|
|
De Derde Wereld doet het zelf
Ontwikkelingslanden helpen elkaar vooruit.
Reportages over Afrika zijn over het algemeen synoniem voor slecht nieuws. Honger, oorlog en ziekte bepalen het beeld van wat al het 'verloren continent' is gaan heten. Des te prettiger is het, als er eens een andere kant van Afrika wordt belicht. In het eerste nummer van het nieuw verschenen blad Global Future (vierde kwartaal 2000) pleit de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu dan ook voor een nieuwe kijk op zijn continent. Hij herinnert ons - en vooral zijn mede-Afrikanen - eraan, dat er heel wat is om trots op te zijn: architectonische hoogstandjes, politieke (stam)systemen die gebaseerd zijn op communitarisme en harmonie en de recente afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika. Dat zijn belangrijke verworvenheden, waar bovendien geen westerling aan te pas is gekomen. Want, zo wordt vaak gedacht, de vooruitgang van Afrika wordt bepaald door de gulle hand van het rijke Westen. Daar zitten de mensen met geld, en de mensen met kennis van zaken. Toen de Nederlandse ambassadeur in Ethiopië, Pieter Marres, onlangs opperde de ontwikkelingshulp af te schaffen om de Afrikanen hun waardigheid terug te geven, kreeg hij de politiek en de hele liefdadigheidsindustrie over zich heen. Zo kun je toch niet met een arm continent omgaan? Maar vanuit Le Monde diplomatique (maart 2001) komt ongevraagde steun voor Marres' visie. De Franse krant laat zien, dat Afrika beter op eigen benen kan staan dan wij soms willen geloven. Met name het South-South Cooperation Scheme lijkt de weg vrij te maken naar een onafhankelijk Afrika. Het doel van dit project is, dat ontwikkelingslanden elkaar helpen in de opbouw van hun land. In eenentwintig landen loopt dit project inmiddels. Zo helpt China Ethiopië, Marokko helpt Nigeria, Cuba helpt Haïti, Pakistan helpt Swaziland en India helpt Mozambique.
Zo werken er al drie jaar Vietnamese experts in Senegal werken om de landbouw daar op niveau te brengen. Het project startte in 1997. Toen brachten de akkers een magere achthonderd kilo per jaar op, twee jaar later was dat al drie keer zo veel. Verschillende dorpen zijn nu vrijwel zelfvoorzienend. Het succes is niet in de laatste plaats te danken aan de graansilo's die in samenwerking met Boliviaanse experts werden gebouwd. In Zambia loopt een interessant project waarbij boeren worden aangemoedigd om vijvers in hun tuinen aan te leggen. In deze vijvers worden vissen gekweekt. Land en vijver houden elkaar in stand: verlepte groenten en ander biologisch afval wordt gebruikt om de vissen te voederen, terwijl het voedingsrijke water wordt gebruikt om het land te irrigeren. Verse vis is in Zambia een zeldzaamheid, waarmee veel te verdienen valt, en bovendien is het rijk aan essentiële voedingsstoffen.
Ook Tanzania kent zijn successen. Twaalf Egyptische experts en technici werken zij aan zij met lokale boeren. Vooral het betaalbare irrigatie-, drainage- en wateroogstsysteem is van het grootste belang in een land waar watertekorten en overstromingen voortdurend op de loer liggen. Maar ook met marketing, financiering, zaadproductie, bemesting en met de ruimte tussen de gewassen wordt hulp geboden. Boeren verdienen inmiddels genoeg om hun kinderen naar school te laten gaan, het huishouden te betalen en vooral hoogwaardig voedsel aan te schaffen. Aangemoedigd door de goede resultaten, heeft de Tanzaniaanse regering het programma inmiddels geadopteerd en uitgeroepen tot een Speciaal Nationaal Programma. Hoezo 'verloren continent'? TT
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.