Email   Print

De Nieuwe taal: Beelden

Televisie en Internet verdringen kranten en boeken. Na het tijdperk van het alfabet zijn we beland in de eeuw van het beeld. Woorden, letters en cijfers zullen niet verdwijnen, maar ze smelten samen met beelden, zoals de iconen op het computerscherm. Dit nieuwe tijdperk wordt vormgegeven door een nieuwe generatie, die net zo makkelijk in enen en nullen als in beelden en icoontjes denkt. Deze 'beelddenkers' zien oplossingen, maar vraag ze niet hoe ze op het idee zijn gekomen. Ze vertrouwen op hun intuïtie, voelen de dingen aan, maar zijn rationeel genoeg om met hightech-snufjes hun ideen vorm te geven. Welkom in de wereld van de beelddenkers!

Tijn Touber | 39 juli/augustus 2001 issue

In de crèche is iedereen een kunstenaar en een uitvinder. Niemand vraagt zich op die leeftijd af, of een tekening wel mooi is en of het te bouwen blokkenhuis wel een verantwoorde onderneming is. Mensen met vier armen, honden met vleugels, oma op een wolk in de hemel… waarom niet? Dan gaan we naar de grote school en moet het ineens allemaal serieus, verantwoord en overeenkomstig harde kwaliteitsnormen. Een tekening, een opstel of een rekensom is niet meer vrijblijvend, het leven is tenslotte geen lolletje. Spel en plezier worden ondergeschikt aan taak en prestatie. Een tekening is niet meer alleen mooi of lelijk, maar vooral een acht of een vier.
Was een paard ooit gewoon een dier met vier benen waar je op kon rijden, nu wordt een paard gevangen in abstracte tekens: p-a-a-r-d. Beelden maken plaats voor letters, gevoelens maken plaats voor theorieën en de mens schuift langzaam van de rechter naar de linker hersenhelft. Intuïtie en emotie maken plaats voor berekening en beredenering en de creatieve geest sterft een stille dood.

Maar een nieuwe wereld ontluikt. De hersenhelften - links staat voor het rationele 'mannelijke', rechts voor het intuïtieve 'vrouwelijke' - lijken langzaam in balans te komen. Moderne jongens zijn geen echte jongens meer en meisjes geen echte meisjes. Dezelfde baggy trousers hangen om hun heupen, allebei een navelpiercing. Jongens met halflang haar, meisjes met korte stekels en Calvin Klein vult zijn flesjes met androgyne geurtjes. In het virtuele tijdperk worden de hersenhelften wat meer op elkaar aangesloten en kan iedereen een kunstenaar zijn. De nieuwe creatievelingen bouwen allemaal een eigen website, maken spreadsheetpresentaties en eigen cd's - compleet met hoesjes van gescande en bewerkte foto's. Tekenprogramma's zijn zo simpel, dat een klik op de muis een gepointilleerd beeld oplevert waarover Monet een maand zou hebben gedaan. Verdwenen zijn de vuistdikke handleidingen over hoe software werkt. We leren door op icoontjes te klikken en pratende animatiefiguurtjes wijzen ons de weg. Lang leve de creativiteit!
Het was historicus Leonard Shlaim die deze nieuwe wereld - en het probleem van het leren door middel van geschreven taal - zag aankomen. In zijn fascinerende boek The Alphabet Versus the Goddess liet hij zien, dat de uitvinding van het alfabet ernstige gevolgen had gehad voor de manier waarop wij denken. Shlaim constateert, dat lezen en schrijven vooral een activiteit is van de linkerkant van ons brein. Met de uitvinding van de boekdrukkunst verplaatste de mens zich massaal van 'rechts' naar 'links'. De mannelijke, lineaire, rationele kant van ons denken werd dominant over de vrouwelijke, intuïtieve, ruimtelijke, tijdloze kant. Symbolen werden vervangen door letters. Verhalen werden boeken, voorspellingen werden formules, godinnen werden goden en leren werd plicht. Shlaim deinst er niet voor terug te beweren, dat de komst van het alfabet verantwoordelijk is voor het onderdrukken van vrouwen door de eeuwen heen. Pas nu wij weer meer in beelden en symbolen gaan denken - met dank aan de televisie en de computer - is er iets fundamenteel aan het veranderen.
Het lineaire van taal zat jaren-zestig-goeroe Marshall McLuhan ook al niet lekker. In zijn boek The Medium is the Message betoogt hij, dat het alfabet ons dwingt tot een bepaalde manier van denken die onnatuurlijk en over-rationeel is. Hierdoor bereikt een boek als de bijbel - simpelweg door het medium van de geschreven taal - precies het tegenovergestelde van zijn vredelievende boodschap van liefde en verdraagzaamheid. De geschiedenis geeft hem gelijk: godsdienstoorlogen hebben meer slachtoffers gevergd dan welke andere soort oorlog dan ook. Volgens McLuhan is het medium belangrijker dan de boodschap. Wie leest, zit in zijn linker hersenhelft en zal daarom een begrip als compassie nooit kunnen doorgronden, laat staan in praktijk brengen.

Met de komst van Internet ontstaat een belangrijke andere vorm van leren. Niet langer is het nodig om cijfers, feiten en letters in het hoofd te stampen. Als je iets wil weten, zoek je het gewoon op. Ieder heeft toegang tot de wereldschat aan informatie. Jeremy Rifkin noemt deze tijd the Age of Access. In zijn gelijknamige boek laat hij zien, dat de tijd van het verzamelen van spullen voorbij is. Wat in deze tijd telt, is: toegang. Toegang tot sites, boeken, auto's, huizen en banen, zonder ons vast te leggen. We leasen, lenen, besteden uit en kopen hooguit een password. Omdat ons onderwijssysteem nog niet is aangesloten op de veranderende tijd, wiebelen steeds meer kinderen onrustig op de schoolbanken. Ze voelen feilloos aan, dat de tijden zijn veranderd en kunnen de droge stof nauwelijks meer verteren. In plaats van het systeem op de helling te zetten, plakken we hen het predikaat ADHD op voor hyperactief gedrag en schrijven pillen voor. Maar pillen zijn nooit een blijvende oplossing voor welke kwaal dan ook geweest. Ook hier bestrijden we slechts een symptoom, waardoor de werkelijke reden onzichtbaar blijft. In feite is ADHD geen leerprobleem, maar vooral een lerarenprobleem. De gevallen van ADHD geven aan, dat het mechanische, ongeïnspireerde onderwijs uit boekjes met veel letters snel voorbij zal zijn.
De dirigent van het Boston Filharmonisch Orkest, Benjamin Zander, geeft ook les aan het conservatorium. Ook hij liep geregeld aan tegen de grenzen van ongeïnspireerd en resultaatgericht onderwijs. Niet alleen leraren, maar vooral ook leerlingen waren in de ban van de cijfermanie. Wat telde was het resultaat, niet het avontuur en de uitdaging van de uitvoering zelf. Wanneer musici geen fouten meer durven maken, als mechanische robots hun lesje afdraaien en bol staan van de faalangst, is dat de dood van de muziek, wist Zander. En hij vond een oplossing: hij beloofde zijn leerlingen aan het eind van het jaar allemaal een tien voor zijn vak, op voorwaarde dat zij hem aan het begin van het jaar een brief zouden schrijven waarom zij die tien verdienden. Zander liet hen de brief in de verleden tijd schrijven, alsof zij nu reeds aan het eind van het jaar waren en terugkeken op hun succesvolle transformatie als musicus/mens. Het resultaat (zie pagina XX) is ontroerend en sterk. Zander haalt zijn leerlingen weg uit de 'wereld van meten' - zoals hij dat noemt - en zet daarvoor een beeld in de plaats: een positief toekomstbeeld van henzelf. Dit toekomstbeeld draait hun hele leven om: faalangst verdwijnt, zwoegen wordt plezier en concentratie wordt inspiratie.

Psychologisch onderzoek laat ook zien, dat we sneller leren wanneer taal wordt gecombineerd met beelden en afbeeldingen. In het dagelijks leven spelen beelden en symbolen al een grote rol. In feite zijn we hard op weg om een wereldwijde symbolentaal te creëren. Op ieder willekeurig vliegveld en langs de mondiale snelwegen zien we voor vrijwel iedere wereldburger herkenbare symbolen. Veel van deze symbolen werden in de jaren zeventig ontworpen door the American Institute of Graphic Arts: het telefoonsymbool, lepel en vork, wc, et cetera. Andere wereldwijde symbolentalen zijn het muziekschrift, mathematische notities, circuitdiagrammen en computerschermiconen. Het idee van een echte universele symbolentaal bestaat al eeuwen. De Duitse filosoof en wiskundige Gottfried Wilhelm Leibniz droomde in de zeventiende eeuw al van een wereldwijde geschreven symbolentaal, die losstond van de ter plekke gesproken taal. Deze taal zou puur figuurlijk - bestaand uit afbeeldingen - zijn, zoals het Chinees, Japans en de Oudegyptische hiëroglyfen. Dat deze taal er nog steeds niet is, heeft onder andere te maken met de komst van de computer. Hoe krijg je al die symbolen op een toetsenbord? Het Japanse kanji-schrift heeft de automatisering niet overleefd; probeer maar eens een toetsenbord te ontwerpen met minimaal tweeduizend symbolen.
Apple en Microsoft werken al jaren aan een symbolentaal, al zijn er complicaties: niet elk begrip is direct in een symbool te vangen. Maar het uitgangspunt is waardevol: wanneer beeld en tekst harmonieus samengaan, krijgen de creatieve vermogens van de beelddenker en de analytische vermogens van de lineaire denker de ruimte die zij verdienen. Alle kans dat dit een positief effect zal hebben op de balans tussen 'hoofd' en 'hart' binnen onszelf en - uiteindelijk - op deze balans in de wereld.

Beelddenkers zijn van alle tijden. Het zijn de visionairen die de toekomst zagen, de uitvinders en pioniers. Deze andersdenkenden hebben de loop van de wereldgeschiedenis dramatisch beïnvloed. Niet gehinderd door de heersende hokjesgeest en het trage lineaire denken van de taal, hadden extreme beelddenkers - ook wel dyslectici genoemd - als Einstein en Leonardo da Vinci bijzondere inzichten. Einstein 'zag' het relativiteitsprincipe tijdens een dagdroom waarin hij op een lichtbundel reisde. Het beeld duurde slechts een paar seconden, maar het gevolg was een enorme stapel leerboeken die probeerden het idee te verklaren: de beelden moesten worden vertaald naar cijfers en letters. Wie heeft er wel eens geprobeerd om een droom aan een ander te vertellen? We weten dat dromen in seconden voorbij flitsen, maar we hebben vele woorden nodig om die indringende flits uit te leggen. Leonardo da Vinci 'zag' onderzeeërs en een helikopter honderden jaren voor deze toestellen werden ontwikkeld. Niet voor niets wordt er gezegd dat één beeld duizend woorden waard is.

Bronnen: Ron Davis: De gave van dyslexie (Elmar 1999); www.dyslexie.nl; Prana (augustus/september 2000); Focus (november 2000); Trouw (16 maart 2001); Rosamund Stone Zander & Benjamin Zander: The Art of Possibility (Harvard Business School Press 2000); Leonard Shlaim: The Alphabet Versus the Goddess (Viking 1998); Marshall McLuhan: The Medium is the Message (Quentin Fiore Paperback 2001); Jeremy Rifkin: The Age of Access (Penguin Books 200



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.