Email   Print
Share  

Optimisten leven langer

In Freuds dagen moest men niet veel hebben van optimisten en levensgenieters. Freud zag optimisme zelfs als een neurotische stoornis. Zijn Engelse tijdgenoot en arts Havelock Ellis ging zelfs zover, dat hij vond dat optimisten in een gesticht thuis hoorden.

Tijn Touber | 38 mei/juni 2001 issue

] De serieuze dagen van Freud liggen gelukkig achter ons en inmiddels mag er weer gelachen worden. Het is zelfs ten zeerste aan te raden, als je gezond wilt blijven. Psycholoog Martin Seligman weet namelijk zeker dat optimisten langer leven en mag in Bild der Wissenschaft (maart 2001) uitleggen, hoe dat komt. Seligman is niet de eerste de beste. Hij is voorzitter van de Vereniging van Amerikaanse Psychologen. Het begon allemaal met een enquêteformulier dat patiënten begin jaren zestig op grote schaal invulden, wanneer zij hun gezondheid lieten checken bij de Mayo-kliniek in Minnesota. De 550 vragen waren weliswaar niet specifiek gericht op optimistisch of pessimistisch denken, maar waren wel als zodanig te interpreteren. Dertig jaar na dato zijn 200 van de 729 ondervraagden gestorven. Is het toeval dat het hier vooral om pessimisten gaat? Seligman berekende dat pessimisten negentien procent meer risico lopen om eerder te sterven dan optimisten. De vraag die Seligman nog moest beantwoorden, was: waarom? Hiervoor moest hij op zoek naar langlopende onderzoeken. Hij stuitte op een grootschalige enquête van intelligentie-onderzoeker Lewis Terman die vanaf de jaren twintig hoogbegaafde kinderen had gevolgd. Meer dan negentig procent van deze groep bleef zijn leven lang aan het onderzoek deelnemen. Ook door familie en vrienden te raadplegen bleek het van 1179 deelnemers mogelijk om doodsoorzaak en levensinstelling na te gaan. Mensen met de levensinstelling, dat een tegenslag niet gewoon pech is, maar typerend voor de wereld en het eigen lot, stierven statistisch gezien zeker drie jaar eerder dan hun optimistischer tijdgenoten. Het grootste verschil was zichtbaar in de categorie 'dood door ongeval of geweld'. Vooral mannelijke pessimisten behoorden tot deze groep. De logische verklaring is, dat mensen die een 'wat maakt het allemaal nog uit' instelling hebben, roekelozer zijn in het verkeer en in andere bedreigende situaties.

Optimisten genezen ook sneller van alle mogelijke ziekten en operaties. Professor Ralf Schwarzer van de Vrije Universiteit van Berlijn onderzocht meer dan zeshonderd hart- en longpatiënten. Zijn conclusie: optimisten herstellen sneller na een operatie en gaan eerder aan het werk. De cynicus zal hier opmerken, dat optimisten wellicht optimistischer zijn, omdat hun gezondheid om te beginnen al beter is. Wetenschappers hebben dit echter opgevangen door de gezondheidstoestand van iedere patiënt voor een operatie in kaart te brengen. Ook andere factoren, zoals afkomst, intelligentie en financiële situatie zijn betrokken in het onderzoek. Het was al bekend dat positief denken een gunstig effect heeft op het immuunsysteem en dat het hebben van een uitgebreide vriendenkring een positief effect heeft op genezingsprocessen. De nieuwste gegevens wijzen echter ook uit, dat optimisten - misschien tegen de verwachtingen in - hun lichaam beter verzorgen dan pessimisten. Wellicht denk je: een optimist hoeft zich toch niet druk te maken om zijn fysieke gesteldheid - alles komt toch wel goed, nietwaar? Niet dus. Optimisten drinken minder alcohol, sporten vaker en eten minder vet. En als ze verkouden zijn, gaan ze braaf onder de wol. Bij een langlopend onderzoek onder aids-patiënten die in de jaren tachtig ziek werden, bleek dat realiteitszin - laat staan pessimisme - al fataal kan zijn. Zieken die 'probeerden te accepteren wat er aan de hand was' en zij die 'zich op het ergste voorbereidden', leefden significant minder lang dan diegenen die 'weigerden te geloven wat er met hen aan de hand was'.

Overigens is optimisme niet hetzelfde als de kop in het zand steken. De meeste optimisten blijken realist te zijn. Ze zijn echter in staat om verschillende kanten van de realiteit te zien en kiezen ervoor de werkelijkheid positief te interpreteren. Wat maakt iemand tot een optimist? Genen? Opvoeding? Beide spelen een rol, maar minder dan veel andere eigenschappen. Onze geschiedenis zou er in elk geval anders uitzien zonder optimisten. Wie begint er tenslotte aan de bouw van een kathedraal waarvan je van tevoren al weet, dat het meer generaties zal duren voor dat hij af is als hij ooit af komt? Wie begint er een blad als Ode, terwijl de kiosken uitpuilen?



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: