Email   Print

Dyslexie: handicap of handig?

Veel creatieve beelddenkers worden 'afgeschreven' als dyslectisch: incompetente mensen waarmee de maatschappij geen raad weet. Maar dyslexie is niet slechts een probleem, het is vooral een gave. Dezelfde mentale functies die het dyslectici onmogelijk maken om goed te lezen en te schrijven, blijken - indien herkend - speciale talenten te zijn. We kunnen heel wat leren van deze 'verzetsstrijders' tegen de rationele taalcultuur.

Tijn Touber | 39 juli/augustus 2001 issue

Voor beelddenkers is geschreven taal een onhandig medium. Hun begripsvorming is vooral non-verbaal - zij denken over het algemeen niet in termen van de klank van woorden. Zij horen geen woorden in hun hoofd, maar zien beelden. Ieder woord wordt geïnterpreteerd en omgezet naar een beeld. Dyslectici zijn beelddenkers in het kwadraat. Zij leren anders en komen op een andere manier tot ervaringen en conclusies. In plaats van logisch en lineair te denken, maken zij sprongen en denken associatief. Hun beelden 'groeien' naarmate het denkproces beelden en begrippen toevoegt. Dit proces is moeilijk te doorgronden - ook voor henzelf - maar heeft als voordeel, dat dyslectici vanuit meer dan één perspectief kijken en meer informatie uit waarnemingen verkrijgen dan andere mensen. Dyslectici zien beelden van situaties en handelingen, waarbij verschillende zaken naast elkaar zichtbaar worden, op elkaar inwerken en een betekenisvol geheel vormen. Het is concreter dan het denken in abstracte taalsymbolen. Ieder woord spreekt letterlijk tot de verbeelding en roept associaties en dwarsverbanden op. Door deze beelden en associaties heeft de beelddenker het vermogen om origineel te denken. Dat leidt soms tot briljante ingevingen, maar ook tot niet te begrijpen wartaal. Door de grote innerlijke belevingswereld kan een simpel probleem grote proporties aannemen. De vele beelden die bij de dyslecticus omhoog komen, maken dat hij traag reageert en in zijn antwoord op de situatie overcompleet probeert te zijn. Voor een talig denkend mens klinkt dit vergezocht. En dat is dan nog vriendelijk uitgedrukt.

Ongeveer tien procent van de wereldbevolking is dyslectisch ('lexie' is Grieks voor 'woord' en 'dys' betekent 'verstoord' functioneren). Vroeger heette dat woord- of leesblindheid, maar deze termen wekten de onjuiste indruk, dat het om een visueel gebrek zou gaan. Inmiddels weten we, dat ook blinden bij het lezen van brailleboeken met dyslexie kunnen kampen. De oorzaak ligt dus niet in de ogen, maar in de hersenen en vooral in de manier van denken. Dyslectici verhaspelen niet alleen letters, maar ook cijfers. Ook verwarren zij vaak links en rechts en aan en uit. Hun hersenen zijn moeilijk te trainen - telefoonnummers onthouden, bijvoorbeeld - en ook het gelijktijdig uitvoeren van verschillende taken - een ingewikkeld gesprek tijdens een autorit door Rome - is lastig. De verwarring die hierdoor ontstaat, wekt de indruk dat dyslectici het allemaal niet kunnen bijbenen en wellicht een beetje traag of zelfs dommig zijn. Het merkwaardige is, dat het tegenovergestelde vaak het geval is.
Dyslectici denken namelijk extreem snel. Beelddenken gaat vele malen sneller dan talig denken - zo snel, dat het voor een belangrijk deel onbewust gebeurt. Je kunt het vergelijken met televisiebeelden die met een snelheid van 25 beelden per seconde worden uitgezonden. Omdat een beeld minimaal een vijfentwintigste van een seconde in de geest moet zijn om bewust te worden geregistreerd, ervaren de hersenen de informatiestroom als een continue beweging. Hetzelfde gebeurt bij beelddenken: door de hoge snelheid ziet de beelddenker de afzonderlijke beelden niet en wordt zich pas bewust van het resultaat van zijn denkproces zodra hij tot een conclusie komt. Hij weet het antwoord, zonder precies te weten waarom dat het antwoord is. Omdat dit intuïtieve denken voor anderen moeilijk is te volgen - en omdat de feitelijke, lineaire beredenering naar het antwoord toe ontbreekt - worden beelddenkers niet altijd begrepen. Verbale denkers kunnen de sprongen niet volgen. Hun manier van denken is wezenlijk anders. Taaldenkers vormen in gedachten woord voor woord zinnen. Hierdoor denken zij vele malen trager. Het voordeel is, dat zij overzicht behouden en gemakkelijker iets uit het hoofd leren. Dat wil echter nog niet zeggen, dat ze het geleerde ook hebben begrepen. Ze hebben het 'op een rijtje', maar begrip, creativiteit en wijsheid komen voort uit het ervaren van informatie.

De reden dat dyslectici vaak problemen hebben met lezen is, dat zij over het algemeen geen inwendige monoloog horen. Zij 'horen' niet wat zij lezen, tenzij zij dit hardop doen. In plaats daarvan stellen zij in hun geest een beeld samen door de betekenis - of een beeld van de betekenis - van elk nieuw woord dat zij tegenkomen aan het voorgaande toe te voegen. Wanneer de beelddenker zijn beelden vervolgens weer in taal moet omzetten, kan er iets merkwaardigs gebeuren. Als hij de zin gedicteerd krijgt: 'De zon schijnt helder in de blauwe lucht en de vogels fluiten naar hartelust in de bomen', dan heb je kans dat hij schrijft: 'Het is een mooie zomerdag.'
Woorden waar een dyslecticus zich een beeld van kan vormen, zijn over het algemeen namelijk niet het probleem. Het woord 'paard' bijvoorbeeld, is duidelijk. De problemen ontstaan bij woorden als 'het', 'een', 'als', 'om', 'er', 'maar', 'voor', et cetera. Het enige beeld dat dan voorhanden is, is de vorm van nietszeggende letters. Wanneer een dyslecticus een zin leest, heeft hij aan het eind een aantal beelden met daartussen verschillende blinde vlekken. Elke keer dat het beeld stagneert, ontstaat er een gevoel van verwarring - het beeld dat hij samenstelt, wordt namelijk steeds onsamenhangender. Met de nodige concentratie kan hij zich door de blinde vlekken heen werken, maar uiteindelijk zal er een soort 'verwarringsdrempel' worden bereikt. Op dit punt raakt hij gedesoriënteerd. De letters dansen op het papier en hij kan zelfs fysiek onwel worden. De desoriëntatie maakt, dat de waarneming van de symbolen verandert en wordt vervormd. Hij ziet niet meer wat er op het papier staat, maar wat hij denkt te zien. De hersenen horen niet wat de oren horen, maar wat hij denkt te horen.

Hoe complexer een taal is, hoe moeilijker het voor dyslectici wordt. Amerikanen hebben bijvoorbeeld twee maal zo vaak last van dyslexie als Italianen. Een verklaring is, dat de Engelse schrijfwijze bijzonder inconsequent is. Het Engels kent 1120 manieren om 40 verschillende klanken weer te geven. Daardoor klinken dezelfde letters vaak anders, zoals mint [i] en pine [ai], of clove [oo] en love [a].
Voor een intuïtief en multidimensionaal denkend mens is een onderwijssysteem dat sterk is gebaseerd op taal, cijfers en het uit het hoofd leren van droge informatie, dodelijk. De snelle geest van de dyslecticus verveelt zich en laat zich afleiden door de omgeving. Het kind wordt ongedurig en dwars. Het is voor dyslectici echter makkelijk en natuurlijk om aandachtig te zijn als hun creativiteit wordt geprikkeld. Maar aandachtig zijn is iets anders dan geconcentreerd zijn. Wie aandachtig is, spreidt zijn bewustzijn: hij kan de gehele directe omgeving bevatten. Wie zich concentreert, richt zijn aandacht op één enkel ding uit de omgeving. Concentratie zou wel eens een oppervlakkige, machinale manier van leren in de hand kunnen werken zonder werkelijk begrip en onderlinge samenhang van de stof. Het ziet ernaar uit, dat wij een hoop kunnen leren van (hoe) dyslectici (leren).



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.