|
|
Verbonden in de jacht
Een jongen die bezeten is van geweren en van de jacht haalt zijn schietschuwe en vredelievende vader over om te gaan jagen. Maar de prooi van de jacht is geen gedood dier.
Gelukkig werd de oorlog in Vietnam beëindigd voordat ik werd opgeroepen voor het leger. Dat was niet alleen goed voor de wereldvrede, het was ook goed voor mijn innerlijke vrede. Geweren, zinloos bloedvergieten, angst: ik kon dat allemaal niet begrijpen. Ik had het geluk dat ik het moorden niet onder ogen hoefde te zien en nog jarenlang wist ik te vermijden om ook maar met vuurwapens in aanraking te komen. Tot mijn zoon in zijn puberteit kwam. Michaels vooringenomenheid met geweren baarde me aanvankelijk weinig zorgen, omdat zoiets voor een jongen niet echt abnormaal leek. Maar net toen ik dacht dat ook deze bezetenheid wel over zou waaien - zoals zijn vroegere voorliefde voor lego en speelgoedautootjes - barstte ze in alle hevigheid los.
Veel van zijn vrienden waren al eens met hun vader voor het eerst op hertenjacht geweest. Michael stelde mij voor om ook te gaan, want dat was echt iets voor vader en zoon om samen te doen. Eerst probeerde ik hem af te schepen met een herhaaldelijk 'misschien' en 'we zien wel', maar hij bleef maar doorzeuren over geweren en jagen. Ik besloot versterking in te roepen en vroeg raad aan verschillende vrienden. Een van hen was een FBI-agent, een man van wie ik altijd vond dat hij evenwichtig dacht en goed raad kon geven. Tot mijn grote verrassing was hij er helemaal voor te vinden. 'Als hij het toch wil leren, dan liever goed', zei hij. 'Beter met jou dan met iemand anders.'
En zo betrad ik, schoorvoetend, de wijde wereld van de jacht, een wereld die me wezenlijk vreemd was. Op onze eerste aanschaftocht probeerde ik mijn zoon ervan te overtuigen dat een lichte .22 was wat we zochten, maar de experts vertelden me, dat er met een .22 niet op herten te jagen valt en ik zag me genoodzaakt om krachtiger wapens te kopen. De volgende stap was lid worden van een schietclub, en zelfs in dat stadium bleef ik de hoop koesteren, dat Michael zich wel tevreden zou stellen met schieten op de kartonnen poppetjes en papieren doelwitten van een schietbaan. Maar zijn belangstelling werd almaar groter, zeker toen hij daar een paar jagers ontmoette. Een al wat oudere kerel, die was aangesloten bij een jachtclub en een lap grond in de bergen had, nodigde ons daar uit voor de eerste dag van het hertenjachtseizoen. Ik gooide elke plausibele smoes in de strijd, maar ik kon er weer niet omheen uitrusting aan te schaffen: de laarzen, camouflagekleding, hoeden en accessoires die er nu eenmaal bij horen als je je bij het jagersgenootschap voegt. Het leek zo tegenstrijdig: ik had een grote aversie tegen het doden van dieren voor de 'sport' en toch raakte het me dat ik de kans had een speciale band te smeden met mijn zoon, die nog nooit in zijn leven echt hartstochtelijk ergens mee bezig was geweest.
Al snel kwam de winteravond dat Michael en ik onze jachtuitrusting vast in de woonkamer uitspreidden: thermisch ondergoed, rugzakken, laarzen, handschoenen zonder vingers, iets van 10 vierkante meter oranje dekzeil - zodat we niet voor herten zouden worden versleten - een mes, toiletpapier, een thermoskan koffie en, natuurlijk, onze vernietigende wapens. Om drie uur 's nachts stonden we op en reed ik - terwijl mijn zoon sliep en ik 'm kneep - als laag overvliegend wild door sneeuwvlagen in de duisternis, mezelf almaar afvragend waarom ik dit toch in godsnaam deed. Het antwoord kwam zonder woorden, toen ik even naar de stoel naast me keek waar mijn geweldige blanke jager als een klein kind lag te slapen.
Toen we de bergen in reden, lag de pas gevallen sneeuw als diamantjes in de eerste zonnestralen te glinsteren. Hoe, zo vroeg ik me af, zouden we in deze wonderschone omgeving onschuldige dieren kunnen vermoorden? We draaiden van de hoofdweg een zandweg op, laadden onze uitrusting uit en baanden ons een weg door de compacte vegetatie naar het dichte, donkere bos. De grond was bezaaid met piepschuimbekertjes en fastfoodverpakkingen, stille getuigen van andere rechtop lopende roofdieren op strooptocht. Als een schooljongen op weg naar het kantoor van de directeur sjokte ik voort over het pad, terwijl ik mijn onrust, omwille van mijn zoon, achter een façade van vals enthousiasme trachtte te verbergen. Dit was het tijdstip des oordeels, peinsde ik. Al die maanden doelwitje schieten waren slechts de opmaat geweest voor deze dag, waarop een vader zijn langgekoesterde overtuigingen moet tarten en een zoon zijn eigen, onmiskenbare droom moet volgen.
De taak van een jager varieert naar gelang van zijn prooi. Als een jager fazanten wil schieten, moet hij met een getrainde jachthond door velden verdorde maïsstengels om de vogels uit hun schuilplaats te jagen. Bij een hertenjacht komt het er echter vooral op aan om stil op één plek te wachten, soms urenlang, tot het wild door de vuurlinie trekt. Nu had het lot bepaald dat mijn zoon en ik één trekje gemeen hebben: we hebben geen geduld. Al snel zaten we, mijn zoon en ik, gecamoufleerd en wel, met onze ruggen tegen elkaar en tegen een begroeide aardhoop aan te rillen in de kille ochtend. Michael bad hardop dat hij maar snel een hert in zicht mocht krijgen. Ik bad al even vurig dat de herten zo verstandig zouden zijn de andere kant op te trekken.
Het duurde niet lang voor we het stiltegebod overtraden.
'Papa, als we echt een hert schieten, wat doen we er dan mee', vroeg Michael onschuldig.
Ai! Dat was inderdaad iets dat we niet hadden besproken. 'Tsja', zei ik, terwijl ik me een afschuwelijke lesvideo herinnerde over de gruwelijke techniek van het ontweien van de prooi, waarna het kadaver ondersteboven wordt opgehangen om leeg te druipen. 'Weet je nog wat je in die film hebt gezien over hoe je een kadaver klaarmaakt om het te slachten?'
'Ja', zei hij zachtjes. 'Dat is de klus die me het minst aanstaat. Dat mag jij voor me doen, papa.'
'O nee', beet ik terug. 'De jager die de trofee in de wacht sleept, behandelt zijn prooi. Dat hoort erbij.'
'Ik weet niet zeker of ik dat wel kan', zuchtte hij. 'Ik zou het gevoel hebben dat ik dat hert misschien wel pijn doe.'
'Hmm, wat denk je dat je doet als je dat hert schiet?' Aan de manier waarop zijn asgrauwe gezicht stond, zag ik dat dát nog niet echt was doorgedrongen. Bedaard boog ik naar hem toe en fluisterde: 'Probeer je me te vertellen dat je het bij nader inzien toch niet zo stoer vindt om dieren te doden?' Hij keek me aan en begon schaapachtig te grijnzen. Hij was net zo bang als ik; hij ging alleen meer op in de opwinding een jager te zijn, met alle glorieuze toeters en bellen erop en eraan. Ik schoof wat dichterbij en legde mijn arm om zijn schouders.
'Luister,' zei ik, 'er is niets mis mee om je zo te voelen. Heel veel mensen voelen dat zo. Hoeveel mannen denk je dat er verstijven op het moment dat ze de trekker moeten overhalen?'
In de drie jaar die op die zonsopgang volgden, zijn we vaak naar de bergen teruggegaan en is ons 'jagen' een intieme en dierbare activiteit geworden. Op winterochtenden staan we vroeg op en rijden we naar de bergen, pratend over van alles en nog wat, van auto's tot meisjes. Gewone banale mannenpraat. Tegen een uur of negen 's morgens komen we uit het bos en gaan we ontbijten in de kleine sjofele eettent die we ontdekten op onze eerste tocht naar ons plekje, die ene met de waardeloze pannenkoeken. Al die keren dat we eropuit zijn getrokken, is het enige hert dat we ooit hebben gezien een exemplaar dat op een morgen over de parkeerplaats bij de eettent liep, terwijl wij zaten te ontbijten. Wel uitgekookt van dat beest om door de vijandelijke linie te breken toen wij even niet op onze hoede waren.
Dat Michael en ik op een ochtend afgelopen winter zo veel haast hadden om de bergen in te komen dat we onze geweren vergaten, zegt misschien nog wel het meest. Het ging en gaat ons toch niet om het jagen zelf. Hoewel we nooit een hert hebben meegetroond, hebben we een veel waardevoller trofee in de wacht gesleept: de band tussen twee jagers.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van The Pscyhotherapy Networker (maart/april 2001). Voor informatie over abonnementen: The Psychotherapy Networker, c/o Online Data Inc., P.O. Box 21659, Egan, MN 55121, USA, of e-mail: psychotherapy@onlinedatainc.com.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.