Email   Print

Zuivere Kofi

De vijf spirituele deugden van VN's hoogste baas.

Marco Visscher | 39 juli/augustus 2001 issue

Als secretaris-generaal van de Verenigde Naties geniet Kofi Annan groot respect. Annan laat zich, volgens de Canadese editie van Time (4 september 2000), leiden door een vijftal deugden: waardigheid, vertrouwen, moed, compassie en geloof. Op basis van die vijf waarden maakte het weekblad een fascinerend portret. Het blad omschreef Annan als een spiritueel bewuste politicus die met grote betrokkenheid de wereld rechtvaardiger en veiliger wil maken. Zijn ideaal is gebaseerd op de eerste deugd, die van waardigheid. Annan streeft naar een wereld vol waardige mensen. Een wereld waarin rebellen in Sierra Leone voldoende waardigheid hebben om niet de armen van weeskinderen af te hakken. Een wereld ook waarin India en Pakistan waardig genoeg zijn om elkaar niet op te blazen. Een wereld waarin de rijken zich oprecht bekommeren om de miljoenen mensen op aarde die sterven van de armoede. Dat is de wereld die Annan zich voorstelt. Met zijn eigen voorkomen - vol sereniteit en rust - suggereert hij, dat zo'n wereld werkelijk mogelijk is.

Zijn tweede deugd, vertrouwen, werd bekritiseerd toen hij een jaar na zijn aanstelling op eigen verzoek met Saddam Hussein ging onderhandelen in Bagdad. Na afloop verklaarde de VN-baas, dat hij 'een goede menselijke verstandhouding' had met Hussein. Het Witte Huis kromp ineen. Overal weerklonk kritiek, maar Annan bleef bij zijn milde oordeel. Vertrouwen straalde hij ook al uit, toen hij als twintiger zijn geboorteland Ghana verruilde voor de Verenigde Staten om economie te studeren. Studiegenoten herinneren zich vooral zijn rust en zelfvertrouwen. Dat heeft met zijn ogen te maken, schrijft Time. Bij onderhandelingen kijkt hij zijn gesprekspartners altijd in de ogen. De ogen van Annan lijken de hoop van de wereld te weerspiegelen. Voormalig bondskanselier Helmut Kohl herinnert zich: 'Als hij je benadert, is het onmogelijk façades in stand te houden.'

In gevaarlijke situaties, zeggen zijn naasten, wordt Annan nog kalmer dan gewoonlijk. Zijn grapjes worden leuker, zijn stem zachter. Medewerkers bij vredesoperaties beweren, dat geen weer ooit te slecht is, geen weg te riskant en geen slaapplaats te gevaarlijk om zijn werk te doen. Meer dan eens heeft Annan zich gewaagd in de brandhaarden van deze wereld, maar de vrees voor sluipschutters was altijd ondergeschikt aan het belang van onderhandelingen, of de doorgang van konvooien met medicijnen en voedsel. Die houding weerspiegelt zijn moed. Die derde deugd hangt nauw samen met de belangrijkste politieke visie die hij heeft over de wereldgemeenschap. Annan streeft naar een internationale vredesmacht, omdat nationale belangen nu nog te vaak in de weg staan om conflicten op te lossen. Moderne brandhaarden zijn een conflict tussen een stel woeste maniakken en de staat. Die 'oorlogsheren' begrijpen de buitenwereld niet, meent Annan, en hebben daar ook geen enkele boodschap aan. Dus moeten ze met geweld worden bestreden. Te vaak verschuilen nationale regeringen zich, zij vrezen voor slachtoffers van de eigen linie en weigeren daarom hun medewerking aan deze operaties. Een internationale peacekeeping force zou veel effectiever zijn. Regeringen zouden burgers duidelijk moeten maken, dat de constatering van gruwelijke misdaden de verplichting oplegt om daar een einde aan te maken. Daar is moed voor nodig. En door zichzelf te wagen op de gevaarlijke plekken, geeft Annan het goede voorbeeld.

Tijdens een bezoek aan Oost-Timor kwam een man naar Annan toe rennen die in huilen uitbarstte. De man begon te vertellen wat er allemaal was gebeurd. Annan, die al vertraging had opgelopen in een overvol programma, nam meer dan een uur de tijd om met de man te praten. In Kosovo ontmoette hij een vrouw van honderd jaar die maar bleef herhalen: 'Hoe is het mogelijk dat ik dit op mijn leeftijd nog moet meemaken.' Annan hield de hand van de vrouw vast en bleef naar de vrouw luisteren. Die compassie, zijn vierde deugd, staat enigszins op gespannen met Annans streven naar de internationale vredesmacht, die immers zelf geweld zal gebruiken. Critici beweren, dat deze 'Kofi-doctrine' zal resulteren in een wereld vol eindeloze humanitaire oorlogen. Annan heeft getoond die paradox te begrijpen. Waar het hem om gaat, is dat de VN een klimaat schept waarin wreedheid eerder de uitzondering is dan de regel. Dat betekent onder meer, dat je andere wapens, zoals sancties, kan gebruiken om het geweld te verminderen. En het betekent dat deze brandhaarden handreikingen nodig hebben om weer deel te nemen aan de wereldgemeenschap. Het betekent, kortom, compassie.

De vijfde deugd van Annan is geloof. Als Annan 's ochtends vroeg wakker wordt, begint hij te bidden. 'Soms stel ik vragen als ik bid', zegt hij. 'Hoe kunnen mensen zo wreed zijn? Wat kun je eraan doen? Want ik worstel nog steeds met het kwaad. Ik begrijp nog altijd niet waarom er zoveel kwaad in de wereld is, en ik vraag me af of ik het ooit zal begrijpen.' Hij zegt altijd verward te raken als hij weer eens heeft gesproken met de belangrijke oorlogsmisdadigers. 'Dan zit je tegenover Milosevic. Hij vertelt over de tijd dat hij bankier was in New York. Hij wil weten of bepaalde restaurants nog open zijn. Hij spreekt Engels, klinkt als een redelijk mens. En we praten over het geweld, want hij heeft zojuist met zijn generaals gesproken. Hoe kán zoiets, vraag ik me af. Hoe kan iemand zich gedragen als een normaal mens en opeens zoveel kwaad veroorzaken?' Dat morele kompas is belangrijk in zijn functie. Maar op deze vragen kan de diplomatie geen antwoord geven; daarvoor moet je bij het geloof zijn. MV



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.