Email   Print

'Dit is wat ik geworden ben'

Dit nummer staat Ode uitgebreid stil bij het denken van één mens: Ivan Illich. Illich verwierf faam in de jaren zeventig met zijn kritiek op het ontwikkelingsdenken dat toen in zwang kwam. Hij vroeg zich af of de belofte van ontwikkeling de vrijheid en de autonomie van de mens wel zou dienen. Nu de economie meer dan ooit de wereld regeert, groei en ontwikkeling algemeen als een zegen wordt beschouwd en het vertrouwen dat de technologie alle problemen kan oplossen haast onomstotelijk is, is het een goed moment voor een kritische analyse: maakt de vooruitgang haar beloften waar?Ode ging terug naar een bijna vergeten denker die baanbrekende boeken schreef - die actueel zijn gebleven. Hierbij fragmenten van het werk van Illich en reacties uit verschillende hoeken. Ten slotte reisden Jurriaan Kamp en Helene de Puy naar Bremen in Duitsland voor een gesprek met Illich.

Helene de Puy | 40 september/oktober 2001 issue

Hij schreef de boeken die hem internationale bekendheid brachten, al meer dan 25 jaar geleden. Eén van die boeken staat al twintig jaar vooraan in onze kast - zo'n boek dat je nooit meer vergeet. Zijn denken sinds die tijd valt vooral op door consistentie: de boodschap is dezelfde gebleven. En daarom is hij misschien wel de belangrijkste vergeten denker - in leven - in deze tijd van eentonige maatschappijvisies. Want na een eeuw van politieke strijd lijkt het economische denken alle ideologische conflicten te hebben overwonnen. Het hoe van de mondialisering staat hier en daar nog ter discussie, het proces zelf - en de onderliggende suprematie van technologie en vrije markt - lijkt onbetwist. En toch is er een ander verhaal. Zijn verhaal.
De zoektocht voert naar Bremen in Duitsland, misschien een onwaarschijnlijke plaats voor zo'n ander verhaal. 'Ik neem zelf nooit een taxi', had hij gezegd, maar ook dat de rit vanaf het station acht mark zou kosten. Keurige schatting. Als de meter 9,30 mark aanwijst, staan wij in de stromende regen in een straat met sfeervolle voortuinen en gevels uit einde van de negentiende eeuw. In de rij valt één huis uit de toon: zijn huis - het gevolg van een verdwaalde geallieerde bom. Een jongen van een jaar of twintig doet open. Naar later blijkt Björn, student filosofie, en samen met Bine, ook studente filosofie, ingetrokken, omdat het stel geen eigen onderkomen heeft en binnenkort een kindje verwacht. In de keuken is ook Rita, een nichtje van twaalf van een van de twee studenten, op bezoek. En dan is er Brenda, studente uit Kenia met oorbellen die het Afrikaanse continent uitbeelden. Brenda leert Duits, maar beantwoordt onze vragende blik met He is coming in onvervalst Oxford-Engels.

He is Ivan Illich, inmiddels 76 jaar. Hij groeide op in Wenen met een joodse moeder en een vader uit Dalmatië. Steiner en Freud waren huisvrienden, maar Ivan pastte niet in de intelligentietests en werd op school afgeschreven als een 'achtergebleven' kind. Veel school was er daarom niet in zijn jeugd en bij gebrek daaraan trok hij zich terug in de Franse bibliotheek van zijn grootvader. Toen Illich twaalf was, viel Hitler Oostenrijk binnen en nam Illich het besluit om zelf nooit kinderen op deze wereld te zetten. Op zijn zestiende maakte hij kennis met corruptie toen hij de secretaris van Göring - die zijn familiehuis had opgeëist - omkocht om zijn grootvader vrij te krijgen. Uiteindelijk studeerde en promoveerde hij in Rome en Salzburg, maakte kennis met het Oosten gedurende lange gesprekken met de Indiase hindoe- én katholieke priester Ramon Panikkar in Benares aan de oever van de Ganges en vestigde zich uiteindelijk als pastoor in New York. Toen hij vervolgens kennismaakte met Latijns-Amerika en zich niet langer thuis voelde in de dogma's van de katholieke kerk - 'Ik heb genoeg joods bloed om boos op God te kunnen zijn' - begon zijn leven als filosoof en auteur.
Hij komt binnen met een fles wijn voor de gelegenheid. Een aimabele verschijning met stralende ogen en de armen wijd open. Eigenlijk toont niets de ziekte die zijn leven sinds twintig jaar meer en meer beheerst - maar daarover later meer. Kaarslicht, een multicultureel maal, een gesprek over baby's, een warme ontmoeting van onbekenden. Later, na het eten, schuiven we in kleermakerszit rond het bureau in zijn studeerkamer. De boekenkasten ademen wetenschap en universiteit. Van een interview mag geen sprake zijn - 'dat is een onprettige, onbeleefde manier van binnendringen in iemands persoonlijkheid' - van een gesprek des te meer. En dat gesprek gaat over ontwikkeling. Over mensen, over samenleven en over organiseren. Over de kwaliteit van leven - het soort van gesprek dat zo wezenlijk is, maar dat zo vaak wordt verdrongen door de haast van alledag. De meester zet de toon. Illich formuleert bedachtzaam en laat stilten vallen voor overwegingen die zijn geest al talrijke malen moeten hebben bespeeld. Maar hij laat zich leiden door het verlangen om nu te leven - maar ook daarover later meer.
Na zo'n stilte veert hij plotseling op: 'La condition humaine is de kunst om te lijden, te genieten en te sterven.' De herkenbare, onvermijdelijke waarheid dringt diep binnen in het gesprek over zijn verzet tegen het aanbidden van technologische en institutionele ontwikkeling. 'La condition technologique et institutionelle suggereert daarentegen voortdurend, dat we die kern van het menszijn kunnen veranderen, kunnen afschaffen.' Ontwikkeling is immers heilig in al het moderne denken. We spreken op het moment dat het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) - dat sinds 1970 wereldwijd de welvaart meet - trots heeft bekendgemaakt, dat er voor het eerst meer ontwikkelde dan ontwikkelingslanden in de wereld zijn. De boodschap is onmiskenbaar: we gaan vooruit, het gaat beter, hoe meer ontwikkeling, des te minder lijden.
Het leven van Ivan Illich staat in het teken van het bewijs van het tegendeel. Ontwikkeling is uiteindelijk contraproductief, luidt zijn visie. En de vracht aan argumenten die hij sinds de jaren zestig voor die stelling heeft aangedragen, is overweldigend. Niettemin raast de vooruitgang dagelijks verder. Toch is er geen bitterheid: 'Ik ben niet dom genoeg om te denken dat ik iets wezenlijk kan veranderen, maar ik kan wel de draak steken met het systeem.' Wel is er 'hartenpijn' over mensen die beter kunnen weten en toch volharden op de gangbare weg. Hij vertelt over een gesprek dat hij ooit had met Wereldbankbaas Robert McNamara. 'Ik legde uit hoe technologie niet onder alle omstandigheden de oplossing is voor armoede en onrechtvaardigheid. Dat gelijkwaardigheid en vrijheid een illusie blijven in een wereld met auto's. McNamara antwoordde: "Als er geen vliegtuigen waren geweest, had ik vorige week niet naar Bangladesh kunnen gaan om met spoed over noodhulp voor een overstromingsramp te spreken." Ik vroeg: "Bent u geslaagd?" "Nee," zei hij, "procedurele problemen stonden dat in de weg." Even later brak hij ons gesprek af om met zijn privé-jet naar zijn vakantieverblijf te vliegen.'

Een halve eeuw geleden ging 'ontwikkeling' nog over soorten, over onroerend goed en over een schaakstrategie. Toen, vertelt Illich, kwam de Amerikaanse president Harry Truman in 1949 met zijn 'vier-punten-programma'. Plotseling kwam ontwikkeling als een revolutionair ideaal naast vrijheid en gelijkheid te staan. Sindsdien gaat ontwikkeling ook over mensen, landen en economieën. De wereld werd ingedeeld in ontwikkelde en ontwikkelingslanden en daartussen kwamen begrippen als 'groei', 'kennisoverdracht', 'inhalen', 'modernisering' en 'basisbehoeften'. In twintig jaar tijd classificeerden twee miljard mensen op de wereld zichzelf als 'onderontwikkeld', aldus Illich. 'Ik herinner me nog, dat "ontwikkeling" het thema was van de winnende samba op het carnaval van Rio in 1963. "Ontwikkeling" luidde de kreet van de dansers die bewogen op het ritme van de drums.' Het doel van elke samenleving werd om meer scholen te bouwen, meer ziekenhuizen, snelwegen en fabrieken. Bovendien moest de bevolking worden opgeleid om die instellingen te bedienen.
Met pretogen vertelt Illich, dat hij jaren geleden een stichting oprichtte met als doel om bewoners van Latijns-Amerikaanse sloppenwijken hun eigen uitwerpselen te laten beheren. De industriële ontwikkeling dreef mensen van het platteland naar de steden. Maar autoriteiten ontruimden steeds sloppenwijken uit de hygiënische overweging, dat er onvoldoende water door die wijken stroomde. Te weinig water voor een behoorlijke riolering betekent infectiegevaar, luidde de redenering. 'Maar water brengt juist infecties' zegt Illich. 'Bovendien is het exorbitant duur om water te gebruiken om poep af te voeren. Laat mensen hun eigen hutjes bouwen, laat hen voor hun eigen poep zorgen - zoals ze dat gewend waren op het platteland - en leg hen geen vreemde normen op.'
Elke ontwikkeling heeft ongewenste neveneffecten, aldus Illich. Plastic emmers uit een fabriek in São Paulo zijn goedkoper en lichter dan de emmers die tinsmeden uit afval maken in het westen van Brazilië. Maar de plastic emmer zorgt voor de werkloosheid van de tinsmid en voor smerige rookwolken in São Paulo. Het is een dubbel gif dat de samenleving bedreigt. Daarbij komt dat de begraafplaatsen voor industrieel afval zoveel kosten, dat zij het voordeel van de goedkope emmer tenietdoen. 'In economisch jargon: de externe kosten zijn niet alleen hoger dan de winst die met productie van plastic emmers wordt gemaakt, maar ook dan de salarissen die in de fabriek worden betaald.'
Naast de externe kosten, die de consument niet betaalt en die op de een of andere wijze moeten worden afgerekend door anderen of door toekomstige generaties, is er ook sprake van contraproductiviteit: gekochte goederen of diensten zelf blijken vaak de verwachtingen die zij oproepen, niet waar te maken. Voorbeelden genoeg: door de medicalisering van de gezondheidszorg groeit de vraag naar zorg zodanig, dat het systeem onbetaalbaar wordt en bovendien wordt de innerlijke heling in het lichaam - de essentie van gezondheid - ondermijnd. Transportsystemen leiden tot files. Meer en meer mensen worden slaaf van het verkeer, waardoor én de mobiliteit én de bereikbaarheid afnemen. Het effect van de industrialisatie op de samenleving wordt duidelijk. Illich: 'Enkele vormen van economische groei bedreigen het milieu, alle economische groei bedreigt het gemeenschappelijk erfgoed dat ook sociale structuren behelst.' De tragiek van ontwikkeling wordt pijnlijk geïllustreerd door het feit dat de nieuwe onderklasse bestaat uit mensen die worden gedwongen contraproductieve diensten en goederen te consumeren. Zij die dat kunnen weigeren, zijn bevoorrecht: als je buiten de spits kunt reizen, als je in een huis kunt wonen dat omgeven is door frisse lucht, als je om de huisarts heen direct naar een specialist kunt als je ziek bent. Ofwel: ontwikkeling staat haaks op het streven naar gelijkwaardigheid. De privé-jet van McNamara als treffende illustratie. 'Ontwikkeling uitgedrukt in het verbruik van energie en zorg is de meest verderfelijke invloed van de westerse zendingsdrang. De dekolonisatie is een proces van bekering gebleken. Bekering tot het westerse beeld van de homo economicus, die slechts consumptieve behoeften heeft. Ziekenhuizen spugen baby's uit en nemen stervenden weer op, scholen houden werklozen bezig tussen en na hun banen en flats slaan mensen op tussen hun bezoekjes aan de supermarkt door - dergelijke instellingen zijn ontworpen om baby's levenslang aan de zuigfles te houden.'

Illich richt zijn argumenten als pijlen. Toch spreekt hier geen dogmaticus, maar een filosoof. Hij is niet uit op het hebben van gelijk, maar op het waarnemen van waarheid. Zijn kritiek op ontwikkeling betreft evenzeer de moderne westerse maatschappij als de opkomende maatschappelijke structuren in de Derde Wereld. En het betreft een manier van denken. Illich verwierf zijn wereldfaam vooral met Medical Nemesis, waarin hij betoogt dat het medisch apparaat een bedreiging voor de gezondheid is geworden. Maar het interessante is, dat hij zijn visie per toeval op de westerse geneeskunde richtte. Zijn aanvankelijke bedoeling was om een analyse van de Amerikaanse posterijen te maken. Hij wilde de contraproductiviteit van massale systemen aantonen. En hij koos voor de post om te laten zien, dat hoe groter en complexer de postbestelling werd, des te minder brieven op tijd werden bezorgd. Een vriend overtuigde hem, dat het verzamelen van het benodigde naslagwerk voor dat thema lastig zou zijn en daarom besloot Illich de geneeskunde als zijn onderwerp te kiezen. Hij s,chreef Medical Nemesis vervolgens na zes maanden research - een gigantische prestatie gezien het feit dat het boek voor bijna de helft uit voetnoten bestaat.
Illich verwerpt de verworvenheden van de moderne geneeskunde niet als zodanig. 'Ik zal je niet vertellen dat operaties slecht zijn. In China werden 2500 jaar geleden al staaroperaties uitgevoerd en in dezelfde tijd werden in Lahore (in het huidige Pakistan, red.) al nierstenen verwijderd. Een Amerikaanse legerarts heeft mij eens penicilline gegeven, waardoor een gemene beenwond na dagen was geheeld. Het gaat mij niet om wat de technologische, institutionele ontwikkeling doet met mensen, het gaat mij om wat die ontwikkeling tegen de mensen zegt. Die ontwikkeling heeft het denken van mensen getransformeerd. In de tijd dat ik Medical Nemesis schreef, werden er in Duitsland relatief twee keer zoveel blindedarmoperaties uitgevoerd als in Groot-Brittannië. Daar is geen objectieve verklaring voor. Het gaat dus om een cultureel verschijnsel.'

Voor Illich staan vrijheid (autonomie) en gelijkheid voorop. Als de auto is bedoeld om de vrijheid van het individu te vergroten en dat individu staat vervolgens vooral in de file, is dat doel mislukt. En als die auto alleen kan worden geproduceerd door grootschalige systemen die machtsconcentratie - en dus ongelijkheid - stimuleren, is het een onwelkom instrument. Een mens kan zich slechts volledig als artiest ontplooien, als hij de zelfstandige eigenaar is van zijn instrumenten. De huizenbezitter die gebukt gaat onder zijn hypotheek, kan dat slechts beamen. In de conviviale samenleving van Ivan Illich is de gitaar meer waard dan de cd-speler, de bibliotheek meer dan het klaslokaal, de moestuin meer dan de supermarkt en creatief werk meer dan loonarbeid. De verworvenheden van het gemeenschappelijk erfgoed staan centraal in plaats van de productie van consumptiegoederen.
Het klinkt als een romantische terugblik naar het verleden, in werkelijkheid is het een - nog ongeëvenaard - streven naar autonomie en ontplooiing - als de essentie van het leven. Vrijheid mag alleen worden beperkt als de vrijheid van een ander wordt bedreigd. Instrumenten - technologie - mogen de individuele vrijheid nooit in de weg staan. Zij dienen juist de ontplooiing van de mens. Officieel wordt vrijwel elke nieuwe vinding op die wijze aangeprezen. In de praktijk smoort de vooruitgang veelal in de contraproductiviteit die Illich beschrijft. De meeste mensen zijn pionnen in hun eigen leven en ze laten zich voortdurend verleiden door de paradox dat nog meer geld wel vrijheid betekent. Illich kiest voor eenvoud als de ware weg naar vrijheid. Loslaten betekent bevrijding. Gandhi gaf hetzelfde recept. Het vrijheidsideaal is de afgelopen tweehonderd jaar in vele strijdkreten verpakt. Er is veel geprobeerd en veel mislukt, maar geen enkel land - geen enkele politieke beweging - heeft zich nog gewaagd aan het streven van Gandhi en Illich. Het zou nog wel eens de - nog ongeteste - veelbelovende strategie kunnen zijn voor de toekomst van mens én planeet.
'Wat we nodig hebben is hoop', zegt Illich. 'Onze hoop heeft het afgelegd tegen de gerezen verwachtingen. Hoop betekent vertrouwen op het goede van de natuur. Het is de wens om een gift van iemand te ontvangen. Verwachting is het claimen van rechten, van resultaten die door mensen worden gemaakt en gecontroleerd. Mensen hebben eisen, omdat ze niet meer in staat zijn iets in hun leven te verbeelden dat een instelling niet voor hen kan verzorgen. We moeten de hoop terugvinden als een sociale verbindende en creatieve kracht.'
'Het verbaast me hoe moeilijk loslaten blijkt', vervolgt hij. Enkele jaren geleden presenteerde hij op een congres van een internationaal verbond van fietsers een alternatief transportplan. De enige auto's op de wegen zouden taxi's zijn. Illich had berekend, dat tegenover het verlies aan banen in de auto-industrie - als gevolg van dat plan - drie tot vier keer zoveel banen voor taxichauffeurs zouden ontstaan. Alle burgers zouden worden voorzien van een creditcard. Overal zou je eenvoudig in een taxi kunnen springen en maandelijks zou je thuis de rekening krijgen. Wat wil je nog meer? Het plan werd nooit serieus kritisch besproken. Zelfs in het blad van het internationale fietsersverbond werd het voorstel als 'absurd' gepresenteerd. 'Terwijl het toch in hun belang is', zegt Illich.
Hij pakt de Engelse editie van Ode op met daarin het conceptverdrag van Noordwijk voor een menselijker wereldeconomie. 'Met respect,' zegt hij, 'dit is het cruciale punt van ons gesprek: loslaten betekent meer dan het wijzigen van een paar spelregels (nieuwe economische wetten en handelsverdragen, red.). Jullie en ik kunnen een paar afspraken maken. Het is mogelijk om een klein menselijk bestaan te creëren in Absurdistan. Maar het is geen strategie die de vrijheid en gelijkheid van iedereen dient. Bovendien is het optimisme van zo'n aanpak' - hij wijst op het tijdschrift - 'strijdig met de condition humaine. Loslaten betekent ook lijden. De meeste mensen willen dat niet onder ogen zien. Toen ik Tools for Conviviality (het boek waarin hij uitgangspunten voor een vrije, gelijkwaardige samenleving beschrijft, red.) had geschreven, raakte ik in een diepe depressie. Het is niet meer gebruikelijk voor mensen om hun zintuigen te gebruiken om de waarheid te vinden.'

De volgende ochtend begint met zon op het balkon, open deuren, thee en verse broodjes. En opium. 'Het helpt me om te kunnen lachen naar de pijn. De opium schept afstand tussen mij en de pijn.' Die pijn is intens. Herhaaldelijk zakt Illich diep in zichzelf weg, waarna zijn geest plotseling weer bovenkomt en het gesprek verdergaat. In 1982 gaf hij een lezing over Medical Nemesis op het jaarlijkse congres van de Amerikaanse oncologen. Zijn boodschap was als immer: chirurgie en medicijnen - technologie - vormen uiteindelijk een bedreiging voor de autonomie van de mens. Op zijn wang ontwaarden de artsen een knobbeltje en hij liet zich overhalen om dat door zijn gastheren te laten onderzoeken - 'uit respect voor hen'. 'U hebt kanker. Het gezwel op uw wang is ernstig kwaadaardig. Als u niets doet, geven we u nog maximaal vijf jaar', luidde de uitslag. Bijna twintig jaar later corrigeert Illich de artsen nog een keer zorgvuldig: 'Ik heb een kankerdiagnose. Zo'n diagnose heb ik eerder meegemaakt. In april 1938, twee weken nadat Hitler Oostenrijk was binnengevallen, werd ik door het hoofd van mijn school door alle klassen geleid om mijn neus aan de leerlingen te laten zien. Zo ben ik gevoelig geworden voor diagnoses. In beide gevallen ben ik ontsnapt aan de behandeling - discriminatie en een operatie - die men toepasselijk achtte. Hij luisterde wel naar de Pakistaanse arts die hem zei niets te doen en opium te gebruiken als de pijn ooit te heftig zou worden. 'Het is een goedkoop medicijn. De prijs van de opium die ik gisterenavond heb gebruikt, is gelijk aan die van twee six packs bier.'
De ontsnapping aan het chirurgenmes had een prijs. Het knobbeltje van 1982 is tegenwoordig een vuistgroot gezwel op zijn rechterwang. Het maakt Illich tot een soort van Elephant Man die op straat wordt nagekeken. Toch mijdt hij de bakker niet. En hij loopt met opgeheven hoofd en een krachtige tred. Eerlijk: 'Ik luisterde naar de Pakistaan, omdat hij me vertelde wat ik wilde horen. "Dit heeft God jou gegeven als jouw weg", zei hij. Zo is het. Dit is de weg die ik heb gekozen.'
Het is onvermijdelijk: het gezwel en de pijn versterken zijn boodschap. Illich leeft zijn visie. Die consequentie is een confrontatie voor zijn omgeving. Je ontkomt haast niet aan de tegenwerping: waarom heb je je niet laten opereren, je zegt toch dat je niet per se tegen opereren bent?
Illich: 'Iedereen is tegenwoordig in meer of mindere mate besmet met de gedachte dat je de manager bent van je eigen leven. Maar meer mogelijkheden betekent minder vrijheid. Je bent niet vrij als je bezig bent met wat je ook zou kunnen hebben gedaan. Ik wil me niet laten leiden door het concept van risico. Er bestaan organisaties die voortdurend berichten welk risico een vrouw heeft om borstkanker te krijgen. Dat is statistiek. Voor jou en mij is de kans altijd 50/50. Dit is het voor mij. Ik wil het leven beleven zoals het nu hier is.'
Het studentennichtje Rita komt afscheid nemen. Illich omhelst haar en dankt haar voor haar komst. 'Ik heb haar in mijn hart gesloten', zegt hij als de deur achter haar dichtvalt. Dat is het leven, nu en hier.
Maar de pijn dan?
'Pijn beleven heeft te maken met de wezenlijke levenservaring van lijden. Als je pijn tot een technisch probleem maakt, beroof je het lijden van zijn eigen persoonlijke betekenis', schrijft Illich in Medical Nemesis. Vijfentwintig jaar later in Bremen is hij zijn eigen boodschap. Met hier en daar een beetje opium. 'Tien minuten geleden verging ik van de pijn. Toen verkoos ik de dood boven het leven, als je me dat zou hebben gevraagd. Nu is de pijn minder geworden. Of mijn kracht is groter geworden, omdat ik geniet van jullie gezelschap. Ik ben weer hier.'
Zonnestralen breken door de klimplant op het balkon en stralen op zijn gezicht. 'Ik heb mijn vooroordelen. En daar geniet ik ook van. Dit is wat ik geworden ben.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.