Wat we langs onze snelwegen bouwen, zijn gewoon luchtdicht afgesloten gaskamers’, hield hij zijn gehoor onlangs voor. ‘Op welk moment zeg je als je ’s morgens opstaat: “Ik doe niet meer mee”?’ Het kantoor van McDonoughs ontwerpbureau bevindt zich op de begane grond en de eerste etage van een omgebouwde kas van rode baksteen in Charlottesville in Virginia. McDonough vestigde zijn bedrijf in 1994 in Charlottesville, nadat hij was benoemd tot decaan van de vakgroep Architectuur aan de universiteit van Virginia. Er werken veertig ontwerpers en het bureau heeft bijna iedere denkbare prijs voor architectuur en milieu gewonnen. Maar McDonough krijgt ook erkenning voor zijn bijdragen aan het bedrijfsleven. Hij is een van de architecten die twee achtereenvolgende jaren de Business Week/Architectural Record Award heeft ontvangen: in 1997 voor de Herman Miller-fabriek in Holland in Michigan en in 1998 voor het terrein van kledingfabrikant Gap in San Bruno in Californië. ‘Stelt u zich dat eens voor,’ zegt McDonough bij een computerbeeld van het gebouw van 2,7 hectare glas en staal dat hij voor Herman Miller heeft ontworpen, ‘een groen gebouw dat de hoogste prijs in het bedrijfsleven krijgt, omdat het meerwaarde verleent aan een bedrijf.’ De in wezen transparante meubelfabriek, die in 1995 klaar was, bevat een gebogen, op een kas gelijkende gang die het lagergelegen kantoorgedeelte verbindt met het hogergelegen fabrieksgedeelte. Lichtmonitoren op het dak van de fabriek laten de hele dag brede lichtbundels toe tot de werkvloer. Op de drassige grond rond de fabriek, die beplant is met inheemse soorten, wordt regenwater vastgehouden en gezuiverd. ‘Dankzij dit gebouw is de productiviteit van de fabriek met vierentwintig procent gestegen. Dat komt bij hun productie neer op zestig miljoen dollar per jaar voor Herman Miller. Het gebouw heeft vijftien miljoen gekost. U kunt iedere willekeurige voorzitter van de raad van bestuur van een bedrijf vragen of hij een rendement van vierhonderd procent op een investering zou accepteren. Dit is namelijk geen ruimtewetenschap. Vroeger zei ik altijd tegen ontwerpers dat we bescheiden moeten zijn; het heeft ons vijfduizend jaar gekost om wieltjes onder onze bagage te maken.’
1
2
NEXT >>
|
|
Het Succes van Kopenhagen!
Optimistisch nieuwsoverzicht: geen bier op het werk? Bezopen!
“Vandalen gaan betalen”
Nieuw type vrouw waait over uit Amerika
Kaplaarzen met een boodschap
Leesvoer: Het chaospunt, dr. Ervin Laszlo
Free the grass! Kom naar de Nationale Duurzaamheidsdag op 27/11 a.s.!
Amerikanen zoeken symbolen voor hun nieuwe levensstijl
pbroeder, NL
GroeneBoekhouder, The Netherlands
hanneke01, netherlands
Plezeer, The Netherlands


