|
|
Waarom zou je?
Soms fiets ik 's avonds door een straat waar een lantaarnpaal is uitgevallen. Ik vraag me dan wel eens af wie er voor zorgt dat straatlichten worden vernieuwd.
Ik heb geen idee wie je zou kunnen bellen om door te geven dat een lantaarnpaal niet werkt. Dat heb ik nog nooit gedaan en ik denk dat de meesten er met mij vanuit gaan dat de lamp vanzelf wordt vervangen. Soms zie je inderdaad mensen op een hoogwerker in de stad lampen verwisselen. En plotseling blijkt de lantaarnpaal in mijn straat het weer te doen. Zo gaat dat. De publieke zaak functioneert zonder mijn betrokkenheid. Over het algemeen gaat dat prima. Lampen worden kennelijk vervangen - zou er een ambtenaar 's avonds rondjes door de stad rijden op zoek naar kapotte straatverlichting? Gaten in de weg worden gerepareerd. Als burger vertrouw je daar blind op. De waarde van dat vertrouwen besef je pas als je in een ander land woont waar publieke zaken niet zo goed zijn geregeld. In India reed ik 's avonds zachtjes in mijn auto met mijn neus tegen de voorruit: elk moment konden de wielen in een gapend gat in het asfalt verdwijnen. Van zorgeloos rijden, van een blind vertrouwen in de publieke zaak, was geen sprake.
Hoe prettig het ook is dat ik me veilig voel in verlichte straten en op betrouwbare wegen, het 'vanzelfsprekende' licht van de lantaarnpaal ontneemt mij uiteindelijk mijn betrokkenheid bij de publieke zaak. De Amerikaanse cultuurcriticus Ivan Illich schreef jaren geleden over de Westerse gezondheidszorg: de sirene van een ambulance vernietigt een vitale sociale structuur. Als dat geluid klinkt, heb ik geen zorg meer voor mijn buurvrouw want daar is een instantie voor. Het gaat om meer dan straatlicht en ziekenzorg. Wat weet ik van de wezen in mijn omgeving? Hoe dichtbij kom ik ooit bij een asielzoeker? Wie zuivert mijn drinkwater? Wie produceert mijn energie? En hoe? Wie bepaalt wat er met mijn kinderen op school gebeurt? Hoeveel ouders laten hun kinderen niet op school achter alsof het een opvangcentrum is en gaan verder met hun eigen leven? Het is vreemd, maar een gevolg van alle vooruitgang - van alle nieuwe individuele ontplooiingsmogelijkheden - is dat er een muur is gegroeid tussen ons en onze omgeving. Wat samenleving heet, is in werkelijkheid een conglomeraat van privé-domeintjes geworden dat wordt bijeengehouden door onpersoonlijke, bureaucratische instanties.
Soms lopen we even door de muren van ons privé-bestaan heen. Dan storten we massaal op een girorekening voor de slachtoffers van een aardbeving. Of we brengen op grote schaal knuffels voor Kosovo bijeen. Maar de muur blijft staan. Nog maar ruim de helft van de mensen neemt deel aan het fundamentele ritueel rondom de publieke zaak: de verkiezingen. Ik betoog niet dat de wereld uit asociale mensen bestaat. De meeste mensen zijn zorgzaam, betrokken en vrijgevig. Ze zetten zich in voor familie, vrienden en de sportclub. Ze verlenen voorrang in het verkeer. Maar onze wereld is - hoe paradoxaal dat ook klinkt - kleiner geworden. Die wereld eindigt tegenwoordig meestal daar waar een kwestie ons onmiddellijke eigenbelang overstijgt. Het is niet dat de belangstelling voor de publieke zaak is verdwenen. Bij de haard en in de kroeg heeft iedereen een mening over collectieve aangelegenheden, maar tegelijkertijd heerst de overtuiging dat we machteloos zijn om veranderingen te bewerkstelligen. Het zou natuurlijk veel leuker en beter zijn als op school, of in het ziekenhuis, in de zorg voor ouderen… Woorden worden maar zelden gevolgd door daden.
Psychologen spreken van 'aangeleerde hulpeloosheid'. Er zijn zoveel misstanden dat de neiging om in je schulp te kruipen, overwint. Drie weken lang deden we op de redactie van Ode een voorpaginatest. We namen de voorpagina's van de ochtendkranten en legden een liniaal langs de kolommen. Op die wijze berekenden hoeveel centimeter aan welk nieuws wordt besteed. De uitslag was van tevoren voorspelbaar. Een gigantisch deel - xx procent - van het nieuws maakt slechts droevig, machteloos, troosteloos of hulpeloos. Het regenwoud slinkt, koeien en varkens worden geruimd, de ozonlaag verdwijnt, dieren sterven uit, bedrijven frauderen, boze machinisten staken, relschoppers plegen zinloos geweld, de files zijn weer langer geworden et cetera. Het nieuws maakt wanhopig en voedt teleurstelling. Wat kun je als individu aan dergelijke ellende veranderen? Jouw ene stem klinkt toch veel te zacht? Dat is toch een druppel op een gloeiende plaat?
Dat wanhopige gevoel wordt versterkt door de terreur van de experts die door de institutionele aanpak in het zadel worden geholpen. De gewone burger durft zich nauwelijks meer uit te spreken over de school of het ziekenhuis in zijn omgeving, omdat er onmiddellijk een leger specialisten klaar staat om duidelijk te maken dat het hem aan kennis van zaken ontbreekt. De groeiende invloed van experts en instanties op de publieke zaak levert een belangrijke bijdrage aan de instandhouding van de muur tussen het individu en zijn omgeving. Die invloed ontneemt de burger zijn gezag en betrokkenheid. Maar milieu, onderwijs, openbaar vervoer en gezondheidszorg zijn niet per definitie complexe en ingewikkelde aangelegenheden die alleen door experts met kennis van zaken kunnen worden georganiseerd. In de afgelopen decennia hebben bedrijven ontdekt hoe productieprocessen met de hulp van de direct betrokken werknemers kunnen worden verbeterd en vereenvoudigd. Ondernemingen werden platter en minder bureaucratisch. De publieke zaak wordt daarentegen nog steeds gekenmerkt door hiërarchie en te veel ambtenarij. Ik zat een tijdje in het bestuur van de basisschool van mijn kinderen. Dat is dezelfde school als de lagere school waar ik zelf op zat. In die tijd - ruim dertig jaar geleden - was de leraar van de zesde klas hoofd van de school. Dat ging prima. Als de kinderen naar huis waren, regelde meester Van Vuuren de schoolzaken. Hij had ook nog tijd voor ouders en voor zichzelf en zijn gezin. Niemand klaagde over een dubbele baan. Tegenwoordig heet het hoofd van de basisschool een directeur. Hij staat niet meer voor de klas, is de hele dag aan het organiseren en vergaderen en wordt wekelijks bestookt met ten minste een meter post van het ministerie van Onderwijs in Zoetermeer. Maar is het onderwijs op mijn school tegenwoordig veel beter dan vroeger? De reken- en taalboekjes zijn misschien wat minder saai geworden, maar de kinderen worden nog steeds het meest gegrepen door de aandacht en de verhalen van hun meneren en juffen. En de vanzelfsprekende betrokkenheid van ouders van vroeger is vervangen door het instituut medezeggenschapsraad. Die medezeggenschapsraden, directies en ambtenaren hebben - al hun beste bedoelingen en goede wil ten spijt - de publieke zaak onderwijs van de burger 'gestolen'.
Een ander voorbeeld. Op het platteland van India leerde ik dat boeren die analfabeet waren meer wisten van hun land dan hoog opgeleide ambtenaren in de hoofdstad. Die boeren waarschuwden vijftien jaar geleden al dat de groene revolutie van irrigatie en kunstmest en bestrijdingsmiddelen dreigde te smoren in verdroging en verarming van de grond. Dat gevaar wordt thans ook in hoofdsteden van ontwikkelingslanden onderkent, nu de opbrengsten per hectare stabiliseren of zelfs teruglopen. Dit is geen pleidooi tegen het belang van kennis van zaken en weloverwogen argumenten, maar het is niet zo dat de onbevangenheid en de 'boerenslimheid' van de gewone burger ten aanzien van de publieke zaak minder waard is. Vele publieke zaken zouden gebaat zijn bij meer volkswijsheid en minder invloed van experts en instituten. In Amsterdam was een wethouder die zich tegen referenda uitsprak omdat 'de burger geen visie heeft'. Het verwondert niet dat die burger zich afkeert van zulke hoogmoedige experts, maar daarmee helaas ook van hun eigen publieke zaak.
Het gangbare - 'verstandige' - antwoord heet cynisme, scepsis of ironie. Maar dat zijn in wezen niet meer dan dure woorden voor teleurstelling. Want natuurlijk wil iedereen bijdragen. Zonder uitzondering. Elk mens wordt zo geboren. Mijn zoontje van vijf wil samen met mij timmeren. Hij staat klaar om te helpen. En de teleurstelling begint, als ik zeg dat ik zijn hulp niet nodig heb omdat hij iets nog niet kan. Als je maar genoeg van dergelijke momenten 'opslaat' word je vanzelf een cynicus. Het is een masker waarachter je niet meer kan worden teleurgesteld. We trekken ons terug in onze eigen wereld. En maken die mooi. Dát wel. De impuls van creatie en bijdragen blijft komen. Ik heb jarenlang dagelijks door de Alexanderpolder in Rotterdam gefietst. Dat is een inspiratieloos monument van eentonige woningbouw uit de jaren zeventig. Maar wat valt op? Overal zie je pogingen om de eentonigheid te doorbreken. Pergola's, dakkapellen, fonteintjes en schuurtjes - de bewoners sloven zich uit met hun eigen, unieke bijdrage aan hun omgeving.
Sommigen vinden toch de weg van die pergola naar de publieke zaak. Het lijken toevallige helden wier druppel niet verdampt op de gloeiende plaat maar juist een emmer laat overlopen - de druppel die plotseling tot verandering leidt. In een essay in Utne Reader (……) vertelt Paul Rogat Loeb het verhaal van Rosa Parks. Rosa Parks was de vrouw die weigerde om achterin de bus te gaan zitten, toen een witte Amerikaan dat van haar eiste. Die daad leidde tot de beroemde busboycot in het stadje Montgomery in Alabama - een cruciale gebeurtenis in de strijd voor burgerrechten van de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten in de jaren zestig. Het lijkt die enige moedige daad die de geschiedenis verandert. Het lijkt de daad van een eenling, een heldin die de meesten van ons nooit zullen zijn. Loeb legt uit dat de werkelijkheid eigenlijk veel stimulerender is. Rosa Parks was geen toevallige buspassagier. Ze was actief in vakbondskringen en ze was betrokken bij een organisatie die zich inzette voor de burgerrechten van de zwarte Amerikanen. Ze verkeerde in kringen van zwarte activisten die de rassenscheiding op allerlei manieren bevochten. Ze was al betrokken bij een beweging voor verandering in een tijd dat het succes van die beweging verre van zeker was. Voor die Rosa Parks kwam het besluit om niet op te staan in de bus niet uit de lucht vallen. In haar biografie was die daad een volgende logische stap. 'Dat doet in geen enkel opzicht afbreuk aan haar historische belang, maar herinnert ons eraan dat deze invloedrijke daad wellicht nooit had plaatsgehad zonder het nederige, frustrerende werk dat eraan voorafging', schrijft Loeb. Ofwel, de boodschap van Rosa Parks - 'de moeder van de beweging voor burgerrechten' - luidt dat elke druppel op de gloeiende plaat telt.
Niemand zal de bevrijding van het Indiase subcontinent hebben toevertrouwd aan de jonge Gandhi die in Zuid-Afrika als ongewenste kleurling uit de trein werd gegooid. En wie had enige verwachting van de jonge predikant - Martin Luther King - die op 26-jarige leeftijd naar Montgomery kwam? Wie weet nog hoeveel campagnes van King volledig zijn mislukt? En welke weg ging Lech Walesa op de scheepswerf in Gdansk voordat deze elektricien de leider werd van de vakbond Solidariteit? Hoeveel water hebben zij naar zee gedragen voordat zij als mythische helden werden ontdekt? Nee, niemand kan zich verschuilen achter de opmerking dat hij of zij nu eenmaal niet zo'n persoon is als Mahatma Gandhi, Rosa Parks of Nelson Mandela, want dat waren die heldenfiguren aanvankelijk zelf ook niet. Met andere woorden: het is niet het lot dat iemand aanwijst tot held van de publieke zaak. Het zijn mensen die stap voor stap gaan op de weg van hun eigen overtuiging, van hun waarheid. De kracht om je overtuiging uit te dragen is aangeleerd gedrag, geen meegekregen kwaliteit. Zoals de achttiende eeuwse rabbi Susya het verwoordde: 'God zal me niet vragen waarom ik geen Moses ben geweest. Hij zal me vragen waarom ik geen Susya ben geweest.'
Sommigen verklaren de gelatenheid en de achterdocht en de armoede van het publieke debat door het ontbreken van een groot maatschappelijk ideaal. De allesoverheersende macht van de markteconomie heeft sociale dromen doen verschrompelen. Of toch niet? Is het niet zo dat juist nu de markt op het toppunt van haar macht is, de kiemen van een andere politiek zichtbaar worden? Weerklinkt het verzet tegen de mondialisering van de wereldhandel van anderhalf jaar geleden in Seattle niet steeds breder in de wereldgemeenschap? Er is duidelijk sprake van een beweging die meer omhelst dan de 'bekende' beroepsdemonstranten. Er groeit internationaal een intellectueel verzet - hét fundament van elke veranderingsstroming - tegen de macht van markt en economie. Of het nu gaat om de krankzinnige onrechtvaardigheid waarmee een klein deel van de wereldbevolking - dat de wereldmarkt beheerst - zich verrijkt ten koste van miljarden medemensen, of om de grove schade die de markteconomie toebrengt aan de natuur of om het vreemde beeld van op hun horloge kijkende, minuten afpassende, artsen, het lijkt duidelijk dat de markt rechtvaardigheid en wezenlijk welzijn niet brengt. De uitdaging om mens en immateriële waarden een plaats terug te geven in de wereld van markten, instituten en specialisten, is een nieuw, groot politiek en maatschappelijk ideaal. Binnen dat doel zie ik vele concrete thema's voor een politiek van verandering. Een paar willekeurige voorbeelden. Wat betekent het voor de organisatie van de gezondheidszorg dat onderzoek uitwijst dat bidden voor patiënten een duidelijk heilzaam effect heeft op hun herstel? Wat betekent het voor het onderwijs dat er kleinschalige scholen bestaan die veel aantrekkelijker zijn voor leerlingen en docenten en die ook nog goedkoper zijn? Waar blijft de 'mobiele telefoonachtige' opmars van de zonnecel? En waar blijft de schone, duurzame waterstofeconomie? Waarom rijdt nog niet elke auto op de door Dunlop ontwikkelde banden die én de helft minder lawaai produceren én ook minder wrijving en dus minder benzineverbruik veroorzaken?
Het antwoord op deze vragen begint bij een individu. Bij een mens die opstaat en een zaak tot de zijne of de hare maakt. Bij een mens die zijn eigen overtuiging laat spreken en die ervoor kiest hoop en verlangen zwaarder te laten wegen dan de onvermijdelijke kans op teleurstelling en vernedering. En het antwoord begint bij het geloof in de druppel op de gloeiende plaat. Dat is weg van vallen en opstaan. En van mislukkingen. Die horen erbij. Te veel kennis en nadenken leidt slechts tot apathie en verkeerde beslissingen. En zoals Rabindranath Tagore schreef: 'Als je de deur sluit voor elke vergissing, blijft de waarheid buiten staan.'
Waarom jij? Waarom ik? Waarom zou je? Om mij heen hoor ik vrienden zeggen, dat zij zich 'later' aan de publieke zaak zullen wijden. En 'later' wil dan zeggen: als zij genoeg geld hebben verdiend om volkomen vrij en onafhankelijk te zijn. Dan is de kans op teleurstelling immers het geringst. Je kunt je altijd nog in de zon op het terras van je buitenhuis terugtrekken. Dat lijkt welbegrepen eigenbelang, maar misschien is het dat toch niet. Sociale betrokkenheid en inzet voor de publieke zaak zijn niet alleen nobel. Het is een weg die betekenis kan geven aan je leven en dat is iets wat de verheerlijking van het privé bestaan maar zelden heeft te bieden. Het is het verschil tussen de veiligheid van geld en de veiligheid van betrokkenheid.
In het boek The Art of Possibility van Rosamund Stone Zander en Benjamin Zander (Harvard Business School Press 2000) staat een anekdote. Een man loopt over het strand langs de zee en ziet in de verte een vrouw die een soort dans uitvoert. Ze knielt en maakt zich klein, ze richt zich op en strekt haar armen uit. Als de man de vrouw dichter nadert, ziet hij dat het strand vol ligt met zeesterren en dat de vrouw ze een voor een in de zee gooit. De man spreekt haar aan: 'Waarom doe je dat? Er liggen hier aangespoelde zeesterren op het strand zo ver het oog reikt. Wat maakt het uit om die enkelen te redden?' De vrouw pakt nog een zeester op, werpt hem in het water en zegt: 'Het maakt in elk geval iets uit voor deze.'
Dit is niet een verhaal over succes en behaalde resultaten. Dit project zeester strandt niet op te weinig tijd, te weinig geld en te weinig mensen. Het gaat om een bijdrage die zinvol is op een andere schaal. Het gaat noch om het verleden, noch om de toekomst, het gaat om het leven van het moment. En het verhaal van dat moment. Het is een Experiment in Truth, zou Gandhi hebben gezegd. Voor vele publieke zaken gelden de koude berekeningen van project zeester. Maar meer geldt de beleving van een bijdrage die een mens vanuit zijn hart verbindt met zijn eigen waarheid en met het leven om hem heen. Daarom zou je!
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.