Email   Print

Met beide billen op de grond

Een paar jaar geleden was ik voor een interieurtijdschrift in Japan om een artikel te schrijven over 'Goede ideeën uit het Japanse binnenhuis'. Ik at rijst uit elektronische stoompannen, stak mijn hoofd in elektrische compostapparaten, verhoogde de zitting van toiletten met afstandsbediening en deed allerhande goede, slechte en andere ideeën op. Maar wat me het meest intrigeerde, was niet zozeer een bepaald exotisch voorwerp als wel een bepaalde exotische mentaliteit. Japanners minachten de vloer niet.

Brad Lemley | 38 mei/juni 2001 issue

Ik merkte het voor het eerst, toen ik met tien managers van woningbedrijven in Tokio ging lunchen. We werden plechtig ontvangen in een prachtige sobere privé-eetzaal op de 27ste verdieping van een kantoorgebouw en kregen twaalf gangen sushi, tempura, noedels en koude, in zeewier gemarineerde tofu. Toen ik naar de vier diensters keek die het verfijnde eten binnenbrachten, viel me de discrepantie op van mannen in strakke pakken met zijden dassen om, die gewoon op een stromat op de grond zitten te eten aan een kotatsu, een traditionele lage Japanse eettafel.
Een nog interessanter voorbeeld van de Japanse voorkeur voor de vloer zag ik in een zaak met badkameraccessoires, waar een stel gelijkvloerse toiletten een prominente plaats innam. Daar ga je niet zitten, maar hurk je boven een langwerpig gat in een porseleinen pot, die je niet aanraakt. Nu Japan steeds meer verwestert, raakt dit soort toiletten in onbruik, maar je kunt ze nog steeds vinden, bijvoorbeeld in openbare toiletten - waar het wel zo hygiënisch is de pot niet aan te raken.
Toen ik weer thuis was, heb ik me verdiept in dit verschil tussen de Japanse en Westerse visie op de vloer. Ik ontdekte een verhandeling van de architect Fujimori Terunobu, waarin die de vloer beschouwt vanuit het perspectief van de dans. In zijn boek Traditionele huizen en de Japanse visie op het leven schrijft Terunobu: 'De Westerse dans wordt uitgevoerd op schoenen en veel basispassen zijn verticale stampbewegingen.' In Japan is 'het basisvoetenwerk bij de dans horizontaal. Het wordt gekenmerkt door de glijdende pas (suriashi) van het klassieke No-toneel, waarbij de voet strelend over de vloer strijkt. Deze beweging is symbolisch voor het feit dat de Japanner voortdurend, zij het onbewust, het oppervlak van de tatami of houten vloer voelt, als hij erop loopt of zit.'
Ik was verrast, want in Amerika komt het maar zelden voor dat je na, zeg, je 22ste, nog wel eens op de grond gaat zitten. Is dat erg? Ja, ik vind van wel. Miljoenen bomen, tonnen staal, voetbalvelden van stof en tankers vol petrochemische producten worden jaarlijks opgeofferd om onze enorme voorraad zitmeubels te produceren en tegen de zwaartekracht bestand te maken. En dan heb ik het nog niet eens over de berg stoelen die worden weggegooid - de vuilstort bij mijn woonplaats in Maine lijkt wel voor de helft vol te liggen met gebarsten, afgedankte tuinstoelen van goedkope witte kunststof.
Ook het lichaam moet tol betalen. Stoelen, banken en bedden op poten bestaan al ruim vierduizend jaar, maar pas sinds vijfhonderd jaar zijn ze er in overvloed. Het menselijk lichaam heeft zijn huidige vorm al ongeveer twee miljoen jaar. Dat wil zeggen dat het lichaam gedurende 1.996.000 jaar dagelijks tientallen keren de inspanning moest leveren om op de vloer of de grond te gaan zitten of ervan op te staan. Geen wonder dat stijfheid en atrofie tegenwoordig te vroeg hun intrede doen bij een lichaam dat deze oude dans niet meer uitvoert.
Volgens mij is de stoelfetisj vooral schadelijk voor de geest. Het ligt in de aard van de mens om te houden van wat we regelmatig aanraken en dat wat we verachten of negeren ver weg willen houden. Als we altijd boven de vloer leven, ontstaat in mijn ogen de neiging continu 'boven de grond' verheven te blijven, dat wil zeggen dat onszelf los te zien van de elementen die ons vormen en in leven houden. Zouden we voorzichtiger zijn met het verbranden, afgraven, uitgraven, vervuilen en anderszins ontwijden van de aarde, als die niet louter en alleen 'de grond onder onze voeten' was, maar iets wat we geregeld onder onze meest intieme delen zouden voelen en dichter bij ons hart zou liggen? De aarde zou er beslist beter van worden en wij misschien ook.
Nederigheid is in onze cultuur ongewoon, maar het zou geen kwaad kunnen, als we de voordelen ervan herontdekten. Er is een oud Japans gezegde: Ningen wa okite hanjò, nete ichijô (`Een mens heeft aan een halve mat genoeg als hij wakker is, aan een hele als hij slaapt'). Het gaat erom dat de mens, hoe belangrijk hij zichzelf ook vindt, niet meer dan de ruimte van een tatami nodig heeft, een ruimte van ongeveer twee bij een meter. En een stoel heb je helemaal niet nodig.
De zuster van de deugd nederigheid is de eenvoud en ook die is rijp voor herontdekking in het Westen. De Chinese filosoof Lin Yutang heeft eens gezegd: 'Ik geloof dat een beschaving pas voltooid kan worden genoemd, als ze van verfijning is teruggekeerd naar onverfijning en een bewuste omslag heeft gemaakt naar eenvoud in leven en denken.' Vereenvoudiging betekent voor iedereen iets anders, maar in mijn gezin hoort het weggeven van een stel stoelen erbij. In onze woonkamer staan nu nog maar een stoel en een bank. Als er gasten zijn, zit ik op het kleed. Dat vind ik prettig. De gasten zitten hoog, de gastheer zit laag, een teken van nederigheid, gastvrijheid en respect. Af en toe komen gasten, zonder dat het hun wordt gevraagd, ook op het kleed zitten. Het gesprek op het kleed verandert op subtiele wijze van karakter: het wordt vertrouwelijker, eerlijker en bevredigender. Kortom, aardser.
Stoelloosheid kan volgens mij een weg zijn naar nederigheid en nederigheid een weg naar vriendelijkheid, waarop je goed kunt oefenen door dichter bij de grond te komen. Een volwassene die op de grond zit, zit oog in oog met peuters en zit nog lager dan iemand in een rolstoel. Het is eigenlijk gewoon beleefd als wij, die het geluk hebben gezond van lijf en leden te zijn, ons af en toe bij hen te voegen.
Ik beweer niet dat stoelen de bron zijn van alle kwaad. Maar in een wereld waarin nabijheid en vriendelijkheid schaars zijn, moeten we alle mogelijkheden onderzoeken om weer contact te krijgen, vooral met dat waardevolle deel van de wereld dat zich vlak onder ons bevindt: de aarde. Respect voor de vloer is misschien een goed begin.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.